[VER] Nigé, the goddes of victory.

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

[VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 31-01-13 19:40

HoiHoi :wave:

aangezien ik he-le-maal gek ben van superhelden verhalen zoals the avengers etc en ik veel ideeën in mijn hoofd had (teveel eigenlijk :+) ben ik het toch gaan uitwerken. Ik vind het lastig om het goed te beschrijven omdat ik het voor mijn gevoel al weet wat voor sfeer ik bedoel etc. Ook gebruik ik te vaak het woordje ik :+ Snappen jullie het nog? :') Ook vind ik dat de gebeurtenissen misschien te snel gaan? nouja, ik wil het toch plaatsen in de hoop het in de loop van de tijd steeds beter te kunnen! :)
Dus tips zijn zeeeer welkom, wel opbouwend aub :)

Nigé, the goddes of victory.

Met moeite doe ik langzaam mijn ogen open. Ze moeten wennen aan het felle licht. Na een paar keer knipperen, probeer ik me te bewegen. Mijn hoofd bonkt en als ik hem met mijn hand aanraak, plakt het. Als ik naar mijn hand kijk zie ik bloed. Ik kreun. Langzaam sta ik op en kijk om me heen. Ik schrik. Alles ligt in puin en er staat geen gebouw meer overeind. Het is een ravage. Ik probeer helder na te denken wat niet echt lukt. Wat is er gebeurd? Ik kijk nog een keer om me heen. Ik kan niet beschrijven wat ik voel: onmacht, verdriet, woede, verward. Opeens zie ik iets in mijn ooghoek. Verschrikt draai ik me om, bewoog daar iets? Er gebeurt niks meer. Ik zucht opgelucht. Ik heb het me zeker verbeeld. Opeens hoor ik een bonk. Ik draai me weer om. Weer kan ik mijn ogen niet geloven. Ik loop achteruit en struikel over een stuk steen. Als ik weer sta is hij dichterbij gekomen. Ik ben bang. Hij is groot en breed gebouwd en hij heeft rare kleren aan. Zwart halflang haar en een stoppelbaard. Zijn ogen zijn helder groen en zijn mond krult omhoog. Als ik naar zijn hand kijk schrik ik. Hij heeft een dolk vast. Kan het nog erger, denk ik. Als hij ziet hoe ik kijk begint hij hardop te lachen. Ik begrijp er niks van. Heeft hij dit allemaal gedaan? “Je had je eigen gezicht moeten zien Nigé” lacht hij met zijn witte tanden en kuiltjes in zijn wangen. Hij loopt op me af en wil me een knuffel geven. Ik ontwijk hem. Hij kijkt verbaasd. “Wat, Nigé? Wat is dat?” vraag ik hem argwanend. “Dat ben jij” grinnikt hij. “Weet je dat niet meer?” vraagt hij met grote verbaasde ogen. Ik snap er niks meer van. “Wat weet ik niet meer?” vraag ik met overslaande stem. Hij kijkt me onderzoekend aan. Ik begin me ongemakkelijk te voelen. “Wat is er nou?”. “ Weet je echt niks meer?” “Nee! Ik weet helemaal niks meer, nu blij?” roep ik. Wie denkt hij wel dat hij is. Hij kijkt in het rond en loopt een stukje weg. Daar tilt hij met gemak een stuk steen van misschien wel 50 kilo op. Met verbaasde ogen kijk ik hem aan. “Wat.. Hoe.. He? Hoe doe je dat?” stamel ik. In de verte komt nog iemand aangelopen. Ik begin me steeds ongemakkelijker en banger te voelen. Toch blijf ik staan, geboeid door hoe de mannen bewegen en zijn. “Wat is hier gebeurt?” vraag ik. “ Dat vertel ik zo Nigé” en hij roept naar de andere man, “ Ares! Kom eens hier, we hebben een probleem!” Ik zucht en begin dan toch weg te lopen. Als ik omkijk staan ze me schuddend na te kijken. Na ongeveer 10 seconden voel ik een windvlaag. Als ik opkijk staan ze voor me. “ Laat me niet meer schrikken! Wat zijn jullie in vredesnaam?” vraag ik verschrikt “ en hoe heten jullie dan, als jullie mij Nigé noemen?” Ik kan de andere man nu van dichtbij zien. Hij heeft kort bruin haar en een strakke kaaklijn. Hij is wat kleiner gebouwd maar zeker net zo breed. Hij heeft gespierde armen en grote ogen. Hij komt me bekend voor maar ik weet niet waarvan. Ik wrijf over mijn wang en voel ook een strakke kaaklijn. Pff toeval, denk ik. “ Themis” zegt de zwartharige “ en dit is Ares” Ares lacht. Hij is stoer en schattig tegelijk. “ We komen officieel van