maar telkens als ik haar verhaal op papier wilde zetten wiste ze alles wat ze mij verteld had... vandaag is het me dan toch gelukt om wat op papier te zetten.
al jullie meningen en kritiek zijn welkom... en met bruikbare dingen ben ik heel erg blij...
maar willen jullie wel lief voor me blijven...
Proloog
ze houd zich stil, tegen de muur gedrukt en houd haar adem in, hij mag haar niet zien. Hij mag niet weten dat ze zich hier verborgen houd en alles ziet.
met wijd opengesperde ogen kijkt ze toe, ze weet dat hij boos is maar weet niet waarom.
vanuit haar verstopplek kijkt ze naar het meisje dat op de grond ligt, waarschijnlijk de mooiste blonde krullen die ze ooit gezien heeft een zacht bleek gezichtje dat deze waanzin niet verdient lijkt te hebben. Enkele klappen geleden smeekte ze hem nog om te stoppen en beloofde ze hem om te verdwijnen en nergens over te spreken, nu zijn slechts haar zachte snikken nog te horen.
hij stopt en lijkt te kalmeren en even lijkt het erop dat hij zich om wil draaien en weg wil lopen, maar dan steekt zij haar hand omhoog en kijkt hem aan, haar ogen, haar blik. Het doet iets met hem, wakkert een weerzinwekkende woede aan, die ogen. Hij weet dat die ogen hem altijd zullen volgen en in een reflex trekt hij haar aan haar haren overeind en duwt haar van zich af.
Ze valt achterover, probeert zich nog vast te grijpen maar komt met haar nek precies op de rand van de groote container die in het steegje staat, Anna hoort een harde krak en slaakt van schrik bijna een gil, bijna want net op tijd herrinnert ze zich dat ze hier niet hoort te zijn. Verschrikt kijkt hij op,
zijn ogen zoeken door het steegje en blijven even rusten op de plaats waar zij zich verscholen houd,
en weer houd ze haar adem in, moet ze rennen, moet ze schreeuwen of juist tegen hem vechten als hij haar vind, ze weet het niet en gelukkig komt het niet zo ver want hij vertrekt en denkt dat niemand hem gezien heeft.
na enkele minuten, die uren lijken te duren komt Anna uit haar schuilplaats, angstig kijkt ze om haar heen of hij ook echt weg is en als ze zich hiervan verzekerd heeft belt ze de alarmcentrale.
met een trillende stem zegt ze “hij heeft haar vermoord, hij weet niet dat ik het weet.”
voordat de vrouw iets kan zeggen praat ze verder. “in de Oeverloossteeg” ze spuugt de plaatsnaam bijna in de telefoon en zet het op een rennen, weg moet ze, weg van hier. Tijdens haar vlucht komt ze langs de gracht en gooit haar mobieltje erin. Gelukkig een prepaid toestel, nu weten ze haar niet te traceren, niemand mag haar vinden.
Eenmaal thuis pakt ze wat spullen bij elkaar, haar paspoort en pinpas propt ze samen met wat kleren in een tas. Ook haar knuffeltje dat ze al heeft vanaf haar geboorte en wat foto’s neemt ze mee.
even kijkt ze naar een foto van haar en Eric en twijfelt... dan neemt ze haar besluit, op een blaadje krabbelt ze nog een uitleg voor haar familie. “ik heb gezien wat niet gezien mocht worden, zoek me niet. Ik zal altijd zwijgen xx A” ze weet dat ze met deze boodschap eigenlijk al te veel gezegd heeft en hopelijk begrijpt hij ook dat ze geen gevaar voor hem zal zijn.
Hoofdstuk 1
Anna neem de trein van 20 voor 4 richting Amsterdam, als ze eenmaal in de gelukkig lege trein zit laat ze haar tranen de vrije loop en overdenkt ze alles wat ze die avond gezien heeft, “WAAROM?” en voor ongeveer een half uur is dit het enige waar ze aan kan denken. Als ze uit de krakende speakers hoort dat ze Amsterdam binnen rijden raapt ze zich bij een.
ze schud haar hoofd alsof ze hiermee haar gedachtes van haar af kan schudden en zegt tegen zichzelf “sterk zijn nu Anna, geen tijd om te blijven hangen.” Als ze de trein uitstapt weet ze niet waar ze naar toe moet, ze had voor Amsterdam gekozen omdat het een grote drukke stad was waar ze niet op hoopte te vallen, maar dat blijkt op dit tijdstip nog vies tegen te vallen.
ze gaat op zoek naar een slaapplaats en komt uiteindelijk uit bij een niet al te zuiver uitziend motel.
De man achter de bar die de eigenaar lijkt te zijn heeft wel een kamer voor haar en weet haar zelfs te vertellen dat als ze braaf is dat ze goedkoop bij hem mag slapen. Anna huivert even maar neemt toch de kamer maar dan zonder de barman.
als de man haar de kamer gewezen heeft duwt Anna zonder verder nog woorden aan hem vuil te maken de deur dicht, voor de zekerheid schuift ze de zware fauteuil voor de deur, waarschijnlijk heeft die viespeuk een sleutel en nog meer gedoe kan ze nu echt niet gebruiken.
