[Verhaal] Gevangen in problemen..

Moderators: Essie73, NadjaNadja, Muiz, Telpeva, ynskek, Ladybird, Polly

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Anoniem

[Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 04-09-05 16:17

hier mijn eerst everhaal dus dat ik heb bedacht en geschreven ..

Hoofdstuk 1...

‘Weg jij! Weg nu! Het huis uit!’ schreeuwt mam, ‘weg! Ik wil je niet meer zien, nu niet, nooit niet!’ Snel ren ik het huis in, met tranen in mijn ogen ren ik over de straten opweg naar de bushalte. Wanneer ik bij de bushalte aankom, komt de bus eraan. Snel stap ik in. Wanneer ik in de bus zit bel ik Jeroen. ‘Hey, met mij,’ antwoord ik, zodra de telefoon wordt opgenomen. ‘Kan ik alsjeblieft naar je toe komen?’ zeg ik terwijl ik uitbreek in tranen. ‘Maar natuurlijk meis! Ik zie je wel verschijnen, blijf kalm ik zal je helpen.’ De verbinding wordt verbroken en stil staar ik voor me uit in de bus. De bus stopt en er stappen mensen in. Een vrouw met een tiener, ongeveer net zo oud als mij. Ik wordt verdrietig wanneer ik naar hun kijk, ze hebben lol met elkaar en praten met elkaar, iets wat ik niet doe met mijn moeder. Ik kijk naar ze en voel de tranen al in me op komen, snel kijk ik een andere kant op, zodat ze het niet zien.

De bus komt bij de halte waar ik er uit moet, snel stap ik uit de bus. Ik kijk om me heen, ‘oliebol! Verkeerde halte!’ scheld ik tegen mezelf. Gelukkig weet ik de weg, het wordt al donker en het koelt af. Ik voel me bang en begin te rennen. Ik ren door straten en kom aan bij het huis van Jeroen. In tranen bel ik aan bij Jeroen. Jeroen doet openen en ziet mij staan, met tranen in me ogen, hij stapt naar buiten en slaat z’n arme om me heen. ‘Meis oh meis, wat is er toch allemaal aan de hand?’

Hij neemt me mee naar binnen, binnen ga ik op de bank zitten, hij komt naast me zitten en legt ze arm om mij heen. Huilend vertel ik hem mijn verhaal. ‘Het is.. mijn moeder, ik kan niet met haar leven in één huis,’ vertel ik. ‘Hoe zo dan? Wat is er allemaal gebeurd?’ ‘Ik word gewoon behandeld als haar slaaf, rare opdrachten, veel doen en gewoon geen tijd meer voor mezelf,’ ‘Kan je daar niet met je moeder over praten dan?’ ‘Heb ik geprobeerd, net voordat ik het huis uit ben gelopen, ze begon tegen me te schreeuwen en te gillen en uiteindelijk gaf ze me een klap in me gezicht, hard en pijnlijk.’ ‘Oh meis toch, weet je wat, ik laat mijn moeder jou moeder wel bellen, dan halen we al je spullen op en kom je gewoon een tijdje hier wonen,’ zegt Jeroen. ‘Dat vind mijn moeder vast wel goed, want zoals het bij jou thuis gaat, kan niet meer!’ ‘Dankje, heel erg fijn dat ik hier mag komen, want ik houd het thuis echt niet meer uit,’ antwoord ik daarop en sla mn arme om hem heen en geef hem een knuffel. Jeroen gaat opzoek naar z’n moeder en ik zap ondertussen wat op de tv, ik voel me gewoon gelijk thuis. Even later komt Jeroen terug. ‘Alles is geregeld meis, we gaan zo je spullen bij je moeder inpakken en ophalen, je moeder zorgt dat ze het huis uit is,’ zegt hij. Dankbaar kijk ik hem aan. Ik voel me opgelucht dat ik mijn moeder niet meer hoef te zien, het doet me pijn, wanneer ik denk aan wat er is gebeurd.

Een paar minuten later zitten we in de auto. Ik ben een beetje tot rust gekomen en bel ondertussen mijn vriend op. ‘Hallo met Martijn,’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. ‘Hey lief, met mij,’ zeg ik en vertel hem in grote lijnen het verhaal. ‘Arme schat! Ik kom naar Jeroen zijn huis en wacht daar op je oke? Hou je taai!’ ‘Oke, is goed, zie je daar! Ik hou van je!’ antwoord ik en ik hang op. De rest van de rit in de auto gaat langs me heen, ik zit diep in mijn gedachte en schrik op als we er zijn. Ik open de deur en we pakken al mijn spullen in. Zo snel mogelijk verlaat ik het huis weer. Ik ren de auto in, met tranen in me ogen kijk ik nog het laatste keer naar het huis. Een vlaag van ellende komt over me heen. Waar ben ik mee bezig?

De weg in de auto duurt lang, voor mijn gevoel. Ik mis mijn huisdier nu al, Boemer, mijn lieve trouwe hond. ‘Meis, gaat het een beetje?’ vraagt Jeroen, op zijn gezicht staat een bezorgde uitdrukking. ‘Ja, het gaat, dankje,’ is mijn antwoord. De weg vervolgd zich in stilte, ik kijk naar buiten en voel de tranen in mijn ogen prikken. ‘Waarom ik? Waarom moet het mij overkomen?’ zeg ik. ‘Tja, het is het lot meis, het lot dat jou treft,’ antwoord Jeroen twijfelend. Weer volgt een lange stilte. Ik voel dat Jeroen niet zo goed weet wat hij moet doen. Ik kan het hem niet kwalijk nemen, want ik weet het zelf ook niet meer.

Wanneer we bij Jeroen zijn huis aankomen is Martijn er al. Ik gooi de deur open ren naar hem toe en wordt omhelst door hem. ‘Hey schat,’ zegt hij, ‘Wat is er toch allemaal aan de hand?’ ‘Ik.. Ik vertel het zo wel,’ antwoord ik op zijn vraag. We laden mijn spullen uit en brengen ze naar binnen. Een nieuwe vlaag van verdriet komt over me heen wanneer ik mijn spullen uitpak.

Nadat ik mijn spullen heb uitgepakt zitten we op de bank. Ik, opgesloten tussen de armen van Martijn, Martijn en Jeroen. ‘Het.. Het.. Is allemaal zo erg,’ begin ik mijn verhaal, meer komt er niet van terecht want ik kan mijn tranen niet meer houden en huil en huil, terwijl Jeroen het hele verhaal verteld. ‘Ach meis, mijn lieverd, waarom jij nou weer hé?’ ‘Ja, waarom? Een vraag waar wij geen antwoord op weten,’ antwoord Jeroen voor mij. ‘Ik wou dat ik het kon, een antwoord op mijn vraag kon vinden. Ik weet het niet, ik wil het niet. Waarom kan ik niet gelukkig leven?’ ‘Meis, iedereen leeft gelukkig, maar een leven heeft nou eenmaal up’s en down’s en jij hebt nu een down.’ ‘Wel een hele erge down,’ voegt Martijn eraan toe.

De rest van de avond gaat langs me heen, ik huil en ik huil. Na een tijd kan ik niet meer huilen en staar ik als een verdoofde naar de tv. Trrring.. Trring.. De deurbel gaat, het is Martijn zijn moeder, die hem komt ophalen. Martijn geeft me een zoen en gaat naar buiten, naar de auto. Wanneer de auto weg is besluit ik om maar in mijn bed te gaan liggen. Als ik in mijn bed lig kan ik zoals gewoonlijk de slaap niet vatten. Ik lig wakker en ik denk. Om 2 uur ga ik naar de badkamer, ik drink een slokje water en zie daar een erg verleidelijk nagelschaartje liggen. ‘Nee, je doet het niet,’ zeg ik tegen mezelf, snel draai ik me om en ren de badkamer uit, mijn bed in en trek de dekens helemaal over mijn hoofd. Na een tijd val ik eindelijk in slaap.

Hoofdstuk 2...

De volgende ochtend wordt ik met een schrik wakker. ‘Oh nee! Al 11 uur! oliebol! Ik moest om 9 uur op school zijn!’ roep ik kwaad tegen mezelf. Snel spring ik uit bed en zoek Jeroen. Jeroen, die al niet meer op school zit, verteld me dat ze me hebben ziek gemeld, omdat ik weinig had geslapen vannacht. ‘Dankje,’ zeg ik tegen hem, ‘Morgen wil ik wel weer naar school, school is belangrijk en het geeft me afleiding.’

De rest van de dag doe ik niet veel, ik huil, ik eet en ik drink. Om 4 uur in de middag kruip ik achter de computer die ze er voor mij geplaatst hebben, ik start mijn msn op en chat wat met klasgenoten, erg veel boeiends typ ik niet, behalve één gesprek, een gesprek met mijn klasgenoot:
Yanick:
Hé pop, hoe gaat het ermee?
Ik:
Mwua, het gaat.
Yanick:
Hoe zo gaat?
Ik:
Het huis uit gezet, woon bij een vriend.
Yanick:
Poppie! Wat erg, kan ik naar je toekomen? Of wil je dat niet?
Ik:
Jij bij mij langskomen? Normaal vind je één woord al teveel!
Yanick:
Dat is niet waar! Alleen weet ik niet waar ik met jou over moet praten. Ik wil heel graag bij je zijn, met je praten en er voor je zijn.
Ik:
Oke, ik zou het fijn vinden als je komt, het adres is: De Arabier 115.
Yanick:
Ik kom er gelijk aan, See ya!
Ik:
Bye! Zie je zo..

Na dit gesprek sluit ik de computer af, gooi wat water in me gezicht en pak wat drinken, daarna ga ik achter de tv zitten. De bel gaat maar ik hoor hem niet. Ik merk het pas wanneer ik de deur hoor opengaan. ‘Hey, ik ben Yanick, ik kom voor..’ zegt Yanick. ‘Ow, voor haar, ik weet het al, kom snel binnen, ze zit in de woonkamer,’ onderbreekt Jeroen. Ik hoor dat hij naar binnen stapt en de deur wordt gesloten.

Ik zie dat Yanick schrikt wanneer hij mij ziet. Mijn gezicht is bleek, mijn ogen rood van het huilen. Hij komt naast me zitten en legt twijfelend zijn arm om mij heen. Jeroen kom aan mijn andere kant zitten, ook hij slaat een arm om me heen. Jeroen verteld het verhaal aan Yanick, omdat ik door mijn tranen niet meer uit mijn woorden kan komen. ‘Oh pop! Wat erg!’ zegt Yanick, ik kijk een klein beetje geïrriteerd, omdat ik dit weer moet aanhoren. ‘Tja,’ zeg ik, ‘Maar ik kan er gewoon niks aan doen en dat het erg is weet ik wel, dat zegt iedereen. Ik bedoel er niks meer hoor, ik vind het lief dat je het zegt.’ ‘Maakt niet uit, ik snap dat het vervelend is als je het elke keer moet horen.’ Dankbaar kijk ik hem aan, ineens zie ik niet meer een arrogante jongen in hem, een jongen waarvan ik dacht dat één woord tegen mij al teveel was. Jeroen en Yanick praten wat met elkaar, ik zeg niet veel. Ik voel me ellendig en weet niet meer wat ik moet doen. Na een tijdje valt er een stilte en ik merk dat Jeroen en Yanick mij aankijken. ‘oliebol, hoe laat is het?’ verbreekt Yanick de stilte. ‘Euhm.. 7 uur,’ antwoord ik. ‘oliebol hé! Ik moet gaan, heb beloofd half 7 weer thuis te zijn.’ ‘Ga dan snel! Straks krijg je nog problemen.’ Ik geef hem een knuffel en daarna zwaai ik hem uit voor het raam, een raar gevoel komt er over me heen, een gevoel van een sterke vriendschap, of misschien nog meer? Die vragen blijven in me hoofd. Ik mag hem, als vriend, al heb ik hem pas net echt leren kennen. Maar als ik me dat besef, vraag ik me af of ik wel eerlijk ben tegenover mijzelf. Na eindeloos gepieker val ik ’s nachts toch in slaap.

Hoofdstuk 3...

De volgende ochtend word ik wakker van de wekker. Met een klap mep ik hem uit. Ik douche snel en kleed me aan, borstel mijn haren en doet wat make-up op. Als ik beneden kom zie ik dat er een heel ontbijt staat. We schuiven aan tafel en beginnen te eten. ‘Een beetje kunnen slapen vannacht?’ vraagt Jeroen. ‘Mwua, redelijk..’ ‘Mooi zo, nog even en je slaapt als een roos!’ We praten onder het eten over onbelangrijke dingen. Na het ontbijt brengt Jeroen me op de fiets naar school, de school lijkt nu ineens vreemd, alsof iedereen me aankijkt. Ik ben bang, maar wil het niet laten merken, dus zeg ik Jeroen gedag en loop naar binnen. Trring.. De bel gaat. ‘oliebol,’ zeg ik tegen mezelf, ‘Ik ben nog niet eens naar mijn kluisje geweest.’ Snel gooi ik mijn spullen in mijn kluisje en ren naar het lokaal, net op tijd kom ik binnen, iedereen kijkt me met grote ogen aan. oliebol! Ik heb niet tegen Yanick gezegt dat hij het niet door de hele klas moest gaan vertellen. Stil ga ik op een stoel zitten, ergens voor aan in de klas, helemaal alleen. Ik voel me vreemd en bang in de klas.

De lessen verlopen traag. Elke keer zodra ze de kans krijgen krijg ik vragen. ‘Hoe voelt het om niet thuis te wonen?’ ‘Is het niet moeilijk zonder je moeder?’ Ik word helemaal gek ervan. ‘Kappen jullie! Bek houden! Ik wil geen vragen! Het is mijn zaak niet die van jullie!’ roep ik kwaad naar ze, mijn ogen zijn zowat vlammen. Snel loop ik het lokaal uit weg.. weg van hier. Ik hoor voetstappen achter me aankomen, snel kijk ik achterom en zie dat het Yanick is. ‘Pop, wat gebeurde er?’ ‘Ik kon er niet meer tegen, al die vragen, terwijl ik soms zelf het antwoord niet weer.’ ‘Ik heb ze gezegd dat ze moeten ophouden,’ zegt Yanick, ‘Ze snappen gewoon niet hoe moeilijk het is.’ ‘Maar dat begrijpt niemand!’ zeg ik verontwaardigd. ‘Niemand zal je honderd procent begrijpen, maar ik doe me best om je te helpen, kom ga mee terug naar de klas.’ Ik loop nog even snel naar de wc om de uitgelopen strepen mascara af te vegen, daarna loop ik met Yanick terug naar de klas.

De rest van de dag verloopt een beetje normaal, ik krijg geen rare vragen meer. De lessen duren lang, ik kan mijn aandacht er niet goed bijhouden. Ik ben blij als de schoolbel eindelijk gaat, lopend ga ik opweg naar Jeroen zijn huis, ik word niet opgehaald, want ze zijn er niet, ze moesten weg. Bij het huis aangekomen maak ik de deur open met de gekregen sleutel, ik gooi me tas neer en ren naar mijn kamer, ik gooi me op het bed en huil en huil. Na een tijd krijg ik een steek in me rib, langzaam kom ik tot rust. Ik loop naar de badkamer om wat water te drinken, weer ligt het nagelschaartje er verleidelijk bij. Ik kan het niet stoppen, ik kan er niet vanaf blijven. Ik pak het nagelschaartje en doe de badkamerdeur op slot. Ik ga op de grond zitten en zet de punt van het schaartje in me pols. Ik trek strepen, die strepen worden wonden, het bloed drupt op de grond. Plotseling besef ik wat ik gedaan heb, ik schrik van mezelf en leg het schaartje terug. Ik veeg het bloed af met papier, ik weet dat het fout is.. Maar toch, ik vind het fijn, de pijn.. de pijn ontneemt de pijn in mijn hart. Wanneer het bloed is opgedroogd loop ik naar mijn kamer, pak mijn schoolboek en probeer wat huiswerk te maken. Het lukt niet om me te concentreren, ik moet denken aan wat ik gedaan heb en voel me slecht. Elke keer moet ik weer naar mijn wonden kijken en vraag me af waarom ik het gedaan heb.

Om 5 uur komen Jeroen en zn moeder weer thuis, snel trek in een vest met lange mouwen aan om te zorgen dat ze mijn wonden niet zien. Klop Klop.. ‘Binnen!’ roep ik. De deur zwaait open en voor mijn neus staan Jeroen en Martijn. ‘Hey!’ zeg ik terwijl ik opspring en Martijn een zoen geef. ‘Ik heb je gemist’ zegt Martijn. ‘Ik jou oowk.’ ‘Oke! Genoeg geklef voor vandaag!’ komt Jeroen ertussen door. ‘Meis, hoe wat het op school?’ ‘Moeilijk en vreemd, ze stelde allerlei vragen, iedereen weet er van, maar dat is niet erg, maar al die vragen.’ ‘Lijkt me ook erg lastig als iedereen je dingen vraagt’ zegt Martijn. ‘Ja, ik ben de klas uit gerend, Yanick kwam achter me aan, hij heeft gezorgd dat ze zijn opgehouden.’ ‘Wie is Yanick?’ vraagt Martijn. ‘Oh, een jongen uit mijn klas, hij is nu een goeie vriend van mij aan het worden.’ Ik zie de geschokte uitdrukking op het gezicht van Martijn. ‘Het is gewoon een vriend! Vriendschap, niets meer!’ zeg ik om het gerust te stellen. Ik merk dat hij het geloofd, ik voel me schuldig, omdat ik niks vertel over het snijden en dat ik niet weet of het wel vriendschap is en niet meer. Wanneer ik in zijn ogen kijk, voel ik me nog schuldiger. Hij vertrouwt mij, maar spreek ik wel de waarheid?