Tanrilar, in een ander universum, maar we zijn de afgelopen weken op de aarde geweest om de Kaplan tegen te houden. Dat is een leger met rare beesten die de aarde willen overnemen. Jij bent net als ons.” Hij kijkt twijfelend naar Ares. Die knikt. “ En je bent de broer van Ares.” Hij tuurt naar mij. Gek genoeg vind ik het niet raar toch wil ik het niet geloven. “Waarom zou ik jullie geloven? Ik zag jullie net in een ravage. Wat is er eigenlijk gebeurd? Waren jullie het op die Kaplan dingen?” “Dat is een lang verhaal, als je met ons meegaat vertellen we het je” zegt Ares. “Maar ik weet toch niet of jullie te vertrouwen zijn?” Ik zie Ares en Themis naar een stuk steen kijken. Ze willen toch niet dat.. “Probeer dat stuk steen eens op te tillen” zegt hij. Ik kijk ernaar. Toch wel, ze denken toch niet dat ik dat kan? “Dit is de enigste manier waarop we je kunnen laten zien dat wij gelijk hebben.” zegt Ares als hij ziet hoe verbaasd ik kijk. Ik kijk nog een keer naar de steen. Ik zucht en loop erheen. Als ik omkijk zie ik hun hoopvolle gezichten. Dit gaat me nooit lukken, denk ik. Als mijn handen de steen raken gebeurt er iets met me. Mijn gedachten zijn gestopt en mijn lichaam voelt zich sterk. Ik vergeet alles om me heen. Daar schrik ik van en ik haal mijn handen van de steen. Als ik weer naar Themis en Ares kijk zie ik hoeveel vertrouwen ze in mij hebben. Ik moet het nog een keer proberen, zeg ik tegen mezelf. Mijn handen gaan weer naar de steen en alles gebeurt opnieuw. In eerste instantie gebeurt er niks. Ik probeer kracht op mijn handen te zetten maar het lukt niet. Zie je wel, denk ik, ze hebben ongelijk. Op dat moment, precies bij die gedachte, til ik de steen moeiteloos op. Ik zie de spieren in mijn armen en geloof het niet. Langzaam leg ik het weer neer. Ik draai me om en ik zie 2 lachende gezichten met twinkelende ogen. Ik voel mezelf geweldig, net alsof ik dit altijd gedaan heb. Zou het toch allemaal waar zijn? Ik loop langzaam naar ze toe. “Zie je nou wel” lacht Themis, “je bent hetzelfde als ons. Wij zijn echt en geen sprookje, hoe moeilijk het ook te geloven is.” Er valt een stilte. Ik kijk om me heen. De stenen beginnen te trillen en de grond te schudden. Ik kijk om me heen en zie Themis ook rondkijken. Opeens roept Themis “ Wegwezen!” en ik zie ze wegschieten. Ik haal mijn schouders op maar als ik in de verte een groot gevaarte aan zie komen besef ik dat ik weg moet wezen. Ik begin te rennen. Zou dat een Kaplan zijn? Ik kijk achterom en zie het steeds dichterbij komen. Ik span me meer en meer in en merk dat ik steeds sneller ga lopen. Het voelt alsof ik zo snel als het licht ga. In de verte zie ik Themis en Ares en ga naar ze toe. Net alsof het een teken is gaan Ares en Themis zigzaggen en ze vliegen de lucht in. Ze kijken naar mij en roepen dat ik hetzelfde moet doen. Ik concentreer me, span me in en begin te zigzaggen. Na een minuut kijk ik naar beneden en zie ik het. Ik vlieg! Als ik mijn eerste verbazing te boven ben en de controle heb zweef ik naar ze toe. “Moeten we niet iets doen?” roep ik. “Nee, dat was geen Kaplan, dat was een tank van het leger. Ze mogen niet weten dat wij er zijn” Ik geniet in de lucht. De wind door mijn haren en het gevoel alsof je gewichtloos bent is heerlijk. Ik kijk naar Themis en Ares. Ik kan het niet bevatten. Heb ik daar mee gedaan? Opeens raakt mijn hoofd vol met gedachten en vragen, of ik mensen vermoord heb, of ik altijd al zo geweest ben en noem maar op. Ik begin me zwakker te voelen. Themis en Ares lijken steeds verder weg te zweven. Ik roep, maar ze horen me niet. Opeens wordt alles zwart, ik voel hoe de zwaartekracht me naar beneden zuigt, alsof hij me wil opeten. Ik laat me meevoeren naar waar hij me naartoe brengt. Dan maak ik een klap. Vaag hoor ik voetstappen en geschreeuw. 2 mannen maken ruzie en roepen mijn naam. Dan zak ik helemaal weg.

