[VER] Animis

Moderators: Essie73, MirandaT, Ods, Duhelo

 
 
Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

[VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 10-10-16 15:19

Lang geleden begon ik een verhaal getiteld Animis. Ik heb het nooit afgemaakt, maar het heeft altijd een speciaal plekje in mijn schrijvershart gehouden. Ik heb recentelijk besloten om het verhaal te herschrijven en het nieuw leven in te blazen. Het is nog een work in process, maar ik hoop dat jullie me zullen vergezellen tijdens het schrijven van dit verhaal, wat nu hopelijk wel af gaat komen. Laat een review achter als je het leest, het motiveert het schrijven :).

Animis

“Al wat leeft heeft een ziel, en al wat sterft laat de ziel vrij gaan, want een ziel kan nimmer sterven. Wanneer een mens sterft, zoekt de ziel een binding tot de wereld in een pasgeboren kind, en wordt zo weer aan de wereld gebonden. Het is niet enkel de mens die een ziel bezit: al wat leeft bezit het, zo ook een dier. Wanneer een dier sterft zal de ziel een ander dier vinden om zich aan te binden. Soms kan de ziel geen dier vinden om zich aan te binden, en bindt zich in plaats daarvan aan een pasgeboren kind. Het kind met de dierenziel is vanaf dit moment geen mens en geen dier, maar een Animis. Animi zijn continu in strijd met hun dierlijke impulsen en zijn bijzonder gevaarlijk. Een voorzichtige aanpak is geboden, gezien deze Animi geen controle hebben over hun eigen leven en tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen.”

Marcellus, 300 voor Aanvang Datering.

Hoofdstuk I: Ves
______________________________________


Ves is een wolf. Het was de eerste gedachte die door Leah’s hoofd schoot toen ze Ves op het bed zag zitten. Haar kamergenote had haar ogen strak gericht op de muur, haar vingers om het krijtje gekromd alsof het een prooi was die ze in haar klauwen had genomen en nooit los zou laten. Leah hoorde buiten de deur het karakteristieke gestommel dat haar vertelde dat het bijna tijd was voor het ochtendwaken, maar Ves liet zich er niet door tegenhouden. Met vaardigheid die alleen kan ontstaan door jarenlang routineuze handelingen tekende Ves de lijnen op de spierwitte muur waartegen hun stapelbed stond. Het was niet toegestaan, officieel, maar na jarenlange ervaring had Het Kantoor geleerd dat het makkelijker was om het te accepteren dan om het aan te vechten. Ves vocht niet totdat ze werd uitgedaagd, maar vocht met de ontembare furie van een jagende wolvin wanneer gekrenkt. Een instabiele vrede had zich tussen Ves en Het Kantoor gevestigd. Tussen Ves en mijzelf ook, trouwens. Dacht Leah bij zichzelf, terwijl ze zich omdraaide en haar pen oppakte. Haar eigen handschrift staarde haar aan vanaf de brief op het bureau. Een krullerig meisjeshandschrift dat sprak in woorden die haar vreemd in de oren klonken.

Lieve Papa… Ik weet dat je je zorgen maakt, maar je moet weten dat het niet nodig is. Ik weet waarom ik hier zit, en ik ben liever hier dan dat ik een gevaar ben voor de samenleving. Hopelijk kan ik ooit terugkeren. Heb ik al wel eens verteld over Ves? Ves is

Het is waar ze gestopt was met schrijven, want wat was Ves? Een wolf, maar wat verder? Het kantoor noemde haar Vesper, maar het was een naam die Leah nooit voor haar kamergenote had gebruikt. Het kantoor voornamen en achternamen voor iedereen, zelfs voor degenen die hun eigen achternaam niet meer wisten of niet meer wilden weten. maar het kantoor had geen achternaam voor Ves. Op Leah’s vragen naar haar verleden of familie had Ves nooit anders geantwoord dan met een sarcastische opmerking, een onverschillige schouderophaling of een vraag die Leah evenmin wilde beantwoorden. Alles wat Leah wist over haar kamergenote was wat ze kon zien: Ves zou ongeveer twee jaar ouder dan zij en was minstens vijf centimeter groter. Donkerbruin haar viel om een diamantvorming gezicht heen tot aan haar schouders. Leah’s ogen volgde de lijn van een litteken dat zijn oorsprong vond aan de linkerzijde van haar nek en doorliep tot onder haar kleren, richting haar rug. Ze vroeg zich af wat er ooit met Ves was gebeurd dat haar het litteken op haar rug en de afwezige blik in haar amberkleurige ogen had gegeven.

“Ben je er nog steeds niet uit wat ik ben?” Ves’s stem klonk vanaf het bed en Leah draaide zich om te zien dat Ves zich had omgedraaid en nu op de rand van het bed zat. Ves leek niet boos, leek niet eens nieuwsgierig over wat haar kamergenoot van haar vond of geïrriteerd dat ze werd besproken in brieven van anderen. Leah concludeerde met enige irritatie dat Ves de combinatie en onverschillig en neerbuigend was die ze altijd was. Het irriteerde Leah meer dan het feit dat haar kamergenote geen enkele problemen had met het schaamteloos meelezen van haar brieven en ze legde haar pen met iets te veel kracht terug op de tafel.

“Nee,” Leah stopte de brief in de bovenste lade van het stalen bureau en draaide zich om naar Ves, “Want ik heb geen idee wat voor achterlijk iemand je moet zijn om de hele dag hetzelfde figuur op de muur te tekenen of te denken dat je de brieven van andere mensen zomaar mag lezen.” Het was oneerlijk om het gedrag van haar kamergenote te beoordelen, dat wist ze. Ves had haar ooit toevertrouwd dat het tekenen op de muur een manier voor haar was om een wereld die zij niet kon verdragen te controleren. Had haar verteld dat het tekenen op de muur haar hielp om de wolf in haar ziel te kalmeren en te kunnen functioneren binnen een wereld die niet voor haar gemaakt leek te zijn. Ergens in haar ziel begon een schuldgevoel te knagen in Leah, maar Ves leek niet gedeerd door haar uitspraak: een schuine glimlach vormde zich in haar mondhoek.

“Leah, als we normaal waren zaten we hier niet, of wel dan?”

Leah zuchtte en antwoorde met een kleine, ietwat bittere glimlach. “Is dat wat ik moet schrijven? ‘Ves is abnormaal’?”.
Ves strekte zichzelf uit als een kat en plofte neer op het harde matras waarvan Leah wist dat het niet veel comfortabeler was dan op de grond zelf liggen. “Ik zou zelf een ‘gevaar voor de samenleving’ suggereren, maar die beschrijving is al bezet las ik.” Haar bruine ogen waren gericht op de lade waarin Leah de brief had verstopt. Leah vroeg zich af of Ves de exacte woorden die ze gebruikt had in haar brief allemaal nog zou kunnen opdreunen. Haar kamergenote had een angstwekkend goed geheugen wanneer ze het wilde.

“Ik stel me voor dat je vader daar iedere week over dubbel ligt. Lieve Leah een gevaar voor de samenleving.” Vervolgde Ves. Leah zuchtte en schudde haar hoofd, even geïrriteerd als geamuseerd door haar kamergenote. Ves had haar nooit serieus genomen, zoals Ves weinig dingen in de wereld serieus nam.
“Ves. Je weet dat we een gevaar zijn voor de samenleving.” Legde ze uit. “’Je eigen gevaar onderschatten is het grootste gevaar voor een Animi’, is dat niet wat onze professoren altijd zeggen?”
Ves zweeg en bestudeerde haar kamergenote een paar seconden, zoals een wolf een prooi inspecteert voordat hij besluit aan te vallen of zich terug te trekken. “Jij bent niet gevaarlijk, Leah. Jij lijdt liever dan dat je iemand anders iets aan doet.” Besloot ze. Ves zweeg even en de glimlach verdween van haar gezicht. “Maar ik, Leah… Ik ben wél gevaarlijk. Niet vanwege wat Het Kantoor zegt, of vanwege die onzin.” Ze gebaarde naar het dikke, gebonden boek waar in grote blokletters ANIMIS op geschreven stond, “Maar vanwege wie ik ben.”

Leah schudde haar hoofd. “Dat geloof ik niet.”
Het was het type uitspraak waarop Ves zou moeten reageren met een schamperende opmerking of een spottende blik, maar Ves zweeg. Haar mond vertrok zich voor een seconde tot een melancholische glimlach, alsof ze terugdacht een grap waar ze jaren geleden om had gelachen, maar nu enkel nog met bitterheid aan terug kon denken.

“Oké.” Antwoordde ze zacht en even leek ze niet in de toren te zijn. Ze schudde haar hoofd en draaide zich om. Leah kon haar kamergenotes handen zien trillen terwijl ze de vormen tekende op de muur en vroeg zich af of ze ooit de woorden zou kunnen vinden om Ves te beschrijven.

