Ik ben bezig met een verhaal, hoop dat jullie tips hebben

Hoofdstuk 1
Ik zette mijn muts op en liep de deur uit. Ik liep door de vuile straten. Ik keek zoals altijd bij nummer dertien naar binnen. Mensen zeiden dat het er spookte, en dat ze s'nachts rare geluiden hoorden. De politie had er een paar keer een inval gedaan en had er niets kunnen vinden. Ik liep door naar het cafe dat drie straten verderop zat. Daar wachtten een paar mensen op me. Samen liepen we door naar de spoorweg. Daar bleven we een tijdje stil zitten. We bestudeerden het rondje van de bewaker en telden hoeveel tijd er tussen zijn rondjes zat. “Wie staat er op wacht?” vroeg ik. Stella stelde voor om op wacht te gaan staan en gaf haar rugtas af. Stella liep de richting in waar de bewaker iedere keer vandaan was gekomen. “Zit alles erin?” Vroeg ik aan Tom. Tom antwoordde “ik geloof het wel” Ik pakte de tas die hij aanreikte aan en haalde alles eruit. “Jij begint aan deze kant, ik wel aan de andere kant” zei ik tegen Tom. Ik liep naar de andere kant van de rails en begon daar. Toen we bijna klaar waren kwam Stella aanrennen. Ze zwaaide wild met haar armen en wees naar iets achter haar. Ik maakte snel het werkje af en rukte het koper los. We stopten alles zo snel als mogelijk was weer in de tas, ik probeerde het koper ook in de tas te drukken maar het was te groot. Ik drukte het in Tom's handen en rende in de richting van Stella. Ze legde me kort en bondig uit wat er was. “Ik ga ze afleiden, jullie maken dat jullie wegkomen” riep ik terwijl ik wegrende. Ik rende naar de plek die Stella had beschreven. Daar stonden inderdaad de twee bewakers naar iets in de bossen te kijken. Afleiden was al niet meer nodig. Maar ik was toch nog wel nieuwsgierig. Ik sloop om ze heen om te kijken wat er was. Toen ik aan de andere kant stond zag ik wat er was. Er lag iets of iemand in de bossen. Ik hoorde sirenes en besloot om snel weg te lopen. Ik kende de weg door het bos, maar het leek me niet zo verstandig. Ik sloop weer om ze heen en rende naar het cafe waar we hadden afgesproken. Ik liep naar binnen en ging direct door naar de toiletten. Ik pakte het tasje dat in de luchtschacht stond en schoot een toilet in. Even later kwam ik weer naar buiten met mijn uitgaanskleren. Ik ging aan de bar zitten en wachtte op de anderen. Na een kwartier zag ik ze eindelijk binnenkomen en bestelde drie cola's. Ze kwamen bij me zitten en vroegen wat er nu was gebeurd. Ik vertelde wat ik had gezien en hoe de bewakers hadden gekeken. Daar moesten we toch wel erg om lachen. We zaten nog een tijdje aan de bar, daarna liepen we samen richting huis.
Ik werd wakker en sprong direct uit bed. Ik pakte mijn mobiel en toetste het nummer van Tom in. Hij nam bijna direct op. “Gaat de deal door?” vroeg ik hem. “Ja, vanmiddag, centrum, twee uur” zei hij, “Oke, meer hoef ik niet te weten” zei ik tegen hem. Toen ik opgehangen had liep ik terug naar mijn kamer. Ik keek in mijn kleerkast en koos voor een simpele spijkerbroek en een shirt met een sterretjes print. Daarmee viel ik niet op in het centrum. Ik liep naar de keuken en pakte wat te eten, daarna liep ik de deur uit richting het centrum. Eenmaal in het centrum liep ik een paar kledingwinkels binnen en ging ik ook naar de supermarkt. Ik wist precies wat ik nodig had en keek verder ook niet naar de aanbiedingen, iets wat ik normaal wel deed. Ik rekende af en liep naar buiten. Iets buiten had mijn aandacht getrokken. Ik liep naar de overkant van de straat en zag de man weer die mijn aandacht had getrokken. Hij ging bij een bedrijfspand naar binnen. Ik ging op het bankje aan de overkant zitten en wachtte tot hij weer naar buiten kwam. Na een uur wachten was hij nog niet buiten, en het was al bijna twee uur. Ik moest nu toch echt weg voor de deal. Ik keek nog een keer naar binnen, maar ik zag hem niet. Ik liep terug naar de plek waar ik met Stella en Tom had afgesproken. Daar stonden ze op me te wachten, om de taken te verdelen