Ik hoor graag reacties. Tis wel lang hoor

*** --- *** --- *** --- *** --- *** --- *** --- *** --- *** --- *** --- ***
“Wiens idee was het ook alweer om naar Schotland te gaan?” Verzuchtte Chris terwijl ze naar buiten staarde. Het was grauw en het was net begonnen met regenen, dikke druppels rolden over het zijraampje naar beneden. “Met dit weer hadden we net zo goed in Nederland kunnen blijven!”
“Maar in Nederland hebben we niet zo’n mooi landschap.” Probeerde Ellen voorzichtig. “En zeker niet van die mooie kastelen!” Ze wees enthousiast naar buiten. Op een hoge klif boven de zee stond een indrukwekkend kasteel. Het zag er oud en verlaten uit.
“Hmf, ik was toch liever naar een tropisch eiland gegaan hoor. Dan maar geen kastelen. Nee zon, zee, strand. Mooie, gebruinde jongens met een zwoel accent.” Zwijmelde Chris.
“He, je gaat toch niet op de bekleding van mijn mooie auto kwijlen!” Grapte Eva. Chris grijnsde gemeen. “Nee hoor Eef, Ik zal niet in je mooie auto kwijlen, maar ik geloof dat ik een beetje misselijk word.” Chris trok een gezicht alsof ze erg misselijk was en maakte de bijbehorende kotsgeluiden. Een leeg waterflesje raakte trefzeker haar schouder.
De auto begon te schudden en alle losliggende voorwerpen in de auto vlogen in het rond, Chris en Ellen grepen zich stevig vast aan de handvatten boven hun deur terwijl Eva in alle macht probeerde de van de weg geraakte auto onder controle te krijgen. Door de regen was de berm modderig en glad geworden. De klif, die nu vlak naast de auto was, was niet erg geruststellend.
“Eva! Pas op voor die boom!” Maar Ellens waarschuwing kwam te laat. Met een luide dreun vouwde de motorkap zich om de, gelukkig niet zo heel dikke, boom.
De meiden zaten versuft in de auto, een luide sis steeg op van onder de motorkap. Eva bracht haar trillende hand naar de klink van de deur. Ze stapte uit en keek vol ongeloof naar haar auto, die nu voor een belangrijk deel om de boom gevouwen zat. De regen plensde onophoudelijk naar beneden. In een korte tijd was Eva helemaal doorweekt en de natte slierten donker haar hingen langs haar gezicht. Ze voelde een hand op haar schouder, ze keek op en zag Ellen.
“Daarom mochten wij dus vroeger niet donderjagen in de auto” Merkte Chris droog op.
“Dit is niet iets om grapjes over te maken Chris!” Schreeuwde Eva boos. “Kijk nou, mijn auto is helemaal naar de klote, we zitten letterlijk in the middle of nowhere, en jij gaat van die stomme opmerkingen maken!” Tranen brandden achter Eva’s ogen, maar ze was niet van plan daar aan toe te geven.
“Nou sorry hoor, dat ik zo geschrokken ben. Ik weet ook niet hoe ik er mee om moet gaan! Ik ben nog nooit eerder verongelukt met de auto, weet je.” Chris zakte door haar knieën in het natte gras van de berm. “Het spijt me, het is mijn schuld dat dit gebeurde.” Het was niet te onderscheiden of er nu tranen over haar wangen rolden of dat het de regen was die nog steeds volop neersloeg. Eva liep naar Chris toe en zakte ook door haar knieën. “Nee, het is niet jouw schuld, het is mijn schuld. Ik had beter op de weg moeten letten.” “Nee, het is ònze schuld. We hadden allemaal beter moeten weten.” Zei Ellen troostend.
“Ellen?”
“Ja Chris?”
“Je zit helemaal onder het bloed!”
Dikke stralen helder rood bloed liepen over Ellens wangen, haar doorweekte shirtje was voor een deel roodgekleurd. Ellen veegde met haar hand over haar wang, ze keek verbaasd naar haar rood gekleurde handpalm. “Waar komt al dat bloed toch vandaan?”
Een flinke snee net boven haar wenkbrauw was de boosdoener, samen met de regen. De regen verdunde het bloed zo erg dat het leek of Ellen zwaar gewond was.
“Ja, en wat moeten we nu? We kunnen hier niet blijven staan.” Merkte Chris op. “En het lijkt me niet dat de auto het binnenkort nog gaat doen.” Ze wees op de ernstig gewonde auto.
Eva keek rond. Haar oog viel op het kasteel wat ze zo even al hadden zien staan. “Laten we wat droge kleren en belangrijke spullen inpakken en daar heen lopen.” Zei ze terwijl ze naar het kasteel knikte.
“Dáárheen?! Het lijkt me niet dat ze daar een telefoon hebben, dat er überhaupt iemand woont!” Ellen trok een vies gezicht. “En het zit er vast ook vol met spinnen.” Besloot ze.
“Het is er in ieder geval wel droog, ik heb geen zin om hier nog veel langer te blijven staan.” Eva liep naar de auto en begon wat spullen in een tas te stoppen. Ellen en Chris volgden haar voorbeeld maar, want ja… Met buiten in de regen staan schiet je ook niks op.
“Zal ik mijn zaklamp ook maar inpakken?” Vroeg Chris.
Even later gingen de meiden bepakt en bezakt op weg naar het kasteel. De regen ging onvermoeibaar verder en sloeg genadeloos neer op de drie vermoeide meiden. Plotseling lichtte de lucht op en was het landschap voor een fractie van een seconde verlicht. “Oh ja, fijn, dat kunnen…” Chris’ stem stierf weg in een luide donderslag. Het begon harder te regenen.
“Maar goed dat ik toch al tot op mijn ondergoed nat ben” grapte Ellen. Eva en Chris keken haar chagrijnig aan. “Ach kom, veel erger dan dit kan het niet worden. Bovendien zijn we er bijna.”
Ze liepen over de laatste heuvel in de weg voordat ze af zouden kunnen slaan naar het kasteel.
“Uhm Ellen?” Chris wees op de steile weg die naar het kasteel zelf toe liep.
“Oké, dus het kan toch wel erger worden…”
Een nieuwe bliksemschicht schoot door de lucht, en in de fractie van een seconde was het kasteel beangstigend verlicht.
“Misschien kunnen we naar het dichtstbijzijnde dorpje liften.” Chris fronste. “Ik denk toch dat dat veiliger is dan daar heen te gaan.”
“Ja maar we hebben nog geen een auto voorbij zien komen, ook niet toen we nog in de auto zaten.” Ellen glimlachte. “Je gelooft toch niet in spoken is het wel?”
“Nee!” Riep Chris verontwaardigd uit. “Maar dat kasteel bezorgt me de kriebels.”
Het steile pad was alles behalve goed onderhouden, veel gaten en losliggend grind maakte het moeilijk om het pad te beklimmen. En natuurlijk waren de weersomstandigheden ideaal voor het beklimmen van het pad. De regen had het pad glad gemaakt en om de zoveel meter gleed er wel iemand van de drie meiden uit.
