Nu zullen een aantal van jullie wel denken 'alweer een nieuw verhaal?', maar ik zit een beetje in een schrijfstop van mijn andere verhaal. Er draaien nu twee verhalen over dat onderwerp en zelf weet ik niet veel meer te bedenken. Dit verhaal is afwisselender, en ook vrolijker op de meeste plaatsen.

Het was een koude winteravond, een echte decemberdag. De wind waaide hard; hij boog de kale, bevroren boomtakken ver om en joeg de natte sneeuw door het landschap. De deuren van de buitenstallen rammelden er zelfs van. Ik liep naar de weilanden om de paarden naar binnen te halen. De bevroren takjes en bladeren knerpte onder mijn rubber paardrijlaarzen. Heerlijk, die winter! Ik zocht het eerste halster uit, het halster van Boy. Boy was mijn lieveling, al vanaf het begin dat ik stalhulp was op pensionstal ‘Roosendaal’. Hij was een grote, voskleurige ruin met een ramsneus en een smalle witte bles tussen zijn grote bruine ogen. Hij reed plezierig: fijn, reageerde licht op de hulpen en af en toe een tikkeltje eigenwijs.
’Boy!’ Ik klakte met mijn tong en rammelde met de emmer bix die ik bij me had. Er kwam beweging in de groep paarden die allemaal op een kluitje schuilden onder de dikke eik. Boy kwam op zijn dooie gemakje naar me toe gelopen. Langzaam, alsof deze gure dag eindeloos was. Eindelijk had hij het hek bereikt.
’Dag lieverd!’ Ik wreef Boy tussen zijn oren en deed het halster om. Halstertouw aan de ijzeren ring, een handje bix voor het komen en we begonnen aan de terugtocht naar de stal. De stal lag drie minuutjes stappen van de wei af. Dat kwam omdat deze paarden hélemaal in de achterste wei stonden. De pensionstal had een groot landgoed. Zelf stond hij achterin in de privéstallen, een apart gebouwtje voor de paarden van de eigenaren van Pensionstal Roosendaal. Dat waren meneer en mevrouw Roosendaal, en een beetje hun dochter, Inge. Die dochter was nu eenentwintig en startte met verschillende paarden in de springsport. Ik schoof de houten poort open naar het stallencomplex en bracht Boy naar zijn stal. Nog een laatste knuffel en toen ging ik terug.
De pensionstalnaam wordt nog verandert, ben inspiratieloos

groetjes, Geneviève

Is het niet "weides" of 'weiden". Weet niet zeker.
Haha, weet het wel zeker.
Tegen je zin schrijven is niet goed. Ook al denk je dat het met een ander verhaal dan wel lukt, vaak valt het toch tegen.
*