De avond verloopt vreemd. Martijn doet niet zoals anders, hij doet een beetje afstandelijk. Ik voel me gekwetst, omdat hij zo doet en schuldig omdat ik hem dingen niet kan vertellen. Ik wil hem niet kwijt want ik houd van hem! Nadat Martijn naar huis is sluit ik me opnieuw op in de badkamer, pak het nagelschaartje en snijd me opnieuw, dit keer in mijn andere pols. Het voelt fijn, de pijn doet me goed. Ik ruim alles op en laat geen spoor achter, daarna kruip ik in mijn bed. Ik kan niet slapen, te veel gedachtes zijn in me hoofd, uiteindelijk val ik in een onrustige slaap.

Hoofdstuk 4...

Kdeng! Met een klap sla ik de wekker uit. Mijn hoofd doet zeer, mijn slapen bonken, ik draai me om en sluit mijn ogen weer. Ik heb me nog maar net omgedraaid en Jeroen komt mijn kamer inlopen. ‘Meis, je moet naar school.’ ‘Ik wil niet, ben moe, wil slapen!’ ‘Nee, je moet naar school, afleiding zal je goed doen meis, als het echt niet lukt kan je naar huis komen.’ Jeroen gaat weer weg. Moeizaam kom ik me bed uit, ik douche en kleed me aan, kam me haren en doe ze in een staart. Ik kijk op de wekker en zie dat het al 8 uur is! Oh nee! Ik heb om 10 over al les. Ik spurt naar beneden, pak een broodje, spring op de fiets van Jeroen en cross naar school.

Op het nippertje kom ik de klas binnen, ik ga zitten, vooraan in een hoekje, helemaal alleen. Ik zie dat Yanick er nog niet is en het vreemde is, ik vind het jammer. De eerste les is net begonnen als Yanick binnenkomt, hij ziet er verward en moe uit. Hij loopt door de klas en gaat zitten op de stoel naast mij. Ik kijk hem verbaasd aan en hij mij, omdat ik verbaasd naar hem kijk. De eerste 2 uren gaan voorbij, redelijk snel tot mijn verbazing. We hebben nu mentorles, eindelijk tijd om te praten. Weer komt Yanick naast mij zitten, alsof hij me in de gaten wil houden. ‘Pop, beetje geslapen vannacht?’ ‘Ja hoor, redelijk,’ antwoord ik als standaard op die vraag. ‘Euhm..’ begint hij, ik zie duidelijk dat hij niet weet waar hij moet beginnen, plots begint hij. ‘Pop, ik heb iets gelezen over mensen met problemen, die veel huilen en die niet weten wat ze moeten doen en die zich dan gaan snijden, alsjeblieft, vertel me dat jij dat niet doet? Of wel?’ zegt Yanick, ik zie dat hij vochtige ogen heeft, alsof hij echt veel om mij geeft. ‘Nee, ik snij niet,’ vertel ik hem, omdat ik het niet durf te vertellen. Gelukkig vraagt hij niet of hij mijn polsen mag zien, hij vertrouwd mij op mijn woord. oliebol! Waarom durf ik het niet te zeggen! Waarom lieg ik? Hij is zo lief voor mij, zo vertrouwd. Ik voel me ellendig om wat ik heb gezegt.

De rest van de dag durf ik Yanick niet aan te kijken, het doet me pijn om te zien dat hij mij vertrouwd op mijn woord, dat hij dat doet terwijl ik tegen hem lieg. Als laatste hebben we gym, ik wil niet meedoen, bang dat iedereen mijn wonden ziet, omdat ik dan een t-shirt moet dragen. Ik vertel de leraar dat ik me niet zo lekker voel en dat ik niet mee wil doen, ook zij gelooft me en ik mag aan de kant blijven zitten. Tijdens de gymles ben ik in mijn eigen gedachte, waar ben ik mee bezig? Wat ben ik aan het doen? Spookt er door mijn hoofd. Het lijkt wel alsof alles verkeerd gaat, ik niks meer goed kan doen. Ik pieker de hele les door, totdat ik opschrik van de luide stem van de leraar. We mogen weg. Snel trek ik mijn schoenen aan en loop naar buiten, Yanick roept met, ik hoor het niet en ik wil het niet horen. Ik loop naar buiten en ren naar mijn fiets. Ik spring op de fiets en ik fiets hard naar huis, ik negeer de auto’s, het getoeter en het lawaai.

Wanneer ik thuis kom ga ik gauw naar binnen, zeg Jeroen gedag en ren huilend naar mijn kamer. Jeroen komt binnen, ‘Meis, gaat het met je? Wat het een moeilijke dag op school?’ Ook hem kan ik natuurlijk niet alles vertellen. ‘Ja, ik wordt gek, ik kan me niet concentreren, ik heb niet gegymd, ik kon het niet!’ Weer barst ik in tranen uit. ‘Oh meis, kom toch hier,’ zegt Jeroen en hij sluit zijn armen om mij heen. Zo blijven we een hele tijd zitten, totdat mijn kamerdeur opengaat. In de deuropening staat Yanick. Ik schrik, ik kan hem nie onder ogen komen. Yanick komt naast me zitten. ‘Pop, hoorde je me niet roepen? Na gym? Waarom wachtte je niet?’ ‘Ik heb je niet gehoord, echt niet!’ zeg ik hem en weer lieg ik tegen hem. Ik druk mijn gezicht op het kussen, ik wil even helemaal niemand zien. ‘Meis, gaat het?’ vraagt Jeroen. ‘Ga weg, ik wil alleen zijn,’ ‘Laat haar maar even,’ zegt Jeroen als Yanick opnieuw probeerd mij overeind te krijgen. ‘Het wordt haar even teveel.’

Als Yanick en Jeroen weg zijn, draai ik mijn kamerdeur op slot, vanochtend ondanks mijn haast, heb ik het slot ontdekt. Ik pak de schaar uit mijn etui en kras opnieuw krassen, de krassen veranderen langzaam in wonden, het doet pijn, ik begin te huilen, harder en harder. Er klinkt geklop op mijn deur. ‘Ga weg! Ik wil alleen zijn!’ roep ik. Ik hoor iemand weer weglopen. Ik veeg het bloed af met een handoek en wacht tot het helemaal opgedroogd is. Ik gooi de handoek in een plastic tas en die doe ik in een doosje. Het doosje schuif ik ver onder mijn bed, zodat niemand erbij kan.

Pas bij het avondeten kom ik mijn kamer weer uit, mijn gezicht bleek, mijn ogen rood en opgezet van het huilen. Mijn lange mouwen verbergen mijn wonden. Tijdens het eten zeg ik niet veel, ik voel me ongemakkelijk, omdat ik verzwijg wat ik doet op mijn kamer. Ik eet niet veel, ik heb geen honger, dagenlang al niet, ik kan bijna niet eten gewoon. Ergens zegt een stem in mijn hoofd, dat ik er blij mee moet zijn, want ik ben dik en vet en zo raak ik het allemaal kwijt. Ik weet dat het niet goed is, maar ik doe het wel. Ik schrik op als mijn naam wordt genoemd. ‘Hallo? Leeft er daar iemand?’ vraagt Jeroen met een knipoog. ‘Ja, zo ongeveer wel denk ik,’ is mijn bittere antwoord.

Na het eten kruip ik weer eens achter mijn computer en ga achter mijn msn. Weer heb ik maar één interessant gesprek, met iemand van het internet, die me wel lijkt te begrijpen:
JanS:
Heey! Hoe gaat het nu met je?
Ik:
Redelijk, moeilijk en zwaar.
JanS:
Kan ik begrijpen, het is echt niet niks, om niet thuis te wonen enzo..
Ik:
Ja, maar er is ook nog iets anders..
JanS:
Vertel?
Ik:
Ik.. Ik weet het niet..
JanS:
Alsjeblieft, je geheim is echt veilig bij mij!
Ik:
Oke, ik snij..
JanS:
Echt waar?! Je moet er mee stoppen! Ik weet dat je denkt dat het helpt tegen de pijn in je hart, maar uiteindelijk maak je alles alleen maar erger!
Ik:
Ik weet het, maar ik kan niet stoppen, maar wees niet bang, ik snij me echt niet dood.. Altans, dat ben ik niet van plan!
JanS:
Oke! Dan is het iets beter, probeer te mindere en dan te stoppen, echt geloof me! Het is beter voor je!
Ik:
Ik geloof je wel, maar ik kan het niet!
JanS:
Dat begrijp ik.
Ik:
Weet je, je bent de enigste die me echt begrijpt denk ik.
JanS:
Ik probeer je te begrijpen, zoveel als het maar kan. Je moet weten, dat ik ook heb gesneden, tot ik in het ziekenhuis kwam, ik heb moeten afkicken, nu ben ik voor goed genezen.
Ik:
Oh wow! Dat wist ik helemaal niet! Wat goed dat je helemaal bent genezen!
JanS:
Ja hé!
Ik:
Oh nee, ik moet gaan, wordt geroepen
JanS:
CiaOw!
Ik:
Bye! Spreek je wel weer.
’Kom je nog?’ roept Jeroen vanaf beneden. ‘Ik kom eraan!’ roep ik, terwijl ik de computer uitzet. Ik loop naar beneden en als ik binnen kom in de kamer zie ik allemaal mensen zitten, Jeroen, Martijn, Yanick, Jeroen zijn vriendin Laura en nog een paar klasgenoten. Verbijsterd kijk ik ze aan. Martijn komt naar met toe en geeft me een zoen. ‘Wat gebeurd hier?’ vraag ik fluisterend. ‘Heeft Jeroen geregeld, een lekker relaxed filmavondje, met wat mensen, voor de afleiding!’ Dankbaar kijk ik Jeroen aan, die glimlacht eventjes en gaat daarna weer verder met zoenen met Laura. Martijn en ik gaan tussen de mensen op een bank zitten, we praten even wat en na een tijdje zet Jeroen de film aan, ik leg mijn hoofd op Martijn ze schouder, na een uur film kijken val ik in slaap, van de rest van de avond weet ik niks.

Hoofdstuk 5...

De volgende ochtend wordt ik wakker van een stofzuiger, vlak nadat ik wakker ben wordt er op mijn deur geklopt. ‘Ben je wakker? Ik moet je kamer schoonmaken, kan ik er over 20 minuten bij?’ vraagt de moeder van Jeroen. ‘Ja, is goed, ik zal zorgen dat ik weg ben. Ineens herriner ik me de doos onder het bed, met de handoek vol bloed. Ik haal de doos onder mijn bed vandaan en kijk om de deur of er iemand op de gang is, ik hoor Jeroen zijn moeder op zolder en ik weet dat Jeroen er niet is. Ik ren naar beneden en gooi de doos buiten in de container, daarover gooi ik wat kranten. Ik ren weer naar boven en ga douche, na het douche komt het normale ritueel van elke ochtend weer. Ik neem geen ontbijt, ik heb geen honger. De rest van de ochtend hang ik wat achter de tv, het is weekend dus er valt teminste wat te kijken.

Tegen de middag komt Jeroen thuis, maar hij is echt heel erg chagorijnig. ‘Wat is er?’ vraag ik hem. ‘Gedumpt, door Laura..’ ‘Oh wat erg!’ zeg ik en geef hem een knuffel, zijn gezicht klaart iets op. ‘Ze vond dat ik te close met jou omging, dus ik vroeg waarom dat niet mocht, werd ze pissig en dumpte ze me!’ ‘Nee hé! Dus het is mijn schuld?’ vraag ik. ‘Nee, niet dus. Alsjeblieft denk dat niet, ze zeurt gewoon!’ antwoord Jeroen. Toch voel ik me schuldig, tijdens het eten kan ik niet eten en eet daarom maar één broodje, het begint op te vallen. ‘Meis, je moet wel eten hoor! Anders krijg je anorexia,’ zegt Jeroen. ‘Nee hoor, krijg ik niet, ik heb gewoon niet zo’n trek vandaag.’ Jeroen houdt gelukkig verder zijn mond, we eten door in stilte.

Na het eten ga ik naar mijn kamer en draai mijn deur op slot, ik start mijn computer op en zie de schaar op mjin bureau liggen. oliebol! Denk ik, er zit nog een beetje bloed op, hopelijk is dat niet gezien. Het bloed lokt me en ik pak de schaar, ik heb net de eerste wond gemaakt als er op de deur wordt geklopt. ‘Meis? Ga je mee? We gaan even naar het centrum,’ klinkt Jeroen zijn stem vanachter de deur. ‘Ik kom er aan, even wachten hoor!’ antwoord ik, snel pak in een washandje en veeg het bloed weg, ik pak een grote pleister en plak deze over de wond, snel trek ik mijn shirt helemaal tot aan mijn vingers, draai de deur van het slot en loop naar beneden.

Even later lopen Jeroen en ik in het centrum, ineens blijft Jeroen staan. ‘oliebol, daar heb je Laura!’ zegt hij, ik zie hem wit wegtrekken en hij wil weglopen. ‘Staan blijven jij,’ zeg ik tegen hem, ‘Ze komt hier naartoe.’ ‘Euh, Jeroen, kan ik even met je praten? Alleen?’ vraagt Laura. ‘Ik ga wel even weg,’ antwoord ik, omdat Jeroen nogsteeds geen woord kan uitbrengen. Ik ga verderop op een bankje zitten en kijk naar ze, ik zie ze praten en praten. Jeroen zijn gezicht wordt steeds wat vrolijker, volgens mij komt het weer goed tussen die twee. Na een tijdje omhelsen ze elkaar en beginnen ze te zoenen, tijd om er weer bij te komen. Ik loop naar ze toe. ‘Het is weer aan,’ zegt Jeroen blij. ‘Mooi zo,’ antwoord ik, ‘Jullie horen bij elkaar!’ Met zijn drieën lopen we nu door het centrum, we halen een ijsje en gaan aan een tafeltje zitten. Ik voel me nu best wel alleen.

De rest van de dag is niet zo bijzonder, het gaat langs me heen. Vamiddag zag ik Jeroen en Laura zo gelukkig en besefte ik wat ik mis, waarom gaan Martijn en ik niet zo met elkaar om? Groeien we uit elkaar? Voel ik soms echt wat voor Yanick? Ik krijg deze vragen niet uit mijn hoof en een antwoord vind ik niet. ’s Avonds komt Yanick nog langs, ik ben blij om hem te zien, misschien wel te blij. We kijken met zijn vieren een film, ik, Laura, Jeroen en Yanick. Ik kruip tegen Yanick aan, terwijl ik weet dat het niet kan, ik heb Martijn en ik kan niet eerlijk tegen hem zijn, maar toch doe ik het.

Die nacht kan ik niet slapen, ik huil in stilte totdat het pijn doet. Ik snij diepe wonden in beide polsen, ik besef niet meer wat ik doe, ik word gek. Uiteindelijk val ik in slaap, mijn wonden bloedde nog, het bloed drupt op mijn pyama, maar ik heb niks in de gaten.

Hoofdstuk 6...

De volgende dag wordt ik vroeg wakker gemaakt, ik blijf met mijn hoofd onder de dekens liggen. ‘Kom op, we gaan naar de kerk!’ zegt Jeroen. ‘Ik wil niet, ik kan niet,’ antwoord ik, ‘Mijn hoofd doet pijn, ik ben moe..’ ‘Oke, blijf maar slapen,’ antwoord Jeroen en hij gaat weer weg. Ik veeg mijn haar uit mijn gezicht en zie dat er bloed op mijn pyama zit. ‘Oh nee!’ zeg ik tegen mezelf. ‘Hoe kom ik hier nou ongemerkt weer vanaf!’

Wanneer Jeroen en zijn moeder naar de kerk zijn, ga ik opzoek naar iets om de vlekken mee uit te krijgen, ik probeer allerlei verschillende dingen, maar het werkt niet. ‘Trut,’ scheld ik tegen mezelf. ‘Waarom moet je het ook weer doen?’ Boos ben ik op mezelf en daardoor begin ik weer te huilen. Ik merk dat het laatste middel effect heeft, de vlek verdwijnt. Ik ben opgelucht als de vlek helemaal verdwenen is. Ik kruip terug in mijn bed en lees een boek, maar wat ik gelezen heb, ben ik gelijk weer vergeten. Alles gaat langs me heen. Mijn slapen bonken, mijn wonden doen pijn en ik voel me moe.

Na een uur ga ik moeizaam mijn bed uit, mijn hoofd doet zeer, dus ik ga opzoek naar een asprine. Ik vind ze, ze zien er erg aantrekkelijk uit. Ik pak er drie, terwijl ik weet dat ik dat niet moet doen, ik neem ze in en heb het gevoel alsof het goed ik, maar ergens knaagt er iets aan me. Wanneer ik onder de douche sta merk ik dat de asprines beginnen te werken, een duf gevoel komt over mij heen. Snel droog ik me af en kleed me aan. Ik loop richting mijn kamer. Mijn benen voelen wankel, met een klap val ik op de grond en het wordt zwart voor mijn ogen.

