Ik schrijf niet vaak, maar voor school was dit een opdracht. Ik moest een kort verhaal schrijven met een wending. Het verhaal ligt voor mij nogal gevoelig, t is iets wat ik op een paar aanpassingen zelf heb meegemaakt. Omdat er al meerdere keren is gezegd dat het verhaal erg aangrijpend is, was ik benieuwd wat jullie ervan vonden!
Veel leesplezier dan maar!
Groetjes Judith

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ik doe mijn handen voor mijn ogen. Ik hoop dat het allemaal snel voorbij is. Als ik mijn ogen weer open doe is dat jammer genoeg niet zo. Ik zit hier nog steeds. Ik snap het maar niet. Hoe heeft dit zo ver kunnen komen? Ik voel me vreselijk alleen en koud. De rilling gaat over mijn rug heen. In een flits zie ik mijn moeder vanuit de gang naar beneden lopen met iets in haar handen. Ik zit hier nog steeds snikkend op de grond. Ik had het toch echt bijna voor elkaar. Bijna was het gelukt. Misschien is het wel beter zo. Het was vast mijn tijd nog niet. Ik kan het niet loslaten. Ik voel me vreselijk, wil weg van hier.
Mijn moeder komt naar boven gelopen. ‘’Er is iemand die even met je wil praten.’’ Zegt ze voorzichtig tegen mij met tranen in haar ogen. Mijn moeder is een prachtig persoon. Heel slim en positief. Ik zal altijd van haar houden. We lijken ook ontzettend op elkaar. Daarin botsen we soms. Maar ze kan me daarin ook helpen. Ik weet dat ze het moeilijk heeft maar nu is het overduidelijk. Langzaam kom ik uit mijn lang al niet meer zo veilige hoekje. Met een verdwaasd gevoel loop ik de trap af. Daar hangt een lijst met de kinderfoto’s. Wat was ik daar klein en kwetsbaar. Daar tref ik ene Karen aan. Ik ken haar maar heb haar nooit willen zien. Ze vraagt of het goed met mij gaat. Ik kijk verlegen naar beneden. Ik zie sommige deukjes in het laminaat. Ik raak weer verzeild in gedachten. Voorzichtig kijk ik om me heen en weer terug naar beneden. Ik zie mijn polsen en ik trek de mouwen van mijn vestje onmiddellijk naar beneden zover mogelijk over mijn handen heen. Waarom bemoeit iedereen zich met mij? Vervolgens antwoord ik heel zacht: “Natuurlijk niet.’’ Vervolgens doet ze nog een paar vergeefse pogingen om mij aan het praten te krijgen. Ik ken al die trucjes nu wel van zulke mensen. Ik weet ze onderhand goed te ontwijken en daar complimenteer ik mezelf over. Ik wil niet meer vertellen. Het had nooit mogen gebeuren. Het is mijn probleem. Niet dat van haar.
Ik wil omdraaien om weg te lopen. Alleen voel ik de grond langzaam wegzakken. Ik word draaierig. Ik weet niet wat er om mee heen gebeurt. Het wordt zwart.
Ik doe mijn handen voor mijn ogen vandaan. Ik zit weer in mijn hoekje op mijn kamer. Ik kijk om me heen naar alle foto’s op mijn muur die zoveel voor mij betekenen. Ik weet niet wat ik moet voelen en of ik überhaupt iets voel. Ik hoor nog niemand in huis. Ik weet niet wat er nou gebeurd is en wat niet. Wat ik wel weet, is dat ik mijn mesje die ik verkleumd vasthoud. Weer veilig opberg. Het liefst voordat mijn moeder weer thuiskomt. Niemand mag dit weten. Ik kan dit alleen. Het is mijn beslissing. Ik hoef geen hulp. Het blijft mijn geheime probleem.
Reacties zijn altijd welkom!