deel 3
Die nacht sliep ik niet goed. Het was erg warm weliswaar, maar daar kwam het niet door. Steeds als ik mijn ogen sloot, zag ik je weer. Ik voelde me raar, vreemd, had zoiets nog nooit eerder meegemaakt. Telkens als ik aan je dacht, kreeg ik een raar gevoel in mijn buik. En dat, terwijl ik niet eens wist hoe je heette!
Toen het eindelijk morgen was, besloot ik dat ik naar je op zoek moest gaan. Ik moest je gewoon nog een keer zien, al was het alleen maar om je naam te vragen. Ik vertrouwde mijn beste vriendin Sara mijn plan toe, en ze wilde me wel helpen zoeken. De rest ging een boottochtje maken, maar wij bleven thuis.
Ik had geen idee waar ik je moest zoeken, tot Sara met het plan kwam om de kade een bezoekje te brengen. Aangezien we je nog niet eerder gezien hadden, zou het kunnen dat je de dag ervoor was aangemeerd. Een logische gedachte, al was ik wel erg bang dat je dan alweer op zee zou zitten.
Uren zwierven we langs roeibootjes, plezierjachtjes en zelfs een groot cruiseschip; je was onvindbaar. De teleurstelling was groot, maar Sara was een meester in mensen opbeuren. Aan mijn hand sleepte ze me mee naar een terrasje met uitzicht op het grote cruiseschip. Ze bestelde twee enorme coupes ijs waarvan we van tevoren al wisten dat we ze nooit op konden krijgen.
Er liep een man met een helwit uniform aan over het bovendek van de boot. Hij had een bijpassende pet op, waarschijnlijk was hij de kapitein. Met een verrekijker tuurde hij naar de terrasjes. Langzaam kwam zijn gezichtsveld steeds dichter bij Sara en mij. Ik denk dat hij me toen al zag. Hij kwam het schip af, liep over kade naar ons terras.
Jij was het! Mijn hart maakte een sprongetje van vreugde, ik wist niet meer waar ik moest kijken. Met doelgerichte stappen kwam je naar me toe. Of dat dacht ik tenminste. Je keek me niet aan, je keek naar iets achter mij. Een mooie, lange donkerharige vrouw stond achter me naar je te zwaaien. Je begroette haar met een zoen.