Wanneer ik bijkom hoor ik stemmen om mij heen, ik open mijn ogen en zie het bezorgde gezicht van Jeroen, wanneer ik overeind probeer te komen zie ik ook Martijn en Yanick staan, Martijn kijkt redelijk normaal, maar Yanick kijkt erg geschokt, zijn hele gezicht is bleek. ‘Wat is er gebeurd?’ vraagt Jeroen bezorgd. ‘Gevallen.. Asprine..’ antwoord ik sloom. ‘Hoeveel heb je erop?’ vraagt Jeroen geschokt en bezorgd. ‘Twee, echt niet meer,’ antwoord ik terwijl ik weet dat ik lieg ‘Was je hoofdpijn zo erg?’ ‘Ja,’ zeg ik terwijl ik weer lieg. ‘Gelukkig is het allemaal goed afgelopen,’ zegt Martijn nuchter. Yanick wordt boos om die opmerking. ‘Noem je dit goed! Dat ze is flauwgevallen? Ben je wel helemaal goed bij je hoofd!’ schreeuwt Yanick kwaad tegen Martijn. Martijn lijkt niet onder de indruk van Yanick zijn geschreeuw. ‘Ach, doe niet zo moeilijk,’ antwoord hij. Nu wordt ik boos, want ook ik wardeer die opmerking van hem niet. ‘Wat nou moeilijk? Hij is teminste bezorgd! Ga weg! Ik wil je even niet meer zien!’ schreeuw ik naar hem terwijl ik in tranen uitbarst. Weer wordt het zwart voor mijn ogen.

Na een tijd wordt ik weer wakker en open mijn ogen, ik lig op mijn bed. Naast mij zit Yanick, hij streelt mijn haren en kijkt me bezorgd aan. ‘Oh gelukkig, je bent weer wakker!’ zegt hij opgelucht als hij ziet dat ik wakker ben. ‘Is.. Is Martijn weggegaan?’ vraag ik hem. ‘Ja, dat is hij..’ Ik weet niet meer wat ik moet, Martijn is mijn vriend, maar het lijkt wel alsof hij mij niet meer wil. Ik voel me ellendig en bang. Ik blijf de hele ochtend op mijn kamer, Yanick blijft bij me, we praten veel over van alles en nog wat, langzaam voel ik me steeds beter.

Tegen de middag lijkt mijn dag eindelijk is een keer vrolijk, ik voel me ’s middags helemaal goed dus we besluiten om naar het strand te gaan om te wandelen. We worden afgezet met de auto. Op het strand is het heerlijk. ‘Whaaaaa!’ schreeuwt Jeroen vrolijk tegen de waaiende wind in. Voor het eerst sinds ik bij hem woon moet ik weer lachen. Ze zien het en moeten ook beide laggen. Terwijl we even op het strand zitten uit te rusten gaat mijn telefoon. ‘Hey met Martijn,’ hoor ik zodra ik opneem. ‘Hey,’ ‘Euh.. het spijt me van vanochtend, ik had het niet moeten zeggen, het werd me allemaal even te veel!’ ‘Maakt niet uit, ik kan het wel begrijpen,’ ‘Echt?’ ‘Ja, echt,’ Ik hoor hem opgelucht ademhalen. We praten nog wat en daarna hang ik weer op. ‘Wie was dat?’ vraagt Yanick, ook Jeroen kijkt nieuwschierig. ‘Niet nieuwschierig éh?’ zeg ik met een knipoog. ‘Dat was Martijn, hij belde om zijn excuses aan te bieden van vanochtend.’ ‘Oh, wat fijn voor je’ antwoord Yanick, ik merk aan hem dat hij niet erg geïnteresseerd is. Zou hij ook dezelfde vragen hebben? Voelt hij meer dan vriendschap?..

Als we ’s avonds thuis zijn loop ik naar mijn kamer, ik besef me dat ik me best goed voel. Ik zie de schaar op mijn bureau liggen, ik wordt boos op mijn schaar, omdat hij elke keer zo verleidelijk is. Ik smijt hem vol afschuw in de prullenbak en ren mijn kamer uit om zo te voorkomen dat ik ga snijden. Ik wil nu niet snijden, denk ik bij mezelf. Niet nu, nu ik me eindelijk weer een keertje goed voel. Als ik beneden kom zie ik dat ze tv zitten te kijken. Ze kijken niet op of om als ik binnenkom. Gek genoeg voelt dat fijn, dat ze is een keer niet bezorgd zijn en medelijden hebben. Met een redelijk goed gevoel ga ik op de bank zitten en kijk ook mee naar de tv.

Hoofdstuk 7...

De volgende dag wordt ik wakker van de wekker, het is Maandag, tijd om naar school te gaan. Ik heb geen zin maar ga toch mijn bed uit. Ik douche en kleed me aan, terwijl ik mijn haren borstel denk ik terug aan gisteren. Ik voelde nog een klein vlaagje vrolijkheid. Ontbijten doe ik niet, ik heb geen trek en geen zin. ‘Ik ga!’ roep ik naar Jeroen. ‘Doeg, veel plezier!’ klinkt er vanuit de woonkamer. Ik trek de deur achter me dicht en fiets naar school. Wanneer ik op school aankom zie ik dat ik redelijk optijd ben. Ik ga in de aula zitten en probeer wat woordjes te leren voor mijn repetitie.

Als eerste hebben we Aardrijkskunde, van onze mentrix. Ze heeft de rapporten en deeld ze uit. Ik zie dat al mijn cijfers omlaag zijn gegaan en ik ben blij dat het nog geen onvoldoendes zijn. Na het rapport bekeken te hebben gaan we verder met de les, ik krijg het gevoel alsof ze me sterk in de gaten houd, ik vind het irritant en probeer me er niks van aan te trekken. Gelukkig komt ze niet naar me toe met irritante vragen.

Een paar uur later hebben we verzorging. Jammer genoeg behandelen we vandaag het onderwerp zelfmoordpogingen. Ook het snijden komt er in voor. Ik verberg mijn gezicht een beetje, omdat ik bang ben dat ze het kunnen zien aan mijn gezicht. ‘Wie heeft zichzelf wel eens gesneden met opzet?’ klinkt de stem van de lerares. Ik kijk om me heen, net zoals de rest, maar niemand die ze hand opsteekt. ‘Mooi, dat valt me mee!’ is haar reactie. ‘Teminste, als het echt zo is, want veel mensen durven het nooit te vertellen,’ voegt ze er aan toe. Ik zie dat Yanick mij even raar aankijkt. oliebol! Zal hij iets doorhebben?

De rest van de lessen zijn niet zo bijzonder. Als ik thuis kom wacht Jeroen op mij. ‘Yanick heeft gebeld,’ begint hij, ‘Hij maakt zich zorgen over je en komt zo hier naar toe, we moeten praten.’ Ik slik en raak in paniek, wat moet ik doen? Wat als ze het ontdekken? Jeroen kijkt me even aan, dan gaat de bel. Jeroen laat Yanick binnen en met zijn drieën gaan we op de bank zitten. ‘Pop,’ begint Yanick, ‘Ik zag je vanmiddag nogal wit wegtrekken bij de vraag van verzorging, over het snijden,’ oliebol! Denk ik bij mezelf. Ze hebben het door. ‘Meis, laat mag ik je polsen zien?’ vraagt Jeroen zacht. Ik schud mijn hoofd, maar weet dat ik ze niet weg kan houden. Yanick komt naast me zitten en schuift mijn mouwen omhoog. Ik zie hem wit wegtrekken als hij mijn litekens en wonden ziet. Ook Jeroen trekt wit weg. ‘Waarom, waarom?’ vraagt Yanick, ik zie dat hij moet huilen. Ik durf ze niet aan te kijken. Ik sta op en ren naar boven. Yanick komt achter me aan. ‘Stop!’ roept hij. ‘We moeten praten!’ ‘Nee!’ roep ik. Yanick komt de trap op en voor ik mijn deur opslot heb kunnen draaien staat hij in me kamer. Zijn gezicht vol tranen, hij slaat zijn armen om mij heen. Hij is zo lief, wat moet ik met hem, denk ik bij mezelf.

Na een tijd komt Jeroen er ook bij. Martijn is ook gekomen zie ik. Tot mijn verbazing lijkt hij niet geschokt. ‘oliebol, waarom heb ik het niet gemerkt!’ zegt Jeroen en ik zie dat hij kwaad is op zichzelf. Ik voel me ellendig, want ik ben bang voor wat er gaat gebeuren. ‘Ik moet gaan,’ zegt Martijn. Vlug gaat hij weg. Ineens word ik zo kwaad. ‘Lafaard!’ roep ik naar hem. ‘Rot toch op! Je geeft niks om me!’ Ik zie hem omdraaien en ineens wit wegtrekken, maar het kan me niks meer schelen. ‘Rot op! Het is uit! Ik wil je niet meer zien!’ roep ik en ik kijke hoe Martijn naar buiten loopt. Nu merk ik pas wat ik gedaan heb. Ik laat me op de grond vallen en begin hee hard te huilen. Yanick komt naast me zitten en legt zijn arm om mij heen. Na een tijdje kan ik niet meer huilen en ga als een verdoofde op het bed zitten. ‘Pop, wanneer ben je begonnen met snijden?’ vraagt Yanick voorzichtig. ‘D.. D.. Donderdag,’ antwoord ik zachtjes. Weer volgt een pijnlijke stilte. Verder praten we niet meer, Yanick blijft bij me zitten. Ik voel me hoofd zwaar worden en langzaam zakken mijn ogen dicht.

Hoofdstuk 8...

Met een schok word ik wakker. Brr.. Wat een rare nachtmerrie. Ik kijk op mijn wekker en zie dat het 7 uur is. Ineens besef ik weer wat er gisteren gebeurd was en dat ik me niks van de avond kan herrineren, vast in slaap gevallen. Ineens schrik ik, daar in het donker ligt iemand te slapen, ik doe een lichtje aan en zie dat het Yanick is. Ik wil net het lichtje weer uit doe als ik Yanick hoor. ‘Hey pop,’ klinkt het slaperig. ‘Nu al wakker?’ ‘Ja,’ ‘Ach, nu al zeg ik, stom van me, je bent om 5 uur in slaap gevallen!’ ‘Echt waar?’ vraag ik vol ongeloof. ‘Echt waar,’ zegt hij bevestigend. Ik laat me achterover op me bed vallen terwijl Yanick nog tegen mij praat. Hij komt naast me liggen. ‘Pop, kan je je nog wel herrineren dat je Martijn hebt gedumpt?’ ‘Oh ja, oliebol! Dat is waar ook,’ Gelijk voel ik me weer klote. ‘Ik weet dat je van hem houd..’ zegt Yanick, ‘Maar laat hem, hij is het niet waard, hij was niet eens bezorgt over jou en hij gedroeg zich naar mijn idee nog al ongeïnteresseerd.’ ‘Ik weet het,’ is mijn antwoord.

Om 9 uur zijn we nog steeds aan het praten, ineens komt Jeroen binnen. ‘Goede morgen!’ roept hij vrolijk. Waarom is hij zo vrolijk? Nadat hij erachter is gekomen.. Wat ik heb gedaan.. ‘Wat kijk je verbaast meis,’ zegt Jeroen, ‘Denk je dat ik dat van gisteren ben vergeten? Nee tuurlijk ben ik dat niet vergeten, maar wij gaan jou helpen.’ Verbaasd kijk ik hem aan, hoe kunnen ze mij nou helpen? ‘Ja en ik ga jou ook helpen!’ voegt Yanick eraan toe. ‘Met zijn drieën gaan we jou helpen, jij, ik en Jeroen!’ ‘Gaat dat lukken dan?’ vraag ik twijfelend. ‘Natuurlijk!’ zegt Jeroen enthousiast, ‘Teminste, zolang je het zelf ook wilt,’ ‘Ja.. Ik denk dat ik het wel wil,’ antwoord ik. We praten nog even en ik besluit mijn bed uit te gaan, ik neem en douche kleed me aan en kam me haar, voor het eerst sinds een paar dagen doe ik ook weer make-up op. Daarna ga ik naar beneden, ik eet één broodje, want nog steeds heb ik geen trek. Eigenlijk moet ik naar school, maar Jeroen zijn moeder heeft mij ziek gemeld, ook Yanick gaat niet naar school.

Na het ontbijt ga ik naar mijn kamer en ga achter mijn msn, eventje alleen zijn met alleen mijn msn vrienden. Ik chat wat met JanS.
Ik:
Heey!
JanS:
Hey! Hoe gaat het?
Ik:
Gaat, ze weten alles, van het snijden enz.. en ik heb Martijn gedumpt.
JanS:
Oh oh.. Hoe reageerde ze?
Ik:
Geschokt, Jeroen en Yanick trokken wit weg. Maar nu zijn ze vast besloten mij te gaan helpen.
JanS:
En ik ook! Ik kom naar je toe! Wat is je adres?
Ik:
Nee, je hoeft niet te komen!
JanS:
Ik wil komen! Je kan me vertrouwen, je hebt me vaak gezien door door de webcam dus je weet wie ik ben..
Ik:
Oke, De Arabier 115.. Plaats weet je wel hé?
JanS:
Ja, die weet ik. Ik ben er met een uur denk ik.
Ik:
Oke, zie je dan!
JanS:
Doeg!
Snel loop ik naar beneden om het Jeroen en Yanick te vertellen. Hun reacties zijn positief. ‘Cool, dat ze helemaal hier naar toe komt voor jou!’ zegt Yanick. ‘Ja, vind ik ook, elkaar alleen maar over msn kennen en dan al zo’n vriendschap hebben!’ voegt Jeroen eraan toe. Blij glimlach ik. Vriendschap, wat een mooi woord!

Een uur later gaat de bel, ik ben best wel zenuwachtig, omdat ik JanS nog nooit eerder heb gezien. Ik loop naar de deur en trek hem open. Voor me neus staat JanS, samen met een vriendin van haar die ook mijn vriendin is. ‘Hey!’ zeggen JanS en Rebecca. ‘Euh.. Hey,’ antwoord ik. Ik stel ze voor aan Jeroen en Yanick en samen gaan we in de huiskamer zitten. ‘Ik hoop dat je het niet erg vind dat ik het aan Rebecca heb verteld’ zegt JanS. ‘Nee hoor, maakt niet uit, ze is immers ook mijn vriendin!’ ‘Oke, dan is het goed.’ We praten over van alles, maar gelukkig niet over mij, tot JanS erover begint. ‘Jeroen, Yanick, hoe denken jullie haar te gaan helpen?’ vraagt ze. Er valt een korte stilte. ‘Euh,’ zegt Jeroen. ‘In ieder geval blijven we veel in haar buurt, scharen, messen enzovoort uit haar buurt houden, veel met haar praten en tja, verder, weet nog niet.’ ‘Oh oke,’ zegt JanS, ‘Ik was nog al nieuwschierig!’ ‘Wanneer niet, toch JanS!? zegt Rebecca. Ik moet lachen, die Rebecca ook altijd met haar vage humor. ‘Maarre.. Wanneer ga je weer terug naar je moeder?’ vraagt Rebecca. Er valt weer een stilte, zo’n vraag had ik niet van Rebecca verwacht en ik had er ook nog niet over nagedacht. ‘Ik weet het niet,’ antwoord ik, ‘Als ik denk dat ik het aankan, denk ik’ ‘Oh, maar heb je het hier wel naar je zin dan?’ vraagt JanS. ‘Ja hoor! Het is hier wel gezellig!’ antwoord ik. ‘Mooi zo, dat is ook de bedoeling,’ zegt Jeroen.

Om 6 uur gaan we met zijn alle eten. Ik, Yanick, Jeroen, JanS, Rebecca en de moeder van Jeroen. De moeder van Jeroen heeft patat gebakken, maar nog steeds heb ik niet erg veel trek, dus ik eet niet veel. Het valt iedereen op. ‘Pop, je moet echt meer eten hoor, wil je geen anorexia krijgen!’ zegt Yanick. ‘Ja, je eet zelfs nog minder dan mij!’ zegt Rebecca. ‘We willen niet dat je in het ziekenhuis beland hoor’ voegt JanS er tot slot nog aan toe. ‘Ik krijg echt geen anorexia hoor, ik heb gewoon geen honger’ antwoord ik. ‘Dat zij je een paar dagen geleden ook al!’ roept Jeroen. ‘Ja en ik heb nog steeds geen honger,’ Gelukkig houd iedereen zijn mond erover. Na het eten gaan we met zijn alle film kijken, om 10 uur worden JanS en Rebecca weer opgehaald. ‘Ik vond het echt heel gezellig’ zeg ik. ‘Wij ook,’ zeggen JanS en Rebecca. Ik zwaai ze uit voor het raam en ga dan zelf ook naar bed, want morgen moet ik weer naar school.

Hoofdstuk 9...

Trrring.. Het is kwart over 8 en mijn wekker gaat af. Ik zet hem uit en ga uit mijn bed, douche, kleed aan en borstel mijn haren. Terwijl ik bezig ben met mijn haar komt Jeroen binnen. ‘Mogge meis,’ klinkt het slaperig. ‘Hey! Beetje geslapen?’ vraag ik hem. ‘Mwa, beetje laat geworden gister..’ ‘Ach, ga maar weer slapen, ik red me wel,’ antwoord ik. ‘Echt?’ ‘Ja, echt.’ Jeroen gaat weer weg, eigenlijk was het best wel grappig om hem zo slaperig te zien. Ik kijk op mijn wekker, tijd om te gaan! Ik pak mijn spullen en loop naar buiten.

Op school is het nog rustig, het duurt nog een kwartier voor de lessen beginnen. Langzaam komen de mensen binnen. Ook Yanick komt binnen, hij ziet er erg slaperig uit. ‘Wat heb jij gedaan?’ vraag ik aan hem. ‘Beetje lang bij Jeroen blijven hangen,’ antwoord hij. Wat ze hebben gedaan wil Yanick niet vertellen, ik ben nieuwschierig. Waar zijn ze mee bezig?