Die nacht doet Anna geen oog dicht, al doet het haar wel goed om even het idee te hebben dat ze veilig is. De volgende ochtend gaat ze direct naar de kapper, ze heeft van zichzelf prachtige lange zwarte haren en heeft deze ook nog nooit geverfd gehad, maar daar gaat nu verandering in komen. Ze laat er een flink stuk vanaf knippen en haar haren rood verven, ze heeft een enorm bleke huid dus die kleur past goed bij haar, daarna gaat ze naar een drogisterij en haalt groene kleurlenzen. Met nieuwe kleren en een laag make-up is haar transformatie compleet, als ze in de spiegel kijkt kent ze zichzelf amper terug, en dat is ook de bedoeling.
die nacht slaapt ze weer in een motel, dit keer een motel met een vrouwelijke eigenaar, maar al snel blijkt ze geen haar beter als haar collega, zij bied Anna geen gratis nacht aan in haar eigen bed maar wel in het bed van een van haar mannelijke klanten. Anna bedankt en besluit dat ze morgen weg moet uit deze buurt.
Meteen die maandagmorgen gaat ze op zoek naar een baan, maar dat valt nog niet mee, ze heeft geen identiteit, diploma’s of ervaring. Al snel vind ze een internetcafé waar ze snel een nieuw CV in elkaar zet, het enige probleem is haar paspoort, waar vind je iemand die in de valse paspoorten zit als je niemand kent. Aan de andere kan van het café zit een man naar haar te staren en Anna voelt dat het hij niet helemaal koosjer is, maar laat dat nou net zijn waar ze naar op zoek is. Ze kijkt op en glimlacht naar hem, vervolgens kijkt ze nog een paar keer naar hem.
Opeens hoort ze een zachte stem achter haar, “heey moppie, ik ben Peter en wat zit jij lekker naar mij te kijken.” Anna slikt even en besluit dan dat ze hier echt mee door moet gaan, het is dit of terug naar huis en dat gaat niet. Ze kijkt tussen haar wimpers door naar Peter en zegt “Hoi Peter, ik ben Audrey.” Even wacht ze af of hij wat zegt maar hij zit haar geamuseerd aan te kijken, daarom besluit ze door te gaan. “als ik iets leuks zie, kijk ik graag ’n paar keer.” Peter slaakt een kort lachje en zegt dan “zullen we een stukje wandelen, ff peukie doen?” En zo verdwijnen ze naar buiten.
Al snel heeft Anna hem verteld dat ze geen slaapplaats heeft en geen werk en dat lijkt Peter wel te bevallen, een vriend van hem heeft wel wat werk voor haar als ze tenminste weet wat werken is en deze vriend zal goed voor haar zorgen verzekerd Peter haar.
hoewel hij een paar meter van haar is weggelopen kan Anna elk woord horen wat hij door de telefoon tegen zijn vriend Claude zegt.
“ey klojo, ik heb een lekker mokkeltje voor je. Deze is nog lekker vers, ik ga haar ff voor je inwijden en dan breng ik haar morgen bij je langs oké.”
Anna slikt even maar weet dat ze hier mee door moet gaan, ze moet hier een leven opstarten en dat moet dan maar zolang op deze manier. Als Peter terug komt verteld ze hem dat ze haar paspoort kwijt is, maar zoals ze al dacht heeft Peter hier wel een oplossing voor. Heeft ze toch mooi alles in een keer, een nieuwe identiteit, een baan en een slaapplek, niet ideaal maar het is tenminste iets.
Ze prent zich de goedlachse Gerit en de boekenwinkel waar haar nieuwe paspoort wordt gemaakt goed in zich op, je weet maar nooit waar het goed voor kan zijn.
Die avond neemt Peter haar mee naar zijn huis en begint haar nieuwe leven definitief, ze laat alles over zich heen komen en sluit zichzelf emotioneel af. Als Peter klaar met haar is laat hij zich van haar af rollen en valt hij bijna direct in slaap. Dit geeft Anna even de tijd om rustig na te denken over de situatie waarin ze terecht is gekomen en over alles wat er de afgelopen week is gebeurd. Dat het slechts een week geleden is dat ze nog een normaal leven leidde is nu niet meer te bevatten, van een vrolijke spontane studente was ze veranderd is een prostituee en dat zonder dat het haar schuld was, dit was niet de toekomst die ze voor zichzelf voor ogen had, niet de toekomst voor die haar ouders voor haar wilde. Terwijl ze zo aan haar ouders dacht liepen er tranen over haar wangen, ze wilde hun laten weten dat alles oké met haar was, maar was dat wel zo? Was alles werkelijk zo oké als ze zichzelf deed geloven?
Als ze de volgende morgen uit de douche komt in de kleren die Peter voor haar klaar heeft gelegd vangt ze nog net een stukje van het nieuws op dat Peter zit te kijken. “er is een moppie op de vlucht voor de politie” zucht hij. “ze heeft een moord gepleegd, ik dacht dat zulke dingen in leiden niet gebeurde.” Anna verbleekt even, werd zij nu verdacht van de moord op dat meisje, nee dat kon toch niet, op die manier had ze er nog nooit over nagedacht. Ze dacht echt dat ze alles een beetje op orde had maar toch leek alles steeds verder in het honderd te lopen.