Ondanks de hevige regenval was het niet erg koud buiten.
“Auw! Achterlijke stenen” Chris schudde haar vuist naar haar vijanden en veegde het grind van haar knieën. “Dit wás een nieuwe broek toen we aan ons ‘avontuur’ begonnen weet je.” Chris mopperde onverstaanbaar en tegen niemand in het bijzonder verder.
Na een vermoeiende tocht de berg op stonden Chris, Eva en Ellen voor het kasteel.
“Pff, wat een slecht kasteel,” Merkte Ellen op, “er zit niet eens een gracht omheen.”
“Is dat nodig dan? Ik vond die klauterpartij van net meer dan genoeg uitdaging.” Verzuchtte Eva en veegde met haar hand langs haar voorhoofd.
Chris zuchtte diep, “Nou, zullen we dan maar?” Ellen en Eva knikten.
De enorme hardhouten deur rees hoog boven de hoofden van de meiden uit.
“Geen deurbel.” Merkte Ellen droog op.
“Had je een deurbel verwacht op een oud kasteel?” Zei Chris.
“Geen deurbel maar wel een erg hippe deurklopper” Eva wees op de chique, rijk versierde, ijzeren deurklopper. Eva bracht haar hand naar de deurklopper. Chris greep haar hand. “Niet doen, dadelijk doet er iemand open!”
Eva keek haar aan. “Dat is toch de bedoeling als we er ook ìn willen?”
Ellen grinnikte. Eva klopte aan. De kloppen klonken luid en hol. “Als ze dát niet gehoord hebben dan weet ik het ook niet meer.”
Minuten gingen om er en gebeurde niets. “Niemand thuis dus” Concludeerde Eva.
“Misschien is de deur wel gewoon open.” Opperde Chris.
“Ja hoor, die zal vást open zijn.” Zei Ellen sarcastisch. Eva drukte tegen de zware houten deur. De deur kraakte een beetje en gaf iets mee. “Help eens duwen!”
Ellen en Chris kwamen naast haar staan. “Oke, op drie! Eén… Twee… Drie!”
Op volle kracht drukte het drietal tegen de deur. Met een luid gekraak en gepiep gaf de deur een paar centimeter mee. Na een aantal keer flink hard tegen de deur gedrukt te hebben stond de deur wijd genoeg open zodat de meiden zich er tussendoor konden wurmen.
Binnen stonden ze in een enorme, donkere hal, droge koude lucht zorgde ervoor dat de meiden rilden. Chris viste haar zaklamp uit haar tas en knipte hem aan. De baan helder licht scheen over de oude stenen muren. De hal was hoog en er stonden enorme pilaren die het plafond ondersteunden. “Wow.” Veel meer kon ze ook niet uitbrengen.
“Wat ontzettend groot!” zei Ellen hardop, haar stem galmde door de hal heen. “Maar het is hier wel koud hoor.” Ze rilde en danste wat op en neer om warmer te worden.
“Zullen we maar onze droge kleren aan doen?” Zei Eva die alvast in haar tas begon te zoeken. “Nou ja.. droog.” Ze pakte een broek uit haar tas en veegde over de natte plekken. “In ieder geval droger.”
“En nu?” Vroeg Ellen. De meiden hadden zich aangekleed en stonden nog in de hal. “Zullen we kijken of er misschien een plek is waar we kunnen gaan zitten of zo? En waar het misschien wat warmer is.” Ellen wreef over haar armen.
Ze keken rond, Chris scheen met haar zaklamp langs de muren, opzoek naar een deur of doorgang.
“Daar!” wees ze. In het schijnsel van de zaklamp was een holte in de muur te zien in de vorm van een deur. Ze liepen er naar toe. Het was inderdaad een doorgang zonder deur. Maar wel met een dikke laag spinnenwebben en rag die de doorgang versperden.
“Ik zei het toch! Spinnen.” Zei Ellen. “Daar ga ìk dus niet naar binnen.”
Chris en Eva trokken een vies gezicht. “Laten we kijken of er nog andere deuren zijn.” Stelde Eva voor. “Ja, maar dan graag zonder spinnen.” Zei Ellen.
Aan het einde van de gang was een enorme dubbele deur met zware ijzeren ringen.
“Wie verzint het nou om zulke zware deuren te maken, dat is toch helemaal niet handig!” Riep Chris uit. Haar stem echode hard door de gang, ze schrok er zelf van.
Eva pakte de ijzeren ring vast. De ring was wat roestig en gaf af op haar hand. Eva trok hard aan de ring, de oude scharnieren kraakten luid, maar er gebeurde niet veel. Ze gaf nog een flinke ruk. Deze keer trok ze de ring voor een gedeelte los. “Dit schiet niet erg op.”
Ellen liep ook naar de deur toe en probeerde de andere deur. Tot haar verbazing gaf de deur, onder luid protest, een klein stukje mee. “Hey Eef, help eens!”
Eva en Chris hielpen beide door met hun volle gewicht aan de ijzeren ring te hangen. De deur schoof stukje bij beetje verder open. Wolken stof dwarrelden naar beneden en belandde in de haren van de meiden.
Voorzichtig keek Ellen om het hoekje om te zien waar de deuren naar toe leidden. Omdat het buiten donker was kwam er niet veel licht door de kleine, hoge ramen. “Chris, geef me je zaklamp eens.” Ze liet de lichtbaan door de kamer glijden. Het bleek een grote zaal te zijn. Het was binnen rommelig, houten tafels en banken stonden of lagen door de zaal heen. Het leek in de zaal wat warmer te zijn dan in de hal. Ellen glipte door de kier en liet het licht van de zaklamp door de hele zaal gaan. Alles zag er oud en stoffig uit. Aan de hoge muren waren fakkelhouders en in sommige van die houders zat nog een oude fakkel. Door de hoge kleine ramen scheen nu een klein beetje maanlicht. Het was buiten opgehouden met regenen.
“Ik denk niet dat we er op moeten rekenen dat er hier een telefoon is.” Zei Chris die achter Ellen was komen staan.
“Nou ja, het is hier in ieder geval droog en niet zo heel koud.” Zei Eva die ook binnen was gekomen. “Laten we er voor nu het beste van maken. Ik denk dat we het best bij daglicht op zoek kunnen gaan naar een huis of dorpje.”
De meiden liepen onderzoekend rond. “Als we deze tafel nou overeind kunnen krijgen dan hebben we wat om aan te zitten.” Zei Chris wijzend op een zware, houten tafel die lui op zijn kant lag. “Maar dat gaat me niet alleen lukken.”
Ellen liep op Chris af om haar te helpen. Met vereende krachten en de nodige, bijkomende geluiden kiepte de tafel op zijn poten. “Zo, dat hebben we netjes voor elkaar” Zei Chris tevreden terwijl ze haar handen aan haar broek afveegde.
Een luide knal galmde door de zaal. Chris en Ellen keken verschrikt op.
“Oeps!” Grijnsde Eva. Naast haar op de grond lag een van de grote fakkels.