Weer voel ik me zoals toen. Mijn hoofd bonkt. Als ik mijn ogen open ben ik in een sneeuwwitte ruimte met enkel 2 stoelen en een tafel. Ik lig in een bed. Op de stoelen zitten Themis en Ares. “Godzijdank je bent wakker” roept Ares. Themis begint te glimlachen. Ik voel me opgelucht, het was geen droom. Ik ontdek dat ik het leuk vond, het vliegen en de steen optillen. De spanning die het meebrengt. Zouden Ares en Themis zich ook zo voelen? Zachtjes vraag ik “ wat is er gebeurd?” Themis komt naar me toe gelopen een veegt een haar uit mijn gezicht en ontbloot zijn tanden. “ Dat vliegen was teveel voor je, je had bijna geen energie en dat heeft je genekt. Je bent naar beneden gevallen.” Zegt hij. “Waar ben ik nu dan?”. Ares antwoordt “ je bent nu in het ziekenhuis van Tanrilar. We hebben je hierheen gebracht. Nu moet je uitrusten.” Ze kijken me aan en lopen de deur uit. Ik zucht. Ik kan het gewoon nog niet geloven. Ik ben dus gewoon een god, zoals zij het noemen. We komen van een andere planeet. We zijn gewoon helden. Ik weet niet wat ik moet vinden. Het is zoveel veel in korte tijd. Toch begin ik me dingen te herinneren. Vaag in mijn hoofd komt Ares voor. Themis zie ik ook vaag. En mezelf, ik zie mezelf, vechtend maar toch elegant. Op dat moment komt er iemand binnen gelopen en ik schrik me rot. Ik ken haar! Hoe kan dat nou, denk ik. Ze is oud maar knap met mooie lange bruine haren en witte vleugels. Ze draagt een stoere maar toch vrouwelijke blouse en broek. Ze kijkt me aan. En dan, dan besef ik het. Ik weet opeens weer wie ze is!

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-02-13 09:50

Robin_Rikkie schreef:
HoiHoi :wave:

aangezien ik he-le-maal gek ben van superhelden verhalen zoals the avengers etc en ik veel ideeën in mijn hoofd had (teveel eigenlijk :+) ben ik het toch gaan uitwerken. Ik vind het lastig om het goed te beschrijven omdat ik het voor mijn gevoel al weet wat voor sfeer ik bedoel etc. Ook gebruik ik te vaak het woordje ik :+ Snappen jullie het nog? :') Ook vind ik dat de gebeurtenissen misschien te snel gaan? nouja, ik wil het toch plaatsen in de hoop het in de loop van de tijd steeds beter te kunnen! :)
Dus tips zijn zeeeer welkom, wel opbouwend aub :)

Nigé, the goddes of victory.

