[VER] kijk uit wat je wenst, je zal het maar krijgen!

Moderators: MirandaT, Duhelo, Essie73, Muiz, Ods, NadjaNadja

Antwoord op onderwerpPlaats een reactie
 
 
Marin_ka3
Berichten: 599
Geregistreerd: 14-10-12

[VER] kijk uit wat je wenst, je zal het maar krijgen!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 01-11-18 18:47

We zaten samen rond het haardvuur, de oude wijze man en ik.
We hoorden de koude wind om het huis waaien.
De warmte van het vuur in de haard was meer dan welkom.
Onze ogen volgden de speelse vlammen.
We zaten daar met ieder onze eigen gedachten en overpeinzingen.

Totdat hij de stilte verbrak.

'Ik zal je een verhaal vertellen', begon de oude wijze man.
Ik verschoof mijn zitvlak en draaide me aandachtig naar hem toe, 'ík luister...'
'Weet je, ...trauma's werken vaak veel langer door dan men denkt,
echt veel langer, en kunnen heel diep, zeer diep in je wezen verweven zitten, in je zijn',
peinzend bleef hij even stil.
Mijn concentratie werd nog sterker, ik verroerde geen vin meer, ik wilde alles horen.

'Er was eens een meisje dat ongeveer een tiental jaren na de oorlog wederom werd geboren. De vroedvrouw die in dit dorp al heel wat baby's op de wereld had geholpen, had in haar hele professionele leven nog nooit zo een lelijke baby gezien. Althans, dat vertelde zij de trotse vermoeide moeder, terwijl die nog in haar kraambed lag bij te komen. 'Mijn god, wat een lelijke baby!', had ze uitgeroepen terwijl ze in het babybedje keek. De baby was het 6e kind van de familie... Maar goed, het meisje groeide op in goede gezondheid, kreeg prachtig dik blond haar en een paar helblauwe ogen.

Ongeveer rond haar 3e levensjaar vatten de ouders het plan op een reis te gaan maken, naar een ver warm land, om daar de vakantie door te brengen met het hele gezin. Alleen leek het hen niet verstandig om het jonge meisje te onderwerpen aan de lange reis. Vooral de moeder durfde dit niet aan. Wellicht speelden andere redenen ook een rol, zoals het beperkt aantal zitplaatsen in de auto's. Echter, daar werd niet de nadruk op gelegd. Het meisje voelde wel aan dat er iets stond te gebeuren. Ze merkte dat er uitvoerig overleg plaats vond tussen beide ouders en dat zij daar een aparte rol in speelde. Maar had geen idee wat er ging gebeuren.

Een dag voor het vertrek nam de moeder haar apart. 'Kind luister, we gaan een poosje weg, 2 weken, we gaan 2 weken weg en jij gaat naar tante, heel leuk uit logeren!' Het meisje keek een beetje bedremmeld voor zich uit, 'gaan de anderen ook weg?' 'Ja, ja, zij gaan ook logeren!, net als jij!' Ze gooide er een strategische twist in. 'Komen jullie dan wel weer terug', het meisje voelde een bijzonder onaangenaam gevoel in haar opkomen, ze moest bijna huilen. 'Natuurlijk komen wij weer terug, en ik zal een cadeau voor je meenemen, wij komen zeker weer terug met cadeau! Vanmiddag komt tante jou ophalen, hartstikke gezellig naar neefjes en nichtjes!' Het meisje werd heen en weer geslingerd tussen vertrouwen en wantrouwen, wanhoop en goede moed, '...dus jullie komen terug?'
Het meisje voelde wel aan dat er niks anders op zat, die middag vertrok ze naar de familie van tante.

Tijdens haar verblijf bij tante was het meisje erg stil. Ze vertrouwde niemand. Tante deed elke dag verwoede pogingen om het haar naar de zin te maken. 'Vind je het leuk? Ga anders gezellig met je nichtje spelen! Kom, ik breng je wel even naar je bed, zal ik je een nachtzoen geven.' Maar zij kon niet verhinderen dat het kind elke avond half huilend en verstijfd van angst in slaap viel. En dat ze elke ochtend naar tante ging met de vraag, 'komen papa en mama mij vandaag ophalen?'
Tegen het einde van de 2 weken was het kind helemaal moedeloos geworden, er bijna van overtuigd dat haar ouders haar nooit meer zouden komen ophalen.