Hoofdstuk II: Gevangenissen
______________________________________



Tijd was een abstract concept in het complex. Dagen begonnen wanneer de lichten aan gingen en eindigden wanneer ze doofden, maar Leah had al jaren geen tijden in uren, minuten of seconden gehoord. Ze wist dat Het Kantoor roosters had vol met groepen en lessen op tijden, maar ze waren haar onbekend. Haar rooster werd bepaald door de glanzende stalen armband die ze dag en nacht droeg. De felblauwe display toonde momenteel dat het ochtendwaken op het punt stond te beginnen, waarna Leah vermoedde dat ze naar een klaslokaal begeleid zou worden. Leah had geprobeerd haar roosters te onthouden, maar steeds wanneer ze daarin was geslaagd, leek het rooster te veranderen. Ves had ooit opgemerkt dat het haar nerveus maakte, de onzekerheid. Direct erna had ze opgemerkt dat dat waarschijnlijk exact de bedoeling was.

“Opstaan dames! Open de deur!”. De bekende stem van Noah klonk buiten de deur en Leah voelde de scherpe vibraties van de armband om haar pols. Bewakers waren door torenregulatie niet verplicht om zichzelf woordelijk aan te kondigen en Animi werden geacht te reageren op de zoemende armbanden. Dat Noah hen groette was een persoonlijke keuze.

“Goedemorgen Noah.” Begroette Leah haar bewaker beleefd. Noah was niet veel ouder dan zijzelf: een jongen met een knap maar pokdalig gezicht, sluike bruine haren en een slungelig postuur. Zijn grijsblauwe uniform deed hem er ouder uit zien dan hij daadwerkelijk was en leek even beklemmend voor hem als de kamer voor Leah voelde.
“Goedemorgen, Leah.” Groette de bewaker, terwijl hij een armband om Leah linkerarm deed. Leah voelde de magnetische kracht van de handbanden haar handen onmiddellijk naar elkaar toe trekken en knikte naar Noah om aan te geven dat de handboeien goed waren ingesteld.
Noah glimlachte en keek langs haar richting Ves, die op het bed zet en geen aanstalten leek te maken tot opstaan. “Ves, komt er nog wat van?”

Ves zuchtte alsof ze net gevraagd was om de hele afstand naar de oostervleugel van het Complex af te leggen. Ze hees zichzelf van haar bed af en sjokte richting Noah. Het was een toneelstuk dat Ves iedere ochtend opvoerde en het herinnerde Leah aan de reden dat ze haar kamergenoot met enige regelmaat zou willen inruilen voor een plek in solidaire cel.
“Ves!” Siste ze geïrriteerd en ze kon zweren dat Ves een grijns onderdrukte terwijl ze haar handen uit stak naar Noah en toestond dat hij haar armband omtoverde in handboeien. De boze blik die Leah haar kamergenote toewierp ging verloren terwijl ze achter haar bewaker aan het hallenstelsel van het Complex in liep.

______________________________________


Het hallenstelsel van het complex leek eindeloos groot. Leah had geen idee hoe groot het complex daadwerkelijk was of hoe het eruit zag van buiten. De keren per dag dat zij en Ves uit hun kamer werden gelaten, werden ze door hun bewakers begeleid naar hun lokalen. De gangen die de lokalen met elkaar verbonden waren identiek aan elkaar en werden af en toe enkel onderbroken door een bocht naar links of naar rechts, of door de deuren waarachter meer kamers van Animi zich bevonden. Het was vrijwel onmogelijk om de weg te vinden door het stelsel: een effectieve manier om Animi die uit hun kamer ontsnapten binnen het complex te houden, had Ves opgemerkt. Ves was altijd beter geweest in begrijpen waarom de wereld om hun heen was zoals zij was. Leah kon haar enkel beleven, steeds net buiten bereik van begrip van waarom.

De tocht door het doolhof van gangen naar de eetzaal duurde onnodig lang, grotendeels omdat Ves zich niet door Noah liet motiveren om ook maar enige haast te maken en Noah te onzeker was om haar te durven aansporen dat wel te doen. Leah wist dat ze zich gelukkig moest prijzen dat ze een onervaren, zachtaardige bewaker hadden getroffen, maar soms wenste ze dat iemand Ves een keer zou afstraffen voor haar gedrag. Wellicht hoefde ze dan een keer niet haar ontbijt in een paar minuten naar binnen te werken.

“Hier zijn we dan. Bijna op tijd.” Kondigde Noah aan toen ze zich bevonden voor de stalen deur waarachter de eetzaal lag. “Je weet hoe het werkt.” Instrueerde hij Leah, terwijl hij de armband van haar linker pols af haalde. De bevrijding van de magnetische kracht die haar handen bij elkaar hield was altijd een prettig gevoel en ze glimlachte naar Noah voordat ze grote zaal, momenteel dienstdoend als eetzaal, binnen liep.

De grote zaal was een imposante zaal: het was verreweg de grootste zaal in het complex waar Leah ooit was geweest. Lange tafels stonden opgesteld in rijen waaraan Animi al plaats hadden genomen op hun vaste plekken. De eetzaal was, net als de andere ruimtes in de toren, enkel belicht door kunstlicht, wat vandaag ingesteld leek te zijn in de tint van een aarzelende zon. Net genoeg om de herinnering op te wekken aan hoe zonlicht op de huid voelde, maar niet genoeg om iemand te doen vergeten dat de zon een zeldzaamheid was geworden Het flauwe licht herinnerde Leah aan dagen van witte jurkjes met kanten randjes en blote voeten op gras. Het herinnerde haar aan de lach van haar moeder en aan het landhuis dat te groot was geworden voor een gebroken familie. Ze vroeg zich af of de zon, kunstmatig of echt, ooit weer zo fel zou kunnen schijnen als ze die dagen had gedaan. Ze schudde de gedachtes van zich af en richtte haar blik op de gegraveerd in de muren rondom de zaal: Het grootste gevaar is vergeten wie je bent.

“Schiet op.” Een ongeduldige stem klonk achter haar en Leah realiseerde zich dat ze zich zonder te denken had begeven naar het buffet, maar al enkele minuten roerloos stil had gestaan. ‘Buffet’ was de sarcastische term die de Animi gebruiken om de machines aan te duiden waaruit ontbijt, lunch en diner werden verstrekt. Leah koos de linker machine, die liefkozend Trouwe Bep werd genoemd, en liet de machine haar polsband zien. Trouwe Bep beloonde haar onmiddellijk door het verstrekken van een portie ontbijt. Of wat er voor door moest gaan.

“Lekker op tijd.” Grijnsde Mason toen Leah eindelijk met haar ontbijt aan kwam haar vaste plek aan één van de lange tafels. Zijn groene ogen twinkelden vanonder de zwarte lokken die bijna over zijn ogen vielen. Leah rolde met haar ogen. Ze hoefde niks uit te leggen. Een snelle blik over haar schouder leerde dat Ves bij het buffet stond, maar weinig haast leek te maken in het ontvangen van haar ontbijt. Het stookte de irritatie met haar kamergenote die Leah bijna vergeten was weer op en ze prikte haar vork in de kruimige aardappel, die dramatisch uiteen viel bij het eerste contact. Ze verdacht hun ontbijt er sterk van te bestaan uit de resten van het diner van de vorige dag. Uit irritatie over de kruimige aardappel en het ontbijt-dat-eigenlijk-een-diner-was, ramde ze haar vork net iets te hard in de gekookte wortel, het geluid van de vork tegen het bord deed Mason ineen krimpen.
“Met het goede been uit bed gestapt?” Vroeg Mason luchtig. Hij was een ranke jongen met een ingevallen gezicht dat gemaakt leek te zijn voor tragedie, maar altijd een lach droeg.
“Lach maar.” Mompelde Leah en ze schudde haar hoofd.
“trek het je niet zo aan. Je weet dat ze het daarom juist doet, hè?” Adviseerde Mason terwijl hij een aardappel in zijn mond stak. Leah zuchtte en besloot haar irritatie af te richten op wat voor vlees moest doorgaan in de toren. “Jij hebt makkelijk praten.”
“Ik hweb een awdappwel in mijn mwond, ik kan hwelemaal nwiet pwaten.” Grapte Mason. Leah grijnsde en schudde haar hoofd. Het complex was niet altijd een prettige plaats, maar Mason had de gave om alles beter te laten lijken, om haar even te kunnen laten lachen in een wereld die niet voor hen gemaakt leek te zijn. Het was één van de redenen dat de etenstijden in de grote hal haar favoriete tijden van de dag waren. Animi werden gewoonlijk ver van hun kamergenoot af ingedeeld tijdens etenstijden, wat het een van de weinige momenten waren dat Leah haar irritatie over haar kamergenoot kon uiten en de indringende blik van Ves kon verruilen voor de lachende ogen van Mason.
“Ik zweer het, je bent gek Mason.” Lachte Leah.
Mason haalde zijn schouders op. “Ik zit niet voor niets hier.”