De lessen zijn zoals gewoonlijk niet erg interessant. Ze verlopen traag en het is erg saai. Het vijfde uur is tekenen, de leraar is er niet, maar we moeten gewoon verder gaan met de opdracht. Een klasgenoot begint rottige opmerkingen over mij te maken. ‘Nepperd! Huilebalk! Kleutertje!’ roept hij. ‘Wat had je nou!’ roep ik naar hem. ‘Je bent nep! Je stelt je aan! Je wilt toch dood? Kom maar ik help je wel!’ Nu wordt het me te veel. Ik wordt zo kwaad. Ik pak mijn schaar en loop op hem af. ‘Hier, pak aan! Maak me maar dood, als je dat zo graag wil!’ zeg ik, terwijl ik de schaar in zijn handen druk. Ik zie hem bleek worden en hij doet een stapje terug. ‘Durf je het niet? Dan doe ik het zelf wel!’ zeg ik tegen hem en ik pak de schaar. Ik weet niet meer waar ik mee bezig ben, alles wordt me even teveel. Ik trek mijn mouwen omhoog en zet de punt van de schaar in mijn pols. ‘Nee!’ klinkt de stem van Yanick. Hij rent op me af en trekt de schaar uit mijn handen. ‘Je doet het niet!’ ‘Geef hier!’ roep ik kwaad en overstuur. Ik probeer hem te pakken. Yanick slaat zijn armen om me heen en houd me goed vast, ik kan niet meer weg. Ik kalmeer een beetje en zie dat iedereen me aankijkt. ‘Laat me los,’ zeg ik tegen Yanick. ‘Ik wil weg!’ Zodra hij me loslaat ren ik het lokaal uit richting de concierge. Bij de congierge meld ik me ziek, ik pak me jas en loop naar buiten. Ineens zie ik Yanick staan. ‘Wat ga je doen?’ vraagt hij. ‘Naar Jeroen zijn huis, weg van hier,’ antwoord ik en ik ren weg.

Ik let niet op, ik ren de straten over zonder op of om te kijken, ik negeer het getoeter van de auto’s, het geschreeuww van mensen en het gebel van fietsers. Ineens hoor ik gillende autobanden, ik kijk opzij, zie een auto aankomen, dan volgt een klap, een lange pijnlijke klap. Een misselijk makend gevoel, ik val op de grond en het wordt zwart voor mijn ogen.

Hoofdstuk 10...

‘Volgens mij komt ze bij,’ is het eerste wat ik hoor als ik wakker wordt. Ik open mijn ogen en zie witte muren en jassen. ‘Wa.. waar ben ik,’ zeg ik zacht. ‘In het ziekenhuis,’ antwoord een vreemde man in een witte jas. ‘Je bent aangereden door een auto.’ Er worden van allerlei testjes met me uitgevoerd, het ene apparaat naar het andere wordt gebruikt. Alles doet pijn en ik weet niet goed wat er gebeurd is. Wanneer alle testjes eindelijk zijn afgelopen komen er mensen binnen. ‘Meis!’ roept iemand, ik zie dat het Jeroen is. ‘Je bent weer bij!’ zegt hij blij. Ook Yanick is er. ‘Wa.. wat is er gebeurd?’ vraag ik. ‘Je bent overstuur uit school gelopen,’ zegt Yanick. ‘En je bent toen geschept door een auto.’ ‘Alles doet pijn!’ ‘Ja,’ zegt Jeroen. ‘Volgens de dokter, heb je 2 gekneusde ribben, een hersenschudding en een gebroken arm. Ze vinden dat je er nog redelijk van af bent gekomen.’ Ineens knapt er iets in mijn hoofd, ik word bang. ‘Ik wil hier weg!’ schreeuw ik. ‘Ik wil hier weg!’ Ik begin het te gillen en merk niets meer, niet dat er een dokter binnen komt, ik een spuitje krijg, helemaal niks. Mijn gegil gaat over in zacht gejammer en langzaam zakken mijn oogleden weer dicht.

Wanneer ik mijn ogen weer open zie ik een vertrouwd gezicht, mijn moeder. Ik schrik en kijk haar bang aan. ‘Wees niet bang voor mij,’ zegt mijn moeder. ‘Ik doe je niks!’ Ze kijkt bezorgd naar mij. Langzaam onstpan ik weer een beetje. Mijn moeder verteld dat ze in die 2 weken in therapie is gegaan, om te zorgen dat wat er is gebeurd, niet weer zal gebeuren. ‘Maar.. Ik was nog geen 2 weken bij Jeroen!’ zeg ik. ‘Je hebt 8 dagen in coma gelegen,’ zegt ze. Yanick en Jeroen komen weer binnen, ook zij zien mij moeder en kijken verbaasd. Ze stellen zich aan elkaar voor en zitten met zijn alle naast mijn bed. ‘Over 5 dagen mag je waarschijnlijk naar huis,’ zegt Jeroen. ‘En ik denk dat je dan naar je echte huis gaat, dus niet naar mij, of je moet het niet willen.’ ‘Ik.. Ik denk dat het beter is om wel te gaan..’ zeg ik tegen hem.

Als ze allemaal weg zijn voel ik me ineens heel erg moe. ‘Dat komt doordat je net uit coma bent,’ zegt een zuster tegen mij. Ik staar voor me uit, het is saai hier. Ik mag geen tv kijken en niet lezen en ook niet computeren vanwege mijn hersenschudding. Heel heel erg saai dus. Ik voel me steeds moeier worden en uiteindelijk val ik in slaap.

Hoofdstuk 11...

De volgende ochtend wordt ik al vroeg wakker. Lopende zusters op de gang en het gerammel van medicijn karren. Een zuster komt binnen, ik moet mijn pijnstillers tegen de pijn. Ik wil ze helemaal niet, denk ik bij mezelf, maar ik moet wel. Braaf slik ik ze door. De ene zuster is nog maar net weg, of de ander komt om mij te wassen, ik voel me vies, ik mag mijn bed niet uit en kan dus ook niet douche. Zelfs nadat ik gewassen ben voel ik me nog vies. Ik lig voor me uit te staren in bed. ‘Wat doe ik hier?’ vraag ik mezelf. ‘Ik wil hier weg.’ Ik wordt uit mijn gedachte gehaald door de gene die het ontbijt brengt. Ik krijg mijn ontbijt, ik eet, het is vies en slap brood. Ik wordt zo misselijk van het eten dat ik moet overgeven, mijn hele bed ligt onder. Boos komt er een zuster aan, het is een ongeduldige zuster. Ruw wordt ik in een rolstoel gedouwt, omdat ik niet mag lopen. Ze rolt de stoel een eindje bij het bed vandaan. ‘Auw!’ roep ik hard, wanneer ze mijn knie tegen het bed aan laat komen. ‘Niet zo zeiken,’ is haar antwoord. Ik weet niet wat ik moet doen, ik wordt bang van haar.

Nadat mijn bed weer verschoond is, wordt ik weer in bed gelegd. Met een klap wordt ik erin gesmeten. Ik voel de pijn steken in mijn ribben. Ik zie dat Jeroen binnen komt, die is ook vroeg. ‘Heey, hoe gaat het?’ vraagt Jeroen. Ineens begin ik weer te huilen, hij is zo lief voor mij. ‘De.. De zuster..’ begin ik mijn verhaal. ‘Ze.. Ze is zo onaardig!’ Stukje bij beetje vertel ik hem het verhaal. Hij kijkt mij geschokt aan. ‘Wacht even,’ zegt hij en hij loopt weg. Wanneer hij terugkomt verteld hij wat hij heeft gedaan. ‘Ik ben naar de hoofdzuster gegaan en heb alles aan haar verteld, ze gaan er op letten,’ zegt hij. ‘Beloof me, dat als het weer gebeurt, je het tegen de zuster zegt, oke?’ ‘Oke, is goed..’ We kletsen nog even en dan moet Jeroen weg, ‘Vanmiddag ben ik er weer, met iemand..’ zegt hij geheimzinnig. Ik wordt nu wel een beetje nieuwschierig. Even later komt mijn moeder ook nog even, we kletsen wat, ze is echt veranderd denk ik bij mezelf. Als zij weer weg is, staar ik weer naar de muur. De witte kale muren.

Het is eind van de middag als ik mijn ogen open doe, ik ben in slaap gevallen. Ik doe mijn bed iets omhoog, zodat ik iets rechtop kan zitten e pak mijn drinken en drink het op. Even later gaat de deur open, Jeroen en Yanick komen binnen en ook Martijn is erbij. Ik schrik, want ik herriner me nog goed wat er is gebeurd. ‘Euhm..’ begint Martijn. ‘Ik wou even kijken hoe het met je was,’ ‘Super goed, zoals je merkt!’ antwoord ik sarcastisch. Yanick kijkt verbaasd op van mijn toon. ‘Ik, ik wil je voorlopig even niet meer zien,’ zeg ik tegen Martijn. ‘Ik kan het niet, niet na wat er is gebeurd.’ Verdwaast kijkt hij me aan. ‘Maar..’ begint hij. Maar hij bedenkt zich, draait zich om en loopt de deur uit.

De rest van de tijd ben ik erg stil, ik eet niet en ik praat bijna niet. Ik kan het niet uitstaan dat Martijn gewoon ineens wel interesse had vanmiddag. Maar ik wil hem niet terug, nu niet, nooit niet. ‘Pop, waar zit je met je gedachte?’ zegt Yanick. Ik schrik op. ‘Euh.. bij Martijn, waarom heeft hij nu ineens wel interesse hoe het met mij gaat?’ ‘Hij wil je terug denk ik, hij wil niet alleen zijn,’ zegt Jeroen. ‘Ik wil hem niet terug, echt niet!’ antwoord ik. Tot mijn verbazing zie ik dat Yanick opgelucht ademhaald, wat is er aan de hand, denk ik bij mezelf. Voelt hij misschien wat voor mij?

De hele avond spookt die vraag door mijn hoofd, wanneer ze weg zijn en ik weer naar de muur staar, besef ik me dat ik hem eigenlijk wel heel erg aardig vind, waarschijnlijk meer dan aardig. Bij de gedachte van liefde tussen ons krijg ik het warm. ‘Doe normaal, het kan niet!’ zeg ik tegen mezelf. ‘Hij is niet verliefd op je, het is je verbeelding,’ Terwijl ik toch twijfels voel. ‘Ik wil er achter komen,’ fluister ik zacht. Terwijl ik er aan denk tikken de uren voorbij, langzaam val ik in slaap.

Hoofdstuk 12...

De dagen erna zijn zo ongeveer het zelfde. Lange dagen, eindeloos vervelen en niks doen. Jeroen en Yanick komen elke dag langs, ook mijn moeder komt vaak op bezoek. Ik praat met een soort psychiaters in het ziekenhuis en leer weer om goed te eten. Dagen verstrijken en na een paar dagen breekt een bijzondere dag aan.

Wanneer ik wakker wordt is het al licht. Iedereen is al wakker. Ik ben nog maar net overeind gaan zitten en het eten komt er al aan. ‘Vandaag is een bijzondere dag voor je kind,’ zegt ze. Ik wil vragen wat ze bedoeld, maar ze is alweer weg. Terwijl ik eet denk ik aan wat ze zei. Het is Zaterdag en Jeroen, Yanick en mijn moeder komen binnen terwijl ik zit te ontbijten. ‘Wat zijn jullie vroeg!’ zeg is verbaasd. ‘Vandaag is ook een bijzondere dag,’ zegt Yanick. ‘Wat heeft iedereen met bijzonder? Die zuster ook al,’ zeg ik. ‘Ben je het vergeten dan?’ zegt Jeroen verbaasd. ‘Je gaat vandaag naar huis, naar je echte huis!’ Ineens herriner ik me het weer en wordt weer helemaal vrolijk. ‘Dus, we gaan je spullen inpakken, jij gaat je aankleden en dan gaan we met zijn alle naar jouw huis,’ zegt Yanick.

Wanneer mijn spullen zijn ingepakt en ik ben aangekleed gaan we naar de auto. Ik zeg de mensen in mijn kamer eventjes gedag en trek zachtjes de deur achter mijn dicht. Een blij gevoel overkomt mij. ‘Ik.. Ik ga naar mijn echte huis..’ fluitster ik zachtjes. ‘Ja, inderdaad pop,’ antwoord Yanick, die naast mij loopt. Voorzichtig legt hij een arm om mij heen. Een gevoel van warmte en geluk komt over mij heen. We lopen naar de auto en kletsen wat. Bij de auto aangekomen laden we de spullen in en stappen in de auto. Ik en Yanick kruipen op de achterbank. De muziek in de auto staat redelijk hard, dus wat wij zeggen kunnen ze niet horen, maar gek genoeg wordt er niet gesproken. Het blijft dood stil. Yanick kijkt mij telkens aan met zijn mooie stralende ogen. ‘Wouw!’ zugt ik stil.

Veel te snel zijn we bij mijn huis. De auto draait de oprit op. ‘Yes! Thuis!’ roep ik en ik stap de auto uit. We dragen mijn spullen naar binnen en gaan daarna in de kamer zitten. Weer kijkt Yanick me de hele tijd aan. ‘Het is tijd om te gaan, Yanick,’ zegt Jeroen ineens. ‘Euh.. Oke is goed,’ antwoord hij verward. Ik loop met ze mee naar de voordeur om ze uit te zwaaien. Jeroen is al buiten, maar Yanick staat nog bij de deur. Hij draait zich naar mij toe en legt een arm om mij heen en geeft me een zoen. Ik wordt helemaal warm van binnen en super gelukkig. Ineens staat Jeroen bij de deur, hij heeft niet in de gaten wat er is gebeurd. ‘Doeg..’ komt er zachtjes uit mijn mond. ‘Dag pop,’ antwoord Yanick zachtjes. ‘Doei meis, hou je taai éh!’ zegt Jeroen. Ze lopen langzaam richting de bushalte, ik kijk ze na tot ik ze niet meer zie en ga dan naar binnen.

De hele avond blijft het in mijn gedachte, die ene zoen. Ik vond het geweldig en sinds een hele tijd voelde ik me eindelijk weer helemaal gelukkig! Met een goed gevoel ga ik mijn bed in en val in een diepe slaap.

Hoofdstuk 13...

‘Wakker worden,’ klinkt de stem van mijn moeder. ‘Je moet om half 11 bij de psychiater zijn!’ Nee he! Denk ik bij mezelf, helemaal vergeten. Ik kleed me aan, eet een broodje en daarna brengt mijn moeder me weg. Ik ga naar binnen en wordt naar een kamer geleid, het ziet er donker en kaal uit. Na 5 minuten komt er een vrouw binnen, ze steld zich voor en gaat ook zitten. Ze begint me allerlei vragen te stellen. Die ik braaf maar moeizaam beantwoord. Daarna begint ze tegen me te praten. ‘Weet je dat snijden heel slecht is?’ begint ze. ‘Waarom ben je er mee begonnen? Wat zit je dwars,’ Ik wordt helemaal gek ervan, maar toch beantwoord ik alles braaf, na een half uur is het eindelijk afgelopen. Ik loop naar buiten en ga met de auto naar huis.

De rest van de dag blijf ik op de bank liggen, ’s middags komt Yanick langs. ‘Hey pop, hoe was het bij de psychiater?’ vraagt hij. ‘Irritant, ze doet net als of ik een debiel ben! Ik kan het zonder haar wel af! Ik wil er niet meer heen!’ zeg ik tegen hem. ‘Ik kan het begrijpen,’ antwoord hij. ‘Maar met psychiater kom je er misschien sneller van af.’ ‘Maar ik ga niet meer! Ik wil niet meer!’ ‘Rustig maar pop,’ zegt hij en hij loopt weg. Na een paar minuten komt hij terug met mijn moeder. ‘Waarom wil je niet naar die psychiater?’ vraagt mijn moeder. ‘Ze kijkt zo eng, ze stelt irritante vragen, ik wil gewoon niet met een vreemde er over praten,’ ‘Tja,’ antwoord mijn moeder. ‘Denk je dat het zonder psychiater beter gaat?’ ‘Ik denk het,’ antwoord ik. ‘Oke, ik heb een voorstel. Je hoeft niet meer naar de psychiater, maar zodra ik erachter kom dat je ook maar één keer hebt gesneden, ga je er weer heen.’ ‘Oke, deal,’ sluit ik het gesprek. Ik praat de hele middag met Yanick, het is erg gezellig. ‘Yanick, blijf je eten?’ vraagt mijn moeder. ‘Is goed,’ antwoord Yanick. We eten patat, ik eet weer een beetje normaal, dat komt door de tijd in het ziekenhuis, daar heb ik weer normaal leren eten.

Na het eten komt Jeroen ook nog even langs. ‘Hé meis! Je ziet er eindelijk weer is vrolijk uit!’ zegt hij. ‘Zo voel ik me ook,’ zeg ik, terwijl ik naar Yanick kijk. Yanick kijkt ook naar mij en ik voel mijn wangen rood worden. Jeroen ziet het. ‘Hmm, is hier soms spraken van liefde meis? Yanick?’ Ik voel mijn wangen nog roder worden, ook Yanick krijgt een rode kleur. ‘Ja dus, echt wel cool! Jullie twee, verliefd op elkaar,’ zegt Jeroen met een lach op zijn gezicht. ‘Ik laat jullie wel even alleen,’ zegt hij met een knipoog en hij loopt met de hond naar de tuin. Het blijft stil in de kamer, Yanick staat op en komt naast mij zitten. Hij legt zijn arm zachtjes om hem heen. Ik kijk hem recht in zijn ogen en voel me helemaal warm worden. Ineens gebeurd het, hij buigt naar me toe en zoent me op me mond, we zoenen en zoenen. Wanneer de zoen is afgelopen en ik mijn ogen open zie ik Jeroen op een afstandje staan. Met een lach op zijn gezicht. ‘Ik had echt wel gelijk,’ antwoord hij met een knipoog. ‘En? Hebben jullie nu wat?’ Yanick kijkt me aan. ‘Pop, wil je met me,’ fluisterd hij zachtjes, zodat Jeroen het niet kan horen. ‘Ja,’ antwoord ik. Ik voel me helemaal warm worden. ‘Ja, we hebben wat,’ antwoord Yanick tegen Jeroen. Ik voel me helemaal gelukkig. Aan het einde van de avond gaan Yanick en Jeroen weer naar huis, een zoen op mijn mond en een knuffel en daarna is hij weg.