“Ik wou kijken of die nog aan kon. Tja… en toen viel die.” Ze bukte om de fakkel op te pakken. “Poe. Nog best zwaar zo’n ding.”
“Kan dat ding ook nog aan dan?” vroeg Chris.
“Even proberen.” Eva viste een doosje lucifers uit haar tas en streek er een af. Haar pogingen om de lont aan te krijgen waren vruchteloos, het enige wat het haar opleverde waren verbrande vingers.
Even later zaten de drie meiden op de grote tafel.
“Ik ben niet van plan om hier te gaan slapen. Misschien is het wel de schuilplaats van criminelen of zo.” Zei Chris vastbesloten.
“Denk je niet dat criminelen de boel er wat beter uit hadden laten zien?” Merkte Ellen op.
Chris mompelde wat.
Eva stond op en keek wat rond, ze liep richting een oud, stoffig gordijn. Het gordijn was gemaakt van een dikke, zware stof. Het had een warme donkerrode kleur, nu wat grijzig en dof door de hoeveelheid stof die zich er verzameld had. Voorzichtig schoof ze het gordijn wat opzij om te zien wat erachter was. Een grote wolk met stof kwam naar beneden en kleurde haar donkere haar grijs. Ze moest hoesten en het stof prikte in haar ogen. Ze liet het gordijn los en wreef in haar ogen.
“Wat ben je toch aan het doen joh?” Vroeg Ellen.
“Ik doe een poging om hier achter te kijken, alleen werd ik aangevallen door een gemene stofwolk. Dat is toch duidelijk.” Grapte Eva.
Ze probeerde het nog een keer, dit keer kwam er veel minder stof naar beneden en kon Eva zien wat er achter het gordijn was. Ze moest goed kijken want het was donker. Ze zag een schim van een gezicht. Ze kon het slecht zien. Ze strekte haar hand uit, haar vingertoppen raakte een koud, hard oppervlak. Het was een spiegel. Ze deed het gordijn wat verder opzij. Licht scheen de grote zaal in ze moest even haar ogen dichtknijpen omdat haar ogen niet gewend waren aan het licht. Toen ze haar ogen weer open deed zag ze dat het licht veroorzaakt werd door een brede bladgouden rand om de spiegel.
En in de spiegel… in de spiegel zag ze iemand die op haar leek. Het meisje droeg een wijde donkerblauwe jurk en ze hield een donker rood gordijn opzij. Achter het meisje in de spiegel, was een mooi verlichte zaal te zien met gedekte tafels.
Eva schrok toen ze opeens een hand op haar schouder voelde en een bange stem haar naam hoorde zeggen. Ze keek om en zag Ellen. Althans dat dacht ze.
Ellens rode haar was opgestoken en ze droeg een donkergroene jurk met gouden accenten. Haar ogen stonden bang en haar handen trilden.
“W-wat is er a-aan de hand?!” Haar stem klonk hoog en samengeknepen. Chris verscheen achter Ellen, ook zij had een jurk aan. De hare was donkerrood, net als het gordijn en haar gezicht stond net zo geschrokken als die van Ellen.
Eva keek de zaal in. In alle fakkelhouders zat een brandende fakkel, alle tafels stonden overeind en waren gedekt met heerlijk geurend voedsel. Donkerrode bannieren hingen langs de hoge muren. Alles zag er schoon uit.
Een tijd lang stonden ze zwijgend om zich heen te kijken. In een poging te ontdekken wat er aan de hand was kneep Chris zichzelf in de arm.
“Auw! Oké, dus het is geen droom…” Ze kneep voor de zekerheid ook in Ellens arm.
“Auw! Hou eens op!” En ze wreef over de zere plek op haar arm. “Wat is hier in vredesnaam aan de hand!? Hoe komen we ineens in deze kleren, waarom is de zaal ineens verlicht en zo mooi.”
“Dit kán helemaal niet.” Zei Eva en schudde haar hoofd. Ze deed het gordijn weer dicht. En even snel als het gekomen was verdwenen de jurken en de mooi gedekte tafels.
“Dit is wel erg bizar!” Ellen keek om zich heen, de zaal was weer een stoffige, donkere ruimte. En ze had weer gewoon haar licht blauwe spijkerbroek en haar blauwe T-shirt aan, in plaats van de chique, donkergroene jurk.
“Zullen we hier maar weg gaan?” Vroeg Chris. “Het is hier niet helemaal normaal, en ik hou toch wel van normaal.”
Eva bestudeerde het gordijn en zijn omgeving. “Ik vind het nog eigenlijk wel interessant.” Zei ze terwijl ze met haar hand over de zware stof van het gordijn streek. De kleur van het gordijn was nu veel mooier, het doffe, grijze tintje was weg nu het stof er voor het grootste deel af was. “Zijn jullie niet nieuwsgierig?”
“Niet echt!” Riep Chris die al weer halverwege de zaal was, op weg naar de deur. “Laten we maar gewoon langs de weg lopen en hopen dat er een auto langskomt die ons mee kan nemen naar het volgende dorp, of wat dan ook! Ik wil hier weg.”
Plotseling werd de zaal verlicht met een bleek licht, en vrijwel direct was het weer weg. Ellen wou wat zeggen, maar een luide donderslag was haar voor. Toen de knal wegstierf was buiten alweer het geruis te horen van regen. De meiden keken elkaar aan.
“Oke, best! Dan blijven we wel hier, maar dat gordijn blijft dicht.” Chris keek dreigend naar Eva. Eva haalde haar schouders op.
“Hebben we geen kaarten meegenomen?” Vroeg Ellen. “Ik verveel me dood hier.” Ze lag op haar rug op een van de grote tafels en staarde verveeld naar het plafond.
Eva zuchtte diep. “Nou, ik heb vooral honger. We zitten hier nu al uren en het weer blijft gewoon beroerd.” Het bleef even stil. Buiten raasde de regen door.
“Net stond er wel lekker eten op tafel.” Zei Eva suggestief.
“Ja, het zag er lekker uit.” Vulde Ellen aan. Beide meiden keken hoopvol naar Chris. Chris schudde demonstratief haar hoofd. Ze voelde er niks voor om dat gordijn weer te openen, wie weet wat er nog meer zou verschijnen. Maar haar maag protesteerde hevig tegen het gebrek aan eten.
“Nou vooruit dan maar. Ik heb ook eigenlijk wel honger.” Gaf ze na een zware, innerlijke strijd toch maar toe.
Eva stond op en liep naar het gordijn, ze streek met haar hand langs de buitenste zoom van het gordijn. De stof kriebelde zachtjes onder haar vingertoppen, haar hart klopte in haar keel toen ze het gordijn vastpakte. Ze sloot haar ogen en schoof het gordijn opzij. Ze voelde dat het warmer werd in de ruimte en door haar oogleden heen zag ze dat het licht was geworden. Haar strakke spijkerbroek voelde ze niet meer om haar benen. Toen ze haar ogen open deed zag ze Chris en Ellen in de verlichte ruimte staan. Ze hadden ze zelfde jurken aan als de eerste keer. Ze keek omlaag en ontdekte dat ook zij weer de diep blauwe jurk aan had.