Met moeite doe ik langzaam mijn ogen open. Ze moeten wennen aan het felle licht. Na een paar keer knipperen, probeer ik me te bewegen. Mijn hoofd bonkt en als ik hem met mijn hand aanraak, plakt het. Als ik naar mijn hand kijk zie ik bloed. Ik kreun. Langzaam sta ik op en kijk om me heen. Ik schrik. Alles ligt in puin en er staat geen gebouw meer overeind. Het is een ravage. Ik probeer helder na te denken wat niet echt lukt. Wat is er gebeurd? Ik kijk nog een keer om me heen. Ik kan niet beschrijven wat ik voel: onmacht, verdriet, woede, verward. Opeens zie ik iets in mijn ooghoek. Verschrikt draai ik me om, bewoog daar iets? Er gebeurt niks meer. Ik zucht opgelucht. Ik heb het me zeker verbeeld. Opeens hoor ik een bonk. Ik draai me weer om. Weer kan ik mijn ogen niet geloven. Ik loop achteruit en struikel over een stuk steen. Als ik weer sta is hij dichterbij gekomen. Ik ben bang. Hij is groot en breed gebouwd en hij heeft rare kleren aan. Zwart halflang haar en een stoppelbaard. Zijn ogen zijn helder groen en zijn mond krult omhoog. Als ik naar zijn hand kijk schrik ik. Hij heeft een dolk vast. Kan het nog erger, denk ik. Als hij ziet hoe ik kijk begint hij hardop te lachen. Ik begrijp er niks van. Heeft hij dit allemaal gedaan? “Je had je eigen gezicht moeten zien Nigé” lacht hij met zijn witte tanden en kuiltjes in zijn wangen. Hij loopt op me af en wil me een knuffel geven. Ik ontwijk hem. Hij kijkt verbaasd. “Wat, Nigé? Wat is dat?” vraag ik hem argwanend. “Dat ben jij” grinnikt hij. “Weet je dat niet meer?” vraagt hij met grote verbaasde ogen. Ik snap er niks meer van. “Wat weet ik niet meer?” vraag ik met overslaande stem. Hij kijkt me onderzoekend aan. Ik begin me ongemakkelijk te voelen. “Wat is er nou?”. “ Weet je echt niks meer?” “Nee! Ik weet helemaal niks meer, nu blij?” roep ik. Wie denkt hij wel dat hij is. Hij kijkt in het rond en loopt een stukje weg. Daar tilt hij met gemak een stuk steen van misschien wel 150 kilo op. Met verbaasde ogen kijk ik hem aan. “Wat.. Hoe.. He? Hoe doe je dat?” stamel ik. In de verte komt nog iemand aangelopen. Ik begin me steeds ongemakkelijker en banger te voelen. Toch blijf ik staan, geboeid door hoe de mannen bewegen en zijn. “Wat is hier gebeurt?” vraag ik. “ Dat vertel ik zo Nigé” en hij roept naar de andere man, “ Ares! Kom eens hier, we hebben een probleem!” Ik zucht en begin dan toch weg te lopen. Als ik omkijk staan ze me schuddend na te kijken. Na ongeveer 10 seconden voel ik een windvlaag. Als ik opkijk staan ze voor me. “ Laat me niet meer schrikken! Wat zijn jullie in vredesnaam?” vraag ik verschrikt “ en hoe heten jullie dan, als jullie mij Nigé noemen?” Ik kan de andere man nu van dichtbij zien. Hij heeft kort bruin haar en een strakke kaaklijn. Hij is wat kleiner gebouwd maar zeker net zo breed. Hij heeft gespierde armen en grote ogen. Hij komt me bekend voor maar ik weet niet waarvan. Ik wrijf over mijn wang en voel ook een strakke kaaklijn. Pff toeval, denk ik. “ Themis” zegt de zwartharige “ en dit is Ares” Ares lacht. Hij is stoer en schattig tegelijk. “ We komen officieel van Tanrilar, in een ander universum, maar we zijn de afgelopen weken op de aarde geweest om de Kaplan tegen te houden. Dat is een leger met rare beesten die de aarde willen overnemen. Jij bent net als ons.” Hij kijkt twijfelend naar Ares. Die knikt. “ En je bent de zus van Ares.” Hij tuurt naar mij. Gek genoeg vind ik het niet raar toch wil ik het niet geloven. “Waarom zou ik jullie