______________________________________


Het duurde niet lang of het monotone gezoem vertelde haar dat haar korte pauze van haar kamergenootje voorbij was. Ze begaf zich naar Noah, waar ze opnieuw minutenlang op Ves wachtte totdat ze eindelijk naar het klaslokaal begeleid kon worden. Tot haar grote irritatie waren ze, zoals gewoonlijk, de laatste studenten in de klas. De klassen veranderden regelmatig en Leah was niet zeker hoe het systeem werkte, maar had wel vernomen dat er verschillende programma’s waren die Animi in de toren konden volgen. Tot voor kort had Mason in haar klas gezeten, maar hij was recentelijk overgeplaatst naar een nieuwe groep waar sport en handvaardigheid een belangrijk deel van het curriculum innamen.

Leah plofte neer op de stoel en richtte haar aandacht op haar docent: een kleine schuchtere man die ze gewoonlijk ‘Haas’ noemde. Zijn echte naam had ze nooit gehoord, of in ieder geval niet onthouden.
“o-oh kee, goedemorgen.” Begroette Haas de klas nerveus. “V-vandaag hebben we een o-onverw-wachte toets.” De woorden van de professor deed geluiden van ongenoegen opstijgen uit de klas die de kleine man achter zijn bureau deden springen.

“Stil!” Piepte Haas. “O-of moet het Kantoor het horen?”
Het was een effectief dreigement. Het Kantoor was de dreiging die onuitgesproken in de lucht hing in iedere interactie tussen Animi en bewaker, Animi en docent en tussen Animi zelf. Leah was zelf nooit in contact geweest met het Kantoor, maar wie er was geweest kwam nooit hetzelfde terug. Sommigen keerden zelfs helemaal niet terug.

Haas leek te zijn gesterkt te zijn in zelfvertrouwen door de reactie van de klas op zijn dreigement en schraapte zijn keel. “De toetst betreft Animi in de geschiedenis. Bekijk de filmfragmenten en schrijf op wat voor Animi ze zijn en hoe hun dierlijke ziel hun beslissingen heeft beïnvloed.” Leah zuchtte; het was een toets die wel vaker werd afgenomen en waarin ze nog nooit goed had gepresteerd. Hoe hard ze ook studeerde: de beelden van Animi leken allemaal hetzelfde te zijn voor haar. Als ze niet van zichzelf begreep welk dier in haar ziel schuilde, hoe kon ze het ooit in anderen herkennen? Ze friemelde nerveus aan de draad waarmee haar pen aan haar bureau vast zat en probeerde zichzelf te kalmeren terwijl ze een uur van complete verwarring anticipeerde.

“Leah. Rustig.” Klonk de stem van Ves naast haar. De rustige toon van Ves deed weinig om Leah te kalmeren. Ves was altijd beter geweest in de lessen dan zij, altijd scherper en intelligenter. Ves had makkelijk praten. Ves gaf haar een scheve glimlach toen ze haar kamergenote zoveel vertelde, een glimlach die leek alsof haar kamergenote iets wist wat zij niet wist, iets begreep wat zij niet begreep en iets kon wat zij niet kon.

“Stil. Ik moet me concentreren.” Snoof Leah, en ze richtte zich op het grote scherm, waar beelden op verschenen waren van een lange, kalende man in een lange jas die een volk leek toe te spreken. Ze hoorde hoe de pennen op papier begonnen te krassen om haar heen, maar haar eigen pen rustte ongebruikt in haar hand. Ook de volgende beelden van een lange vrouw met een scherpe blik en een imposant kapsel vertelde haar niks.

Leah voelde tranen prikken in haar ogen terwijl ze naar de reeks van Animi staarde die langs kwamen op het scherm voor haar. Ze dacht terug aan de spreuk die steeds weer herhaald werd in haar boeken, in de letters in de grote zaal, in de woorden van haar professoren: Het grootste gevaar is vergeten wie je bent. Leah wenste dat ze kon weten wie ze was, dat ze kon weten wanneer ze was veranderd van een simpel meisje met kanten jurkjes en blote voeten, tot iemand die opgesloten moest worden voor haar eigen veiligheid. Ze vroeg zich af of Ves vrede had gesloten met haar eigen bestaan, of dat ze net als zij gevangen was, niet binnen de muren van het complex, maar in haar eigen ziel: tussen mens en dier.

Ze vroeg zich af welke gevangenis ze het eerst zou ontsnappen.

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.


LoveBodin

Berichten: 3177
Geregistreerd: 18-12-09
Woonplaats: Under The Northern Lights

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 10-10-16 15:48

Ziet er goed uit TS!!
Hier en daar een spelfoutje, of een woord vergeten, maar het leest lekker weg!

Now Tom said, "Mom, wherever there's a cop beating a guy, wherever a hungry newborn baby cries
Where there's a fight against the blood and hatred in the air, look for me, Mom, I'll be there
Wherever somebody's fighting for a place to stand or a decent job or a helping hand
Wherever somebody's struggling to be free, look in their eyes, Ma, and you'll see me"

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 10-10-16 19:56

LoveBodin schreef:
Ziet er goed uit TS!!
Hier en daar een spelfoutje, of een woord vergeten, maar het leest lekker weg!

Dankje :). Ik zag net inderdaad wat foutjes. Ook staat er af en toe toren in plaats van complex omdat dit in het oude verhaal zo was, haha. Dat moet ik nog even afleren.

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 11-10-16 14:38

Verder niemand? :')

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

leestmee

Berichten: 1719
Geregistreerd: 20-01-11
Woonplaats: daar waar mijn bed slaapt

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 11-10-16 15:12

Interessant verhaal. Ik lees mee.
Up

No drama. No glory.

1 april rebus-puzzelaar

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 12-10-16 11:20

leestmee schreef:
Interessant verhaal. Ik lees mee.
Up

Je naam klopt zie ik :Y) dankjewel :).

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

Ilayla

Berichten: 477
Geregistreerd: 04-03-12
Woonplaats: In the middle of Nederland

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 12-10-16 11:22

Ik ook! Las het gisteren, maar had nog niet gereageerd. Ben benieuwd naar het vervolg.

Jaro ♥

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 13-10-16 11:58

Ilayla schreef:
Ik ook! Las het gisteren, maar had nog niet gereageerd. Ben benieuwd naar het vervolg.

Leuk dat je mee leest :) nieuwe hfst is is de maak :j

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 14-10-16 21:36

Hoofdstuk III: Roofdieren
__________________


Twee groene ogen staarden naar haar. Ogen die iets leken te zoeken waarvan ze wisten dat het bestond, maar wat ze nimmer zouden kunnen bereiken. Alsof ze iets probeerden te zien dat zich verschool in hun ooghoeken of alsof ze tegen de zon in sterren probeerden te tellen. Ze waren menselijk in hun wens te begrijpen, maar dierlijk in hun onvermogen om erin te slagen.

Alles leek normaal, verder. Zo normaal dat de ogen zelf zich soms afvroegen of ze werkelijk naar iets staarden wat gevaarlijk was. Ze zagen roodblonde haren die vielen over smalle schouders. Een puntige, smalle neus en een bleke huid met sproeten, enkelen verdwaald richting het voorhoofd en de kin. Er waren geen geelgroene ogen, geen vaalbruine haren of wilde blikken zoals degene die bij haar kamergenote zo duidelijk verraadden welk dier zich in haar ziel had verscholen. Ze viel op in haar onopvallendheid, vervreemd van degenen om haar heen door haar menselijkheid.

“Wie ben ik, Ves?” Leah kon haar blik niet afwenden van haar spiegelbeeld, kon niet stoppen met zoeken, in de hoop dat ze op een dag de vraag niet meer zou hoeven stellen. “Wat ben ik?”
“Leah, ik vrees dat als je mij om advies begint te vragen, heeft deze plek je eindelijk tot waanzin gedreven.” Ves zat omgedraaid op haar bed, het stompje wat nog over was van haar krijtje in haar handen geklemd.
“Je weet dat ik het niet zie, Ves.” Antwoordde Leah, lichtelijk geïrriteerd. "Jij ziet het.”
“Ik zie het.” Antwoordde Ves langzaam, alsof ze haar woorden afwoog. “Maar wat zou je ermee opschieten als ik het je vertelde?”
“Ik zou weten wie ik ben.” Verzuchtte Leah, haar ogen afwendend van het spiegelbeeld dat ze niet kon begrijpen.
“Je naam is Leah Ridgeford, je bent zeventien jaar oud en te goed voor deze wereld.” Ves haar geelgroene ogen waren indringend terwijl ze haar kamergenote bestudeerden, alsof ze de woorden die haar mond spraken probeerden te bevestigen. “Je gelooft dat je een monster bent voor de samenleving omdat het je verteld is, terwijl iedereen die je kent begrijpt dat je je leven zou neerleggen voor je grootste vijand. Je bent goedgelovig, vergeeft mensen te snel en bent waarschijnlijk de enige persoon in deze plek waar de neurotische wolf met de dwangneigingen enigszins mee overweg kan.” Ze glimlachte, en ogen die zo star konden zijn leken zachter, alsof ze voor een moment besloten om Leah een glimp van de menselijkheid verscholen achter de wolf te laten zien. “Hoe de maatschappij je ook mag noemen, dat is wie je bent. Dat is hetgene wat belangrijk is.”