Op de tafels stond heerlijk voedsel. Allerlei soorten fruit, een vreemdsoortig brood en enorme stukken gebraden vlees. Eva likte langs haar lippen en liep op de dichtstbijzijnde tafel af.
“Wat krijgen we nou?!” Eva wuifde met haar hand recht door een appel heen. “Het is een hologram of zo.”
Ellen snoof de lucht op. “Hologrammen ruiken niet toch?”
“Nee logisch, ze hebben geen neus!” Chris grinnikte hardop. Eva en Ellen keken haar geërgerd aan.
“Best, hologrammen ruiken toch nergens naar? Mierenneuker.” Mopperde Ellen. “Maar even weer serieus, we hebben nu dus nog steeds geen eten, en van die geur word ik alleen maar hongeriger.”
Eva sloeg met haar platte hand naar de appel, en ze was even vergeten dat de tafel er wél echt stond. “Auw Jezus!” Ze sprong in het rond, haar zere hand vasthoudende met haar andere hand.
Ellen keek streng naar Chris die een onschuldig gezicht trok. “Ik wou er niks van zeggen, éérlijk!”
“Nou ja we hebben het in ieder geval wel warmer, het is licht en deze jurken zijn best wel hip.” Concludeerde Ellen.
“Ja, maar we hebben ook nog steeds honger.” Eva zuchtte diep en staarde naar het heerlijke eten op tafel. De geur van het versgebakken brood drong in haar neusgaten. Ineens kreeg ze een idee. Die geur moest toch érgens vandaan komen? Ze stond op en liep richting de spiegel. Ze liet haar vingertoppen over de brede, bladgouden rand glijden. De hobbelige structuur voelde koel aan, niet echt koud. Ze bekeek de spiegel onderzoekend, ze zag haar eigen reflectie, ook al leek het niet echt op haar met die donkerblauwe jurk aan. Ze stond nu zo dicht met haar gezicht bij de spiegel dat die had moeten beslaan van haar adem, maar er gebeurde niks. Ze zuchtte tegen de spiegel aan, maar het oppervlak besloeg niet. Ze veegde met haar vingers over de spiegel. Tot haar verbazing was het oppervlak van de spiegel niet koud, het voelde zelfs warm aan onder haar vingertoppen. En ze verbeelde zich dat ze vrolijke muziek hoorde. Ze legde haar handpalm tegen de spiegel, onder haar hand werd het harde oppervlak van de spiegel zachter, de muziek klonk luider in haar oren. Het oppervlak voelde nu sponzig aan. Ze trok haar hand terug en meteen werd het stil. Er had zich een handafdruk in de spiegel gevormd die nu weer opvulde. Ze keek met grote ogen om naar Ellen en Chris, zouden zij het ook gezien hebben?
“Wat gebeurde er. Eva?” Ellen liep op Eva af. “Wat is er aan de hand, je lijkt zo geschrokken. Deed het pijn of zo?” Vroeg ze bezorgd.
“Zag je dat niet?” Eva wees op de spiegel. “Dat ding deukte in, mijn handafdruk stond erin! En, en, en er was muziek, hoorde je dat niet?!”
Ellen trok een wenkbrauw op. “Gaat het wel met je?”
Chris klopte op de spiegel, “Zie je wel, niks aan de hand.”
“Ik snap er niets van.” Eva liep naar de spiegel en legde haar hand er weer tegen aan. Het oppervlak voelde koel en hard aan. “Ik snap er niets van.” Herhaalde ze. Onder haar hand werd het oppervlak van de spiegel warmer en zachter.
Ellen en Chris keken vol verbazing toe hoe Eva’s hand in de spiegel verdween. Het oppervlak van de spiegel voelde nu stroperig aan. Eva kon de muziek nu duidelijk horen alsof het in de zaal gebeurde. Haar angst wou haar hand terugtrekken, maar haar nieuwsgierigheid overwon en dwong haar verder door de spiegel te gaan.
Ellen en Chris grepen haar bij haar andere hand. ”Waar ga je heen?!” Riep Ellen verschrikt uit.
“Er is maar één manier om daar achter te komen.” Zei Eva met een grijns.
Als vanzelf gleed het drietal door de spiegel. Het was een vreemd gevoel. Het voelde nattig aan, maar ze bleven helemaal droog. Ze kwamen uit aan de andere kant van de spiegel. Voor zich zagen ze de bekende grote zaal. Of toch niet. De zalen leken op elkaar, maar deze was precies verkeerd om… in spiegelbeeld.
De geur van het eten was hier nog sterker en deed de magen van de meiden rommelen. Chris snoof luid de geuren van het lekkere eten op. Ze deed een paar stappen in de richting van de tafel.
Vanuit de gang klonken duidelijke, ritmische voetstappen. Het geluid weerkaatste in de hoge gang waardoor het erg hard klonk. De meiden keken verschrikt om zich heen, waar konden ze zich verstoppen? Hun ogen schoten door de enorme ruimte, waar veel te weinig objecten waren om je achter te verschuilen.
“Laten we ons achter het gordijn verstoppen.” Eva deed het rode gordijn, wat ook aan deze kant voor de spiegel hing, dicht. Chris en Ellen schoten als eerste achter het gordijn. De grote deuren van de zaal gingen open.
Eva keek als een konijntje dat recht in het licht van een naderende auto keek. Als verstijfd stond ze daar met het gordijn nog in haar hand.
“Vrouwe Evalyn!” De, in een middeleeuwsachtig kostuum geklede, man keek verbaasd naar Eva. En Eva keek haast net zo verbaasd terug. “Wat doet u hier jonkvrouwe? U hoort boven in uw vertrek te zijn.” De wacht liep op haar af en stak zijn hand uit om haar aan haar arm mee te nemen.
Eva deed een paar stappen achteruit. Vrouwe Evalyn? Wat was dit? Ze keek hem wantrouwig aan, klaar om van zich af te bijten.
Chris en Ellen kwamen nu vanachter het gordijn tevoorschijn.
“Wat wil hij?” Fluisterde Chris in Eva’s oor.
“Vraag het hem zelf, ik weet het niet.” Siste ze terug.
De wacht keek verbaasd naar de twee, nieuw verschenen, dames. Toen hij schijnbaar over zijn verbazing heen was liep hij liep kordaat op Chris af. Hij greep haar stevig bij haar bovenarm. “Christina, wat is dit? Waarom is vrouwe Evalyn niet in haar vertrekken?”
Chris probeerde zich los te wurmen, haar hart ging als een razende tekeer. Hoe wist hij haar naam?
“I-i-ik begrijp het niet.” Stotterde ze. Zijn vingers drukten diep in haar arm, tranen van angst en pijn brandden achter haar ogen.
Hij duwde Chris ruw van zich af zodat ze bijna viel. “Breng vrouwe Evalyn direct naar haar vertrekken, ze moet zich klaarmaken voor haar bruiloft.” Hij wees in de richting van een deur. Hij draaide zich om en liep in ritmische passen weg. Zijn stappen klonken luid door de akoestiek van de zaal.
