Zoals sommige van jullie misschien al weten heb ik 2 lieve shetjes, dat zijn Fanta en Pepsi.
Pepsi is heel lang zwaar hoefbevangen geweest, en ze werd niet eens vaak genoeg bekapt.
(Ik kende ze toen nog niet!) Ik heb een verhaal geschreven hoe haar leven er waarschijnlijk uit heeft gezien.
Ik heb natuurlijk niet alles verzonnen want ik heb wel gehoord hoe het ongeveer ging.
Nou hier komt hij dan
:Hoofdstuk 1: Rare mensen
Zo’n 8 jaar geleden mocht ik voor de eerste keer rond kijken op deze wereld. Ik zag een hele grote wei met een boom.
Dat was dus mijn thuis. Mijn veulenjaartjes waren geweldig! Ik kon lekker rondrennen in de wei, ik had onbeperkt eten, ik mocht voor altijd bij mama blijven en het was lekker rustig. Ik hoefde helemaal niets te doen en niemand bemoeide zich met me,
helaas duurde dat niet lang meer.
Op een dag had ik heel veel last van mijn hoefjes, het deed pijn om te lopen, heel veel pijn…
Ik wist niet wat er met mijn hoefjes was en mama ook niet, ik wou het weg hebben.
Ik bleef die pijn heel lang houden, ik ging maar een beetje anders lopen om te zorgen dat ze minder pijn deden. Het werkte wel een beetje,
maar ik kreeg er wel spierpijn door. Ach, dat zou na een tijdje toch wel over gaan, dacht ik nietsvermoedend van dat ik later alleen maar meer
pijn zou krijgen...
Toen ik net een lekker dutje had gedaan kwamen er 2 mannen aanlopen, die hoorden daar toch niet?! Normaal was het weiland helemaal leeg, alleen ik en mama liepen erin. Ze dreven mama in een hoekje. En ik?
Ik stond bang te wachten op wat er zou gaan gebeuren. Ze deden mama een raar ding om haar hoofd, ze deed niet eens moeite om hem eraf te krijgen en liep netjes mee. Ze keek niet eens om, ze was vergeten dat ik wel bang was voor mensen en dat ik haar niet durfde te volgen. Ik begon naar haar te roepen, waarom bleef ze niet bij mij?! Al snel merkte ik dat ik echt mee moest, één van de mannen ging achter mij staan zwaaien, ik moest wel rennen. Al deed het pijn aan mij hoefjes… Ik hoopte dat het een nare droom was, en dat ik zo weer wakker zou worden. Helaas was dat niet zo...
Na een paar seconden werd het duidelijk waar ik heen moest, die rare schuur met hooibalen.
Toen ze me erin geduwd hadden werd mama vastgezet aan de deur van de rare schuur. Ik vroeg in paniek aan haar: ‘Mama wat gebeurt er?!’, maar mama reageerde niet… Dan maar goed naar de mensen luisteren. ‘Boete voor verwaarlozing?’, ik snapte helemaal niets van hun rare brabbeltaaltje. Opeens gingen ze weg, ‘Hé! Hallo?! Blijf eens hier! Ik sta opgesloten’ dacht ik. Maar mama trok zich niets van die mensen aan, ze had de lekkere hooibaal achter ons al gevonden. Wat zou er nu gebeuren? Waar zijn die mensen gebleven? Al die dingen spookten door mijn hoofd heen. Ik besloot te gaan slapen. Na heel veel nare nachtmerries werd ik weer wakker, het was midden in de nacht. Mama sliep nog, dus ik liep zachtjes naar de hooibalen toe en begon te knabbelen. Ik voelde me niet veilig meer, het liefst wou ik weg. Gelukkig had ik nu wel genoeg eten en drinken, ik vond het water wel een beetje muffig ruiken, dus ik dronk er liever niet uit.
Hoofdstuk 2: Een rare geur?
Het was al een tijdje licht toen ik weer een auto op het erf hoorde rijden. Vol spanning wachtte ik op de man die uit de auto stapte,
hij was heel erg lang en hij rook een beetje raar. Ik vroeg meteen aan mama: ‘Waar ruikt hij toch naar? Ik ken die geur niet’, daarop antwoordde ze: ‘Dat is een hoefsmid, als hij komt moet je altijd heel lang op 3 benen staan’. Ik wist nog steeds niet waar hij naar rook…
De man zag er vriendelijk uit, hij greep me vliegensvlug bij mijn manen vast en deed me net zo’n raar ding om mijn hoofd zoals mama gister om had. Ik probeerde hem te bijten en weg te rennen, maar hij was te sterk. Mijn hoofd stond tegen het hek en ik kon geen kant op. Ik had nog nooit vast gestaan, het voelde heel raar. Altijd was ik vrijheid gewend, zou dat nu voor altijd veranderen?
Bang was ik, doodsbang… Ik kon nergens heen, ik kon niets zien en ik mocht maar op 3 benen staan, dat deed nog meer pijn aan mijn voetjes! Veel tijd om na te denken waarom ik dit moest doen, en wat er gebeurde had ik niet... Ik wilde hier weg. Ik heb alles geprobeerd, springen steigeren, trappen en zelfs liggen, maar niets werkte, hij hield mijn voet stevig vast. Toen ik alle 4 mijn voetjes weer bij me mocht houden stond ik opeens heel wankel, ik moest nu op mijn tenen staan, dat deed heel veel pijn. Mama leek er helemaal geen moeite mee te hebben dat ze op 3 voeten moest staan, ze viel bijna in slaap. Toen rook ik mijn voeten, dat was die rare geur dus, het zijn hoeven!