geloven? Ik zag jullie net in een ravage. Wat is er eigenlijk gebeurd? Waren jullie het op die Kaplan dingen?” “Dat is een lang verhaal, als je met ons meegaat vertellen we het je” zegt Ares. “Maar ik weet toch niet of jullie te vertrouwen zijn?” Ik zie Ares en Themis naar een stuk steen kijken. Ze willen toch niet dat.. “Probeer dat stuk steen eens op te tillen” zegt hij. Ik kijk ernaar. Toch wel, ze denken toch niet dat ik dat kan? “Dit is de enigste manier waarop we je kunnen laten zien dat wij gelijk hebben.” zegt Ares als hij ziet hoe verbaasd ik kijk. Ik kijk nog een keer naar de steen. Ik zucht en loop erheen. Als ik omkijk zie ik hun hoopvolle gezichten. Dit gaat me nooit lukken, denk ik. Als mijn handen de steen raken gebeurt er iets met me. Mijn gedachten zijn gestopt en mijn lichaam voelt zich sterk. Ik vergeet alles om me heen. Daar schrik ik van en ik haal mijn handen van de steen. Als ik weer naar Themis en Ares kijk zie ik hoeveel vertrouwen ze in mij hebben. Ik moet het nog een keer proberen, zeg ik tegen mezelf. Mijn handen gaan weer naar de steen en alles gebeurt opnieuw. In eerste instantie gebeurt er niks. Ik probeer kracht op mijn handen te zetten maar het lukt niet. Zie je wel, denk ik, ze hebben ongelijk. Op dat moment, precies bij die gedachte, til ik de steen moeiteloos op. Ik zie de spieren in mijn armen en geloof het niet. Langzaam leg ik het weer neer. Ik draai me om en ik zie 2 lachende gezichten met twinkelende ogen. Ik voel mezelf geweldig, net alsof ik dit altijd gedaan heb. Zou het toch allemaal waar zijn? Ik loop langzaam naar ze toe. “Zie je nou wel” lacht Themis, “je bent hetzelfde als ons. Wij zijn echt en geen sprookje, hoe moeilijk het ook te geloven is.” Er valt een stilte. Ik kijk om me heen. De stenen beginnen te trillen en de grond te schudden. Ik kijk om me heen en zie Themis ook rondkijken. Opeens roept Themis “ Wegwezen!” en ik zie ze wegschieten. Ik haal mijn schouders op maar als ik in de verte een groot gevaarte aan zie komen besef ik dat ik weg moet wezen. Ik begin te rennen. Zou dat een Kaplan zijn? Ik kijk achterom en zie het steeds dichterbij komen. Ik span me meer en meer in en merk dat ik steeds sneller ga lopen. Het voelt alsof ik zo snel als het licht ga. In de verte zie ik Themis en Ares en ga naar ze toe. Net alsof het een teken is gaan Ares en Themis zigzaggen en ze vliegen de lucht in. Ze kijken naar mij en roepen dat ik hetzelfde moet doen. Ik concentreer me, span me in en begin te zigzaggen. Na een minuut kijk ik naar beneden en zie ik het. Ik vlieg! Als ik mijn eerste verbazing te boven ben en de controle heb zweef ik naar ze toe. “Moeten we niet iets doen?” roep ik. “Nee, dat was geen Kaplan, dat was een tank van het leger. Ze mogen niet weten dat wij er zijn” Ik geniet in de lucht. De wind door mijn haren en het gevoel alsof je gewichtloos bent is heerlijk. Ik kijk naar Themis en Ares. Ik kan het niet bevatten. Heb ik daar mee gedaan? Opeens raakt mijn hoofd vol met gedachten en vragen, of ik mensen vermoord heb, of ik altijd al zo geweest ben en noem maar op. Ik begin me zwakker te voelen. Themis en Ares lijken steeds verder weg te zweven. Ik roep, maar ze horen me niet. Opeens wordt alles zwart, ik voel hoe de zwaartekracht me naar beneden zuigt, alsof hij me wil opeten. Ik laat me meevoeren naar waar hij me naartoe brengt. Dan maak ik een klap. Vaag hoor ik voetstappen en geschreeuw. 2 mannen maken ruzie en roepen mijn naam. Dan zak ik helemaal weg.