Toen de ouders na ruim 2 weken weer voor haar neus stonden, kon ze geen woord uitbrengen. Ze kon haar ogen niet geloven. Haar angst verdween, maar een enorme boosheid en teleurstelling maakte zich van haar meester toen ze erachter kwam dat het hele gezin samen op reis was geweest. Ze waren allemaal zo bruin en enthousiast vertellend over dat mooie land waar kennelijk altijd de zon scheen. In een vruchteloze poging probeerde de moeder haar zonen en dochter te temperen in hun mededeelzaamheid. Waarop ze direct besloot dat het tijd was voor het cadeau. 'Vader, waar is het cadeau, kan jij het even pakken?'

Niet veel later stond het meisje te kijken naar een enorme doos met een grote strik. In de doos lag een prachtige pop met zwart lang haar uitgestald. De pop was gehuld in een weelderige rode jurk. Het meisje keek er heel beduusd naar. 'Pak hem maar, hij is voor jou, had ik toch beloofd!' Aarzelend nam ze de mooie grote pop in haar handen, ze was zelf niet veel groter. Haar gevoel van boosheid, teleurstelling en nu ook nog van verraad maakten plaats voor een gevoel van leegte. Er ging een knop bij haar om. Van het ene op het andere moment besloot het meisje te genieten van het feit dat ze weer thuis was met haar familie. Ze liet de pop op de grond vallen en rende richting haar broers en zus. Ze was benieuwd naar wat zij hadden meegemaakt, ze wilde alles weten. De pop bestond niet voor haar, daar heeft ze nooit meer naar om gekeken. Ik geloof zelfs dat de vader het ding na een paar weken in zijn winkel te koop heeft gezet , 'ik verkoop die pop gewoon, wat is dat nou, hebben we daarvoor die grote doos helemaal naar huis moeten vervoeren!?''

Even viel er een stilte.

'Dat meisje was 3 jaar?', vroeg ik met een ongeloofwaardige uitdrukking op mijn gezicht.
'Oh, ja, ...misschien 3 en een half.'
'Dat ging allemaal in haar om?'
'Jazeker!', hij draaide zijn hoofd naar mij toe.
'Onderschat kinderen niet, er gaat van alles in ze om.
Het is de kunst om het te zien, aan te voelen en te begrijpen', hij keek me stellig aan.
'Wat was haar naam, hoe heette zij?'
'Stayci, ...Stayci heette ze', en hij knikte daarbij instemmend met zijn hoofd.
'Ik zal je nog meer vertellen, dit verhaal is nog lang niet af.'
'Wacht, ...wacht, ik gooi eerst even een stuk hout op het vuur',
het vuur laaide weer op en ik ging snel weer zitten, een en al oor.

'Rond haar 5e / 6e levensjaar was Stayci heel vaak verkouden, te vaak. Na onderzoek werd besloten om de amandelen bij haar eruit te halen. Haar moeder bracht haar in de ochtend naar het ziekenhuis. In de ziekenhuiskamer nam ze afscheid, 'lieve Stayci, je weet, ze gaan je opereren, het is een operatie die heel veel voorkomt bij jonge kinderen. Een routineklus, het stelt echt niet veel voor.' 'Ik wil het niet, moet het echt?' 'Ja lieverd, je gaat er niks van merken, je krijgt een roesje, dan val je in slaap en voor je het weet is het weer voorbij. Dan word je wakker in de verkoeverkamer en daarna krijg je een heerlijk ijsje.' 'Een roesje, verkoeverkamer?' Stayci deed niet veel moeite om het te begrijpen, ze was bang en had er geen enkel vertrouwen in. Haar moeder probeerde alles zo goed mogelijk uit leggen, maar Stayci bleef wantrouwend. 'Luister, ik laat je nu alleen, de zuster brengt je zo naar de dokter die jou gaat opereren, kom ik je vanavond weer ophalen.' 'Ga je weg?' 'Ja meiske, ik ga hier niet de hele dag wachten, ik ga naar huis, zoveel te doen, straks ben ik er weer!' 'Hoe laat, wanneer ben je er weer?' 'Uh, vanmiddag, laat in de middag kom ik je weer ophalen, goed?' De moeder keek Stayci taxerend in de ogen, 'dat kan je toch wel?, je hoeft hier niet te overnachten, voor die tijd ben ik er alweer!'