Leah slikte en wendde haar blik af van haar kamergenote. Soms, wanneer er geen strijd was tussen hen om te voeren en de enige oorlog in de kamer tussen zijzelf en haar eigen demonen was, was het Ves die de vrede terug kon roepen. Het waren de momenten dat ze zich herinnerde dat Ves ook net als zij niet alleen dier was, maar ook gewoon een meisje, verdwaald in haar eigen leven.
“Weet je Ves…” Ze schraapte haar keel en lachte zachtjes tegen zichzelf om de absurde relatie die ze met haar kamergenote had opgebouwd. “Soms vergeet ik dat je niet zo’n kolossale trut bent als je soms voordoet.”

Ves lachte. Het was de oprechte lach die ze weinig liet zien, de lach waarbij haar ogen een beetje dichtknepen, haar mond een beetje scheef trok en ze even wat minder apathisch tegenover de wereld leek. Het deed Leah’s hart een sprongetje maken en haar eigen mondhoeken krulden op tot een glimlach.
“Oké Leah.” Lachte Ves. “Als jij het zegt. Maar vertel het niet aan de rest, oké? Ik heb een reputatie.”
"Ik zou niet durven.” Antwoordde Leah met een grijns, de demonen in haar hoofd voor nu verdreven door de wolf die soms precies wist wat te zeggen.

________________________


“Er klopt iets niet.” Het waren de woorden waarmee Ves de gebeurtenissen die zouden komen voorzag. Leah lag op haar rug in bed, starend naar het plafond en in een gevecht verwikkeld met de gedachtes die haar niet met rust wilden laten. Ze draaide zich op haar zij en keek vanaf het bed naar beneden. Ves stond in de kamer en had haar armen over elkaar geslagen, ze leek gespannen, klaar om weg te sprinten wanneer er iets zou voorvallen.
“Wat bedoel je?” Leah fronste.
“Ik heb honger.” Antwoordde Ves simpelweg, en Leah werd zichzelf er van bewust dat ze zelf ook het zeurderige gevoel van trek ervoer. Hoewel het eten binnen het Complex gewoonlijk karig van kwaliteit was, was het genoeg om het hongergevoel af te houden.
“Korting op de rantsoenen?” Speculeerde Leah. Ze gooide haar benen over de zijkant van het stapelbed en liet zichzelf op de grond vallen. De betonnen vloer was hard en koud onder haar blote voeten en ze stapte snel haar schoenen in. De vloer leek Ves niet te deren en haar kamergenote bleef met een strakke blik naar de deur staren.
“Nee, dat is het niet.” Antwoordde Ves. “Het eten is laat.” Ze fronste. “We lopen achter op schema.”

“Hebben we iets gemist? Misschien is Noah ons vergeten te halen?” Leah keek naar de armband om haar pols. De blauwe display liet niets zien, geen tijd, geen bevel en geen schema. Het was normaal voor de display om leeg te blijven zolang de Animi geacht waren om in hun kamers te blijven, maar de lege, blauwe display was alleen maar meer verwarrend. “Ik heb ook niks gevoeld, misschien een probleem met het systeem?”

Ves schudde haar hoofd en liep richting de deur van hun kleine kamertje en duwde ertegen. De deur bewoog niet, rammelde niet eens op de manier dat aangaf dat het systeem, maar ouderwetste sloten waren die de deur dichthielden. “De armbanden werken nog, de deur is hermetisch gesloten en de lichten zijn aan. Het systeem werkt.” Ze kneep haar ogen toe. “Er is iets aan de hand, Leah.”
Leah voelde de rillingen over haar rug lopen. Verandering betekende zelden iets goeds in het complex.

Leah wist niet hoe lang Ves in het midden van de kamer had gestaan met haar ogen gericht op de deur, voordat er gestommel klonk buiten. Leah deinde terug in reactie, maar Ves stapte richting de deur, klaar om wat er ook zou komen te confronteren.
“Op de grond!” Klonk een gebrul door de deur en Leah wierp zichzelf zonder te denken op de betonnen vloer. Haar knieën schaafden over de vloer en deden een brandende pijn opbloeien. Ze hield haar adem in. Niet bewegen, niet dreigen, gewoon luisteren en er gebeurt niks. Ze zag uit haar ooghoeken hoe Ves naar de grond werd gewerkt door een bewaker die ze niet kende.

Twee bewakers stapten over haar heen en ze hoorde gerommel achter haar, voelde hoe de wind haar haren deed opwaaien wanneer de bewakers de dekens van hun bedden afhaalden. De kleine klerenkast waarin de uniformen van Ves en zij werden bewaard werd opengetrokken en Leah zag één bewaker de lades van haar bureau opentrekken en de brieven aan haar vader in zijn zakken proppen. Leah durfde nauwelijks te ademen, rook de muffe geur van het beton waar haar neus tegenaan werd gedrukt. Het lawaai van laden die werden opengerukt, lakens die werden opengescheurd en van zware voetstappen naast haar hoofd dreunden in haar oren, bijna meer dan ze kon verdragen.
“Ik heb Asset 563.” Klonk een stem. Het volgende moment werd Leah ruw opgeheven aan haar schouders en vonden grote handen de weg van haar schouders naar beneden. Leah verstijfde en kneep haar ogen dicht om te aanraking te negeren.
“Blijf van me af!” Leah’s ogen schoten open bij het horen van de gil van Ves. Het was onkarakteristiek: Ves was kalm in haar verzet, ze vocht met haar apathie en stilte. Leah draaide zich om, negeerde de bewaker en keek in de paniekerige ogen van haar kamergenote. “Laat me los! Ik vermoord je!” Ves vocht tegen de grip van de bewaker die haar vast had, gromde, beet en trapte. Leah zag iets in de ogen van haar kamergenote wat ze nooit eerder had gezien: angst.

“Niet hier! Neem ze mee!” Bulderde één van de bewakers, en ze waren weg zo snel als ze waren gekomen. Allemaal, behalve Noah, die voorzichtig naar binnen liep en aangaf dat ze weer konden gaan staan. Leah wierp een blik op Ves, die trillend tegen de muur op zat, haar ogen stijf dichtgeknepen en haar lichaam in zichzelf ingevouwen. Waar Ves ook was, ze was niet in het complex. Leah wierp een blik op Noah, die niet leek te weten hoe hij om moest gaan met deze Ves. Leah aarzelde even, maar draaide zich toen naar Ves en liep met snelle passen naar haar kamergenote toe. Ze negeerde Noahs aarzelende bevel om te blijven staan en legde voorzichtig haar hand op Ves haar schouder.

“Ves.” Fluisterde ze terwijl ze haar kamergenote zachtjes wakker probeerde schudden uit de nachtmerrie waarin ze was verdwaald. Ves verstijfde bij haar aanraking en Leah trok haar handen snel terug. “Ves. Ze zijn weg.” Probeerde ze, maar Ves leek weinig te kalmeren. Ze sprak tegen iemand maar Leah probeerde de woorden niet te horen. Ze waren niet bedoeld voor haar. Ze dacht terug aan de tijden dat ze zelf verdwaald was geweest in haar eigen hoofd, dacht aan hoe haar vader urenlang kon vertellen over de wereld en zijn avonduren erin. Ze herinnerde zich hoe haar vader had gesproken en deed het enige wat ze kon bedenken: ze vertelde een verhaal.