Weer voel ik me zoals toen. Mijn hoofd bonkt. Als ik mijn ogen open ben ik in een sneeuwwitte ruimte met enkel 2 stoelen en een tafel. Ik lig in een bed. Op de stoelen zitten Themis en Ares. “Godzijdank je bent wakker” roept Ares. Themis begint te glimlachen. Ik voel me opgelucht, het was geen droom. Ik ontdek dat ik het leuk vond, het vliegen en de steen optillen. De spanning die het meebrengt. Zouden Ares en Themis zich ook zo voelen? Zachtjes vraag ik “ wat is er gebeurd?” Themis komt naar me toe gelopen een veegt een haar uit mijn gezicht en ontbloot zijn tanden. “ Dat vliegen was teveel voor je, je had bijna geen energie en dat heeft je genekt. Je bent naar beneden gevallen.” Zegt hij. “Waar ben ik nu dan?”. Ares antwoordt “ je bent nu in het ziekenhuis van Tanrilar. We hebben je hierheen gebracht. Nu moet je uitrusten.” Ze kijken me aan en lopen de deur uit. Ik zucht. Ik kan het gewoon nog niet geloven. Ik ben dus gewoon een god, zoals zij het noemen. We komen van een andere planeet. We zijn gewoon helden. Ik weet niet wat ik moet vinden. Het is zoveel veel in korte tijd. Toch begin ik me dingen te herinneren. Vaag in mijn hoofd komt Ares voor. Themis zie ik ook vaag. En mezelf, ik zie mezelf, vechtend maar toch elegant. Op dat moment komt er iemand binnen gelopen en ik schrik me rot. Ik ken haar! Hoe kan dat nou, denk ik. Ze is oud maar knap met mooie lange bruine haren en witte vleugels. Ze draagt een stoere maar toch vrouwelijke blouse en broek. Ze kijkt me aan. En dan, dan besef ik het. Ik weet opeens weer wie ze is!



Wat aanpassingen gedaan, het moest de zus van zijn en 150 kilo :+

Niemand die het leuk vind? :+

Amyy_
Berichten: 668
Geregistreerd: 11-08-11
Woonplaats: Zuid-Holland

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-02-13 18:40

Erg leuk verhaal, en zoals je zelf zegt, gebruik he 'ik' erg veel.
Verder heel leuk en zo doorgaan :)

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-02-13 19:18

Ja ik weet nooit hoe ik het anders kan formuleren :+
Thankss :D

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-02-13 21:52

Heb vandaag weer een stuk bijgeschreven alleen nog niet genoeg om hier te plaatsen :)
Ik dacht, zeg het even voor als er mss mensen meelezen *zal wel niet :+ *
Behalve jij dan amy!

Lunaeekie
Berichten: 1604
Geregistreerd: 21-11-10

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-02-13 22:27

Amyy_ schreef:
Erg leuk verhaal, en zoals je zelf zegt, gebruik he 'ik' erg veel.
Verder heel leuk en zo doorgaan :)


+1

Fennee
Berichten: 2501
Geregistreerd: 14-08-11
Woonplaats: Provincie Drenthe.

Link naar dit bericht Geplaatst: 01-02-13 22:57

Leuk verhaal, je gebruikt zoals je al zelf zei zeer vaak 'ik'. Ik ga het zeker volgen!

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-02-13 23:00

Ja ik weet dus echt niet hoe ik dat anders moet doen :+ ik let er al extra op maarja :')
Dankjulliewel :+:

HoresesLover

Berichten: 1589
Geregistreerd: 26-09-11

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-02-13 09:16

Leuk verhaal! Ik ben benieuwd naar het volgende stukje!