De drie meiden bleven verward achter. Wat was dit voor iets bizars? Chris’ adem ging schokkerig in een poging niet te gaan huilen.
“Gaat het met je?” Ellen legde haar hand op Chris’ schouder.
“Ja, ja het gaat wel, ik ben me helemaal kapot geschrokken. Mijn hart gaat nog steeds als een bezetene tekeer.”
“Wat moeten we nu?” Vroeg Eva zich hardop af.
“Kunnen we niet terug door de spiegel?” Chris liep op de spiegel af en legde haar hand tegen het gladde oppervlak. Er gebeurde niets. Het oppervlak was koel onder haar hand en er vormde zich een klein randje condens. “Eva doe jij het eens.”
Eva legde ook haar hand tegen de spiegel, en ook nu gebeurde er niets. “Hoe kunnen we nu terug?” Lichte paniek klonk in Eva’s stem. “We kunnen hier niet blijven.”
“We kunnen hier ook niet blijven staan, straks komt die engerd terug.” Chris wreef over haar pijnlijke arm.
“Ik ben bang dat we dan maar moeten doen wat hij ons heeft gezegd.” Zei Ellen zacht.
“Ja, maar ik ben helemaal niet vrouwe Evalyn, en ik ga helemaal niet trouwen. Ik begrijp er helemaal niks van! En ik wil naar huis.” Zei Eva, haar stem klonk paniekerig.
“Nou ja als we hier dan toch vastzitten...” Chris liep naar de dichtstbijzijnde tafel en pakte een plak brood. “Best lekker.” Vervolgde ze met volle mond.
“Gek! Dat kan je toch niet doen!” Riep Eva uit.
“Ik heb ook best wel honger.” Zei Ellen en ze liep ook naar de tafel.
Eva zuchtte. “Mja, ik heb ook eigenlijk wel honger, één plakje, en dan gaan we hier weg.” Zei ze vastbesloten.
“Wees hij nou net op deze deur?” Vroeg Ellen die haar hoofd om het hoekje van de openstaande deur stak.
“Ik dacht het wel.” Zei Eva die ook in de deuropening kwam staan. “Kijk een trap.” Ze wees op een enorme stenen trap die hoog in het donker verdween.
“Laten we daar dan maar heen gaan.” Zei Chris en haalde haar schouders op.
“Best, maar dan neem ik wel dit mee.” Zei Eva en ze pakte met veel moeite een zware fakkel uit één van de houders.
Het schijnsel van de fakkel verlichtte slechts een paar treden voor hen uit zodat ze niet konden zien of de trap een bepaalde kant op boog of dat, ook niet ongebruikelijk, de treden kapot waren.
De trap was lang en de lucht was droog. “Ik zou een moord doen voor een flesje Spa rood.” Verzuchtte Ellen.
“Ja, en dat hebben ze hier vást.” Merkte Chris sarcastisch op. “Zijn we er eigenlijk al bijna, kun je al wat zien?”
Eva tuurde voor zich uit, maar buiten het schijnsel van de fakkel kon ze niks herkennen. “Ik weet het niet, maar ik hoop dat we er nu toch bijna zijn.” De meiden liepen moeizaam verder.
Een schel gilletje deed Eva en Chris opschrikken, ze keken geschrokken achterom en ze zagen dat Ellen al wiebelend probeerde haar evenwicht te bewaren. Toen ze weer stevig stond mopperde ze:” Ja, die jurken zijn wel uiterst mooi, maar ook uiterst levensgevaarlijk, net als deze trap.” Eva en Chris grinnikten om de uitdrukking op het gezicht van hun vriendin.
Behoedzaam liepen ze alle drie verder.
“Ja! Ik zie wat!” Riep Eva uit. Net voorbij het licht dat haar eigen fakkel afgaf zagen ze een vaag, maar warm schijnsel dat schijnbaar net voorbij de bocht lag. De meiden begonnen wat harder te lopen, gedreven door de wil om in het licht te zijn. Toen ze om de bocht kwamen zagen de een, wederom met fakkels, verlichte gang. In de gang waren verschillende deuren aan beide kanten. Aan de muren hingen portretten van allerlei mannen en vrouwen en zo hier en daar een portret van een kind.
Eva probeerde de fakkel te doven, hier was genoeg licht en dat ding leek wel 20 kilo te wegen. Onhandig drukte ze de bovenkant van de fakkel op de grond. Na een paar mislukte pogingen ging eindelijk het vuur uit en Eva zette de fakkel tegen de muur en veegde het zweet en een paar loshangende plukjes haar van haar voorhoofd.
Ellen en Chris langs de portretten, ze allemaal één voor één te bekijken. Eva staarde naar het portret dat vlak voor haar neus hing, haar mond viel een beetje open. “Ellen… Chris!” Riep ze met een verstikte stem.
Ellen en Chris keken verbaasd om naar hun vriendin en terwijl ze op haar afliepen zagen ze het portret waar Eva voor stond. De jonge vrouw op het schilderij leek exact op Eva, haar ogen, haar neus, haar haar. Alles klopte tot op de laatste sproet.
Het was voor Eva net of ze in een spiegel keek. “Dit is echt bizar.” Zei ze terwijl ze zachtjes met haar vingers over het doek streek.
Ze hoorden stemmen dichterbij komen, Ellen greep de knop van de dichtstbijzijnde deur een deed die voorzichtig een stukje open, de kamer was leeg. “Kom, snel hierin!” Ze pakte Eva bij haar mouw. De meiden schoten vlug de kamer in. Ellen sloot de deur weer. Kort daarna hoorden ze de stemmen aan hun deur voorbij gaan.
Ook deze kamer had hoge muren. Langs de muur tegenover de deur stond een tweepersoons hemelbed, je weet wel, zo één die ieder klein meisje wel wil hebben. Daarnaast was een schrijftafel van donker hout. Aan de korte kant van de muur stond een soort van kaptafel met een spiegel erboven. De vloer was gewoon van steen, maar onder het bed was een groot, rond kleed. Aan de andere korte kant van de kamer was een hoog raam dat omlijst werd door zware donkerblauwe gordijnen. Als je de deur doorkwam stond aan de linker kant een enorme, donkere, houten kledingkast met zware, ijzeren handgrepen.
“Wow, dit is nog eens een chique kamer zeg.” Chris draaide een paar keer om haar as om de hele kamer eens goed te bekijken. “Er mogen wel wat meer posters aan de muur, hoor.” Grapte ze.
Eva liep naar de schrijftafel, er lagen een paar papieren op en er lag een ganzenveer. Ze ging op de stoel zitten die voor de schrijftafel stond. Ze liet haar vingertoppen over het donkere hout dansen, haar hand dwaalde af na de knop van de kleine lade en ze sloot haar vingers er omheen. De la schoof soepel open toen ze zachtjes de knop naar zich toe trok. In de la zag ze meer papieren liggen en er stond een klein potje waar waarschijnlijk de inkt inzat, ook waren er een paar ongebruikte ganzenveren.
