Kanker
Een gezwel zo groot en een gezwel zo klein.
Kanker doet evenveel pijn.
Een tijd van onzekerheid en zeer.
Een tijd van tranen en verdriet.
Een tijd van woorden zoals:
‘Schat, vergeet je me niet?’
Een tijd van medicijnen, kuren en worstelingen.
Een tijd van ontkennen en constant verdringen.
Een tijd van spijt en sprankjes hoop.
Nieuwe moed en een nieuwe droom.
Handen worden je toegereikt.
Oppeppende kreten worden geschreeuwd.
Je pakt je vast.
En staat op.
De worsteling wordt groter, eveneens als je kracht.
De wil om te leven wordt sterk.
Sterker dan de grootste macht.
Je overwint, maar niet zonder wonden.
Eveneens als de mensen die met je zijn verbonden.
Wonden die je sterker maakt.
Die de tijd weer langzaam heelt.
Wonden die je een overwinning laten zien.
Een overwinning van het grootste kwaad.
Om weer te gaan leven.
Zoals nooit te voren.

Meer dan dat kan IK niet zeggen