Niet veel later reed de zuster haar naar de operatiekamer. De dokter vroeg Stayci, 'Zo, krijg je een kapje op, kan je tot tien tellen?' Met het kapje op haar gezicht telde ze in alle ijver met heel veel moeite tot en met tien. Ze hoorde de dokter nog zeggen, '10!, zuster ietsje meer!', toen viel ze in slaap.

Het roesje hakte er goed in. De zuster was al verschillende keren komen kijken. 'Aah, ze wordt wakker!', was het eerste wat Stayci hoorde. Heel vaag had ze de heen en weer lopende zuster wel waargenomen, maar nu kwam haar bewustzijn weer terug. 'Kom kind, hier, ik heb wat te drinken voor je.' De zuster hield een glas limonade aan haar mond. Stayci voelde bij het eerste slokje een akelig gevoel in haar keel, en weigerde vervolgens om wat dan ook nog te drinken. ' Die limonade is vies, hoef ik niet!' De hele dag probeerde de zuster haar aan het drinken te krijgen, ze bleef pertinent weigeren. 'Wat ben jij lastig, je moet drinken, als ik terug kom is dat glas leeg, begrepen?' De zuster werd ook doodziek van de repeterende vraag, 'wanneer komt mijn moeder nou?' Toen Stayci vertelde dat ze een ijsje wilde, plofte de zuster helemaal uit elkaar en kwam ze niet meer terug. Met een afschuwelijk verlaten gevoel bleef Stayci de rest van de dag half slapend en roerloos in haar bed liggen.

In de late namiddag hoorde Stayci ineens een bekende stem op gang. 'Verwend?, lastig?, helemaal niet. Zij is altijd super makkelijk, heel lief en gehoorzaam! Zo ken ik haar helemaal niet!' Niet veel later kwam haar moeder met een rood hoofd de kamer binnenlopen. 'Mama!', Stayci zat meteen rechtop, met ongeloof keek ze naar de deuropening, haar bloed begon weer te stromen en haar ogen weer te glanzen. 'Wat heb jij nou gedaan? Waarom wil je niet drinken?' Met behulp van haar moeder pakte Stayci het glas en dronk het helemaal leeg. Op boze toon, 'ik kreeg niet eens een ijsje!' De moeder keek haar bedenkelijk aan, iets in haar deed haar twijfelen aan dit antwoord. 'Kom kind, kleed je aan, we gaan meteen naar huis, ik blijf geen seconde langer', haar eergevoel was aangetast. In rap tempo was Stayci aan gekleed en waren ze weer op weg naar huis.'

De oude wijze man pauzeerde en haalde diep adem.

'De moeder had gelijk, het was een makkelijk kind in de omgang, juist daarom kon zij niet vermoeden wat er werkelijk speelde. Zij was het zelfs die jaren later het idee opperde om een grap met Stayci uit te halen. Het was rond haar 9 / 10 e levensjaar. Met een groepje familieleden liepen ze te wandelen in het bos. Stayci liep wat achter de groep aan, volledig opgaand in haar eigen wereld. Alleen, niet snel genoeg naar de zin van de moeder. 'Laten we ons verstoppen, snel achter de bomen, zorg dat ze ons niet kan zien, kan je lachen!' Ineens bevond Stayci zich helemaal alleen in het grote bos. De schrik sloeg haar om het hart, verlammend bijna. 'Waar zijn jullie,...waar zijn jullie!?' Ze rende naar voren, en weer terug, begon steeds wilder om haar heen te kijken, 'waar zijn jullie!' Ze krijste het bijna uit, begon te huilen en raakte helemaal in paniek. Het bleef doodstil om haar heen... Ineens stapte de moeder vanachter een boom tevoorschijn, waarop de anderen volgden. 'Hallo, hallo..., het is maar een grap!' En naar de anderen, 'ik zei het je toch, hi hi.'

'Nee, ...die vrouw had werkelijk geen idee.
Dit met Stayci speelde zich allemaal ruim na de oorlog af.
We gaan nu terug in de reeks van gebeurtenissen',
op berustende toon ging de oude wijze man verder.
Ik hing aan zijn lippen.