“Eva, wat doe jij nou! Je gaat toch niet zomaar bij iemand anders in de la snuffelen?” Het was even stil. “Wat zit er eigenlijk in?” vroeg Chris nieuwsgierig en kwam achter Eva staan. Eva zei niets en ze streek afwezig over de stugge, lederen kaft van een klein boekje wat achterin de lade zat.
“Dit is vast haar dagboek.” Mompelde ze
“Wiens dagboek?” Vroeg Ellen die nu ook achter haar was komen staan.
Voorzichtig, alsof het erg breekbaar was, pakt Eva het dagboek uit de lade en legde het zachtjes op de schrijftafel.
“Je gaat het toch niet lezen hè?” Vroeg Ellen.
“Waarom niet? Dan had ze het maar beter moeten verstoppen.” Zei Chris droog. En boog ook over het boekje om niets te missen. Eva keek haar strak aan.
“Wat?” Vroeg Chris.
“Ik lees jouw dagboek toch ook niet.” Reageerde Eva op scherpe toon.
“Het is anders ook niet jòuw dagboek.” Chris zette verdedigend haar handen in haar zij.
Eva werd even stil en keek naar het kleine boekje dat voor haar lag. Ze raakte voorzichtig de kaft aan. “Het voelt wel alsof het mijn dagboek is.” Mompelde ze. “Wat is er toch met me?”
“We kunnen best even spieken om te zien van wie het dagboek is.” Opperde Chris die van nature al erg nieuwsgierig was.
“Ach ja, er komt toch niemand achter als we het direct weer terug leggen.” Gaf Eva toe en ze sloeg het boekje open. Ellen kwam nu ook dichterbij staan, die stiekem ook wel nieuwsgierig was geworden. Op de binnenkant van de kaft stond het volgende: Dit geheime dagboek behoort alleen aan Evalyn.
Eva keek naar Chris, en van Chris naar Ellen. Weer die Evalyn, waarom dacht die man beneden dat zij Evalyn was, waarom leek ze zo op dat portret in de hal, waarom voelde het alsof dit dagboek van haar was? Die vragen spookten door haar hoofd, en door al die vragen had ze hoofdpijn gekregen en had ze langzaam aan het gevoel dat het allemaal niet echt was, meer een droom. Een hele vreemde droom.
Haar ogen dwaalden weer naar het boekje en ze draaide de eerste bladzij om:
~~~
Vandaag ben ik stiekem, tegen vaders wil in, met Christina en Eileen naar het dorp gegaan. We hadden ons sober gekleed om niet op te vallen onder de gewone mensen. Er was blijkbaar een markt gaande toen wij arriveerden, er waren veel mensen met grote tassen. En er waren mensen die door middel van hard roepen hun koopwaar probeerden te verkopen. Ondanks mijn sobere kledij viel ik toch op. Blijkbaar straal ik op de een of andere manier uit dat ik niet onder de gewone mensen behoor. Christina en Eileen gingen makkelijker op in de mensenmassa, vast omdat zij vanuit een gewoon huis geboren zijn.
De drukte op de markt was niet vervelend, er was een soort van gezelligheid zonder strikte regels zoals thuis. Ik vraag me af waarom vader niet wil dat ik me onder de gewone mensen bevind. Ik vond het juist leuk om iedereen bezig te zien met hun dagelijkse dingen, daar een deel van te zijn. Ik heb voor een vrouw een appel op geraapt die uit haar mand was gevallen, ze lachte vriendelijk naar me toen ik haar de appel terug gaf en zei dat ik die wel mocht houden. En de appel smaakte heerlijk! Ik zou wel vaker naar het dorp willen, maar vader verbiedt het me, en wegsluipen valt niet altijd mee. Vandaag was ik gelukkig net op tijd weer terug op mijn kamer.
Maar ik ga absoluut binnenkort nog een keer!
~~~
Onwillekeurig bladerde Eva door naar de laatste beschreven bladzijde.
~~~
Ik wil dit niet langer meer, vader wil dat ik trouw met een of andere graaf, ik kén hem niet eens! Bovendien is hij al ontzettend oud, zeker 40! Ik ben mijn leven in dit kasteel zat, ik wil naar buiten en normaal zijn. Werken voor mijn eten en niet bediend worden. Ik wil mijn eigen keuzes maken en me niet aan allerlei, stomme etiquette regeltjes houden. Ik ga hier weg, ik wil dit niet langer!
~~~
“Nou die weet wat ze wil.” Mompelde Chris
“Ik kan haar wel begrijpen.” Zei Ellen.
Eva knikte. “Het moet verschrikkelijk zijn, leven als een gevangene in je eigen huis.” De drie meiden staarden in stilte naar het stukje tekst toen ze voetstappen in de gang hoorden en die stil hielden voor de deur van de kamer. In paniek keken ze elkaar aan, wat nu?!
“Ik weet het zeker Christina, ik wil hier weg! En dat niet alleen, ik gá ook weg!” Een jonge vrouw gekleed in een donkerblauwe jurk stormde de kamer in, achter haar liep eveneens een jonge vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd. Haar blonde haar was strak opgestoken en haar rode jurk wapperde om haar benen doordat ze zo snel moest lopen.
“Evalyn, denk er nou nog even over na!” Drong een derde meisje aan. Haar donkergroene jurk paste precies bij haar groene ogen en haar rode krullen dansten om haar, iets rood aangelopen, gezicht.
“Ik héb er over nagedacht Eileen, lang en veel, en ik ga weg! Vader mist me toch niet.” Evalyn liep doelbewust naar het bed. “Bovendien ben ik het zat dat hij mijn leven dicteert. Ik ben 19, mag ik alsjeblieft mijn eigen keuzes maken?”
Eva hield haar adem in toen ze de voeten naar het bed zag lopen en ze probeerde nog verder weg te duiken. Toen ineens het voorwerp waarachter ze zich verschool weg werd getrokken liet ze bijna een gilletje van schrik en opgehoopte spanning gaan. Ze beet hard o haar onderlip en hield zich doodstil in de hoop niet opgemerkt te worden. Vlak boven zich hoorde ze een plof. Dat waar ze achter had gelegen lag nu blijkbaar op het bed.
Evalyn maakte de riemen van de koffer open en deed het deksel omhoog, ze liep naar de schrijftafel en trok het laatje open en rommelde er wat in.
“Waar wil je dan heen gaan?” Eileen deed haar handen in de lucht. “Je kunt toch niet langs de kant van de paden gaan slapen en leven van de lucht?”
“Ik vind wel werk en onderdak.” Zei Evalyn vastbesloten. Terwijl ze een klein boekje met lederen kaft tevoorschijn haalde. “Gaan jullie nou alleen maar zeuren of helpen jullie ook nog een handje?” Evalyn liep naar het bed en legde het boekje zorgvuldig in de koffer.
“Je bent toch niet te stoppen.” Verzuchtte Christina en ze liep naar de grote kledingkast en deed de deuren open. “Wat wil je allemaal meenemen?” Klonk haar gedempte stem vanuit de kast en ze rommelde wat rond.