Wanneer ik later in mijn bed lig, moet ik de hele tijd aan hem denken. Ik voel me echt geweldig en helemaal warm van binnen, alles kriebelt en ik heb zin om het uit te schreeuwen, uiteindelijk val ik toch in slaap.

Hoofdstuk 14...

Wanneer ik wakker wordt is het pas 10 uur. Ik zet de tv aan en ga wat tv kijken. Wat moet ik anders doen? Iedereen is naar school en overal is het stil. Tegen 11 uur komt mijn moeder mijn kamer in. ‘Goeie morgen,’ zegt ze. ‘Goeie morgen, ik ben al een uur wakker hoor,’ antwoord ik. ‘Oh..’ is het antwoord. Ik eet wat en kleed me aan, doe me haren en mijn make-up en kruip dan achter mijn computer. Op msn zijn geen mensen online, dus ik sluit mijn msn weer af en ga weer voor de tv zitten. Wanneer het lunchtijd is ga ik naar beneden om wat te eten. Ik kom de kamer in en zie Jeroen zitten. ‘Hey!’ roep ik blij. ‘Hey meis!’ zegt hij. ‘Ik dacht, laat ik je eens gezelschap houden bij de lunch!’ Op tafel staat een hele uitgebreiden lunch, met vanalles en nog wat. We eten en kletsen, het is echt heel erg gezellig. Na het eten moet Jeroen jammer genoeg weer weg.

Later op de middag kruip ik weer achter mijn msn. Dit keer zijn er meer mensen online. Ik chat wat met JanS.
JanS:
Hey! Lang niet gesproken! Waar was je zolang? Wat is er gebeurd?
Ik:
Hey! Ik zal het je allemaal vertellen!
JanS:
Graag!
Ik:
Overstuur weggelopen van school, toen onder een auto gekomen, in het ziekenhuis gelegen, psychiater die ik haat en nu niet meer heen hoef, verkering met Yanick sinds gister..

JanS:
Wow! Wat veel dingen! Gelukkig ook iets positief!
Ik:
Ja, ik eet ook weer en snij niet meer, door dat ziekenhuis, elke keer met mensen praten, maar goed, die waren niet zo lastig als die psychiater.
JanS:
Whaha
We praten nog wat en na een tijdje sluit ik msn weer af. De telefoon gaat en ik neem hem op. ‘Hey pop,’ klinkt er aan de andere kant. ‘Hey Yanick!’ antwoord ik. ‘Euhm, sorry, ik kan vandaag niet langskomen, ik moet mega veel doen.’ ‘Oh,’ antwoord ik teleurgesteld. We kletsen nog even wat aan de telefoon en dan hang ik op. Ik ga weer wat tv kijken en even later is het alweer etenstijd.

Na het eten doe ik ook niet meer iets bijzonders, ik mis Yanick, maar ik weet dat ik niet kan verwachten dat hij elke avond langskomt. De hele avond gaat aan me voorbij. Ik kan alleen maar aan Yanick denken, het is voor het eerst sinds tijden dat hij niet langs kan komen, zou er iets ergs zijn?

Hoofdstuk 15...

De volgende ochtend wordt ik om 11 uur wakker, ik douche en kleed me aan. Vandaag ga ik weer één uurtje op school kijken. Om half 12 brengt mijn moeder mij naar school met de auto. Ik loop naar het lokaal waar ik om kwart voor 12 les heb. Wanneer de bel gaat zie ik algauw de klas aankomen. Ik zie de verbaasde gezichten. ‘Pop! Ik wist niet dat je naar school kwam?’ roept Yanick, hij loopt op me af en geeft me een zoen. ‘Ik kom even één uurtje kijken,’ zeg ik tegen hem, wanneer ik hem een knuffel geef. Ik krijg allerlei vragen van wat er is gebeurd, hoe het nu gaat. Ook zie ik verbaasde gezichten wanneer ze er achter komen dat ik en Yanick iets hebben. Eén klasgenoot reageerd raar, ze wordt boos op mij, geeft me een klap in me gezicht en loopt weg. Raar kijk ik haar na, ik zie Yanick op haar afgaan, hij is woedend. Hij houdt haar tegen en begint tegen haar te schreeuwen, uiteindelijk gaat hij rustig tegen haar praten en daarna komen ze samen terug. ‘Wat was er nou?’ vraag ik aan Yanick. ‘Beetje jaloers,’ antwoord hij. We gaan naar binnen, we hebben mentorles. We doen niet veel en het is eigenlijk best wel gezellig. Na het uur neem ik afscheid en ga met de auto weer naar huis.

De hele middag staar ik maar een beetje voor me uit. ‘Wat zou er echt aan de hand zijn?’ vraag ik me af. Ik schrik op uit mijn gedachte wanneer de bel gaat, Yanick staat voor de deur. ‘Hey pop,’ zegt hij en geeft me een zoen. We gaan naar binnen en zodra we zitten barst ik los. ‘Wat was er nou echt aan de hand met haar?’ vraag ik. ‘Ze was jaloers! Dat zei ik toch!’ antwoord Yanick. Ik schrik van zijn toon en laat het verder rusten. We praten een hele tijd, maar de sfeer blijft gespannen, eigenlijk ben ik opgelucht wanneer hij naar huis gaat. Bij het eten heb ik geen honger, zijn antwoord blijft in mijn hoofd spoken.

Wanneer ik in mijn bed lig moet ik huilen, waarom doet hij zo? Wat is er aan de hand? Ik kan niet in slaap komen, ik pak mijn mobiel en zoek op de klassenlijst het nummer van haar op. Ik bel haar op en krijg haar aan de telefoon. ‘Ja?’ zegt ze. ‘Hey’ antwoord ik. ‘Mag ik je iets vragen?’ ‘Ja hoor, vraag maar,’ zegt ze. ‘Waarom heb je me geslagen? Wat is er aan de hand tussen jou en Yanick?’ vraag ik. Ik hoor dat ze twijfeld. ‘Niks,’ antwoord ze, met een twijfeling in haar stem. ‘Alsjeblieft, vertel het me!’ smeek ik haar. Na lang aandringen doet ze het. ‘Oke, maar alsjeblieft, niet boos worden!’ ‘Oke,’ antwoord ik. ‘Nou euhm, jij was niet op school gister. Yanick voelde zich ellendig, dus ik ging naar hem toe om hem te trooste. Het gebeurde van het een op andere moment, we.. we hebben gezoend,’ sluit ze haar verhaal. Ik weet niet meer wat ik moet zeggen. Gekwetst door wat ik net hoorde praat ik tegen haar. ‘Dankje voor je info, ik denk.. dat ik maar met Yanick moet gaan praten,’ zeg ik en dan hang ik op. Ik kan niet slapen, maar uiteindelijk val ik laat in slaap.

Hoofdstuk 16...

De volgende ochtend wordt ik laat wakker, als ik op de wekker kijk zie ik dat het al 12 uur is. ‘oliebol,’ zeg ik tegen mezelf. ‘Yanick is hier om 1 uur!’ Ik sta op en ga onder de douche, kleed me aan en doe me haar. Ik eet wat en ga dan voor de tv zitten. Al snel is het 1 uur en ik hoor de deurbel gaan. Mijn moeder doet open en laat Yanick binnen. Hij geeft me een zoen en merkt dat er wat aan de hand is. ‘Wat is er?’ vraagt hij twijfelend. ‘Ik weet alles, dus doe maar niet zo raar!’ barst ik los. ‘Wat weet je?’ ‘Wat er tussen jullie 2 gebeurd is! Tussen jou en haar!’ antwoord ik boos. ‘Sorry,’ stameld hij. ‘Sorry?’ roep ik woedend. ‘Ik vraag je wat er aan de hand is! En jij liegt tegen mij! Waarom?’ ‘Ik.. Ik durfde het je nie te vertellen,’ zegt Yanick terwijl hij naar de grond staart. ‘Het gebeurde zo plotseling, ik wou het niet, want ik hou van jou..’ zegt hij. Ik zie in zijn ogen dat hij het meent. Langzaam kom ik tot rust en wordt wat minder kwaad. ‘Echt waar?’ vraag ik. ‘Ja, echt waar. Ik hou echt heel veel van je!’ Weer zie ik in zijn ogen dat hij het meent. Ik sla mijn armen om mij heen en leg mijn hoofd tegen hem aan.

Yanick blijft de hele middag, we kletsen gezellig en rond 3 uur gaat de bel. ‘Jullie verwachtte ik al,’ zegt me moeder tegen de gene die voor de deur staat. De deur gaat open en er komen 4 mensen binnen. Jeroen, Laura, JanS en een onbekend persoon. ‘Hey!’ roep ik vrolijk. ‘Wat doen jullie hier!’ ‘Lang verhaal,’ zegt JanS. ‘Ik zal je even voorstellen aan mijn vriend. Dit is Nick.’ Ik stel me voor en we gaan allemaal zitten. ‘Meis,’ begint Jeroen. ‘Heb je zin om met mij, Laura, JanS, Nick en Yanick een week naar Rome te gaan?’ ‘Naar Rome!’ roep ik vol ongeloof. ‘Lijkt me echt heel gaaf!’ ‘Oke, mooi zo!’ zegt JanS. ‘Want alles is al geregeld. Ik kijk van de een naar de ander. ‘Dus.. Het is allemaal goed?’ ‘Ja, het is allemaal goed,’ antwoord Yanick. ‘Ik verblijf met de moeder van Jeroen 100 kilometer buiten Rome, zodat er iemand is als er iets gebeurd.’ Zegt mijn moeder. ‘Tof!’ antwoord ik. De rest van de middag maken we toffe plannen over wat we gaan doen in Rome. Overmorgen vertrekken we al!

Tijdens het eten zijn ze er ook allemaal nog. ‘Ik vind het zo tof,’ antwoord ik.’ ‘We vonden dat je het wel verdiende, na zo’n rare en zware maand,’ zegt Jeroen. ‘Ja, er is zoveel gebeurd,’ voegt Yanick er aan toe. ‘Inderdaad,’ antwoord ik. ‘Maar.. Kan dat wel met school?’ vraag ik. ‘Je hebt 2 weken vakantie,’ zegt Yanick. ‘Echt waar? Dat wist ik helemaal niet!’ antwoord ik. We kletsen de hele avond nog door over Rome, aan het eind van de avond gaan ze allemaal weg. ‘Tot Zondagochtend!’ zeg ik. ‘Tot Zondag,’ zeggen ze.

Met een goed gevoel kruip ik even later in mijn bed, alles is weer goed en ik ga ook nog eens naar Rome met vrienden! Ik denk nog even na over Rome en na een tijdje val ik in slaap.

Hoofdstuk 17
Ik wordt al vroeg wakker, ik kan alleen maar aan Rome denken! Ik kijk wat tv en kom heel toevallig op een reportage over Rome. Ik kijk deze en zie daar de Trevi fontein. ‘Daar wil ik heen,’ fluister ik tegen mezelf. Ik bekijk de hele reportage en zie allerlei dingen die ik heel erg graag wil bekijken. Wanneer de reportage is afgelopen ga ik me bed uit en ga douche. Daarna ontbijt ik wat en kruip achter mijn pc en chat wat met Yanick, Jeroen en JanS.
Ik:
Morgen naar Rome!
Yanick:
Echt wel! Beetje zin in? Ik wel!
Ik:
Ik ook! En jullie!
JanS:
Ik ook!
Jeroen:
Ik ook!
Ik:
We moeten ook echt naar de Trevi fontein! Die lijkt me zo tof!
JanS:
Zal ik je eens wat vertellen? We slapen in een hotel tegenover de Trevi fontein!
Jeroen:
Inderdaad, goed geregeld of niet?
Ik:
Helemaal te gek!
We chatten nog wat en na een tijdje sluit ik de computer af. Ik zie dat het al lunchtijd is en hoor mijn moeder in de keuken bezig. Wanneer ik beneden kom staan er allemaal lekkere dingen op tafel. We gaan eten en kletsen wat over de vakantie. Na het eten is het tijd om mijn spullen te gaan pakken. Ik kom er achter dat het niet erg makkelijk is om alles in 2 koffers te krijgen! Maar uiteindelijk lukt het toch allemaal. ‘Wow, dat paste niet gemakkelijk,’zeg ik tegen mijn moeder. ‘Vind je het gek als je zoveel mee wilt nemen!’ zegt mijn moeder lachend. ‘Ach, ik neem altijd veel mee,’ antwoord ik daarop. ‘Dat is waar!’ Voor de laatste keer controleer ik of alles erin zit. ‘Alles zit er in,’ bevestig ik. ‘Oke! Mooi zo! Dan zetten we alles alvast in de auto!’ antwoord mijn moeder.

Aan het eind van de middag ben ik eindelijk klaar, ik kijk wat tv en eet ook nog wat. Ik moet de hele tijd aan Rome denken. Ik ga vroeg naar bed, want we moeten om 5 uur al met de auto naar Schiphol. Ik kan niet slapen, ik ben veel te opgewonden, uiteindelijk val ik toch in een lichte slaap.

Hoofdstuk 18...

Trring! Mijn wekker gaat. Het is pas kwart over 4, maar we moeten om 5 uur al weg. Ik hoor mijn moeder onder de douche, zodra ze klaar is spring ik onder de douche. Ik douche snel, kleed me aan, borstel mijn haren en doe wat make up op. Ik doe wat dingen in mijn handtas en ga dan naar beneden waar het ontbijt al klaar staat. ‘Heb je alles?’ vraagt mijn moeder tijdens het ontbijt. ‘Ja, ik zou niet weten wat ik nu nog vergeten ben.’ ‘Oke! Dan is het goed.’ Het is al snel 5 uur. We stappen in de auto en rijden richting Schiphol. De reis in de auto gaat langs me heen en langzaam val ik in slaap. ‘Wakker worden,’ zegt mijn moeder. ‘We zijn op Schiphol!’ Ik ben gelijk klaarwakker. We zetten de auto op het terrein en halen de koffers eruit. Ik zie derest al staan. ‘Hey!’ schreeuw ik naar hun, terwijl ik met mijn koffers op hun afloop. ‘Hey!’ krijg ik als antwoord. Yanick geeft me een zoen. ‘Klaar om te vertrekken?’ vraagt hij. ‘Ik wel, jij ook?’ ‘Ja, ik ook.’

Wanneer we ingechekt hebben moeten we nog een lange tijd wachtten. Samen met Laura en JanS gaan we de winkeltjes af. We kopen alle drie een leuk t-shirt. Wanneer we terug zijn bij de rest wordt ons vluchtnummer omgeroepen. De rest gaat zo snel en al gauw zitten we in het vliegtuig. ‘Oh wouw,’ zeg ik. ‘Nu gaat het echt gebeuren!’ ‘Ja, gaaf he!’ antwoord JanS. ‘Echt wel!’ Iedereen is moe dus al gauw liggen we te slapen in het vliegtuig. Wanneer ik wakker wordt zie ik dat iedereen al waker is. ‘We zijn er al bijna,’ zegt Yanick, als hij ziet dat ik wakker ben. ‘Dat werd net omgeroepen!’ Al gauw gaan we landen, wanneer we op de grond staan moeten we nog een lange tijd wachtten voor we eruit kunnen. We pakken onze koffers en lopen naar buiten, we bestellen een taxi en gaan met de taxi naar Rome.

Wanneer we in Rome aankomen weet ik niet waar ik moet kijken. ‘Alles ziet er zo prachtig uit!’ zeg ik tegen Yanick. ‘Ja he! Vind ik ook!’ Bij het hotel aangekomen gaan we naar de balie, daar halen we de sleutels van de kamers en gaan er naar toe. Ik, Laura en JanS slapen op 1 kamer. Jeroen, Yanick en Nick op de andere kamer. Even later nemen ik en Jeroen afscheid van onze moeders, over 7 dagen zijn ze er weer. Wanneer ze weg zijn ga ik terug naar de kamer en pak mijn spullen uit. We gaan met zijn alle op het grote bed liggen waar ik op ga slapen en hebbende grootste lol. Na een tijdje wordt er op de deur geklopt. ‘Gaan jullie mee?’ klinkt de stem van Nick. ‘We komen eraan!’ antwoord JanS lacherig. We pakken onze jassen en gaan naar buiten. ‘Trevi fontein! Hier komen we!’ roep ik vrolijk. ‘Zo he! Jij hebt een goed humeur!’ zegt Yanick met een knipoog. ‘Vind je het gek? We zijn in Rome!’ Zodra we buiten zijn haal ik diep adem. ‘Lekker he? Die lucht van Rome?’ zegt JanS. Ik schiet in de lach, ook de rest moet lachen. ‘Waar zullen we heen gaan?’ vraagt Jeroen. ‘Trevi fontein?’ zeggen ik en Laura in koor. We kijken elkaar aan en schieten weer in de lach. ‘Oke,’ antwoord Jeroen. We wandelen naar de Trevi fontein, hij is niet ver weg. Wanneer we voor de Trevi fontein staan weet ik even niks meer te zeggen. De fontein is zo mooi. Ik pak een euro en gooi hem er in en doe een wens. Laura en JanS volgen mijn voorbeeld.

