
Een tijdje terug ben ik begonnen aan een verhaal (het is een soort mix tussen Mr. en Mrs. Smith en de serie Nikita, een soort romantische thriller) en als er animo is, schrijf ik graag verder:
'Schijn bedriegt niet altijd' gaat over de 23-jarige A (over de naam ben ik nog niet uit
) die een rustig, single leven leidt. A is net afgestudeerd en is op zoek naar een baan, maar dit gaat haar niet gemakkelijk af. In de krant staan alleen maar suffe kantoorbaantjes en A wilt toch graag net iets meer spanning. Als op een dag haar zusje Stefanie niet terugkeert van vakantie, is het echter gedaan met de rust. Ze wordt benaderd door een mysterieus bedrijf dat zichzelf de 'Instantie' noemt en A een baan aanbiedt. Dit is echter niet zomaar een baan en A slaat het aanbod af, maar als de Instantie voorstelt om haar te helpen met de zoektocht naar haar zusje, neemt ze de baan toch aan. Deze 'hulp' is echter niet gratis en plotseling zit A's leven vol spanning...Citaat:PROLOOG
Welke kant ging hij op, rechts of links? Ik tuurde in de verte, maar het was te donker om ook maar iets te zien. Aarzelend stond ik voor de T-splitsing. Dit was het moment, ik mocht niet falen. Ik moest een keuze maken. Rechts dan maar, gokte ik. Met mijn wapen in de ene hand en een zaklamp in de andere, rende ik door de tunnel. Met grote passen sprintte ik door de plassen water. Mijn haar kleefde aan mijn wangen. Mijn hart ging tekeer. Hoe lang kon ik dit nog volhouden? Nog een splitsing. Ik stopte en veegde het zweet van mijn voorhoofd. Waar was hij? Ik probeerde me te oriënteren, maar het was hier net een doolhof. Mijn zwarte laarzen zaten onder de modder, mijn broekspijpen waren kletsnat en mijn witte shirt zat onder de vlekken. De hitte putte me uit. Ademen was niet gemakkelijk. Het was hier te benauwd. Ik rolde mijn mouwen op en keek op mijn horloge: over een paar minuten was het twaalf uur. Ik moest opschieten. Ik maakte mijn lange haar vast in een staart en koos voor de linker tunnel. Ik moest en zou hem vinden. Dat was immers mijn taak en op dat moment was er niets belangrijker. Stef was het aller belangrijkst, maar dan moest ik eerst de jongen vinden. Ik spitste mijn oren en probeerde de geluiden van het verkeer te scheiden van de geluiden hier beneden. Ik begon iets rustiger te ademen. Hoorde ik het goed, voetstappen? Ik draaide me razendsnel om en richtte het wapen op hem. Ik mocht niet twijfelen, maar ik kon het niet. Het was teveel. Hoe zou ik ooit kunnen kiezen? We stonden nu oog in oog en beiden hadden we onze wapens op elkaar gericht. Wat nu? De adrenaline gierde door mijn lijf. Ik was doodmoe van het rennen. Het zweet prikte in mijn ogen, maar ik wist net zo goed als hij dat ik het me nu niet kon veroorloven afgeleid te raken. Het geluid van de auto’s raasde boven ons hoofd en hoewel deze tot voor kort vrij luid hadden geklonken, leken ze nu niets meer dan achtergrondgeluiden. Ik klemde mijn vingers om het vuurwapen dat nog steeds op hem gericht was, maar hoe strak ik het ook vasthield, ik verloor de kracht om de trekker over te halen. Blijf gefocust, zei ik tegen mezelf, maar ik wist heel goed dat de moed me al lang in mijn laarzen was gezonken.
Citaat:1.
Voor het eerst sinds dagen scheen de zon weer en iedereen leek ervan te genieten. Meisjes liepen halfnaakt rond en voor kwijlende jongens leek het seizoen van het jaar aangebroken te zijn. Hoewel de zomer meestal een periode van vrijheid betekende, was het dit jaar niet mijn favoriete seizoen. Ik tuurde uit het raam en zag hoe een van de jongens een blond meisje plaagde, waarna zij op haar beurt de pet van de jongen afpakte en er gillend mee wegrende. Een eindje verderop stonden groepjes jongens en meisjes te kijken naar jongens die op hun skateboard aan het oefenen waren. Het skatepark was nog maar net af en nu al hingen er dag en nacht jongeren rond. Ik snapte niet hoe ze zich konden vermaken door de hele dag op de pas geverfde bankjes te zitten. Een van de jongens stak een sigaret op en blies de rook razendsnel weer uit. Terwijl hij deed alsof hij van de tabak genoot, lachte hij uitbundig een gevallen skateboarder uit. De rest van het groepje lachte nog harder mee. Het blonde meisje was inmiddels opgehouden met rennen en trok haar shirtje recht. Ze streek haar krullen achter haar oor en wachtte met haar handen in haar zij tot de jongen zijn Yankees pet kwam halen. Hoe oud zou ze zijn, negentien, twintig? Dan gedroeg ze zich wel knap kinderachtig voor haar leeftijd. Geïrriteerd door deze oppervlakkigheid van mijn buurjongens- en meisjes liep ik bij het raam weg en plofte op het bed neer. Na een vijfjarige studie had ik nog steeds geen flauw idee wat nu de volgende stap zou zijn en zo langzamerhand begon het idee van een suf kantoorbaantje zich steeds vaker op te dringen. Ik was absoluut niet het type persoon dat elke dag wilde bungeejumpen of parachute springen, maar er moest toch wat meer te