“Niet zo veel, alleen het nodige.”
Vanachter de dikke gordijnen keken Ellen en Chris met open monden naar hun evenbeelden die nu met kledingstukken tussen het bed en de kast heen en weer liepen.
“ Evalyn” Begon Christina. “Ik denk niet dat je alleen moet gaan, laat mij met je meegaan.” Eileen stopte even met haar inpakwerkzaamheden en fronste. “Jullie laten mij hier niet alleen achter hoop ik. Het kasteel zit verder vol met saaie mensen.”
Evalyn glimlachte. “Ik kan jullie niet tegenhouden geloof ik. Ik zou het heel fijn vinden als jullie mee zouden gaan.” Evalyn keek naar buiten. Chris en Ellen doken ineen, maar Evalyn zag hen niet.
“We moeten opschieten het is bijna middag.” Eileen en Christina knikten en gingen gauw verder met de laatste dingen in de koffer pakken. Toen alles in was gepakt keek Evalyn nog even een keer rond in haar kamer en somde in haar hoofd op wat ze allemaal mee had genomen en knikte voldaan.
“Kom dames geen tijd te verliezen, rond deze tijd wisselt de wacht aan de poort, we kunnen er dan vast ongezien langs glippen.” Christina pakte de koffer mee en het drietal verdween door de deuropening naar buiten.
“Waar is mijn dochter!” Bulderde een grote man. Hij was duidelijk een voornaam man. Hij was gekleed in alleen maar de fijnste stoffen, de kleren gemaakt door alleen maar de beste kleermakers. Zijn volle baard was donker maar vertoonde zo hier en daar een grijze haar. Een gouden ring fonkelde aan zijn middelvinger terwijl hij woest met zijn vuist schudde. Zijn gezicht was rood aangelopen en boven zijn oog klopte een adertje zo snel als hij kon.
Dit stak sterk af tegen het bleke gezicht van de, veel kleinere, wacht. De arme man werd door elkaar geschud en leek een lappenpop in de grote handen van de woeste man.
“Ga mijn dochter nù ophalen!” Beval hij en hij liet de kleine man los. Hij landde met een smak op de harde, stenen vloer. Hij trilde nog na terwijl hij weer opkrabbelde, maar hij knikte gehoorzaam en haastte zich de kamer uit.
De grote man trommelde geërgerd met zijn vingers op de leuning van zijn stoel. “Dat kind is veel te ongehoorzaam.” Mopperde hij in zichzelf.
Een luid kloppen op de deur deed de meiden opschrikken. “Vrouwe Evalyn!” Eva, Chris en Ellen keken elkaar verschrikt aan. De meiden maakten aanstalten om zich snel weer te verstoppen maar de deur ging al open. “Vrouwe, uw vader verwacht u beneden, en als ik zo vrij mag zijn, ik raad u aan om snel te zijn, hij is ziedend.”
Eva wist niet goed wat ze met deze situatie aan moest, zou ze nu inderdaad naar beneden gaan en haar ‘vader’ onder ogen komen? Het leek ook een slecht idee om niet te gaan. Ze keek hulpeloos naar haar vriendinnen, die even hulpeloos terug keken.
“Eh.. ja.” Ze zocht naar de juiste woorden terwijl ze naar de vloer staarde. “Ik wil me nog even… opfrissen, vertel vader maar dat ik er dan direct aankom.” Stotterde ze.
De kleine man knikte plichtsgetrouw en vertrok weer naar beneden om het nieuws door te geven.
Eva plofte op het bed dat uit protest kraakte. Ze zuchtte diep. Hoe was ze in vredesnaam in zo’n bizarre situatie terecht gekomen?
“En wat wil je nu dan? Doodleuk naar beneden lopen en “Hai pap” zeggen?!” Chris zette haar handen in haar zij. “Je weet niet wat voor kerel het is.”
“En je hebt haar dagboek gelezen, en hij is niet al te aardig lijkt het.” Voegde Ellen toe.
Eva fronste. “Welke tienerdochter vindt haar vader nu wel aardig.”
“Hij wil dat zij, jij dus, met een of andere enge ouwe vent gaar trouwen. Ik zie dat nog niet zo zitten. Laten we terug gaan naar die grote zaal om te proberen of we door die spiegel kunnen voordat je gaat trouwen.” Opperde Chris en zette een aantal stappen richting de deur.
Eva zat op het bed en keek bedenkelijk. “Daarnet konden we ook al niet terug gaan.” Maar ze glimlachte en sprong op. “We kunnen het allicht proberen, ja toch? Beter dan ‘Mevrouw Enge Ouwe Vent’ worden”
De meiden liepen vlug en zo stil mogelijk naar buiten en gingen, zo snel als het veilig was op de ongelijke treden van de trap, in het donker, naar beneden.
Hun voetstappen weerklonken hol in de smalle gang waar de trap naar beneden cirkelde. In het donker leken hun voetstappen extra hard te klinken en ook waren er andere geluiden die niet van henzelf afkomstig waren. De meiden hadden alle drie kippenvel, maar dat kwam niet van de koele lucht in de gang.
“Wat was dat?!” Fluisterde Ellen. “Ik hoorde wat”
“Sssst!” Siste Chris
Alle geluiden weerkaatsten en echoden lang door tot het weer stil was.
Eva drukte langzaam de grote deur naar de zaal open, en ondanks haar zorgvuldigheid kraakten en piepten de enorme scharnieren van de deur heftig. Voorzichtig gluurde ze om het hoekje, de zaal was verlaten en zag er nog net zo uit als de eerste keer dat ze daar waren geweest.
Eva liep op de spiegel af en bestudeerde aandachtig haar spiegelbeeld, en haar spiegelbeeld bekeek haar even aandachtig. Naast haar spiegelbeeld verschenen haar twee vriendinnen. Ze keek opzij en lachte ietwat nerveus naar hen. Ze haalde diep adem en stak haar hand uit naar de spiegel. Haar hart ging als een bezetene tekeer en haar vingers trilden.
Condensrandjes vormden zich toen Eva’s vingers het koude oppervlak van de spiegel raakten. Zachtjes drukte ze tegen de spiegel maar er gebeurde verder niets. Teleurgesteld keek ze naar haar vingers. Waarom lukte het nou niet gewoon?
Chris kwam naast haar staan en bestudeerde het oppervlak van de spiegel. De gevormde condensrandjes losten langzaam op en verdwenen toen helemaal.
“Doe je het nu anders dan toen?” Ze keek Eva aan.
“Ik weet het niet.” Zei Eva “Volgens mij doe ik gewoon hetzelfde als ik aan de andere kant deed.” Ze zuchtte teleurgesteld en legde haar hand nog eens tegen de spiegel. Het oppervlak om haar hand leek te rimpelen als een vijver waar je net een steentje in hebt gegooid. Verschrikt trok ze haar hand terug en veegde de palm van haar hand af aan haar jurk. Het voelde alsof haar hand nat was maar toch bleek hij gewoon droog te zijn.
“Je kunt het weer!” Riep Ellen blij uit.
Voetstappen klonken luid in de gang iets verder op.