'Het was hartje winter en midden in de oorlog. Backy liep in haar eentje door de straten van haar wijk. Dat deed ze wel vaker, lopen, lopen en nog eens lopen en heerlijk wegdromen. Ze had niet in de gaten dat ze haar eigen bekende omgeving had verlaten. Ineens stond ze voor een gigantisch warenhuis met betoverend mooie etalages. De etalages waren opgesierd met heel veel kerstbomen, allerlei gekleurde lichtjes en de prachtigste cadeaus. Gebiologeerd bleef ze voor de etalages staan. Haar ogen werden groter en groter. Zoveel moois had ze nog nooit gezien. Langzaam schuifelde ze naar de etalage met het kinderspeelgoed. Haar ogen sprongen van het ene voorwerp naar het andere, totdat ze een hele mooie grote pop in beeld kreeg. Een pop met lang zwart haar en gehuld in een weelderige rode jurk. Ze kon er eindeloos naar kijken. Echter, de kou drong bijna tot op haar botten door. In haar dunne kleren rende ze snel weer naar huis.

Backy was namelijk een vijftal jaren voor de oorlog in deze wereldstad geboren. In een gezin met veel kinderen. Moeder had 4 kinderen, en was oorlogsweduwe. Backy was een van die vier. Toen moeder vader twee leerde kennen kwamen er in een klap nog eens 6 kinderen bij. Vader was nagenoeg altijd afwezig, 'aan het werk', volgens moeder. Moeder had grote moeite om de eindjes bij elkaar te knopen. Hoe goed zij ook haar best deed, het kwam regelmatig voor dat de kinderen met lege magen het bed inrolden. De bedden werden gedeeld, met zijn drieën in een bed was niet comfortabel, maar wel lekker warm. Een kachel hadden ze niet. Die avond kroop Backy bij haar moeder in bed, vader zou toch pas laat thuis komen. Heerlijk warm tegen het moederlijf aan gekruld droomde ze van groene kerstbomen, dansende lichtjes en de prachtige pop met de rode jurk. Totdat ze in slaap viel.'

Ik legde mijn hand op de schouder van de oude man.
Vragend keek hij mij aan.
'Ik pak even wat dekens voor ons, het wordt te koud.'
'Ah, ...kan je meteen wat extra houtblokken meenemen!'
Nadat ik een deken over zijn schouders had gelegd, gooide ik wat houtblokken op het vuur.
Ik hulde mij in de andere deken en ging snel weer zitten.

'Vanaf dat moment stond er elke dag rond hetzelfde tijdstip een meisje van een jaar of 7 voor de etalages van het warenhuis te kijken. De kou kon haar niet weerhouden. Backy genoot van de rijkdom die het warenhuis uitstraalde. Ze genoot van de mensen die er binnen gingen en met volle tassen weer naar buiten kwamen. Zelf durfde ze er niet naar binnen.
Pal voor het warenhuis stond standaard een man met een karretje, kastanjes te poffen. Omhuld met walmende rookpluimen bood hij zijn warme kastanjes te koop aan. Al snel werd ze door hem in de gaten gehouden. Het meisje was dan ook een opvallende verschijning. Het was haar fragiele schoonheid, haar prachtige blauwe ogen en goudblond haar die zijn aandacht trokken. Ondanks de snijdende kou was ze slechts gehuld in armoedige dunne kledij. 'Hey, kleine, kom eens hier, wil je wat warme kastanjes, je zult het wel koud hebben! Hier, pak aan, eet maar lekker op. Mooi he, al die spulletjes!', met zijn hoofd wenkte hij in de richting van de etalages. Al smullend knikte Backy heftig van ja.
Die avond droomde Backy eindeloos van weelde en rijkdom. 'Ooh, wat zou ik graag die mooie pop kunnen kopen, ik zou zo graag ook rijk willen zijn.', spookte het door haar hoofd. 'Was ik maar in een rijke familie geboren, ...wie wil mij hebben?, ...wel rijk zijn hoor!' Vele avonden viel Backy met deze heimelijke wens in slaap.

Het was de laatste dag! De volgende dag zouden de kerstbomen met alle glitter en glans opgeruimd worden om plaats te maken voor een nieuwe etalage. Backy moest en zou ernaar toegaan. Ze wilde voor de laatste keer de groene betovering meemaken, ook wist ze niet of die prachtige pop met rode jurk weer in de etalage terug zou komen. Haar moeder had haar nodig voor wat klusjes en wilde haar tegenhouden, maar Backy ging toch.