We maken een heleboel foto’s van de Trevi met een aantal van ons er voor. Na een tijdje komt er een man naar ons toe, een Engelsman. ‘Me take picture from you?’ vraagt hij aan Jeroen. ‘Yes, that will be nice,’ antwoord Jeroen in zijn engels. We gaan met zijn alle voor de Trevi fontein staan en de Engelsman maakt een paar foto’s, dan geeft hij het fototoestel terug aan Jeroen. Ik loop naar de Engelsman toe en geef hem een euro. ‘For you,’ zeg ik erbij. ‘Thank you,’ antwoord hij en hij loopt weg. Wanneer hij uit het zicht is begint JanS heel hard te lachen. ‘Die man!’ lacht ze. ‘Zijn engels was zo grappig!’ Ook ik moet nu lachen en al snel moeten we allemaal lachen. Na een paar minuten houden we op met lachen. ‘Laten we teruggaan,’ zegt Jeroen. We lopen met zijn alle naar het hotel. ‘Wow! Het is al avond!’ zegt Laura. ‘Echt waar?’ vraag ik vol ongeloof. ‘Ja, echt waar!’ antwoord Laura. We gaan met zijn alle wat eten in het restaurant van het hotel. ‘Hm, niet alleen Rome is geweldig, maar het eten ook!’ merkt Yanick op. ‘Ja, inderdaad’ antwoord JanS.

Na het eten gaan we naar de kamer waar de meiden slapen en kletsen daar wat, kijken wat tv en doen wat spelletjes. We hebben heel erg veel lol. ‘Hoe laat is het eigenlijk?’ vraagt Nick. Ik kijk op mijn telefoon. ‘Het is 9 uur,’ antwoord ik. ‘Jongens, zullen we ons maar terugtrekken?’ vraagt Jeroen. ‘Het lijkt me niet verkeerd om vroeg te gaan slapen! Dan kunnen we morgen weer wat leuks doen.’ ‘Oke, is goed,’ antwoord Yanick en ze gaan naar hun eigen kamer. Ik klets nog wat met JanS en Laura, maar al gauw besluiten wij om ook naar bed te gaan. Ik kleed me om en kruip in het grote bed en val in slaap.

Hoofdstuk 19...

Wanneer ik de volgende ochtend wakker wordt hoor ik stemmen in de kamer. Wanneer ik me ogen open zitten ze allemaal om me bed. Ze kijken bezorgt. ‘Wat is er?’ vraag ik slaperig. ‘Je werd vanochtend wakker, toen kwam je je bed uit en ben je flauw gevallen,’ zegt Jeroen. ‘Echt waar? Daar weet ik helemaal niks van!’ ‘Hoe voel je je?’ vraagt Yanick. ‘Goed hoor, niks aan de hand!’ ‘Hm, we kunnen beter vandaag een beetje rustig aan doen,’ zegt JanS. ‘Nee he! We zouden shoppen in Rome! En dat gaan we doen ook!’ zeg ik. ‘Weet je zeker dat je je daar goed genoeg voor voelt?’ vraagt JanS. ‘Heel zeker weten,’

Na het ontbijt vertrekken we met zijn zessen naar het winkelcentrum van Rome. Halverwege nemen we afscheid van de jongens, die op een terras gaan zitten. ’12 uur terug?’ zegt Jeroen. ‘Ja.. Is goed!’ antwoord ik. We lopen naar een kledingszaak en kijken onze ogen uit. Prachtige soorten kleding. We passen allerlei kleding en uiteindelijk kopen we allemaal een setje kleding. We lopen terug naar het terras. ‘Zo! Nog een beetje vermaakt boy?’ vraagt Laura. ‘Ja hoor, jullie ook?’ vraagt Nick. ‘Helemaal tof!’ antwoord JanS. Ik schiet in de lach. JanS ook met haar rare zinnetjes.

Wanneer we na de lunch buiten lopen, besluiten we om naar Pompeii te gaan. Wanneer we daar aankomen met de bus weet ik niet waar ik moet kijken. Alles is zo mooi! ‘Wouw,’ zucht ik. ‘Mooi eh!’ zegt Yanick, terwijl hij een arm om me heen slaat. We blijven een tijdje kijken naar de dingen om ons heen, tot we merken dat de rest al is doorgelopen. Ook hun hebben in de gaten dat we zijn achtergebleven. Ze lopen terug. ‘Tortelduifjes, schiet is op!’ zegt Jeroen, terwijl hij een arm om Laura heen slaat. ‘Moeten jullie nodig zeggen,’ antwoord Yanick met een knipoog. ‘Ach ja,’ antwoord Jeroen, die verder niks meer te zeggen heeft. De rest van de middag bekijken we allerlei dingen, het is er echt onwijs mooi. Tegen het einde van de middag heeft iedereen moeie benen. ‘Euh, waar was de bushalte nou?’ vraagt Laura. ‘Weet ik wel,’ antwoord Jeroen. We lopen achter Jeroen en Laura aan, maar na een kwartier weet Jeroen het niet meer. ‘En nu?’ vraag ik. ‘Tja, zoeken!’ antwoord JanS nuchter. ‘Dat is echt nutteloos, ik ga het wel vragen,’ antwoord ik. Er komt een man lopen, dus ik loop er op af. ‘Were you from?’ vraag ik hem. ‘From Holland,’ antwoord de man. Gelukkig! Een Nederlander, dus ik ga verder in het Nederlands. ‘Oke, dan kan ik ook Nederlands praten, weet u misschien waar de bushalte is?’ ‘Ja, dat weet ik wel!’ antwoord de man. De man legt de weg uit en een aantal minuten later lopen we weer verder. Even later komen we bij de bushalte. ‘oliebol! Daat heb je de bus!’ roept Yanick. We rennen met zijn alle op de bus af. We zijn net op tijd en stappen in.

Wanneer we ’s avonds in het hotel zijn, moeten we nog eten. Het eten in het hotel is al weg, we waren te laat. We besluiten om naar een restaurant te gaan. We gaan naar een terrasje met uitzicht op de Trevi fontein. Het is echt heel erg mooi. ‘Ik vind het hier echt zo gaaf,’ zeg ik. ‘Ja, ik ook!’ antwoord Laura. ‘Wij allemaal wel? Denk ik?’ zegt Nick. ‘Ja, echt wel,’ antwoord iedereen. We eten heerlijk en na het eten blijven we nog even zitten. ‘Zullen we nog even bij de Trevi fontein kijken?’ vraagt Jeroen. ‘Oke, is goed!’ antwoord JanS. We betalen en lopen met zijn alle naar de Trevi fontein. ‘Wow! Wat een muntjes!’ roep JanS, wanneer we bij de Trevi fontein staan. Ze bukt nog iets verder voorover om het goed te kunnen zien. ‘Kijk uit!’ roep ik. Maar het is al te laat. Met een plons valt JanS in de Trevi fontein. ‘JanS in de Trevi fontein!’ roep ik lachend. Iedereen ligt dubbel van het lachen en JanS komt de Trevi fontein weer uit. ‘Brr, koud water,’ zegt JanS, waardoor we nog harder gaan lachen. Wanneer we uitgelachen zijn, besluiten we om naar het hotel te gaan. In het hotel gaan we allemaal naar onze eigen kamer. Wanneer JanS zich omgekleed heeft, praten we met zijn drieën nog even na over de afgelopen dag, ineens zakken mijn ogen dicht en val ik in slaap.

Hoofdstuk 20...

De dagen in Rome gaan snel voorbij, elke dag kijken we andere gebouwen in Rome en gaan we altijd trouw nog even langs de Trevi fontein, de Tevi fontein is en blijft de favoriet. Al snel breekt de een na laatste dag aan..

Ik wordt wakker van een geklop op de deur. ‘Wakker worden!’ klinken de stemmen. Ik ben gelijk klaar wakker. ‘Ook goeie morgen, Yanick, Jeroen en Nick!’ Ook JanS en Laura worden wakker. ‘Stelletje slaapkoppen!’ roept Jeroen door de deur. ‘Hup tempo! We gaan vandaag naar het Colosseum!’ ‘Relax!’ roept JanS. ‘Mogen we even aankleden?’ ‘Oke! Wel opschieten he! We wachtten beneden!’ antwoord Jeroen. Ze gaan weg en snel komen wij ons bed uit. We douchen en kleden ons aan. Als laatste ben ik klaar. We lopen naar beneden. ‘Hehe! Dat duurde lang!’ zegt Yanick met een knipoog. Hij staat op en geeft me een zoen. ‘Ts! Zo lang duurde het niet!’ antwoord ik. We ontbijten in het hotel en daarna gaan we met een taxi naar het Colosseum. ‘Oh wouw!’ zeg ik, wanneer we voor het Colosseum staan. ‘Echt geweldig!’ ‘Ja he! Vind ik ook!’ antwoord Laura. ‘Zeg JanS, niet ergens naar beneden vallen in het Colosseum eh!’ zegt Jeroen met een knipoog. ‘Ben je de leukste thuis?’ vraagt JanS lachend. ‘Weet niet?’ We lopen al pratend het Colosseum in. Wanneer we binnen staan zijn we allemaal stil, het is er gewoon zo mooi. De hele ochtend en het begin van de middag lopen we in het Colosseum. Wanneer we uit het Colosseum komen zijn we allemaal moe van het lopen en daarom gaan we naar het hotel toe.

In het hotel aangekomen ga ik naar mijn kamer. Op mijn kamer pak ik mijn mobiel en zie een aantal gemiste oproepen. Voordat ik ze heb kunnen bekijken gaat mijn telefoon al weer. Wanneer ik opneem hoor ik dat het Martijn is. ‘Ik hou van je!’ roept hij, zodra ik opneem. ‘Ga weg!’ zeg ik tegen hem. ‘Wat moet je van me?’ ‘Ik wil je terug! Alsjeblieft! Kom bij me terug!’ schreeuwt hij in de hoorn. ‘Nee! Ik heb met Yanick!’ roep ik kwaad. ‘En ik wil je niet terug!’ Kwaad hang ik op en smijt mijn mobiel op mijn bed. ‘Wie was dat?’ vraagt Laura. ‘Martijn, mijn ex!’ antwoord ik. ‘Wat moet hij van je?’ vraagt JanS nieuwschierig. ‘Hij wil met terug,’ ‘En jij?’ vraagt Laura. ‘Natuurlijk niet! Ik hou van Yanick! Niet van hem!’ antwoord ik. ‘Nou, probleem opgelost!’ antwoord JanS. Mijn mobiel gaat weer. Ik zie op het scherm dat het Martijn is. ‘Het is Martijn,’ zeg ik tegen JanS en Laura. ‘Opnemen en laten merken dat je hem niet wilt spreken of zien!’ zegt JanS tegen mij. Ik neem op. ‘Alsjeblieft! Kom terug! Niet ophangen!’ roept hij door de hoorn. ‘Ga weg! Ik moet je niet meer! Nu niet meer, nooit meer!’ roep ik kwaad terug. ‘Maar..’ antwoord Martijn. ‘Niks maar! Je hebt genoeg verziekt! Laat me met rust!’ Er volgt een lange stilte en dan wordt de lijn verbroken. ‘Ik denk dat ik van hem af ben,’ zeg ik tegen JanS en Laura. ‘Mooi zo,’ antwoord Laura.

Onder het eten vertel ik het hele verhaal aan de jongens. Yanick is woedend. ‘Hoe durft hij!’ roept hij kwaad. ‘Als hij je nog een keer lastig valt! Ik maak hem af!’ Zijn ogen zijn nog net geen vlammen, maar het scheeld niet veel. ‘Hij moet je echt met rust laten,’ zegt Jeroen. ‘Desnoods moeten we daarvoor naar de politie’ ‘Ach, hij zal me wel met rust laten, ik heb hem even flink de waarheid verteld!’ antwoord ik. ‘Welke waarheid?’ vraagt Yanick. ‘Dat ik van jou hou en niet van hem’ antwoord ik. ‘En dat ik hem niet meer wil, nu niet meer en nooit meer!’ Ik zie de opluchting in Yanick zijn ogen. Zou hij denken dat ik nog wat voor Martijn voel? Na het eten gaan we naar de kamer van de jongens, we kletsen wat en doen wat spelletjes. Over Martijn praten we gelukkig niet meer. ‘Morgen avond weer terug naar huis,’ zucht Jeroen. ‘Ja, inderdaad, het is eigenlijk veel te snel gegaan!’ antwoord Laura. Ook de andere zijn het daar mee eens. Om 12 uur gaan we terug naar onze kamer, kleden ons om en kruipen in bed. Ik moet denken aan het telefoon gesprek. Ik kijk op mijn mobiel en zie een sms bericht. In het bericht staat: Jij wilt mij niet terug, oke best. Maar mijn wraak zal zoet zijn! Gr. Martijn. Ik delete het smsje en maak me er niet druk om. Ik draai me om en val in slaap.

Hoofdstuk 21...

De volgende ochtend wordt ik wakker van mijn mobiel. Weer een sms bericht. Ik lees het bericht. In het bericht staat: Neem me terug! Of anders.. Het is weer een bericht van Martijn. Ik delete het smsje, maar ik krijg de zin niet uit mijn hoofd. Ik blijf in mijn bed liggen en vraag me af wat hij van plan is. Is hij iets ergs van plan? Wat moet ik doen? Gaat hij wel iets doen? Even later worden ook Laura en JanS wakker, ik besluit om ze niks te vertellen.

Na het ontbijt gaan we onze spullen in pakken. Met moeite krijg ik alles in mijn koffer en nog steeds moet ik aan het smsje denken. ‘Lukt het?’ vraagt JanS. ‘Eruit gaat makkelijker dan erin!’ antwoord ik. ‘Ja, dat zie ik!’ zegt JanS. Na een uur zit toch alles eindelijk in mijn koffer. We lopen met zijn drieën naar de kamer van de jongens, om te zien of hij al klaar is. ‘Binnen!’ roept Nick als we aankloppen. De deur staat op een kier, dus we kunnen gewoon naar binnen. ‘Wat is hier gebeurd!’ vragt Laura met grote ogen. ‘Oh gewoon, een kleding gevecht!’ antwoord Yanick met glimmende ogen. ‘Ik kan het niet laten om een shirt te pakken en die naar zijn hoofd te gooien. Ik krijg net zo hard het shirt weer terug en al snel zijn we met zijn alle in een kleding gevecht! Na een kwartier zijn we uitgegooid en liggen we met zijn alle op de grond. ‘Zouden jullie niet eens gaan inpakken?’ vraag ik nuchter aan de jongens. ‘Ja, het moet maar he!’ zegt Jeroen, terwijl hij overeind komt. De jongens zoeken al hun kleren er tussen uit en pakken ze in. Na een tijdje zijn eindelijk klaar. We laten de koffers achter en lopen voor de laatste keer naar de Trevi fontein. Bij de Trevi fontein staat ik naar het water. ‘Waar denk je aan?’ vraagt Yanick plotseling. ‘Oh, niks bijzonders,’ antwoord ik verward. Yanick gaat er niet verder op in. In stilte kijken we met zijn alle naar de Trevi fontein. ‘Zonde dat we hier weg moeten,’ zegt Laura. ‘Ja, echt wel,’ antwoord iedereen. Na een half uur bij de Trevi fontein moeten we gaan, we moeten terug naar het hotel. Bij het hotel aangekomen is mijn moeder er al, ook de moeder van Jeroen is er al. ‘Hebben jullie het leuk gehad?’ vraagt mijn moeder. ‘Ja, echt wel!’ antwoord ik. We halen onze koffers naar beneden en gaan dan met de taxi naar het vliegveld.

Na een lange tijd in de taxi en wachtten op het vliegveld, zitten we eindelijk in het vliegtuig. ‘Ik heb helemaal geen zin om naar huis te gaan,’ zeg ik tegen Yanick. ‘Ik ook niet,’ antwoord Yanick. ‘Maar gelukkig hebben we nog een week voor we weer naar school moeten!’ ‘Ja, gelukkig wel!’ De reis in het vliegtuig lijkt langer te duren dan heen, want dit keer zijn we allemaal wakker. We kletsen de hele tijd en af en toe eten of drinken we wat. Na een paar uur is het vliegtuig eindelijk geland op Schiphol. ‘Hello Holland!’ zeg ik somber, zodra ik met beide benen op de grond sta. ‘Echt ons kikkerlandje, regen en regen!’ antwoord JanS. We zoeken onze bagage. We lopen met zijn alle naar een terrasje op Schiphol en drinken daar nog wat met zijn alle. Daarna nemen we afscheid van elkaar. Ik ga met mijn moeder terug naar huis.

Thuis aangekomen knuffel ik met de hond, die goed verzorgt is door de buren. Daarna pak ik mijn spullen uit. Het is al laat en daarom ga ik daarna gelijk naar bed. Weer heb ik een raar smsje van Martijn. Ik delete het smsje, maar ga me steeds meer zorgen maken. Ik moet er de hele tijd aan denken. Uiteindelijk val ik in slaap.

Hoofdstuk 22...

‘Help!’ gil ik, terwijl ik wakker wordt. Mijn moeder komt gelijk binnenkomen. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt ze. ‘Oh, gewoon een nachtmerrie!’ antwoord ik. ‘Oh, oke!’ zegt ze en ze gaat weer weg. Ik blijf in mijn bed liggen en denk aan de droom. Ik droomde dat Martijn bij mij was, mij wou zoenen en dat ik niet weg kon. Na een tijdje ben ik eindelijk weer tot rust gekomen. Ik kijk op mijn mobiel en zie weer een sms bericht, weer een dreigemend van Martijn. Ik wordt er bang van. Zou hij echt iets van plan zijn?