“En mooi op tijd, snel!” Ellen liep op de spiegel af en Eva legde haar hand weer tegen het oppervlak. Maar er gebeurde nu niks. Half in paniek sloeg ze met de palm van haar hand tegen de spiegel. Ellen en Chris probeerden het ook. Maar de spiegel bleef gewoon een spiegel. De voetsappen waren nu dichtbij, ze hielden stil bij de deur.
Ruw werd Evalyn naar binnen geduwd. “Ik zou me maar koest houden vrouwe Evalyn, uw vader is woest en als hij dit hoort dan…”
“Ja, dan zal hij me wel op mijn kamer opsluiten en dan zal ik nooit meer ze zon op mijn gezicht voelen enzovoorts, ik ken het. ” Vulde Evalyn hem geërgerd aan. Achter hen kwamen ook Christina en Eileen met een gebogen hoofd binnen. Beide hadden schrammen op hun armen en gezichten. Christina droeg de grote koffer. Ze zegen er verslagen uit.
De man dirigeerde hen door een andere deur in het vertrek, waarschijnlijk richting Evalyn’s vader.
Voorzichtig kwam Eva’s hoofd van achter een enorm harnas tevoorschijn en ze keek zoekend de kamer rond. In paniek waren de drie meiden opzoek gegaan naar een schuilplaats, Eva had haar toevlucht gezocht achter het harnas, maar waar waren Chris en Ellen? Een paar meter verder op zag ze een van de zware tafelkleden wat heen en weer gaan en voorzichtig kwam het hoofd van Chris eronderuit. Ook zij keek zoekend rond en ze zag Eva. Opgelucht ademde ze uit en krabbelde van onder de tafel uit en klopte een hoeveelheid stof van haar jurk. “Tjonge jonge, dat er nou nog geen stofzuigers bestaan is geen goed excuus. Maar waar is Ellen?"
Ze hoorden aan vaag gerommel en een gedempte stem, maar waar het vandaan kwam was niet te herleiden. Eva en Chris begonnen rond te lopen in tegengestelde richting om uit te vinden waar Ellen was. Eva’s oog viel op een grote, eikenhouten kist. Terwijl ze er op toeliep werd het vage gerommel duidelijker. Ze probeerde het deksel op te tillen en merkte dat het vast lag. Haar blik viel op de zware ijzeren sluiting van de kist, gelukkig zat er geen slot op en kon ze het van buitenaf gemakkelijk open maken. Ze tilde het deksel omhoog en meteen sprong Ellen op vanuit de kist en ademde zwaar. “Wat ben ik blij dat je me gevonden hebt! De lucht raakte op en ik kon het deksel niet meer optillen.” Uit dramatische overwegingen besloot Ellen om Chris te knuffelen.
“Ja, ja, ja, zo kan die wel weer.” Mompelde Chris geërgerd en klopte zich af alsof ze vies was geworden door het knuffelen.
“Goed, we zijn weer compleet.” Zei Eva terwijl ze bij Chris en Ellen kwam staan.
“Ja, laten we maken dat we wegwezen, het is hier niet pluis.” Zei Chris en ze voegde op een ‘ik zei het je toch-toon’ toe: “Iets wat ik al vanaf het begin heb geroepen, maar luisteren, ho maar.”
“En waar wou jij dan heen gaan?” Stelde Eva kribbig voor.
“Weg van hier in ieder geval, dat weet ik wel.”
“De enige weg naar huis is hier.” Zei Eva, en ze wees op de spiegel. “Als jij graag hier weg wil dan moet jij dat zelf weten, maar ik wil graag weer naar huis. En dat kan alleen als we hier blijven en ontdekken hoe de spiegel werkt.”
Chris rolde met haar ogen, ze wist dat Eva wel gelijk had, maar ze wou weg van hier, weg van het enge katsteel, de, nogal wreed klinkende, vader van Evalyn en bovenal weg van de dubbelgangsters.
“Maar waar moeten we ons schuilhouden? Het zal opvallen als er ineens dubbelgangers rondlopen, denk je niet?” Vroeg Ellen zich hardop af.
“Je hebt gelijk.” Stemde Eva in. “We moeten ons zoveel mogelijk verbergen zodat we niet opvallen. En dan maar hopen dat we snel een doorgang terug vinden.” Ze liep terug naar de spiegel en bestudeerde het oppervlak. “Waarom laat je ons er nou niet door?” Mompelde ze zacht. Haar spiegelbeeld staarde haar aan terwijl ze met haar adem de spiegel liet beslaan.
“Oke, volgens mij komt hier niemand.” Ze Chris terwijl ze met een vies gezicht spinnenwebben uit haar haren viste. Eva bewoog de fakkel heen en weer om de donkere ruimte wat op te doen lichten. Het was een kamer midden in het kasteel, wat dus betekende dat er geen ramen waren. Het was duidelijk ook een kamer waar in geen maanden, zoniet jaren, iemand was geweest. Aan het plafond en aan de muren hingen lange draden spinnenrag en de vloer was bedekt met een laag stof dat bij iedere stap van de meiden opwaaide en kriebelde in hun neuzen. Het enige wat in deze ruimte stond waren grote, met leer beslagen kisten.
“Gezellig hier.” Zei Chris terwijl ze met haar vinger een streep trok in het dikke stof wat op een van de grote kisten lag.
“Tot we hier weg kunnen of een andere schuilplaats vinden moeten we er maar het beste van maken.” Zei Eva, ze zocht de wand af om te kijken of er misschien een houder was voor de behoorlijk zware fakkel die ze mee had genomen. Gelukkig waren er een aantal houders, maar ze zagen er nou niet bepaald stevig uit. Eva probeerde door er aan te trekken en wiebelen uit te zoeken welke het stevigst was.
Met veel lawaai liet de zware, gietijzeren houder los, van schrik liet Eva het zware ding op de grond vallen. “Aah, oké deze is dus niet stevig.” Ze spuugde een keer op de grond en veegde het vrijgekomen stof en gruis uit haar ogen. Gelukkig was de volgende houder wat steviger en kon ze de fakkel ophangen.
Ellen plofte neer op een van de kisten wat een grote wolk stof deed opwaaien. “Wat gaan we nu eigenlijk doen?” Vroeg ze terwijl ze haar benen heen en weer liet bungelen.
De drie meiden keken elkaar aan.
“Wachten.”Zei Eva.
“Tot we een ons wegen zeker?” Grapte Chris.
“In ieder geval tot iedereen slaapt en dan moeten we proberen uit te vinden hoe we weer thuis kunnen komen.”
De tijd verstreek en de drie meiden zaten stilletjes voor zich uit te staren.
“Arme Evalyn.” Zei Ellen ineens.
Chris en Eva keken verbaasd op. “Wat bedoel je?” Vroeg Eva.
“Nou, nu moet Evalyn met die engerd trouwen en je hebt toch gelezen hoe ongelukkig ze hier is?“ Legde Ellen uit.
Weer werd het stil.
“Misschien moeten we haar wel gaan redden.” Mompelde Eva.