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-02-13 12:29

Dankjewel :D
Ik hoop vandaag verder te kunnen :))
Het is wel leuk want ik weet zelf ook nog niet wat er gaat gebeuren enz, dat komt in me.op als ik bezig ben :)

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-02-13 13:30

*\o/* *\o/* *\o/*
Ik vond dit best lastig om te schrijven maar ik denk dat het redelijk overkomt? en het is een flink stuk ja :+

“ Hoi, hoe gaat het nu met je? “ vraagt de vrouw, “ken je me nog?” Ik sla mijn ogen neer. Er gaan zoveel gedachten door mijn hoofd. “Hoi, het gaat wel” antwoord ik zacht. Haar ogen vinden de mijne. Nog zachter geef ik antwoord op haar andere vraag. Ze heet Dione en ze is de moeder van mij en Ares. Ik verbaas me dat ik dat allemaal weer weet. “ Jij bent Dione toch? De moeder van mij en Ares?” vraag ik met moeite. Stel dat ik het fout heb. Ze loopt naar me toe en knikt zachtjes. “Ja dat ben ik. Iedereen is zo blij dat je er weer bent. Gezond en nou ja, helemaal jezelf” zegt ze met een kleine glimlach. In mijn hoofd komen allerlei vragen op. Toch kan ik ze negeren. “Hoelang zijn we weg geweest?” vraag ik aan Dione. “Jullie zijn anderhalve maand op de aarde geweest en in die tijd heb ik jullie erg gemist. Maar jullie hebben de aarde gered!” zegt ze trots, “ maar je hebt nog 3 dagen hier in het ziekenhuis gelegen zonder dat we wisten of je nog bij zou komen. Je begrijpt wel dat iedereen heel blij is. Heb je je geheugen al terug? Omdat je weet wie ik ben”. Ik schud mijn hoofd. “Nee, je naam en wie je bent kwam ineens naar boven, net als de herinnering van Ares en mij als broer en zus. Ik wil weten wat er allemaal gebeurt is en wat ik nou allemaal kan.” Weer sla ik mijn ogen neer. Ik schaam me, hoe kan ik dat nou allemaal niet meer weten? “ weet jij wat er gebeurt is?”. Ze kijkt me met haar diepbruine ogen aan en kijkt om zich heen. Ze pakt mijn hand vast. “ Nee. Dat moet je aan Ares of Themis vragen. Weet je nog wie Themis is?” “ Ik weet wie hij nu is, maar niet wat hij hiervoor was van mij. Toch geen vriendje van mij hè?” vraag ik verschrikt. Ze begint hard te lachen. “Nee joh, meid. Hij is je beste vriend. Jullie deden altijd alles samen, ayakken, dat is een soort, zoals de mensen het op aarde noemen, voetballen en andere dingen. Hij was helemaal overstuur toen hij hier kwam. De arme jongen.” Ze kijkt verdrietig. Ik probeer het me voor te stellen, wij als 2 kleine kinderen, samen spelend. Het lukt me niet. Dione heeft mijn hand nog steeds vast en aait met haar duim over mijn hand. Ik kijk haar aan. “Ik ga, je hebt je rust hard genoeg nodig.” Ze aait me over mijn hoofd en geeft me een kus. Als ze de deur uitloopt kijkt ze nog een keer om. Ik glimlach. Het gaat een stuk beter met me. Ik heb wat meer duidelijkheid. Opeens voel ik hoe moe mijn lichaam is. Ik ga op mijn zij liggen, met wat moeite want mijn lichaam doet soms nog pijn en sluit mijn ogen. Ik val in een diepe slaap met een lange droom. In mijn droom zie ik mezelf, Themis en Ares. We staan op aarde, naast elkaar. Ik herken het, het is het plaatsje waar ik wakker werd. De grond schudt en alles is verlaten. Wij met zijn drieën tegen het geschud en gebulder in de verte. Het komt steeds dichterbij tot het op ongeveer 75 meter voor ons stopt. Het is een klein leger maar toch ziet het er sterk uit. De beesten, ik kan het niet anders omschrijven, zijn groot en angstaanjagend. Ze hebben een masker op waar 3 slangen uit lopen. Waar ze voor dienen weet ik niet. We kijken elkaar aan. Als we weer vooruit kijken sprint Ares onverwachts weg. Themis volgt daarna en ik blijf staan. Het leger komt op me af. Terwijl Themis en Ares het leger van linksachter en rechtsachter aanvallen, val ik het van voor aan. De ene na de andere slacht ik af. Ik kan niet goed zien wat voor wapen ik bij heb. Wel gaat het me goed af. Hier en daar wordt ik op de grond geworpen en wordt het me teveel maar op die tijden schieten Themis of Ares me te hulp. Na een tijdje staan we meer met zijn drieën naast elkaar, tegenover het grootste beest van het leger. Hij stuurt alles aan. Ik ren erop af en maak een grote sprong. Wat ik niet aan zag komen was zijn arm. Het slaat me weg. Als ik weer overeind krabbel zie ik Themis weggeslingerd worden. Op dat moment schrik ik wakker. Verschrikt kijk ik om me heen. Als het weer gaat zak ik terug in mijn kussen. De klok boven de deur geeft aan dat het ochtend is. Ik haal diep adem en sluit mijn ogen weer. Op het moment dat ik weer wakker wordt zie ik iemand naast mijn bed zitten. Hij kijkt blij als ik mijn ogen open doe. “Hee, hoe gaat het met je prinsesje?” vraagt hij. Als mijn ogen weer helder zijn zie ik dat het Themis is. Ik lach. Er valt een stilte en in die tijd kijken we elkaar alleen maar aan. Dan antwoord ik op zijn vraag. “Het gaat wel. Ik had alleen een nachtmerrie vannacht.” zeg ik twijfelend, “en Dione heeft over ons verteld, wat wij samen waren.” Hij slaat zijn ogen neer en ik zie dat hij zich ongemakkelijk voelt. “Ik vind het fijn om te weten Themis. Het moet hartstikke moeilijk geweest zijn voor je. Maar ik weet het nu weer. Nou ja, half” lach ik. Hij kijkt weer op en zijn mondhoeken krullen omhoog. Langzaam pak ik zijn hand vast. Hij schuift zijn stoel dichterbij. “Waar ging je nachtmerrie over?” “Ik denk over wat er in dat stadje gebeurd is maar dat weet ik niet zeker. Het was wel in het hetzelfde stadje.” “ Heb je ook gezien hoe jij bewusteloos werd geslagen?” “Nee, het eindige waar jij tegen de grond werd geworpen door een groot beest” zeg ik met moeite. De tranen branden achter mijn ogen en ik moet slikken. Hij staat op en aait me over mijn gezicht. Ik kalmeer weer. Zo als hij nu naast me staat, begrijp ik waarom hij mijn beste vriend was. En nu natuurlijk nog steeds al moet ik er wel aan werken. Aan wie ik was en wie ik ben. Hij kijkt me diep in mijn ogen en hij ziet wat ik denk. “ We gaan er samen doorheen komen Nigé. Het gaat je lukken!” Hij geeft me een kus op mijn voorhoofd en loopt weg.