“Ik ben Leah Bethany Ridgeford. Ik ben zeventien jaar. Dat zeg ik omdat jij het zei, want ik heb eerlijk waar geen idee hoe oud ik ben. Volgens sommige mensen ben ik te goed voor deze wereld.” Ze glimlachte, ook al wist ze dat Ves te ver weg was om het te kunnen zien. “Ik deel mijn kamer met een meisje. Je kent haar misschien wel: lang, bruine haren en de mooiste, meest indringende ogen die je ooit in je leven gezien hebt. Ze is een beetje een kreng af en toe als ik eerlijk ben.” Ze zag de mondhoeken van Ves lichtjes omhoog trekken, zag hoe ze langzaam stopte met trillen terwijl ze uit het gat van haar eigen gedachtes trachtte te klimmen. “Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zo op mijn zenuwen kan werken als Ves, en toch…” Ze reikte voorzichtig naar Ves haar hand, voelde de warme palm in de hare en streek voorzichtig met haar duim over de knokkels van haar kamergenote. “Toch weet ik dat ze een goed hart heeft.”
“Je bent waardeloos in het bewaren van geheimen, Leah.” Ves haar stem klonk zacht, nog ietwat onzeker, maar Leah kon een grijns niet onderdrukken toen ze zag dat haar kamergenote tot haar wereld was teruggekeerd.
“Welkom terug.” Fluisterde ze zachtjes, terwijl ze opstond en haar kamergenote omhoog hielp. Ves knikte, haar ogen zelfverzekerder, harder en meer zoals ze gewend was, maar haar gezicht nog zacht, jonger en kwetsbaarder. Ze sprak niet, maar haar ogen vroegen Leah om geen vragen te stellen en Leah knikte in een stil begrip. Ze wist niet wat er met Ves gebeurd was, maar iedere keer dat haar kamergenote het moest herleven, was één keer te veel.

Noah schraapte zijn keel, duidelijk ongemakkelijk. “We moeten gaan.”
“Ja… Oké.” Antwoorde Ves zacht en de schudde haar hoofd terwijl ze naar Noah liep en toeliet dat hij de handboeien om deed.
Leah slikte een brok in haar keel weg. Ze had vaak gewenst dat Ves zou stoppen met haar zwijgend verzet, maar nu haar kamergenote niet in staat leek om de oorlog voort te zetten, wenste ze dat haar kamergenote haar hakken in het zand zou steken en met koppige ogen liet zien dat een ziel niet getemd kon worden. Zelf liet ze zwijgend toe hoe Noah de handboeien om deed.

Zelf was ze nooit een strijder geweest.

________________________


De tocht door de gangen was verrassend stil. Ze had ergens chaos verwacht, rennende bewakers en verschroeide muren, maar alles leek compleet normaal: de muren waren wit en de gangen een doolhof.
“Waar gaan we heen?” Vroeg Leah voorzichtig, haar ogen gericht op Ves, die voor haar liep en af en toe met haar hoofd schudde alsof ze een gedachte probeerde uit te bannen.
“Stil.” Antwoorde Noah kortaf in een toon die serieuzer was dan Noah zelf leek. De toon klonk vreemd in zijn mond en Leah realiseerde zich dat hij bang was, op zijn hoede en niet in staat om iets anders te doen dan zijn bevelen volgen. Ze voelde haar hart tegen haar borst slaan terwijl door haar hoofd alle horrorscenario’s vlogen over wat er in hemelsnaam gebeurd kon zijn dat de bewakers hun kamer had doen binnenstormen.

Aangekomen bij de grote hal kon Leah zien dat de hal al vol stond met Animi. Ze keek verwachtingsvol naar Noah, verdere bevelen afwachtend, maar Noah leek zich ergens anders te bevinden en looste Leah en Ves zonder een woord te zeggen de hal in. Het schouwspel dat zich in de hal afspeelde, ontnam Leah van alle woorden die ze had uiten en deed haar hart tot in haar schoenen zinken.

Aan één zijde van de hal, waar de vloer iets hoger was en gewoonlijk toespraken werden gegeven, zaten een twaalftal Animi op hun knieën. Hun hoofden waren gebogen en sommige van hen leken buiten bewustzijn. Meer bewakers dan Leah ooit bij elkaar had gezien stonden op het podium. Sommige leken beduusd, anderen scholden de Animi. Een enkeling durfde het aan een rake trap uit te delen, wat een gekerm op riep wat door de hal galmde.

“Wat….” Fluisterde Leah in afgrijzen terwijl ze het schouwspel in zich opnam. Ze hoorde het geroezemoes van de Animi om haar heen, maar kon geen gesprekken opvangen. Ze draaide zich om naar Ves, maar haar kamergenote stond met een gelijkende blik van afgrijzen te kijken naar wat er zich afspeelde.
“Leah!”. Hij het horen van haar stem draaide Leah zich om, en het volgende moment werd ze geconfronteerd met het betraande gezicht van Eliza. Haar gewoonlijk zorgvuldig gekamde blonde haar hing sluik om haar hoofd en tranen liepen over haar wangen. Eliza was niet ouder dan twaalf, een klein, kwetsbaar meisje met grote bruine ogen die de wereld nooit leken te kunnen bevatten. Reflexief probeerde ze haar handen op te tillen om het jongere meisje te troosten, maar de magnetische kracht hield haar handen strak bij elkaar.
“Eliza. Wat is er gebeurd?” Leah wierp een korte blik op het podium, waar nu iemand het podium op liep die Leah nog nooit eerder had gezien: een lange vrouw met scherpe ogen en een spitse neus.
“Ze…. Ze zeggen dat er een ontsnapping is geweest.” Eliza’s stem trilde. “Een van de nieuwelingen. Ze hebben… ze hebben alle nieuwelingen opgepakt.” Haar bruine ogen richtten zich op het podium en Leah zag hoe haar onderlip begon te trillen bij het aanzicht. “Ze gaan ze straffen, Leah. Ze denken dat ze afspraken hebben gemaakt, dat ze… dat ze weten waar hij is.”
“Een ontsnapping?” Leah’s ogen werden groot. Ze had in alle jaren nog nooit van een ontsnapping gehoord. Wel pogingen, maar niemand kwam ooit verder dan buiten zijn kamer.
Eliza knikte. “Ja.. Ze zeggen dat hij nog niet gevonden is.” Fluisterde ze, haar handen trillend terwijl ze nerveus om zich heen keek. Leah slikte en voelde een rilling over haar rug lopen.

“Animi!” Een onbekende stem galmde door de hal. De onbekende vrouw had plaatsgenomen voor de geketende Animi en keek met scherpe ogen de zaal in. “Jullie kennen mij niet, maar ik ken jullie wel. Ik weet wie jullie zijn, weet hoe het beest in jullie ziel schuilt. Ik heb respect voor ieder van jullie die het dier kan temmen, maar vandaag hebben we moeten aanschouwen waarom het Complex bestaat.” Ze zweeg een moment, liet haar woorden de lucht in de grote zaal vullen. “Eén van jullie heeft de goede naam die we proberen op te bouwen voor de Animi, opnieuw in het roet gewerkt. Eén van jullie heeft de regels gebroken en heeft zijn kamer verlaten zonder toestemming. Dit heeft één bewaker het leven gekost en zijn kamergenoot, die hem probeerde tegen te houden, heeft ook de dood gevonden in zijn acties.” Haar blik was doordringend en Leah deinsde terug bij het aanzicht ervan. “De rebel is nog voortvluchtig en we weten dat hij ergens in het Complex is. Het is jullie plicht om het de dichtstbijzijnde bewaker in te lichten als je enige informatie hebt over de rebel.” Ze draaide zich om en liep naar de Animi achter haar. “Anders zullen we genoodzaakt zijn om…”

Een oorverdovende knal klonk, een geluid als een schot. Leah sprong up en voor een moment dacht ze dat de vrouw op het podium één van de Animi tot een voorbeeld had verheven, maar het volgende moment hoorde ze het gegil. Het klonk achter haar. Ze draaide zich om, net op tijd om te zien hoe een lichaam richting de vloer klapte. Ze zag het, maar kon het niet verwerken en haar benen begaven zich naar de plek om te bevestigen wat ze niet kon geloven. Het gegil om haar heen voelde oorverdovend en ver weg tegelijkertijd. Ze voelde hoe haar voeten op de vloer klapten terwijl ze haar weg door de Animi baande, hoorde hoe Eliza haar toeriep om te stoppen, maar ze moest het weten, moest zien of ze had gezien wat ze dacht te zien.

Ze voelde zichzelf wankelen en tot de grond vallen het moment dat haar ogen zagen wie er tot de grond was gestort: uitgestrekt op de grond, alsof hij een sneeuwengel probeerde te maken in zijn eigen bloed, lag Noah.
“We komen je halen, Leah.” Zei een onbekende stem, en Leah keek net op tijd omhoog om een glimps op te vangen van de twinkelende ogen van een jongen, voordat een tweede knal klonk en de jongen tot de grond klapte, het roofdier geveld op dezelfde wijze als zijn prooi.

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

leestmee

Berichten: 1719
Geregistreerd: 20-01-11
Woonplaats: daar waar mijn bed slaapt

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-10-16 09:52

Wederom goed geschreven. Ik wacht met spanning op het vervolg.

No drama. No glory.