beleven zijn dan wat de standaardbaantjes je in de krant aanboden? Ik richtte een gefrustreerde blik op de zwarte stift die naast mij op het bed lag. Nog geen uur geleden was ik enthousiast allerlei advertenties aan het omcirkelen, maar ik kwam er al snel achter dat de meeste advertenties om saaie administratieve baantjes gingen. Dat kon mijn toekomst toch niet zijn, elke dag in een mantelpakje naar het werk en de hele dag telefoontjes aannemen? Lunches voorbereiden en de post verwerken waren nou niet bepaald mijn favoriete bezigheden. Bovendien zou ik mijn skinnyjeans en Uggs niet kunnen missen. Als er iets was waar ik een hekel aan had, waren het wel hoge hakken. Ongelooflijk hoe sommige mensen daarop konden lopen. Ik keek in het rond en besloot dat er nu toch echt eens iets aan de oude boeken, schriften en blaadjes gedaan moest worden. Logisch dat er chaos heerste in mijn hoofd, mijn kamer zag er niet uit. Ik pakte een van de schriften op en begon erin te bladeren. Er stonden allerlei aantekeningen in over Freud en andere psychologen. Sommige aantekeningen kon ik niet eens lezen, zo slordig schreef ik. Ik gooide het schrift in een plastic tas en bleef voor het raam stilstaan. Stiekem was ik best een beetje jaloers op de meisjes buiten. Nog geen vijf jaar geleden was ik net zoals hen. Ze leken zo zorgeloos. Voor hen was dit een doodnormale zomer. Over zes weken zouden ze weer in de schoolbanken zitten en verder gaan met hun leven als scholieren. Behalve te bedenken wat ze iedere dag aan zouden trekken, zouden ze geen moeilijke keuzes hoeven te maken. Ze gingen van negen tot drie naar school en dat was het. Ik deed het raam open en de zomerhitte drong mijn kamer binnen, geen briesje wind te bekennen. Ik pakte de plastic tas op en begon hem te vullen met papieren, maar mijn oog viel op de jongen met de pet die nog steeds met het meisje stond te sjansen. Ik gluurde door het raam en was verrast toen de jongen omhoog keek. oliebol, dacht ik. Had hij me gezien? Het meisje leek te merken dat hij afgeleid was en gaf hem een por, als teken dat hij zijn aandacht op haar moest richten. Ik zuchtte en keek naar de klok. Het was een grote, blauwe klok met foto’s tussen de cijfers en wijzers. Ik had hem vorige week gekregen van vriendinnen. Op de avond van de huisfeestje waren ze er allemaal. Niet alleen vriendinnen van de universiteit, maar ook een heleboel van de middelbare school. Binnen no-time was het kleine appartement bomvol. Veel wist ik niet meer van die avond, behalve de kater waar ik de volgende ochtend mee wakker werd. Grinnikend staarde ik naar de klok. Zeven uur al? Ik wierp de plastic tas in een hoek en gooide mijn kledingkast open. Over een half uur zou mijn date voor de deur staan, maar ik had er niet al te veel zin in. Mijn zusje had het afspraakje voor me geregeld, maar ik had de hoop in mannen inmiddels verloren. Wat voor loser zou het dit keer zijn, weer eentje die de rekening wilde delen of eentje die alleen maar over zijn ex-vriendin kon praten? Met moeite pakte ik een zwarte top en een paar zwarte ballerina’s uit de kast. Geïrriteerd door de chaos in mijn kast pakte ik een paar shirtjes van de vloer en hing ze weer terug. Hopelijk kon ik me er morgen toe zetten mijn kledingkast op te ruimen. Misschien werd het toch eens tijd voor een inloopkast. Ik rende naar de badkamer en begon mijn tanden te poetsen. Mijn blik viel op het bekertje waar normaal gezien twee tandenborstels in zaten. Wanneer zou Stef ook alweer terug uit Frankrijk komen? En moest ik haar van het vliegveld ophalen of niet? Wat was ik toch een warhoofd. Zelfs zoiets simpels kon ik niet eens onthouden. Ik spoelde mijn mond en rende terug naar mijn kamer om mijn haar te kammen. De haarborstel, waar had ik die ook alweer gelaten? Ik liep terug naar de badkamer, maar vond hem uiteindelijk in de keuken. Al had ik geen flauw idee hoe die daar nu weer terecht was gekomen. Haastig kamde ik mijn half lange bruine haar. Ik wierp nog een blik op de klok: half acht. Ik hield niet van verassingen en dus al helemaal niet van blind dates. Waarom moest ik ook altijd overal mee instemmen als het om mijn zusje ging? ‘Ja Stef, natuurlijk mag je hier een tijdje komen logeren. Natuurlijk Stef, regel maar een blind date voor me’. Ik liep terug naar de badkamer om wat make-up op te doen. Voor welke kleur oogschaduw zou ik vanavond gaan, lila of een wat donkerdere tint? Normaal gesproken zou het me niet veel uitmaken, maar Stef stond erop dat ik een nieuwe set oogschaduw aanschafte. ‘Je moet je toch opmaken!’ had ze verontwaardigd geroepen toen ik mompelde dat ik het echt niet nodig had. ‘Wees toch eens wat vrouwelijker, zoals ik’ klaagde ze. Ik koos voor lila en borg het setje op. Was dat de bel die ik hoorde? Ik pakte mijn mobiel uit de oplader en stopte hem in mijn tas. ‘Wees alsjeblieft leuk’, mompelde ik terwijl ik naar de deur toe liep. Zou het dit keer geen loser zijn?