Na nog 3 dagen mag ik naar huis. Dione, Themis en Ares zijn me vaak komen opzoeken. Samen met hun loop ik naar huis. Ik kijk mijn ogen uit. Alle straten zijn in felle kleuren en de huizen zijn groot en hoog. Ze zijn bedekt goud en elke tuin of straat ligt er keurig bij. “Als je die weg volgt” zegt Ares en hij wijst vooruit, “ kom je uit bij het kasteel van Thor. Hij is de koning van Tanrilar en de god van bliksem. Samen met zijn hamer, de Mjöllnir, is hij onverslaanbaar. “Waarom is hij dan niet naar de aarde gegaan, om de Kaplan tegen te houden?” We stoppen met lopen. “Hij had andere dingen te doen.” Antwoordt Ares. We lopen weer verder in doodse stilte. Themis komt naast me lopen. De weg waarop we nu lopen is zilver. Hij slaat zijn arm om me heen en zo lopen we zwijgend verder. Voor een groot goud huis, zoals ieder huis hier, stoppen we. “Hier is het.” zegt Dione. Ik bestudeer het huis. De voortuin is groen, met kleurige planten. Alles is netjes en er is geen onkruid te zien. Mijn ogen glijden verder naar de begane grond. Ik zie aan de rechterkant een deur en links van die deur een groot raam. Voor het raam hangen bordeaux rode gordijnen. Over de hele begane grond zitten zulke ramen. Dat is op de eerste en tweede verdieping hetzelfde. Het dak is goud met bordeaux rood. Ik twijfel of ik het mooi vind maar het is mijn huis. Langzaam loop ik het stenen pad op en pakt mijn hand de klink vast. Hij gaat naar beneden en de deur gaat open. Als ik binnenstap is het alles behalve wat ik had verwacht. Het is knus en gezellig. Als je vanuit buiten kijkt verwacht je grote ruimtes met weinig meubels en ongezellig ingericht. Integendeel, alles staat vol met accessoires en de banken zijn donker rood tegen bruin aan. Als ik doorloop kom ik in de eetkamer uit. De tafel is van hout en er staat een vaas met rozen op. De stoelen zijn van hetzelfde hout als de tafel maar hebben een kussentje wat dezelfde kleur is als de rozen. Ik denk dat de lievelingskleur van Dione vast rood is. Dione staat achter me. “Weet je het nog? Hier aten we elke avond.” Ik schud mijn hoofd “ ik weet het niet meer en met we bedoel je Ares, jij en ik? Of nog iemand anders?” vraag ik twijfelend. Dione kijkt naar de grond en knikt langzaam. Als ze weer opkijkt zie ik het verdriet in haar ogen. Opeens ziet ze er veel ouder uit. In haar ooghoek verschijnt een traan. Ik loop naar haar toe en geef haar een knuffel. Wanneer ik weer achteruit stap glimlacht ze alweer. “Zullen we nu naar jou kamer gaan? Misschien herinner je je dan meer.” zegt Themis. We gaan wat deuren door en gaan twee trappen op. Themis opent de deur en laat me voorgaan. Twijfelend stap ik naar binnen en kijk achterom. Ze kijken met glimlachend aan. Daardoor begin ik me vanbinnen warm te voelen. Ik weet het nu zeker, ze zijn mijn familie. Mijn kamer is net als de rest van het huis groot maar gezellig en knus. Mijn dekbed is legergroen en mijn kussen ook. Er staat een bureau met een doorzichtig blad erin. Het lijkt glas. Ik ga op de stoel zitten. Naast het doorzichtige blad zit een klein doorzichtig blad. “Leg je vinger er maar eens op” zegt Ares. Voorzichtig leg ik mijn vinger erop. Hij begint met scannen. Als hij klaar is verschijnt er vanuit de muur boven het bureau een soort computer scherm. Ik lach. “Super gaaf!” roep ik uit. Ik sta op en loop naar mijn kast. Die hangt vol met foto’s. Foto’s van mij alleen, met Themis, met Ares en met de hele familie. Ik glimlach. Opeens valt me een foto op. Hij hangt rechtsonder, verscholen onder andere foto’s. ik buk me en pak hem. Op de foto staan Ares en ik naast elkaar op de voorgrond als kleinere kinderen en achter ons staan Dione en een man. Hij komt me erg bekend voor en ik verwacht dat hij de man is van Dione. “Waarom is hij me niet komen opzoeken in het ziekenhuis?” vraag ik en mijn vinger wijst naar de man. Weer worden Dione’s ogen somber en waterig en dit keer ook die van Ares. Ik begrijp het niet en misschien wil ik dat ook niet. Themis komt naar me toe gelopen en pakt me vast. Als hij loslaat zie ik dat Ares Dione’s hand heeft vastgepakt. “Dat is je vader” zegt Themis en als mijn ogen naar Ares en Dione glijden besef ik het opeens. Ik wil het niet weten. Mijn lichaam worstelt zich los van Themis en stapt achteruit. Ik voel me vanbinnen verscheurd. Hoe kan ik dat nou niet meer weten? Het bed lokt me en ik plof erop neer. Mijn handen gaan voor mijn ogen en zachtjes beginnen ze tranen te maken. Ik voel hoe het bed inzakt en er een arm om me heen valt. Hij trekt me zachtjes tegen zich aan en sust. Ik begin harder te huilen. “Hoe kan ik dat nou vergeten” zeg ik zo zacht dat bijna niemand het kan horen maar Themis wel en hij sust. “ Dat is niet jou schuld” en hij aait me over mijn hoofd. Ik kalmeer. Het is inderdaad niet mijn schuld. Mijn handen vegen mijn tranen weg en mijn ogen droog. Ik haal mijn neus op en sta weer op van het bed. Langzaam ga ik naar Dione en Ares toe en ik geef ze tegelijk een knuffel. “Nu is het gesnotter over” zeg ik met een glimlach en ze moeten lachen. Ze vegen hun ogen droog. Er valt een stilte. Themis is inmiddels naast me komen staan. De stilte wordt verstoord door de deurbel. We lopen met zijn alle naar beneden. Themis, Ares en ik gaan in de bank zitten terwijl Dione de deur open doet. We horen de deur open gaan en gepraat. “Wie zou het zijn?” vraagt Ares zacht. Themis staat op en gaat kijken. “ ik ken hem niet” zegt hij als hij terugkomt en weer in de bank gaat zitten. “Dan zien we het vanzelf wel” zeg ik om de spanning weg te halen. De deur gaat nog steeds niet dicht en als de deur naar de woonkamer opengaat kijken we op. Dione komt de kamer binnen met achter zich iemand die niemand kent. Hij heeft een gouden helm op met rare versiersels en draagt een iets bij zich. Het lijkt op een brief. We kijken naar Dione. “Het is voor jullie” zegt ze. We wachten gespannen af wat er komen gaat. Met een zware stem begint hij te praten “ Ik heb een belangrijk bericht voor jullie. Vanwege jullie daden op de aarde en nu Nigé weer gezond is wil iemand jullie zien en spreken.” “Huh, wie dan?” vraagt Ares. De man kijkt ons aan. “De koning, Thor” antwoordt hij en onze monden vallen open. We kijken hem met grote ogen aan. “Thor? Pff, dat is niet niks” zegt Themis. Ik besef dat we wel iets heel speciaals moeten gedaan hebben.

Lunaeekie
Berichten: 1604
Geregistreerd: 21-11-10

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst: 02-02-13 19:37

Gaat goed Robin! Ik vind het al leuker om te lezen als in het begin :)

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Re: [VER] Nigé, the goddes of victory.

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 02-02-13 19:40

Dankjewel! :D
Vond het wel lastig hoor :=
Om het gevoel uit te drukken maar dat leuker komt denk ik doordat je nu meer over haar weet :)