1 april rebus-puzzelaar

Ilayla

Berichten: 477
Geregistreerd: 04-03-12
Woonplaats: In the middle of Nederland

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-10-16 16:37

Heel tof, ik vind het knap geschreven!

Jaro ♥

tHidJu

Berichten: 230
Geregistreerd: 23-02-14

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-10-16 22:35

Ik volg! Goed geschreven, ben benieuwd naar de rest van het verhaal

silverdapple
Berichten: 249
Geregistreerd: 22-07-12
Woonplaats: Noord-Holland

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-10-16 23:06

TS, heb je dit verhaal ooit eerder geplaatst? Op Bokt of ergens anders misschien? Ik zweer dat ik het herken (van lang geleden!).

Nou ja, it's safe to say dat je er een volger bij hebt. :o En nu ga ik gauw lezen, want dat heb ik in al mijn enthousiasme nog niet gedaan. :D

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 16-10-16 00:06

silverdapple schreef:
TS, heb je dit verhaal ooit eerder geplaatst? Op Bokt of ergens anders misschien? Ik zweer dat ik het herken (van lang geleden!).

Nou ja, it's safe to say dat je er een volger bij hebt. :o En nu ga ik gauw lezen, want dat heb ik in al mijn enthousiasme nog niet gedaan. :D

De vorige versie heeft op hetpaardenspel gestaan. Als je d ie hebt gelezen zul je enkele veranderingen opmerken. Met name in Ves :Y).

Bedankt voor de reacties :D

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

wortel115

Berichten: 795
Geregistreerd: 14-06-11
Woonplaats: Kooloonong, Australië

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-10-16 06:45

Ik vind het leuk om te lezen dus hier nog een volger.

Never give up, if you want to succeed. Life has no limitations, except the ones you make.

MiniMeLona

Berichten: 6940
Geregistreerd: 19-01-12

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-10-16 07:25

Nog een volger, tenminste als je het verhaal wel afmaakt voor ons? :9

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 18-10-16 12:03

Bedankt :D ik ga het proberen. Nieuwe hfst is in de maak.

Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd naar jullie meningen over Ves en Leah en de dynamiek tussen die twee.

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

ilonamandjes

Berichten: 1210
Geregistreerd: 20-09-15
Woonplaats: Lelystad

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-10-16 13:38

Wow, ik vind het super goed geschreven. Onwijs spannend!

Hier en daar zitten er wel wat tik-of spelfoutjes.. maar ondanks dat is het een onwijs boeiend verhaal.
Ben super benieuwd naar het vervolg! Erg knap hoe je dit verzint!! +:)+ +:)+

Kerstmuts
Django heeft zijn eigen FB pagina! <3 :D
https://www.facebook.com/djangotrekpaard/

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 27-10-16 13:58


Hoofdstuk IV: Vreemde gezichten
__________________


Dood was niet iets nieuws voor Leah. Ze was zes toen ze voor het eerst met het einde dat iedereen te wachten stond werd geconfronteerd. Van de weinige dingen die Leah zich herinnerde van haar jeugd, waren de herinneringen aan haar moeder het sterkste. Misschien was het daarom dat ze zich nog kraakhelder voor de geest kon halen hoe haar moeder eruit had zien de laatste keer dat Leah haar had gezien: haar handen gevouwen op haar bewegingsloze borst, haar ogen gesloten en haar dunne haren als een aureool om haar hoofd gewaaierd. Het had geleken alsof ze sliep. Het had uren geduurd voordat haar vader de kracht kon opbrengen om haar te vertellen dat ze niet meer wakker zou worden.

Het was duidelijk dat Noah niet sliep en dat hij nooit wakker zou worden. Zijn ogen lagen wijd open gesperd en keken bewegingsloos naar het hoge plafond boven hem. Zijn handen waren niet over elkaar gevouwen, maar rustten in een plas van het bloed van hem en zijn moordenaar. Zo vredig als de dood had geleken bij haar moeder, zo nodeloos gewelddadig en bloeddorstig was zij bij de onschuldige bewaker.

Leah kon geen woorden uitbrengen, kon niet schreeuwen, gillen of huilen. Ze kon alleen staren naar de plas bloed, die zich langzaam over de vloer uitbreidde. Ze was zich vaag bewust van geschreeuw om haar heen van paniek en van verzet, van voetstappen en van gesnik. De woorden die de jongen had gesproken drukten alles naar de achtergrond en spookten door haar hoofd terwijl ze haar blik richtte op de veroorzaker van zoveel onnodig geweld. Tot haar afgrijzen zag ze dat hij jong was, jonger dan zij, niet ouder dan vijftien met asblonde haren en groene ogen die levenloos naar zijn slachtoffer staarden.
“We komen je halen, Leah.” Had hij gezegd. Zuur roos op tot haar keel toen ze terugdacht aan de woorden, aan de gestoorde en vastberaden blik in de ogen van de jongen. Het brandde, maakte haar misselijk. De jongen had haar naam geweten en ergens wist ze dat dit geen gewone ontsnapping was die mis was gegaan, er speelde iets waar ze haar vinger niet op kon leggen en het maakte haar nerveuzer dan ze in al haar jaren in het complex was geweest.

Ze was zich nauwelijks bewust van het geweld waarmee ze door een onbekende bewaker terug naar haar kamer werd begeleid, te verward door de woorden van de jongen met de vreemde blik in zijn ogen.

______________________

Het plafond van het Complex van de toren was wit. Alles was wit in de toren. Wit of grijs. Het was één van de redenen dat het rood van het bloed zo fel had afgestoken tegen de vloer. Rood: een kleur die in de toren weinig voorkwam en onlosmakelijk verbonden was met bloed en geweld. Ze bracht haar hand omhoog en keek naar haar handpalm, naar haar vingers met afgebeten nagels. Ze zou het rood weer kunnen creëren als ze de dunne huid zou kunnen doorbreken, maar het zou nooit zoveel worden als op de vloer naast Noahs hoofd. Ze vroeg zich af hoeveel bloed er zou moeten vloeien in de toren voordat de belofte die de vreemde jongen had gedaan vervuld zou worden.

“Leah.” Ves haar stem was zachter dan ze gewend was, maar tegelijkertijd dringend, zoals een moeder een kind wakker schudt. Leah draaide zich om en zag dat Ves aan het bureau zat, het dikke boek met de letters ANIMIS opengeslagen op de eerste pagina. Ves leek niet te lezen, haar ogen gericht op haar kamergenootje. Ves beet op haar lip en leek een moment onzeker over wat ze moest zeggen, iets wat zo ongewoon voor Ves was dat het Leah nerveus aan de dunne deken deed plukken.

Ves slaakte een zucht, alsof ze zichzelf neerlegde bij het gebrek aan de juiste woorden. “Gaat het?” De woorden leken vreemd op de tong van haar kamergenote, voor wie emoties gewoonlijk iets leken om met handschoenen aan te pakken, of ver uit de buurt te blijven.
Leah sloot haar ogen en het aanzicht van haar bewaker liggend in het bloed te verbannen. Haar bewaker, Noah, gewoon een onschuldige jongen opgesloten in dezelfde wereld als zij.
“Hij was zo…. Dood.” De woorden vormden zich langzaam op haar lippen, aarzelend, alsof ze niet de woorden kon vinden om te beschrijven wat haar ogen hadden moeten aanschouwen.
Ze draaide zich om naar Ves, maar haar kamergenote leek geen woorden te hebben en wendde enkel haar blik af. Leah slikte en plukte aan haar nagels. Hoeveel ze haar handen ook waste en het vuil onder haar nagels vandaan haalde, er leek een viezigheid aan haar handen te kleven die ze niet kon schoonmaken.
“Hoe…” Ze schudde haar hoofd en zocht de blik van Ves. Ves, die de antwoorden leek te hebben op de vragen die ze zelf niet kon beantwoorden, die de donkere delen van de wereld begreep waar zij niets kon zien zonder licht. “Hoe doen mensen dat? Mensen … Doden.” Een rilling liep over haar rug bij de herinnering aan de ogen van de jongen. “Die jongen… Hoe… Hoe kies je ervoor om dat te doen?”

Ves hield haar blik vast voor wat minuten leek te duren, bewegingsloos op het nerveuze gewrijf van haar handen na. “Het is niet altijd een keuze, Leah.” Antwoordde ze traag, haar woorden één voor één gearticuleerd alsof ze over een mijnenveld liep en enkele stap het einde kon betekenen. “Degene die schiet is niet altijd de schurk, en degene die wordt beschoten niet altijd de held. Het hangt er vanaf wie het verhaal vertelt.” Ze zweeg een moment, haar blik afwendend. “Of dat is tenminste wat je jezelf vertelt.”

