Hallo, mijn naam is Scarlet, en ik ben een Fjord. Er is vorig jaar iets best wel ergs gebeurd! Ik vertel jullie mijn verhaal.
Deel 1: Drachtig.
Het was een koude winteravond, zo koud. Mijn hoeven waren bijna bevroren. Ik was al heel lang drachtig en mijn veulen kon ieder moment komen. Ieder moment...
Hap! Daar ging weer een plukje gras. Onder alle sneeuw kun je het gras bijna niet meer vinden, maar ik heb nog een plukje gevonden. Ik sta in een weide aan de rand van het bos met nog 14 andere paarden. Auw! Er schopt iets in mijn buik! Oja, ik krijg een veulen. Het is mijn allereerste veulen. Ik zie 2 mensen aan de overkant van het weiland. Ze lopen naar mij toe, denk ik. Ah, kijk, die ene man ken ik! Dat is de boer. Hij is hier zelden geweest, ook al staan hier zoveel paarden die van hem zijn. Hij verzorgt ons nooit. Maar nu is hij er. En wie is die andere man? Hij heeft een zadel en een hoofdstel in zijn handen, wat zou hij daarmee van plan zijn? Ik hoor ze praten. `Ja, dit is echt een prachtmerrie!` hoor ik de boer zeggen. Nouja, ik kauw wel weer verder op mijn plukje gras. Ondertussen zijn alle andere paarden ook nieuwsgierig geworden en ze kijken allemaal naar de boer en de andere man. Brrr, ik heb het nog steeds koud. `Ah, wat een mooie merrie.` hoor ik de man zeggen `Ik hoop dat ze ook goed is in springen!` `De beste!` Zegt de boer. `Wat de beste?` `Waar hebben ze het over?` `Weet de boer wel dat ik al heel lang drachtig ben?` `Auww!` Al weer voel ik iets in mijn buik. `Ja` zegt de boer `ik zie dat Scarlet wel heel erg dik is geworden.` Geef haar maar wat beweging Charles` `Charles?` `Dus die man heet Charles.` Opeens voel ik dat er iets zwaars op mijn rug wordt gelegd en er wordt een koud bit in mijn mond geduwd. `Auw!` `Auw!` `Het veulen, het komt er bijna aan!` Opeens zak ik bijna door mijn benen. Charles is op mijn rug gaan zitten, maar dat kan niet, want ik moet nu veulenen! Ik hinnik zo hard als ik kan en maai wild met mijn voorbenen. Ik bok wat ik maar kan en Charles valt van mijn rug af. Zo snel als ik kan ren ik het bos in. Na een kwartiertje stappen plof ik uitgeput neer in de sneeuw. Het veulen komt...
en?
maar hierna wel een alinea