De kleine meid had niet in de gaten dat ze werd gevolgd door een man in een donker tenue. Onopvallend hield hij het beeldschone kind in het vizier, en bleef haar op gepaste afstand volgen. Heel geduldig bleef hij bij het warenhuis op de hoek van de straat wachten, Het was niet de eerste keer dat hij het meisje observeerde en volgde.

Nadat Backy lang voor de etalages was blijven staan en van de kastanjeverkoper afscheid had genomen, 'dag, ...tot morgen!', ging ze met een weemoedig gevoel weer op huis aan. Tijdens de terugweg kwam de geheimzinnige man steeds dichterbij. Op een gegeven moment liep hij vlak achter haar. Het gebeurde in een smalle rustige straat! Ineens verscheen er een grote zwarte auto met geblindeerde ramen. Voordat Backy ook maar iets in de gaten had greep de geheimzinnige man haar vanachter beet, opende het portier en gooide haar op de achterbank. Met een geschrokken gezicht keek ze in het rond, 'Wat is dit, wat gebeurt er?' Voordat Backy zich nog meer kon afvragen kwam de geheimzinnige man via het andere portier naast haar zitten en hield een doek tegen haar mond. Backy viel in slaap en de zwarte auto reed heel rustig de straat uit alsof er niks aan de hand was. Het hele voorval werd door niets of niemand opgemerkt.

Met een raar gevoel in haar hoofd werd Backy wakker in een kleine kamer. Ze had heel erg dorst en was ook een beetje misselijk. De kamer schommelde namelijk behoorlijk heen en weer. 'Oef, ...waar ben ik, ...waar ben ik?', met zwakke benen stond Backy op en liep al wiebelend naar de zijkant om door een klein rond raampje naar buiten te kijken, in de hoop iets te kunnen waarnemen. Tot haar stomme verbazing zag ze alleen maar water, water en nog eens water. Heel veel golvend water. Ook hoorde ze een zwaar geronk, als van een zware motor. 'Oh help, ...waar ben ik, ...wat is er gebeurd?', ging het door haar versufte hoofd. Plotsklaps zwaaide de enige deur open en kwam de geheimzinnige man naar binnen, alsof ze in de gaten werd gehouden. Bliksemsnel hield hij weer een doek tegen haar mond en legde haar al slapend terug op het kleine bed.

Daarna werd ze wakker in een rijdende auto. Een hele andere auto! Er zat een vriendelijk glimlachende dame naast haar en voorin op de bijrijders zitplaats zat een man achterstevoren naar haar te kijken. Ook al heel vriendelijk naar haar glimlachend. 'Aah, ze is wakker! Hallo lief meisje, hartelijk welkom! Wij zijn je ouders. Vrouw geef haar wat te drinken, ze zal wel dorst hebben.', waarop hij zich terugdraaide op zijn zitplaats. De chauffeur vertaalde alles voor Backy, want ze verstond geen woord van wat ze haar vertelden. Met stomme verbazing hoorde ze alles aan en begon dankbaar te drinken uit het flesje dat haar werd voorgehouden. Bij elke slok voelde ze een pijnlijk droge keel. De dame boog zich zorgzaam over haar heen en straalde een en al zachtaardigheid uit.

Af en toe moest de auto stoppen voor een barricade, waarop de vriendelijke man allerlei papieren tevoorschijn haalde. Die werden dan geduldig bestudeerd door mannen in uniformen, hoge laarzen en grote petten op hun hoofd. Indrukwekkende geweren schitterden in de armen van op afstand toekijkende soldaten. Ze mochten iedere keer weer doorrijden. Na een stevig saluut, werd de weg vrijgemaakt en kon de auto zijn weg vervolgen. Na ettelijke uren reizen kwamen ze aan bij een heel mooi groot kasteel.'