“Noah verdiende het niet om te sterven.” Besloot Leah fluisterend glimlachte verdrietig.
“Nee, hij verdiende het niet.” Ze pauzeerde even en zuchtte, schudde haar hoofd. “Welkom in de echte wereld, Leah.”

______________________


Het duurde niet lang voor het leven in het Complex zich hervatte. Het complex leek onveranderd op het eerste oog: de schema’s waren nog steeds de schema’s, de lokalen de lokalen en de docenten de docenten. De bloedvlekken in de grote zaal waren verwijderd en trouwe Bep was nog steeds de meest populaire machine. Wie beter keek zag echter dat de gebeurtenissen van die ene dag nog doorwerkten in het dagelijks leven in het Complex. Er hing iets in de lucht. Een onbesproken ontevredenheid en verontwaardigdheid over het lot van de Animi die de inwoners van de toren vooralsnog hadden geleerd te negeren. De lege plekken in de klassen vertelden van de Animi die gestraft waren voor de daad van één jongen. De kleine uitingen van verzet vertelden van de verontwaardiging gevoeld door klasgenoten: het treuzelen bij het halen van eten, het expres verkeerd aantrekken van uniformen en het weigeren van antwoord geven op vragen in de klas. Het was geen rebellie zoals beschreven in geschiedenisboeken, geen coup waar lieden over geschreven worden, maar het was de enige manier voor een groep van kinderen met reeds getemde zielen om strijd te leveren tegen de kooi om hun leven.

Het Kantoor liet de nieuwe geest van stille rebellie onopgemerkt voorbij gaan: nieuwe bewakers werden ingesteld, twee per kamer nu, en de kamers werden routineus doorzocht. Iedere ochtend werden de Animi tijdens het ochtendwaken grondig gecontroleerd, iets wat Ves sommige ochtenden terug voerde naar de plek waar ze die ene dag ook was beland. Leah had geen idee waar naar gezocht werd, maar was iedere ochtend blij wanneer het niet werd aangetroffen. Met de nieuwe rebellie, kwam een groeiende angst voor haar bewakers, die niet zachtaardig en twijfelend waren zoals Noah.

De meest intimiderende van de nieuwe bewakers was een lange vrouw met blonde haren die strak in een korte staart achter haar hoofd waren gebonden. Het deed haar ouder aanvoelen dan de leeftijd die haar feilloze huid en fitte figuur verraadden. Scherpe jukbeenderen en dunne wenkbrauwen maakten dat ze altijd een blik droeg die bij Leah de rillingen over de rug deed lopen. Ze was direct en sprak weinig buiten het geven van orders, die zelfs door Ves zonder vragen werden opgevolgd. Ze had een manier van bewegen, alsof ze haar orders van god zelf had gekregen, een manier van spreken alsof ze de profeet was van haar eigen religie. Leah bewonderde haar in die manier.

Minder intimiderend, maar nog steeds ver weg van lieve, zachtaardige Noah was een grote, brede man met kaken die altijd op elkaar geklemd leken te staan, zelfs wanneer hij sprak. Ves had gesteld dat hij een man uit de oorlog moest zijn: de manier waarop hij bewoog alsof hij altijd een strijd verwachtte, de behoedzaamheid waarmee hij handelde in de wereld en de blik in zijn ogen waarmee hij altijd zocht naar het volgende gevaar. Hij was grotendeels stilzwijgend en deed zijn best om het fouilleren van Ves zo voorzichtig mogelijk te doen, maar leek verder weinig begaan met het lot van de Animi onder zijn bewaking en bescherming. Ves had opgemerkt dat ze voor hem gewoon een onderdeel waren van zijn baan, niet meer, niet minder, en ergens was dat geruststellend.

Voor twee weken werden Leah en haar kamergenoot door de nieuwe bewakers aan de hand door hun nieuwe wereld geleid. De wereld die in zoveel aspecten hetzelfde was, maar net iets kouder, net iets gevaarlijker en niet iets minder voelde als thuis. Het duurde twee weken voordat de wereld die eerder op zijn grondvesten had geschud, naar beneden zou storten. De verandering kondigde zich aan met een geur die zo ver verwijderd was van de werkelijkheid in Het Complex dat Leah het bijna niet herkend, een prikkelende irritatie die haar deed omdraaien richting Ves. Ves, die op het bed zat en nauwelijks verbaast leek.

“Vuur.” Zei Ves.

______________________


“Wat?”
“Vuur.” Ves stond op van het bed en richtte haar blik op de deur, haar armen over elkaar geslagen en haar hoofd gekanteld als een puppy die de onbekende woorden van zijn eigenaar probeert te begrijpen. “Dat is wat je ruikt.”
Leah schudde haar hoofd, aan de grond genageld door de gedachte dat dingen op het punt stonden om onherroepelijk te veranderen. Een deel van haar had altijd gehoopt op verandering, maar een groter deel was bang voor wat er zou komen, bang dat het vuur dat ze rook niets meer dan as over zou laten van de wereld die haar thuis was geworden.

“Ves… Wat doen we?” Leah voelde haar ogen tranen en wist niet of het de rook was die haar ogen irriteerde, of de angst die haar om het hart sloeg. Ves wierp een korte blik in haar richting en liep naar de deur, maar de deur was gesloten. Buiten de deur was stilte, de prikkelende geur van rook de enige aanwijzing dat er iets gaande was buiten de deuren van het complex. Leah voelde hoe haar handen trilden en balde haar vuisten om het tegen te gaan terwijl ze haar ogen wanhopig op Ves bleef richten. Ves wist wat er zou gebeuren, Ves wist wat ze moesten doen, Ves begreep de wereld wanneer zij het niet kon.

Het knallende geluid van het slot van de deur dat open schoot deed Leah naar achteren springen, maar Ves stapte naar voren, bereid om wat door de deur zou komen te confronteren. Het openen van de deur deed een walm rook de kamer binnendringen en Leah kokhalsde toen de prikkelende lucht haar neus en mond binnendrong, voelde hoe haar ogen begonnen te tranen. Door haar tranen heen zag ze een figuur dat haar hart in haar keel deed springen, dat haar alle moed ontnam: haar bewaker.

Leah knipperde haar tranen snel weg en kon net op tijd naar achteren stappen om de grip van haar bewaker te ontwijken. Ze overwoog weg te duiken, langs haar bewaker heen te glippen en de gang in de rennen, op weg naar vuur of vrijheid dat daar wachtte. Ze wierp een korte blik op Ves, verwachtte dat de wolf het al op een vluchten had gezet, maar Ves stond doodstil, haar ogen gericht op de bewaker, afwachtend. Leah was nooit dapper geweest, kon alleen kort naar achteren stappen en haar moed bijeen schrapen om de bewaker te vragen wat er aan de hand was.
“Leah. Kom mee.” Zei de bewaakster kort, haar groene ogen waren strak op de hare gericht en besteedden geen aandacht aan haar kamergenoot. Haar arm strekte zich opnieuw uit en haar dunne vingers wikkeleden zich om Leah’s pols. Het gebruik van haar naam deed Leah fronzen en ze schudde haar hoofd.
“Wat er is aan de hand?” Vroeg ze opnieuw, ze richtte haar blik op Ves bij het uitblijven van de reactie van de bewaakster. Ves haar ogen was nog steeds strak op de bewaakster gericht, maar ze gaf geen antwoord op Leah’s vraag.
“Ves?” Leah hoorde haar eigen stem trillen, voelde hoe de bewaakster haar naar zich toe trok en de armband om haar vrije pols deed. Ze verwachtte de magnetische kracht die haar polsen bij elkaar zou houden, maar voelde enkel hoe de bewaakster haar handen naar elkaar toe forceerde en in haar oor fluisterde.
“Doe alsof.”

“Wat?” Leah draaide zich om en kruiste haar armen, wat een geïrriteerde blik opleverde van haar bewaakster, die haar handen opnieuw dwingend naar elkaar bewoog. “Hoe traag ben je?” Siste ze tussen haar tanden door, terwijl ze Leah bij haar schouders pakte en haar naar de openstaande deur loosde. “Doe alsof.”
Leah schudde haar hoofd, het begrip te langzaam dagend om te handelingen van haar bewaakster bij te houden. “Maar… Ves?” Stotterde ze, het idee van het achterlaten van haar kamergenote in een wereld van rook en onzekerheid angstaanjagender dan het volgen van de vreemde bewaker.

“Ze is hier niet voor mij.” Leah kon het niet helpen een korte zucht van opluchting te slaken toen haar kamergenote eindelijk sprak. Ze draaide zich om naar Ves, die een verdrietige glimlach op haar gezicht droeg terwijl ze naar Leah toe liep. Haar ogen waren anders dan normaal: verdriet en vreugde vochten voor een plek in haar stormachtige Irissen.
“Ze is hier voor jou, Leah.” Legde Ves uit en ze glimlachte flauwtjes terwijl ze een korte blik wierp op de bewaakster. “Ik weet niet hoe en ik weet niet waarom, maar je wordt gered, Leah.” Leah voelde de warme handen van Ves de hare omsluiten. “Dit is het, Leah. Dit is waar iedereen hier van droomt. Vandaan krijg je je vrijheid terug.”