Ik hoopte dat hij nooit meer terug zou komen, ik vond het echt verschrikkelijk. Nooit zal ik van die angst afkomen, nooit zal ik goed met mensen om kunnen gaan, nou ja... Dat dacht ik.
Hoofdstuk 3:Een heel nieuw leven!:
Heel lang was het rustig, er kwamen geen mensen meer naar me toe. Ik had wel nog steeds last van mijn hoefjes,
het word steeds erger. Ik krijg ook steeds meer jeuk, al die losse haren willen maar niet van me af.
Zo heb ik ongeveer 2 jaar in een wei met heel veel gras gestaan. Niemand die me aandacht geeft, niemand die me kan helpen, ik voelde me alleen. Mama was ook niet blij, we hadden niet altijd schoon water of genoeg eten, en zelfs mama kreeg last van haar hoefjes…
Juist toen ik het niet verwachtte kwamen er weer mensen naar me toe, maar dit keer geen lange mannen, dit was een klein meisje.
Ze zag me en smolt helemaal weg, ik zag ook verdriet in haar ogen, dat snap ik nog steeds niet helemaal. Dit was Annelot, het meisje dat mij mijn echte paardenleven liet kennen, hoe het eigenlijk zou moeten gaan.
Het was altijd heel moeilijk om haar te begrijpen, ik vond het bijvoorbeeld heel moeilijk om aan het touw mee te lopen, of om stil te staan terwijl ze met die rare spullen over mijn vachtje heen ging om de losse haren weg te krijgen. Maar het aller raarste vond ik nog wel dat ik bij haar ook op 3 benen moest staan! Ik dacht dat zij lief was en geen rare dingen zou doen. Volgens mama was het niet erg en maakte ze alleen maar mijn voeten schoon.
Toen ik al bijna alle basis dingen kon, leerde ik Susan kennen. Aan het begin vond ik het een beetje raar als zij met me moest lopen, ik kende haar
nog niet! Maar al snel heb ik gemerkt dat zij minstens even lief is als Annelot. Samen met hun heb ik heel veel beleefd. Ik voel me nu ook een stuk beter, mijn hoefjes doen geen pijn meer, maar nog wel pijn aan mijn spieren... Ik heb jaren mijn spieren verkeert gebruikt, en daar krijg ik een beetje last van als ik nu lang moet lopen, maar na heel veel oefenen... Is ook die pijn weg!
Hoofdstuk 4 : Heel veel veranderingen
Het is toch wel moeilijk om op alles te letten! Ik vind vaststaan nu niet zo moeilijk meer, maar nu moet ik terwijl ik vast sta ook nog mijn hoef optillen! Vandaag ga ik voor het eerst het bos in, ik ga heel veel nieuwe dingen ontdekken, maar ik moet wel blijven luisteren zei het baasje.
Deze poetsbeurt leek langer dan ooit, ik vond het zo spannend om in het bos te gaan wandelen. Mama was daar ook nog nooit geweest. Net toen ik een beetje aan het dagdromen was hoorde ik het hek opengaan, ik moest even wachten tot ik er doorheen mocht. Het is maar een paar meter lopen naar de ingang van het bos, dat wist ik omdat ik dat al vaker had gezien. Ik moest in de berm blijven lopen, en ik mocht de weg niet op. Opeens zie ik een auto voorbij flitsen, uit paniek ren ik toch de weg op! Ik werd snel weer terug geduwd door Annelot, en toen had ik eigenlijk helemaal niet zo veel zin meer in de boswandeling…
Bij de ingang van het bos was het best rustig, er stond een raar bordje bij. Toen kwamen we aan bij een pad met allemaal kiezelsteentjes, daar mocht ik niet op lopen. Na de bocht zag ik een raar hout ding dat over het water heen lag, wat is dat nou weer? Omdat ik het zo spannend vond mocht ik heel even voor dat houten ding grazen. Toen liepen ze met mama er overheen, ‘maar dat hoef ik toch niet?!’ dacht ik. Je hoorde een hol geluid van voetstappen op dat ding, het rook ook heel raar. Snuivend en briesend stond ik voor dat ding, nee hier ga ik niet overheen!
Ik had meteen mijn dagje wandelen verpest… Had ik maar gewoon over dat ding heen gelopen dacht ik toen ik weer in mijn wei stond. Gelukkig was mama niet boos op me, en was er verder niets gebeurt.
Ik hoop dat jullie het leuk vonden om het te lezen, ik schrijf normaal geen verhalen dus het is niet fantastisch
.(Ik hou van berichtjes
)
, haar baasje deed het gelukkig niet expres, hij wist gewoon niet hoe je voor paarden moet zorgen. Ik vind het nog steeds een beetje raar dat hij ze heeft gekocht. Maar nu weet hij het gelukkig wel.
maar daar kan jij niks aan doen, ben blij dat ze nu een goed tehuis hebben