'Maar, ...dat was kidnapping, uh ...kinderroof!', was mijn stevige reactie.
'Dat klopt, ...kinderroof. In de oorlog was er veel armoede. In die periode werden veel kinderen met blond haar en blauwe ogen geroofd. Zomaar van de straat geplukt, meegenomen en ondergebracht bij welgestelde families, al dan niet kinderloos. Dat gebeurde op grote schaal, gestolen uit verschillende landen, met uiterste zorgvuldigheid en grote geheimhouding. Geruisloos verdwenen her en der kinderen, om ergens anders weer op te duiken.'
'Waarom!? Waarom zouden ze dat doen?'
'Ideologische overwegingen. Zij voelden zich gebaat bij vele, in hun ogen, goede nazaten, met correcte genen, blond haar en blauwe ogen.'
'Mijn hemel! ...Dat moet toch zijn opgevallen, ik heb er nooit iets over gehoord!'
'Nee, ...dat klopt ook. Na de oorlog was men wel op de hoogte van het feit dat deze kinderroof op grote schaal had plaatsgevonden, maar men sprak er niet over. Het werd stevig in de doofpot gestopt.'
'Maar, ...de moeder, ...de moeder van Backy, zij zal toch wel aangifte hebben gedaan van vermissing?'
'Nee, ...dat deed ze niet. Ze heeft nog wel wat navraag gedaan in haar wijk, maar al snel werd haar concentratie volledig opgeslokt door het gevecht om, met haar vele andere kinderen, tijdens de oorlog te overleven. Ze had zoveel monden te voeden.'
'Die families dan, ...waar deze kinderen werden ondergebracht, daar moeten toch ook vragen zijn gerezen?'
'De kinderen werden geraffineerd naar binnen gesluisd en door de families opgenomen alsof het een eigen kind betrof. Er werden geen vragen gesteld.'

Ik was verbijsterd, kon het allemaal maar moeilijk bevatten.
Enige tijd bleven we zwijgend in het vuur staren, de oude man en ik.

'Weet je, …de enige die echt nog naar Backy uitkeek was de verkoper van de gepofte kastanjes. Toen Backy niet meer bij het warenhuis was komen opdagen, maakte hij zich grote zorgen. De laatste keer dat hij haar zag, had hij een donker geklede vreemde man achter haar aan zien lopen. Totdat die twee om de hoek uit zijn zicht waren verdwenen. Op het moment zelf hechtte hij er niet veel waarde aan. Maar toen het meisje de volgende dag niet kwam opdagen, en de andere dagen ook niet, veranderde zijn gevoel in grote bezorgdheid. Maandenlang zette hij elke dag een zakje gepofte kastanjes voor haar klaar, maar hoe hij ook naar haar uitkeek, ...die kastanjes werden niet meer opgehaald.

Backy kreeg een eigen kamer in het kasteel. Iedere ochtend bij het ontbijt ontmoette ze haar 'ouders' en werd ze overstelpt met aandacht van haar 'moeder' en 'vader'. Ze werden omringd door personeel die hen op hun wenken bedienden. Na het ontbijt kwam er elke dag een mevrouw die haar les gaf in taal en allerlei andere zaken. In een mum van tijd kon Backy iedereen om haar heen verstaan en niet lang daarna sprak ze de nieuwe taal vloeiend. Alsof het nooit anders was geweest...

De tuinen rondom het kasteel bleken een waar speelparadijs voor haar te zijn. Elke middag speelde ze erop los met haar oudere 'broertje' en jongere 'zusje'. Backy's favoriete bezigheid was pony rijden. Ze reden met de pony voor een karretje, maar ook onder het zadel. Als ze op de pony zat trok ze veel bekijks. Veel mensen bleven gewoon stilstaan en draaiden zich om naar het, 'beeldige blonde meisje op die hele leuke zwarte pony, een lust voor het oog!', te kijken. Na het aanzitten bij het diner werd ze elke avond naar haar kamer gedirigeerd, en moest ze gaan slapen. Daar ...sloeg de heimwee toe...

'Waarom ben ik hier, het is wel leuk... Ik heb het hier wel naar de zin, ...maar ...ik ga toch liever weer naar huis, ...naar moeder. Weet zij wel dat ik hier ben?', spookte het dan door haar hoofd.

Na een aantal weken, 'hoe lang duurt het nog, …voordat ik weer naar huis ga? Ik wil naar huis, ...naar mijn moeder. Ze zullen mij toch wel zoeken, ...wanneer komen ze mij nou ophalen?', de tranen rolden dan over haar wangen.

Vele avonden viel Backy huilend van heimwee in slaap. Overdag liet zij niets merken. Ze voelde wel aan dat dat niet in goede aarde zou vallen. Dus hield zij zich groot en speelde het voorbeeldige gehoorzame kind. Weken werden maanden en maanden werden een paar jaren. Haar verdriet veranderde in wanhoop, iedere avond lag zij roerloos in haar bed met een afschuwelijk verlaten gevoel.