De woorden van de vreemde jongen weerklonken in haar ogen en Leah realiseerde zich met een klap dat dit meer was dan de actie van één vreemde jongen, meer dan een willekeurige geur van rook en van een bewaker met vreemde bevelen. Ves had gelijk: ze werd gered, ze werd gered in een operatie waarbij lieve onschuldige Noah met te jonge ogen om het leven werd gebracht. Ze werd gered in een operatie waarbij haar kamergenote achtergelaten zou worden in een wereld waarin zij was verdwenen, een wereld waar Ves ondervraagd zou worden, aangeraakt zou worden door vreemde handen die haar terug zouden brengen tot een wereld die erger was dan zij zich kon voorstellen. Ze keek naar Ves en herkende de angst in haar ogen die ze voelde in haar eigen hart. Ze keek naar de ogen van Ves en besloot, voor het eerst in haar leven, moedig te zijn.

“Nee.” Ze trok haar handen los van die van haar bewaakster. “Ves gaat mee, of ik ga niet mee.” Ze kruiste haar armen voor haar borst, voelde haar hart ertegen slaan terwijl ze haar ogen gericht probeerde te houden op de moordende blik die haar bewaakster haar toe richtte.
“Dat kan niet.” Antwoordde haar bewaakster kort. “Ik kan maar één iemand meenemen.”
“Waarom? Waarom kan Ves niet mee?” Leah stapte naar achteren en hoorde hoe Ves achter haar doodstil was geworden, ze voelde tranen prikken in haar ogen terwijl haar angst groter en groter werd bij de blikken van haar bewaakster, maar ze hield voet bij stuk.
De bewaakster stapte naar haar toe en greep haar pols, bracht de polsband tot op ooghoogte. “Hierom. Verwerkt in deze armband zit een capsule vergif. Ongeoorloofd verlaten van je kamer, het complex of de zaal waar je je bevindt laat een dosering van het vergif los in je bloedbaan. Verlammend bij lagere doseringen, maar dodelijk bij hogere. Het is waarom niemand ooit ongeoorloofd verder dan tien meter buiten zijn kamer is weten te komen, en het is waarom ik alleen jou, Leah, kan meenemen.”
“Waarom?” Vroeg Leah opnieuw, als een kleuter die net had ontdekt dat de wereld nooit helemaal uitgelegd kon worden, hoe vaak je ook vroeg. Ze wist waarom, ergens achterin haar hoofd, maar hoopte ergens dat het iets zou zijn wat ze kon weerleggen, iets waar ze omheen kon denken, iets waardoor Ves toch mee zou kunnen.
“Ik heb maar één dosering tegengif.” Antwoordde haar bewaakster mat, terwijl ze een ongelabeld, donkerbruin potje produceerde uit haar zak. “Na de rellen in de eetzaal is iedereen op streng kamerarrest geplaatst. Verlaten van de kamer leidt tot maximale dosering van het gif. Je vriendin zou binnen tien meter dood zijn. Geen beter lot dan hier blijven, of wel?”
Leah slikte, knipperde de tranen in haar ogen weg bij de realisatie dat ze Ves zou moeten achterlaten als ze haar eigen vrijheid wilde achtervolgen. Ze draaide zich om naar Ves, die op haar lip beet.

“Leah.” Vroeg ze fluisterend in een stem zo zacht dat Leah niet had verwacht dat Ves op een dergelijke wijze zou kunnen spreken. “Wil je me écht mee hebben?”
Leah knikte zonder te twijfelen en zag de verrassing in Ves haar ogen bij haar reactie. Ves schudde haar hoofd en stapte naar Leah toe, pakte haar handen zoals eerder.
“Als er één ding is wat ik heb geleerd en een jeugd waarin alle keuzes verkeerd waren: er is altijd een derde optie.” Ze lachte zachtjes. “Het is niet per se de goede optie, maar je hoopt altijd dat ie minder rot is dan de andere twee, niet waar?”
Leah knikte voorzichtig. “Wat is de optie?”

“Dit is gepland, Leah, dit is duidelijk een operatie bij wie onze redster, wie ze ook is, zich geen falen kan veroorloven. Ze zet alles op het spel. Wanneer alles de inzet is, speel je niet op het randje. Dan neem je meer mee dan je nodig hebt.” Ze richtte haar blik op de bewaakster. “Ze heeft meer van het tegengif, Leah.”
Leah fronste. “Waarom zou ze daarover liegen, Ves?”
Ves lachte zachtjes. “Leah, wees eerlijk, waarom zou je mij uit de toren willen redden? Wie heeft er behoefte aan een neurotische wolf met meer psychologische problemen dan er namen voor zijn?”
“Ik.” Fluisterde Leah zacht.

Ze had meer willen zeggen. Had Ves willen vertellen dat ze haar stormachtige gedachtes kon kalmeren, dat haar vastberaden ogen soms de enige houvast waren in een onvoorspelbare wereld. Ze had Ves willen vertellen dat ze gehecht was geraakt aan de combinatie van irritatie en genegenheid die zich over haar hart uitstreek wanneer ze naar de grijns op het gezicht van haar eigenzinnige kamergenote keek. Ze had woorden willen zeggen die ze niet begreep en die geen houvast in haar gedachten konden krijgen, maar Ves keek haar met een blik die verdere woorden uit haar mond ontnam: haar ogen gespreid, haar mond opengevallen in shock en ongeloof. Verwarde ogen staarden naar de hare en voor het eerst leek het alsof Ves de wereld net als zij zag: met ogen van onbegrip.

Leah beet haar lip en draaide weg van haar kamergenote, ze slikte en rechtte haar rug, meer vastberaden dan ooit om Ves niet alleen achter te laten. “Heeft ze gelijk?” Ze prees zichzelf stilletjes over hoe vast haar stem klonk.
De bewaakster wierp een korte blik op Ves en zuchtte. “Ik heb een halve dosis extra.” Ze wierp een scherpe blik op Leah. “Als je denkt dat dit makkelijk te maken is…” Ze schudde haar hoofd. “Een halve dosis. Dat is het. Ik weet niet wat er gebeurt als ik haar de halve dosis geef. Misschien vermindert het de effecten, of misschien vertraagt het ze. Het zal in ieder geval niet prettig worden, Leah.”

Leah knikte en pakte de hand van Ves vast. Ze wierp een vastberaden blik op de bewaakster en was er zeker van dat ze nooit meer vastberaden woorden had uitgesproken toen ze beval: “Bevrijd ons hieruit. Ons beide.”

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.

MiniMeLona

Berichten: 6940
Geregistreerd: 19-01-12

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-10-16 14:32

*\o/* in 1 ruk weggelezen! Meer, meer, meer...

ilonamandjes

Berichten: 1210
Geregistreerd: 20-09-15
Woonplaats: Lelystad

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-10-16 14:47

Geweldig weer TS!! Echt superrrr spannend. +:)+ _/-\o_

Het doet me een beetje denken aan de film 'The Island'!

Kerstmuts
Django heeft zijn eigen FB pagina! <3 :D
https://www.facebook.com/djangotrekpaard/

Mizora

Berichten: 13451
Geregistreerd: 08-02-05
Woonplaats: Doordeweeks: Wageningen, in het weekend: Hellevoetsluis

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-10-16 15:10

Echt een ontzettend goed verhaal. Adembenemend. Lang geleden dat ik zoiets goeds gelezen heb. Ik kan niet wachten op een volgend stuk.

Heb je mij een pb gestuurd en geen antwoord gekregen? Stuur er dan gerust nog eentje achteraan. Ik vergeet nogal eens een pb te beantwoorden als ik het niet direct met lezen kan doen.

Talindos
Berichten: 1300
Geregistreerd: 14-04-12
Woonplaats: een stad

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-10-16 18:01

Wat een super leuk verhaal!

Ik volg zeker!

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Ilayla

Berichten: 477
Geregistreerd: 04-03-12
Woonplaats: In the middle of Nederland

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-10-16 18:09

Goed bezig TS! Ik kijk weer uit naar het volgende deel.

Jaro ♥

Ierpier

Berichten: 1205
Geregistreerd: 28-09-10

Re: [VER] Animis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter: 28-10-16 21:10

Bedankt voor jullie reacties <3 ze helpen echt qua motivatie :D.

{இ}ڿڰۣ-ڰۣ~—
Everything ends and it's always sad.
But everything begins again too. And that's always happy. Be happy.


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Googlebot, Lente en 1 bezoeker