bij de deal. “Wie gaat het geld aannemen?” vroeg in aan ze. “Ik wel” zei Tom. “Oke, Stella, wat wil jij doen?” vroeg ik aan haar. “Ik houd wel de wacht zoals gewoonlijk” antwoordde ze. “Oke, dan overhandig ik het koper” zei ik. Ik nam de zak met het koper aan van Tom en liep naar de hoek van de straat. Ik gaf het teken dat we afgesproken hadden zodat ze wisten dat ik er klaar voor was. Ik hield Tom in de gaten, hij moest beginnen. Ik zag dat hij zijn telefoon opnam, iets zei en weer ophing. Hij gaf ook het teken, dat betekende dat de deal begon. Er liep een man tegen hem aan, toen die weer verder liep gaf hij het tweede teken, dat betekende dat ik nu moest. Ik begon te lopen richting de man, toen ik langs hem heen liep gaf ik het tasje over. Hij liep door met het tasje, ik liep naar Tom. Stella kwam er ook bij en hij verdeelde het geld in drieën. Ik kreeg mijn deel. Het was meer dan gewoonlijk, dus waarschijnlijk was het een goede koper geweest. We gingen nog even een restaurant in, we dronken daar wat en bestelden ook wat te eten. Toen we hadden gegeten en we hadden betaald liep ik richting mijn huis. Ik voelde me bekeken en keek rond. Ik zag niemand, maar ik bleef het de hele weg naar huis voelen. Eenmaal thuis ruimde ik de boodschappen op. Ik gooide de kleding die ik had gekocht in mijn kleerkast. Ik zocht mijn laptop op en plofte op de bank. Ik keek nog even naar nieuws op internet, maar kon niets vinden uit mijn buurt. Ik bekeek mijn mail, er stond niets op. Toen ik de laptop weer afgesloten had las ik nog even in het boek dat ik gekocht had en ging daarna naar bed.
Ik hoorde de brievenbus toen ik wakker werd. Ik deed mijn ochtendjas aan en pakte de post. Ik pakte de krant en keek op de voorpagina. Moord bij Spoor, stond er in grote letters op. Ik las snel verder en begreep al snel dat ik het had gezien toen ik de bewakers ging afleiden. Ik pakte mijn mobiel van de kast en stuurde een sms naar Stella en Tom. Al snel had ik antwoord terug. Ze hadden het nog niet gelezen, maar gingen meteen kijken. Ik keek op de klok, het was elf uur. Ik liep naar mijn kamer en trok mijn kleren aan. Ik stopte mijn mobiel in mijn zak, en mijn portemonnee in mijn andere zak. Ik controleerde of ik alles had en liep naar de voordeur. Toen ik naar buieten stapte had ik het gevoel dat iemand me bekeek. Ik keek om me heen, maar zag niemand. Ik liep snel door, ik moest alles van me af laten vallen, dat lukte me alleen als ik wandelde. Ik liep de stad uit en ging richting het zandpad. Het rondje dat ik vaak deed. Toen ik verder liep zag ik iets donkers op de weg liggen. Ik liep er heen en zag toen ik dichterbij kwam dat het een mens was. Ik rende er heen en keek of hij nog wakker was. Dat was hij niet, ik haalde mijn mobiel uit mijn zak en belde het alarmnummer. Na tien minuten, die wel een uur leken, kwam de ambulance er eindelijk aan. Ze legden hem op de brancard en schoven hem in de ambulance. Ik vroeg aan een van de ambulancebroeders of ze me wouden bellen als hij weer wakker was. Ik gaf hem mijn nummer op een briefje en liep mijn rondje verder. Toen ik de stad weer in liep zag ik veel mensen rond het huis nummer dertien staan. Ik vroeg aan iemand wat er was. Die antwoordde “Weet ik niet, ik sta er net.” Ik wurmde mezelf de menigte door en ging vooraan staan. De politie was binnen een huiszoeking aan het doen en hadden lichamen gevonden volgens iemand die naast me stond. “Weten ze ook al wie het gedaan heeft dan?” vroeg ik aan degene naast me. Die antwoordde “dat zijn ze nu aan het onderzoeken.” Ik bleef er nog een tijdje staan, totdat ik een belletje kreeg dat de man in het ziekenhuis wakker was geworden. Ik wurmde me uit de menigte en haalde mijn fiets uit de schuur. Ik fietste naar het ziekenhuis en vroeg waar de man lag. “Kamer 10 op de derde verdieping” zei de vrouw achter de balie. Ik ging met de trap naar boven, en zocht kamer 10 op. Er zat een dokter bij het bed, hij was van alles aan het vertellen.