Op een dag was alles anders op het kasteel ! Het ontbijt werd overgeslagen. Er heerste grote paniek. In de omgeving waren loeiende sirenes te horen, zo hard dat het binnen in het kasteel goed hoorbaar was. Als een verdwaalde ziel liep Backy in haar eentje door het kasteel. Ze zag het personeel haastig heel veel koffers pakken. Ze zag mensen die continue heen en weer holden, met papieren sleepten en alles in een haardvuur gooiden. Toen ze uit een raam keek zag ze haar 'ouders' in een auto wegscheuren, met haar 'broertje' en 'zusje' op de achterbank. Op hetzelfde moment hoorde ze achter haar harde snelle voetstappen de trap opkomen waardoor ze zich omdraaide. Daar stond hij weer, ...de geheimzinnige man, alleen nu had hij een uniform aan met zwarte laarzen en een grote pet op zijn hoofd. Om zijn heupen droeg hij een riem, ze zag dat er een pistool aan de riem hing. Een siddering van angst ging door haar hele lijf.

Met grote stappen liep hij op haar af en pakte haar bij de hand. 'Kom, wij gaan even wandelen, kom mee!' Backy voelde dat haar hand heel erg stevig werd vastgehouden, ze moest een beetje rennen om hem bij te kunnen houden. Zodra ze iemand tegen kwamen hield hij zijn pas in en deed hij voorkomen alsof ze een met gezellig onderonsje bezig waren. Ze begreep helemaal niet wat hij van haar wilde of waar ze naartoe gingen, maar ze durfde niets te vragen. Samen liepen ze de trappen af, maar de entree van het kasteel liet hij links liggen. Backy kon nog net een blik naar buiten werpen, want de deuren stonden wagenwijd open en mensen liepen nerveus af en aan. In al die hectiek lette eigenlijk niemand op de vastberaden man met het jonge kind aan zijn hand. Hij opende een deur, en weer liepen ze een trap af. Dit gedeelte van het kasteel was zichtbaar minder bewoond, hier was ze nog nooit geweest. Ze liepen een gang door en ineens stonden ze voor een ronde zwarte deur, die enorm kraakte bij het openen. Backy keek langs een stenen trap naar beneden, het leek er erg donker. Hier begon ze tegen te stribbelen, iets in haar gaf een noodsignaal af, ...maar ...het was te laat.

Beneden in de kelder duwde de man haar ruw voor zich uit. Ze kon nauwelijks haar evenwicht bewaren, maar ze bleef overeind. Heel bang bleef ze als aan de grond genageld staan. Ze verroerde geen vin meer. De man stond achter haar, zijn ademhaling was hoorbaar. Totdat het doodstil werd... Plotseling hoorde ze geritsel en een klik...

De man schoot haar in de rug. De kogel doorboorde haar dunne lijf en kwam er bij de navel weer uit. Door de kracht van de inslag viel ze met een klap voorover op de grond. Hij nam een paar stappen dichterbij en schoot haar nog een keer heel gericht in de nek. In de hoek van de kelder stond een jachtgeweer klaar. Hij stopte zijn pistool weg en pakte het jachtgeweer. Met zijn voet rolde hij het lijkje om, met het gezicht naar boven, en begon met hagel te schieten, op haar gezicht, haar bovenlijf en haar benen.

De volgende dag was het kasteel compleet verlaten, geen mens meer te bekennen. Zwaar verminkt en onherkenbaar bleef het lijkje in de kelder achter...'

'Allemachtig!, ...is dit waar gebeurd?'
De oude man knikte met zijn hoofd, 'jazeker, ...waargebeurd.'
'Hoe is het mogelijk, ...wat een verhaal man!'
Ik had op dat moment heel wat te verteren, mijn hersens kregen geen kans, de heftige emotie die bij mij oplaaide voerde de boventoon. Verontwaardigd ging ik op luide toon verder,
'Is dit nooit aan het licht gekomen?, ...kinderroof, ...moord!?'
Ik liep al schreeuwend naar de keuken om wat water te halen. De oude man nam zijn glas water voorzichtig aan. Ik dronk mijn glas op ruwe wijze leeg.
Nadat ik even op adem was gekomen vroeg ik hem, 'zeg eens, ...hoe is het met Stayci afgelopen, hoe verging het haar?'