Na het ontbijt wil ik naar boven lopen als de deurbel gaat, ik doe de deur open. ‘Pakketje!’ roept de bezorger vrolijk. Ik neem het pakketje aan en teken ervoor. Mijn naam staat er op, dus ik neem het mee naar mijn kamer en ga naar boven. Ik schrik als ik zie wat er in zit. Een paar dreigbrieven, verscheurde foto’s van mij en nog wat andere spullen die ik ooit aan Martijn heb gegeven. Snel gooi ik de doos in de container, maar een angstaanjagend gevoel blijft me achtervolgen. Om tot rust te komen kruip ik even achter mijn computer, maar het helpt niet, want mijn email staat ook vol met dreigmailtjes. Ik msn wat met mensen, maar weet niet goed wat ik typ, want ik moet steeds aan Martijn denken. Ik sluit de pc af en ga voor de tv zitten, ik zap wat op de tv en kijk een paar programma’s, aan het eind van de ochtend ga ik wat eten en daarna weer even achter de pc.

Aan het eind van de middag komt Yanick langs. ‘Hey pop! Beetje uitgerust van de reis?’ vraagt hij. ‘Ja hoor, jij ook?’ ‘Ja, ik ook!’ We kletsen wat over Rome, maar mijn aandacht is ergens anders. Ook Yanick lijkt het te merken. ‘Pop, waar zit je met je gedachte?’ vraagt hij. ‘Nergens, niks, laat maar..’ antwoord ik verward. ‘Oke,’ zegt hij. ‘Wel vertellen he, als er iets is!’ ‘Ja, doe ik!’ beloof ik hem. Ik ziet dat hij mij vertrouwd en ik vraag me af waarom ik dit doe. ‘Pop, ik moet gaan!’ onderbreekt Yanick mijn gedachte. ‘Oh, oke!’ antwoord ik. Ik loop met hem mee naar de deur en zwaai hem uit. ‘Hou van je!’ roept hij. ‘Ik ook van jou!’ roep ik hem terug. Wanneer hij weg is ren ik naar mijn kamer, draai de deur op slot en begin te huilen. ‘Waarom?’ huil ik. ‘Waarom ik?’ Ik huil een lange tijd en ineens zie ik de littekens op mijn polsen. Nee, ik mag het niet, denk ik bij mezelf. Maar mijn stoppen slaan door en ik pak een schaar, ik snijd 2 wonden in mijn pols en smijt hem daarom vol afschuw in de prullenbak. ‘Wat heb ik gedaan?’ zeg ik tegen mezelf. ‘Waar ben ik mee bezig?’ Ik wacht tot het bloed is opgedroogd en ga dan naar beneden om wat te eten. Ik voel me schuldig, om wat ik heb gedaan.

Na het eten belt Jeroen mij op. ‘Hey meis,’ zegt hij, zodra ik de hoorn op neem. ‘Hey!’ antwoord ik. ‘Euhm, gaat alles wel goed met je? Yanick zei dat hij dacht dat er iets was?’ vraagt hij. ‘Nee, er is niks, echt niet!’ antwoord ik. ‘Zeker weten?’ ‘Ja, zeker weten’ ‘Oke!’ We kletsen nog wat en na een tijdje hang ik op. oliebol! Denk ik bij mezelf, waarom kan ik het niet gewoon allemaal vertellen! Wat is er met mij aan de hand! Ik ga op de bank liggen en staar naar het plafond, nadenkend over wat er zal gebeuren. Na een lange tijd besluit ik om naar bed te gaan. Ik kruip in bed en val in een onrustige diepe slaap.

Hoofdstuk 23...

Ik wordt wakker van auto’s op straat. Het is al laat in de ochtend. Ik ga me bed uit en spring onder de douche, na het normale ritueel ga ik naar beneden om te ontbijten. Wanneer ik zit te eten gaat mijn mobiel. ‘oliebol, het is Martijn!’ zeg ik en ik druk hem uit. Ik ontbijt rustig verder en ga na het eten naar boven om mijn moeder gedag te zeggen. ‘Ik ga naar Jeroen! Doei!’ ‘Doei! Veel plezier!’ Ik loop rustig richting de bushalte en ga met de bus richting Jeroen, bij een halte in zie ik Martijn instappen. oliebol! Denk ik bij mezelf. Ik wil de bus uit gaan, maar die is al verder gereden. Martijn komt naast mij zitten en ik probeer weg te gaan, maar hij pakt mij bij mijn polsen en gooit me op de stoel. ‘Ga weg!’ roep ik en ik begin te huilen. ‘Nee!’ roept hij kwaad. ‘Je gaat met mij mee!’ Bij een andere halte sleurt hij mij de bus uit en trekt mij mee naar de bosjes. ‘En nu.. Ga ik doen wat ik met je wil!’ zegt hij. ‘Ga weg!’ schreeuw ik, terwijl ik hem probeer te trappen. Hij gooit me in de bosjes op de grond en gaat op mijn benen zitten. Hij komt met zijn hoofd naar de mijne en probeerd met te zoenen. ‘Help!’ roep ik hard, terwijl ik mijn hoofd weg draai. ‘Help!’ ‘Kop houden jij!’ zegt hij tegen mij, terwijl hij opnieuw probeerd mij te zoenen. Ineens gaan zijn handen richting mijn broek. ‘Blijf van me af engerd!’ roep ik huilend en ik probeer weg te komen. ‘Hier blijven!’ roept hij en hij duwt mij weer op de grond. Ineens sla ik door. Ik begin hard te gillen. Mijn mobiel gaat, ik pak hem snel en wil opnemen, maar Martijn heeft hem uit mijn handen gehaald. Voor hij hem in zijn handen heeft heb ik opgenomen. ‘Help!’ roep ik. ‘Kom me helpen! Martijn zit hier!’ roep ik. Martijn heeft nog niet in de gaten dat er opgenomen is en hij probeerd mijn mond dicht te houden. Ik schreeuw nog snel welke bushalte het is. Martijn heeft mijn telefoon weggesmeten, dus nu kan hij niet zien dat er opgenomen was. De minuten lijken eindeloos te duren, ik huil en ben bang. Uiteindelijk hoor ik de stemmen van Jeroen en Yanick. ‘Help!’ huil ik hard. En Martijn geeft me een klap in me gezicht. Ineens zie ik Yanick staan, zijn gezicht is bleek en hij kijkt naar mij. Jeroen trekt Martijn weg en schrikt ook. Daar lig ik, op de grond, mijn broek half naar beneden, ogen rood van het huilen en striemen op mijn lichaam van het slaan met een tak. Snel sta ik op en maak mijn broek vast. Yanick slaat zijn arme om mij heen en ik voel me weer iets veiliger.

Bij Jeroen thuis bellen we de politie en doen aangifte wegens aanranding. ‘Weet je zeker dat hij je niet heeft verkracht?’ vraagt Yanick zorgzaam. ‘Ja, heel zeker!’ Ik blijf de hele middag bij Jeroen. ‘Morgen moeten we naar het bureau’ zegt Jeroen. Ik knik als bevestiging dat ik het heb gehoord. Die middag kijken we wat tv, maar veel maak ik niet mee. Ik ben bang, bang dat het weer gebeurd. ‘Je bent bang he!’ vraagt Yanick. ‘Ja,’ antwoord ik zacht. Ineens herriner ik me al die smsjes weer, dus ik vertel Jeroen en Yanick het hele verhaal. Yanick kijkt geschokt. ‘Pop! Waarom heb je het niet verteld!’ ‘Ik.. Ik durfte het niet, denk ik,’ antwoord ik. Er valt een stilte, Yanick slaat zijn arme om mij heen en ik voel een traan op mijn schouder. Wanneer hij weer loslaat, zie ik dat hij gehuild heeft. ‘Huil je om mij?’ vraag ik voorzichtig. ‘Ja..’ antwoord hij. ‘Ik vind het zo erg, ben je van het ene af, kom je wel weer in het andere..’ Weer valt een lange stilte.

Aan het eind van de middag brengt Jeroen me thuis. Jeroen verteld mijn moeder het hele verhaal. ‘Maar, alles wordt geregeld en ze wil er liever niet over praten,’ sluit Jeroen zijn verhaal. Ik neem afscheid van Jeroen en ga naar boven, daar kruip ik lekker en veilig in mijn bed. Ik wil niet eten, niet drinken of mijn bed uit komen. Ik wil veilig zijn, veilig in mijn bed. Ik lees wat in een boek en ik merk dat ik me moe voel, omdat ik de afgelopen nachten niet goed heb geslapen, ik leg mijn boek weg en val in een diepe slaap. Om 8 uur schrik ik wakker, waarom sliep ik? Denk ik bij mezelf. Ineens herriner ik me alles weer en dat ik vroeg naar bed was gegaan. Ik zie dat er wat te eten naast mijn bed ligt, dankbaar eet ik het op. Daarna draai ik me om en val weer in slaap.

Hoofdstuk 24...

Zwetend wordt ik wakker. Brr.. een enge droom. Ik ga recht op in mijn bed zitten en kijk op mijn mobiel. Een sms bericht van Martijn. ‘Wanneer stopt dit?’ vraag ik mezelf. Ik open het smsje en lees hem. In het bericht staat: Als je naar de politie gaat, zal ik nog ergere wraak nemen! Ik wordt bang en stuur het smsje door naar Yanick. Een paar minuten later gaat mijn telefoon. ‘Hey pop!’ zegt hij, zodra ik de hoorn opneem. ‘Laat Martijn je nog niet met rust?’ ‘Nee, wanneer stopt het?’ antwoord ik bang. ‘Ik weet het niet, maar dit moet je ook echt aan de politie laten zien!’ ‘Maar, als hij nou weer iets ergs doet?’ vraag ik. ‘Dat gebeurd niet, als hij het probeerd, krijgt hij met mij te maken!’ antwoord Yanick woest. ‘Oke..’ antwoord ik twijfelend. We kletsen nog even verder en dan hang ik op en ga me bed uit. Alles wat beweegt achter me, vind ik eng. Zou het ooit over gaan?

Na het ontbijt wordt ik door mijn moeder naar Jeroen gebracht. Wanneer ik daar aan kom is Yanick er al. ‘Beetje geslapen?’ vraagt Jeroen, zodra hij de deur open doet. ‘Beetje,’ antwoord ik. We gaan even naar binnen om nog wat te drinken. Wanneer ik mijn arm uitstrek om wat te pakken, glijd mijn shirt om hoog. ‘Pop! Je hebt weer gesneden!’ roept Yanick uit. Ik zie dat hij wit wegtrekt. ‘oliebol..’ fluister ik. ‘Wanneer?’ vraagt Jeroen. ‘Eergisteren, maar ik zweer je, ik doe het niet meer..’ antwoord ik zacht. ‘Maar.. Waarom?’ vraagt Yanick. ‘Ik was bang, bang van de smsjes van Martijn, ik voelde me zo ellendig!’ Ik voel de tranen over mijn wangen rollen en druk mijn gezicht tegen Yanick zijn shirt. Ik blijf huilen. ‘We moeten gaan,’ zegt Jeroen na een tijdje. ‘En meis, als ik nog een keer zie dat je hebt gesneden, gaan we naar een psychiater!’ ‘Oke..’ antwoord ik, terwijl ik mijn tranen weg veeg.

Even later zitten we op het bureau, een hele reeks vragen wordt op me afgevuurd. Braaf geef ik antwoord, maar ik verzwijg het smsje van vanochtend. ‘Pop, laat het dreig smsje eens zien dat je vanochtend hebt gekregen!’ zegt Yanick ineens tegen mij. Twijfelend haal ik mijn mobiel uit mijn zak en laat het zien. Alles wordt genoteerd en ook Jeroen en Yanick worden ondervraagd. Uiteindelijk mogen we weer gaan. We lopen met zijn alle naar buiten en ik sta nog te trillen op mijn benen. In stilte lopen we naar het huis van Jeroen. Pas als we daar binnen zitten begint Jeroen weer te praten. ‘Je vond het niet leuk he?’ vraagt hij. ‘Wat denk jij dan!’ antwoord ik. ‘Beetje onlogische vraag Jeroen,’ antwoord Yanick nuchter. Weer volgt een lange stilte. ‘Eigenlijk, is dit allemaal mijn schuld..’ zugt Jeroen. ‘Echt niet! Waarom denk je dat?’ antwoord ik. ‘Nou, door mij heb je Martijn leren kennen, jullie kregen wat en het ging uit.. Nu wil hij zijn wraak..’ ‘Het is niet jou schuld! Hij doet gewoon niet normaal!’ antwoord ik. Ik ben kwaad, kwaad op mezelf en Martijn, want ik wil niet dat Jeroen denkt dat het zijn schuld is. We praten een hele lange tijd en ik probeer Jeroen te overtuigen dat het zijn schuld niet is. Gelukkig geloofd hij het. ‘Oke, als jij het zegt..’ zegt hij uiteindelijk twijfelend. ‘Ja, ik zeg het en het is waar..’ antwoord ik. Ineens valt het me op dat Yanick erg stil is. ‘Yanick, wat is er?’ vraag ik aan Yanick. ‘Pijn.. in mijn buik,’ antwoord hij. Hij ziet erg bleek en ineens valt hij om. ‘Bel een dokter!’ roep ik geschrokken naar Jeroen. De rest gaat allemaal heel snel. De dokter komt en concludeerd dat hij een ernstige blindedarm ontsteking heeft, de ambulance wordt gebeld en hij wordt meegenomen naar het ziekenhuis. Als verdoofd zit ik op de bank. ‘Kom,’ zegt Jeroen zacht. ‘Ik breng je naar huis!’

De rest van de dag gaat langs me heen. In het begin van de avond krijg ik een telefoontje van Yanick zijn ouders. De operatie is geslaagd, maar hij mag pas morgen bezoek hebben. Ik bel Jeroen daarna om af te spreken dat we morgen middag naar het ziekenhuis gaan. Daarna ga ik naar mijn bed. Ik huil en sla op mijn kussen. Waarom heb ik niet gezien dat hij zich niet lekker voelde? Waarom hij? Uiteindelijk laat ik me uitgeput op mijn kussen vallen en val in een diepe slaap.

Hoofdstuk 25...

‘Wakker worden!’ roept iemand. Ik open mijn ogen en zie dat Jeroen voor mijn neus staat. ‘Schiet op!’ zegt hij. ‘Het gaat niet goed met Yanick!’ Gelijk ben ik wakker, ik spring uit mijn bed en kleed me aan in de douche. ‘Wat is er aan de hand?’ vraag ik terwijl ik de trap af race. ‘Ontsteking.. Niet aanslaan van medicijnen.. Ofsoo!’ roept Jeroen. ‘Wat..!’ zeg ik, maar verder kom ik niet. We stappen in de auto en Jeroen zijn moeder brengt ons naar het ziekenhuis. Wanneer we daar zijn spring ik uit de auto en ren naar binnen. ‘Welke kamer?’ vraag ik stamelend aan Jeroen. ‘204’ antwoord Jeroen. We lopen naar de lift en gaan naar kamer 204. Wanneer we daar aankomen zie ik Yanick al liggen. Huilend ren ik naar hem toe. Zijn ogen zijn dicht. Ik laat me op een stoel vallen naast het bed en leg mijn handen op de zijne. ‘Waarom!’ huil ik. Jeroen komt naast me zitten en legt een arm om me heen. ‘Het komt vast wel weer goed,’ antwoord Jeroen, maar ik hoor een twijfeling in zijn stem. Het blijft een lange tijd stil. Ineens komt er een zuster. ‘Mevrouw,’ vraagt Jeroen beleefd. ‘Kunt u ons vertellen wat er allemaal met hem aan de hand is?’ De zuster verteld het en het enige wat ik nog kan doen ik kijken naar Yanick. Kijken en huilen. Ik leg mijn hoofd op het bed, vlakbij zijn hoofd. Ik ruik zijn geur. ‘Yanick, blijf leven!’ snik ik. We blijven een hele tijd zitten en na een tijd begint Yanick met zijn ogen te knipperen. ‘Yanick?’ vraag ik. Zijn ogen gaan nu helemaal open. ‘Pijn.. Wil slapen!’ zegt hij schor en daarna vallen zijn ogen weer dicht. We blijven een hele tijd zitten, maar aan het begin van de middag neemt Jeroen mij mee. ‘Kom,’ zegt hij. ‘We kunnen beter gaan!’ ‘Ik wil niet!’ snik ik, maar Jeroen trekt me mee naar de gang en brengt me naar huis.

Thuis ren ik naar boven en laat me op mijn bed vallen. Ik kan niet meer stoppen met huilen. Gaat hij dood? Gaat hij het halen? Spookt er door mijn hoofd. Allemaal vragen in mijn hoofd en geen waar ik antwoord op kan geven. Na een tijdje gaat te telefoon en ik neem hem op. ‘Hallo?’ ‘Hallo, met het politiebureau,’ Ineens herriner ik me het weer, ‘Oh, goede dag,’ zeg ik. Ze laten me weten dat ze Martijn ook ondervraagd hebben en dat hij heeft bekend. Hij krijgt een grote taakstraf en een verbod om mij te bezoeken van twee maanden. Opgelucht leg ik even later de telefoon neer en bel Jeroen op om het te vertellen. ‘Maar twee maanden?’ antwoord hij, nadat ik alles heb verteld. ‘Hij moet proberen daarna in je buurt te komen, ik maak hem af dan!’ We kletsen nog wat en besluiten om vanavond weer naar Yanick te gaan. De rest van de middag kan ik alleen maar aan Yanick denken. Ik wil hem niet verliezen! Denk ik bij mezelf.

