Op een hete zomeravond wordt een prachtig veulentje geboren op stal Hendriks. Het veulen is een merrie en is perzikkleurig en heeft diepe zwarte ogen en daartussen in zit een kol, als de baas komt kijken zegt hij 'allemachtig wat een prachtig veulen.' Hij noemt het veulen: Hadara. 'Dat betekent bedolven onder schoonheid.' De moeder van het veulen genaamd Ellie fluistert Hadara toe 'sta maar op.' Hadara probeert uit alle macht te gaan staan, als ze uiteindelijk staat is de baas al weg. De baas heeft het hek van de veulenweide open laten staan Ellie loopt er naartoe en Hadara volgt haar voorzichtig. Als ze eenmaal in de weide zijn gaan ze rustig grazen. Daarna mag Hadara met de andere veulens spelen aarzelend loopt Hadara naar de andere veulens, die vinden het hartstikke leuk dat Hadara er is. De veulens galloperen achter elkaar aan en hebben de grootste lol.
3 maanden later komt er een grote woeste man de weide in hij heeft een busje bij zich alle veulens verstoppen zich achter hun moeder. 'Die man is Wilfred hij komt alle veulens bekijken om te kijken wie er allemaal verkocht wordt' zegt Ellie. 'Verkocht?' Hadara schrikt en hoopt dat zij op stal Hendriks mag blijven, maar met een priemende vinger wijst hij naar haar en knikt. Als Wilfred weg is zijn alle veulens nog steeds angstig. De volgende dag zijn alle veulens het al vergeten en is iedereen weer vrolijk.
3 jaar later komt het busje van Wilfred opnieuw het erf op Hadara en 5 andere paarden worden meegenomen Ellie roept nog een laatste boodschap 'succes Hadara ik hoop dat je goed terecht komt'