Er verscheen een brede glimlach op het gezicht van de oude man.

'Goed!, ...heel goed! In het dorp, bij haar familie, groeide ze op in een redelijk veilige en stabiele omgeving. Ze ontwikkelde zich tot een sterke evenwichtige persoonlijkheid. Oh ja, ...zodra zij volledig op haar eigen benen stond keerde ze terug naar die wereldstad, in het kader van een studiereis. Ze nam de boot en de trein. Toen ze tegen de avond aankwam op het centraal station van die stad werd ze overmand door hevige emoties. Ineens liep ze op een wild vreemd station tranen met tuiten te huilen. Ze had geen idee waar deze heftige gevoelens vandaan kwamen. In de dagen erna had ze tijd genoeg om de stad te verkennen. Een specifieke bezienswaardigheid wilde ze zeker niet missen, daar moest en zou ze naar toe gaan. Ze moest en zou de volkswijk bezoeken die eerder zeer armoedig was en die nu was veranderd in een bijzonder gezellige wijk met allerlei leuke eettentjes. Toen ze door de kleine straatjes van deze wijk rond zwierf bleef ze maar zoeken en zoeken, terwijl ze niet eens wist wat ze zocht. Op de terugweg besloot ze langs het wereldberoemde warenhuis te gaan. De etalages vond ze indrukwekkend mooi! Het was kersttijd en het warenhuis was op exclusieve wijze in kerstsfeer gehuld. Ze ging er niet naar binnen. Een gevoel van schroom, dat diep van binnenuit naar boven kwam, hield haar al aarzelend tegen.
Voor het warenhuis stond een man met een karretje, kastanjes te poffen. Walmende rookpluimen hulden de voorbijgangers in een mistige sfeer. Ineens stond de man voor haar neus, 'kastanjes, warme kastanjes, hier ...proef maar!' Voordat ze er erg in had liep ze verder met een gratis zakje warme kastanjes in haar hand en eentje in haar mond. Ze vond de glimmende donkerbruine kastanjes er zeer verleidelijk uitzien. 'Mmm, ...valt me tegen, ...beetje melig', was haar verbaasde conclusie.

'Boeiend, ...zo boeiend. Heeft ze haar executie enigszins kunnen verwerken?'

De oude man begon te lachen, 'nou, ...een ding is zeker, ze was een geboren pacifist. Niet actief, niet op de barricade of zo, maar het pacifisme zat in elke vezel van haar lijf verweven. Trouwens, ...heel vaak vroeg zij zich af waar toch al die kleine moedervlekjes, verspreid over haar hele lichaam, vandaan kwamen. Haar broers en zusters hadden die moedervlekken niet, zij wel. De sproetjes in haar gezicht werden vooral zomers zichtbaar. Later, ...na een opmerking van een familielid, 'wat heb jij toch een griezelige moedervlek in je nek. Iedere keer als ik ernaar kijk krijg ik de koude rillingen over mijn hele lijf, grrr.', liet ze de akelige moedervlek in haar nek wegbranden. Toen de dokter hiermee bezig was, stelde hij voor om die op haar navel ook maar meteen weg te halen. De grote ontsierende moedervlek op haar rug liet ze onaangetast zitten.'

Er viel een korte stilte. Op zachte toon vervolgde hij,

'zo zie je maar, kijkt uit wat je wenst,
...je zult het maar krijgen!
Een ieder is vrij om te wensen wat hij wil,
alleen, ...de vraag is, kan je de gevolgen aan, kan je de consequenties dragen?'

Ik knikte bedachtzaam met mijn hoofd op en neer,
'daar zeg je wat, ...ik heb er nog nooit zo bij stil gestaan, ...kijk uit wat je wenst!'

Ik kan me niet herinneren wanneer we allebei in slaap vielen.
Ik kan me wel herinneren dat we nog heel lang hebben nagepraat.
De volgende ochtend werden we bij het gedoofde haardvuur wakker van de kou,
van de geluiden uit de keuken en de geur van warme koffie.
De vrouw van de oude wijze man was in de keuken bezig met het ontbijt.

Het is het paard dat de weg wijst, niet de ruiter.
Ik ken de weg.
Het paard voelt het.


Antwoord op onderwerpPlaats een reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 7 bezoekers