Na het eten vertrekken we naar het ziekenhuis. Bij het ziekenhuis loop ik zo snel mogenlijk naar Yanick zijn kamer. Wanneer ik hem zie, zie ik dat zijn ogen open zijn. ‘Je bent wakker!’ fluister ik zachtjes. ‘Ja,’ antwoord hij schor. Hij ziet er erg bleek uit en ik zie dat het niet goed met hem gaat. We zitten een tijdje in stilte, totdat Yanick begint te praten. ‘Pop, je weet dat het niet goed gaat met mij,’ begint hij. Ik knik en hij gaat verder. ‘Onthoud alsjeblieft, dat ik heel erg veel van je hou!’ ‘Ik ook van jou,’ antwoord ik en ik begin weer te huilen. Ik leg mijn handen op de zijne en er volgt een lange stilte. Na een tijdje komt er een dokter langs om te kijken hoe het gaat. Er worden een paar kleine testjes gedaan en even later komt de dokter weer terug om de uitslag te vertellen. ‘Je bent niet meer achteruit gegaan,’ antwoord de dokter. ‘Het laatste uur ben je zelfs iets vooruit gegaan!’ Blij kijk ik Yanick aan. Ook in zijn ogen zie ik een beetje hoop. ‘Je gaat het redden..’ zeg ik zachtjes tegen hem. ‘En ik ga je helpen!’ ‘Echt?’ vraagt hij. ‘Natuurlijk!’ antwoord ik. ‘Ik hou te veel van je.. Om je te laten gaan!’ Dankbaar kijkt hij mij aan. De rest van de avond zeggen we niet veel. Een paar zinnen worden gevolgd door lange stiltes. Ook Jeroen zegt niet veel, hij heeft eigenlijk de hele avond nog maar een paar zinnen gezegt. ‘Meis, het is tijd om te gaan!’ zegt hij na een lange stilte. ‘Ik wil niet..’ antwoord ik. ‘Ga nou maar..’ zegt Yanick. ‘Het is beter voor je.. Jij moet ook rusten!’ Ik zeg hem gedag en sta op. Ik loop de kamer uit en kijk nog een keer de kamer in en zwaai naar Yanick. Daarna lopen we naar de auto.

Thuis aangekomen voel ik me iets beter. Dat Yanick iets is voor uit gegaan doet me goed. Ik besef me nu pas, hoe erg het moet zijn als je iemand verliest of hoe erg een blindedarm ontsteking kan zijn. Vast besloten loop ik naar boven. ‘Ik ga Yanick niet verliezen,’ zeg ik tegen mezelf. Maar of ik er honderd procent zeker van ben weet ik niet. Ik kruip in mijn bed en denk nog wat na over vandaag. Na een tijdje val ik in slaap.

Hoofdstuk 26...

De volgende ochtend schrik ik wakker. ‘Yanick!’ roep ik uit, nog denkend aan mijn droom. Ik ga zitten in mijn bed en kom langzaam weer een beetje tot rust. ‘Yanick moet beter worden..’ fluister ik tegen mezelf. Ik ga mijn bed uit en kleed me aan. Ik wil net gaan ontbijten als de telefoon gaat. Ik neem op en hoor dat het Jeroen is, erg fijn nieuws heeft hij niet. ‘Meis, Yanick is weer achteruit gegaan!’ zegt hij. ‘Nee he! Waarom hij!’ antwoord ik en ik voel dat ik moet huilen. ‘Rustig! We halen je op en dan gaan we naar het ziekenhuis, oke?’ ‘Is goed,’ antwoord ik en hang op. Ik ga niet meer ontbijten, want door alle spanning krijg ik niks meer door mijn keel. Ik loop wat heen en weer terwijl ik op Jeroen wacht. Tranen rollen over mijn wangen. Al mijn hoop is weg. ‘Ik wil hem niet verliezen!’ zeg ik tegen mezelf. Wanneer ik de auto hoor aankomen ren ik naar buiten, zeg nog snel mijn moeder gedag en spring in de auto. ‘Hey!’ zeg ik zachtjes tegen Jeroen en zijn moeder. ‘Hey,’ antwoorden ze. De rest van de rit blijft het stil. Ik moet maar denken aan Yanick. Wanneer we bij het ziekenhuis zijn, loop ik zo snel mogelijk naar de lift. Als ik de lift uitkom sprint ik naar de kamer van Yanick. Wanneer ik daar binnenkom zie ik hem al liggen. Lijkbleek met zijn hoofd op witte lakens. ‘Oh Yanick!’ snik ik. Ik ga op de stoel naast het bed zitten en pak zijn handen vast en kijk naar zijn gezicht. ‘Pop? Ben jij dat?’ vraagt hij ineens schor, ik zie dat zijn ogen open gaan. ‘Ja, ik ben het,’ antwoord ik zacht. Hij kijkt mij aan, zijn ogen zonder hoop, maar wanneer hij mij ziet, komt er een glinstering in zijn ogen. Er volgt een lange stilte. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Een paar zinnen doorbreken de lange stiltes. Na 2 uur zitten komt er een dokter binnen, hij gaat een paar testjes weer uitvoeren. Na de testjes gaat hij weg en even later komt hij terug met de uitslag. ‘Wonder.. Wonder..’ mompeld hij. ‘Wat is er een wonder?’ vraag ik voorzichtig. ‘Hij is het laatste uur ineens een stukje vooruit gegaan, net zoals gisteravond gebeurde,’ antwoord hij. Ik kijk Yanick aan met stralende ogen, ook in zijn ogen is hoop te zien. ‘Wanneer jij hier bent, ga ik vooruit..’ zegt Yanick. ‘Ben je weg, dan ga ik alleen maar achteruit!’ ‘Dat is het!’ zegt de dokter ineens. ‘Zij is het, waar jij voor wilt vechten en daardoor lukt het!’ ‘Oke, ik blijf hier dus totdat jij beter bent,’ antwoord ik. ‘Niemand die me weg krijgt. Ik blijf bij jou!’ ‘Ik zal het even overleggen met het team,’ antwoord de dokter. ‘Om te zien of dat mogelijk is!’

De hele middag blijf ik bij Yanick. Ineens heb ik er vertrouwen in dat het goed gaat komen. Het is een tijdje stil, maar Yanick verbreekt de stile. ‘Hoe is het met Martijn afgelopen?’ vraagt hij. Ik schrik van zijn vraag en trek wit weg. Ik was het net even vergeten, maar nu wordt ik weer bang. ‘Sorry,’ zegt Yanick, wanneer hij mijn gezicht ziet. ‘Maakt niet uit..’ antwoord ik zachtjes. Jeroen, die er ook nog bij zit, legt Yanick het hele verhaal uit. Ook hij is net zo verbaasd als Jeroen. ‘Maar 2 maanden?’ zegt hij, zodra Jeroen klaar is met zijn verhaal. ‘Zijn hele leven dus! Hij moet proberen in je buurt te komen!’ ‘Kijk! Dat dacht ik dus ook al!’ antwoord Jeroen op Yanick zijn reactie. Ik moet lachen, want ze zijn gewoon zo lief voor mij. Aan het eind van de middag komt de dokter terug. ‘Alles is geregeld,’ zegt hij. ‘We gaan het proberen, om te zien of het echt werkt. Het beste is om nu even je ouders op te bellen, voor spullen en om het te regelen.’ ‘Oke,’ antwoord ik blij. Ik loop naar de balie om mijn moeder te bellen. We spreken af dat ze wat spullen voor me zal brengen. Ik ben blij dat ik mag blijven. Wanneer ik terugkom zie ik dat er al een soort logeerbed staat voor mij, om op te slapen. Blij kijk ik Yanick aan. Zijn ogen staan vol blijdschap. We kletsen nog even en dan moet Jeroen naar huis. ‘Ik kom morgen terug,’ antwoord hij. ‘Doei Jeroen!’ antwoord ik. ‘Zie je morgen!’ ‘Doei Jeroen!’ antwoord Yanick.

’s Avonds, na het eten van echte ziekenhuis groente, komt mijn moeder mijn spullen brengen. Ik berg mijn spullen een beetje op en ga dan op het bed zitten. De dokter komt weer langs voor een paar testjes en concludeerd dat het weer iets beter gaat. ‘De medicijnen lijken aan te slaan,’ zegt hij, voordat hij weer weg gaat. De rest van de avond maken we het zo gezellig mogelijk, we kletsen en doen wat spelletjes. Om 10 uur besluiten we om te gaan slapen, want Yanick is doodmoe. Wanneer ik in het bed lig kan ik niet slapen, omdat het vreemd is. Het komt goed met Yanick! Denk ik bij mezelf. Alles komt goed, alles wordt goed! Met een blij gevoel staar ik naar het plafond en vraag me af of een mens wel zoveel mee kan maken, maar ik weet dat het kan, omdat het is gebeurd. Uiteindelijk val ik in slaap.

Hoofdstuk 27...

Waar ben ik? Denk ik bij mezelf, wanneer ik wakker wordt. Ik open mijn ogen en zie de witte muren. Ik kom overeind en zie Yanick liggen, ineens weet ik het weer! Ik ben bij Yanick! Gaat er door me heen. Ik sta op uit mijn bed en ga bij Yanick op het bed zitten, zijn ogen zijn nog dicht. Ik leg mijn hand tegen ze wang en blijf zo een tijdje zitten. Na een tijdje gaan zijn ogen open. ‘Hey’ zegt hij schor. ‘Hey lieferd,’ antwoord ik. Nadat we eventjes gepraat hebben komt de zuster binnen voor het ontbijt en daarna komt de dokter weer voor een paar testjes. Even later komt hij terug met een vrij positief gezicht. ‘De ontsteking is gezakt, infuus is niet nodig en we zien geen enkele reden om je nog in het ziekenhuis te houden, want zolang zij je buurt is wordt je alleen maar beter! Dus wat ons betreft mag je naar huis!’ Ik zie de blijde maar verbaasde uitdrukking op Yanick zijn gezicht. ‘Je mag naar huis!’ roep ik uit en geef hem een knuffel. ‘Maar..’ begint hij. ‘Twee dagen geleden, was ik nog in levensgevaar!’ ‘Ja, dat weten we!’ antwoord de dokter. ‘Maar aangezien je vooruit gaat zolang zij hier blijft kan je beter naar huis, zodat zij vaker bij je kan zijn en zodra het slechter gaat moet je gewoon naar het ziekenhuis komen!’ De dokter gaat weer weg en Yanick belt met de telefoon zijn ouder op. Zodra hij heeft opgehangen begint hij te praten. ‘Ik mag naar huis, dankzij jou!’ zegt hij tegen mij. ‘Zonder jou, was ik er waarschijnlijk niet meer geweest! Ik wil je echt nooit kwijt!’ ‘Yanick! Zonder mij had je het ook gered!’ zeg ik verlegen. ‘Nee, echt niet.. Ik weet het zeker!’ antwoord hij.

Aan het eind van de middag worden we opgehaald door Yanick zijn moeder. In de auto staar ik stil voor me uit. De woorden van Yanick spoken door mijn hoofd. ‘Ik wil je nooit kwijt’ fluister ik stil. Ik hem ook niet, denk ik bij mezelf, maar zullen we altijd bij elkaar blijven? Bij zijn huis stappen we uit en gaan we naar binnen. Ineens zien we allemaal mensen zitten. ‘Welkom thuis Yanick!’ klinkt het. Ik zie dat onze klas er is en ook Jeroen en Laura zijn er. Yanick zijn spullen worden naar boven gebracht en we gaan gezellig tussen de mensen zitten. ‘Meis, heb je het een beetje overleefd?’ vraagt Jeroen even later. ‘Ja, dat wel, maar ik ben kapot..’ ‘Kan ik begrijpen, gewoon lekker uitrusten eh!’ antwoord Jeroen. ‘Zal ik doen!’ zeg ik dankbaar.

De hele avond blijft iedereen daar, het is onwijs gezellig, maar algauw vertrekt Yanick naar bed, want hij is nog erg snel moe. Ook ik kan mijn ogen niet lang open houden en ik merk dat mijn oogleden dichtzakken terwijl ik tegen Jeroen ga liggen. ‘Wakker worden’ klinkt een stem ver weg. Als ik mijn ogen open weet ik weer waar ik ben. Iedereen is nu al weg, maar Jeroen zit nog steeds naast mij. ‘Ik breng je wel thuis,’ zegt Jeroen zacht en daarna vallen mijn ogen weer dicht. Ik droom over een geweldig leven en lieve mensen en weet dat het zo is..

-----------------
EINDE..

dootjuuh

Berichten: 497
Geregistreerd: 16-01-04
Woonplaats: Leeuwarden

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 04-09-05 18:44

wow wat een verhaal
:d

Invisible

Berichten: 897
Geregistreerd: 03-07-05
Woonplaats: vlakbij den haag

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 04-09-05 20:27

Echt mooi geschreven

Ayasha
Blogger

Berichten: 59796
Geregistreerd: 24-02-04

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 04-09-05 21:01

wow

Talsha

Berichten: 2573
Geregistreerd: 26-02-04
Woonplaats: Boeskoolstedke

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 02:08

jeetje, wat een geweldig mooi verhaal!!! echt super!!

urdal_lover
Berichten: 749
Geregistreerd: 15-03-05

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 08:41

mooi verhaal!

Noppes

Berichten: 2719
Geregistreerd: 10-08-04
Woonplaats: Groningen

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 09:26

Wow! Mooi! Echt mooi geschreven.
[Enigste punt is dat ik het stukje van de blindedarmontsteking nogal onwaarschijnlijk vind. De dokters laten hem erg snel gaan en naar mijn eigen ervaringen daarmee [broer] is dat meestal niet zo]
Maar verder echt erg mooi! Heb hem ineenkeer uitgelezen

Perzik

Berichten: 3336
Geregistreerd: 28-03-05
Woonplaats: Nederland

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 18:58

mooi verhaal echt heel cool

Anoniem

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 19:23


_Eline_

Berichten: 2187
Geregistreerd: 28-08-05
Woonplaats: Amstelveen

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 20:01

Wauw weer zo'n mooi verhaal van je Ier

Anoniem

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 20:07

Dat was mn 1e vhaal Elii ..
Niet sow megavee lreactiies
Zeker te veel tekst voor iedereen (h)

Anoniem

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 20:11

haha
tis makkelijker lezen via de eccentrix site
die ik dus niet meer kan openen ...

bliksempie

Berichten: 1798
Geregistreerd: 19-05-05

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 20:57

geweldig verhaal ik vind het echt heel mooi geschreven

Tinkebel

Berichten: 3992
Geregistreerd: 09-11-04

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-09-05 21:23

Zo hee wat een verhaal !
Super mooi hoor !

Anoniem

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-09-05 14:55

ier!
je hebt een hoop fans!

Grietzz

Berichten: 1838
Geregistreerd: 25-10-04
Woonplaats: Ede

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-09-05 16:45

woow, super gaaf verhaal!

Anoniem

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-09-05 16:50

zeker wel

bliksempie

Berichten: 1798
Geregistreerd: 19-05-05

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-09-05 19:39

ga je nog verder schrijven?

Miepmiept
Berichten: 2167
Geregistreerd: 20-10-03

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 06-09-05 23:56

Heel mooi verhaal, maar tjee wat lang zeg! Heb het in delen gelezen.

caat_eve

Berichten: 1790
Geregistreerd: 02-07-05

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 07-09-05 12:47

Wat een geweldig verhaal!!!
ga je nog een deel 2 schrijven?
echt supermooi!!!!!!

Anoniem

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 07-09-05 19:12

JanS gaat dee l2 afmaken
Ik was er aan begonnen.. Maar k had geen zin meer ..
Dus ben toen aan een ander verhaal begonnen,,

marjoke

Berichten: 3559
Geregistreerd: 28-06-04
Woonplaats: OUD-TURNHOUT

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 07-09-05 20:17

het is prachtig!
ben er echt helemaal stil van en ik heb het ook in delen gelezen omdat ik niet zo snel lees. maar ik ben toch blijven doorlezen! en echt ik meen het, het is zo onwijs prachtig!
meestal las ik 's avonds en toen ik ging slapen was ik helemaal stil en ongelukkig begon ik zelfs gedichten te schrijven..
dus ga je nog verder schrijven? zou ik echt onwijs leuk vinden!
je hebt zeker talent!

NathalietjeB

Berichten: 17288
Geregistreerd: 04-07-05
Woonplaats: ergens

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 07-09-05 23:27

ook dit verhaal is super.....loopt gelukkig allemaal goed af zeg
je heb talent voor een schrijfster

Hermelijn

Berichten: 6664
Geregistreerd: 05-05-02
Woonplaats: Maastricht

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 08-09-05 14:59

Ik vind em een beetje te snel gaan, ik denk dat je met een heleboel stukken wel wat meer had kunnen schrijven over hoe ze zich voelde. Ook vind ik de MSN-gesprekken met JanS een beetje ongeloofwaardig overkomen.

Ben in ieder geval wel benieuwd naar het vervolg.

caat_eve

Berichten: 1790
Geregistreerd: 02-07-05

Re: [Verhaal] Gevangen in problemen..

Link naar dit bericht Geplaatst: 08-09-05 15:34

Ier welke verhalen hebje nog meer geschreven? mag ik die ook lezen! dit verhaal si zo geweldig!!!