ik ben begonnen met een verhaal (duh..
) het is mijn eerste verhaal in de ik-vorm, dus verwacht er alsjeblieft niet teveel van. 
hier komt ie"
Citaat:Hoe lang zal het geleden zijn sinds het ongeluk? 11 maanden? Zoiets zal het wel zijn. En of ik er sinds die tijd gelukkiger op ben geworden? Nou, niet echt nee… zuchtend draai ik me om, mijn maag knort. Ik zucht nog een keer. Laat ik maar proberen te slapen. Ik trek mijn deken nog wat hoger. Maar wat ik ook probeer, het lukt me niet te gaan slapen. Ik kijk naar de wekker. 2 uur! Zo laat al! Ik ga rechtop zitten en knip mijn lampje aan. snel kijk ik in mijn kamer rond. Een saaie kamer met 4 witte muren, 1 wit raam en een witte deur. Ook stat er in mijn kamer een klein bruin nachtkastje waar alleen een wekker op staat, een bruin bed met blauwe lakens en een klein kastje dat een klerenkast moet voorstellen. Ik wrijf eens door mijn steile zwarte haren en sla dan mijn deken om. Voetje voor voetje sluip ik naar de badkamer. Daar kijk ik eens in de spiegel. Mijn zwarte haar valt over mijn schouders. Mijn groene ogen, die voor het ongeluk altijd zo vrolijk stonden, staan nu dof. Mijn kleine neus staat zoals altijd, brutaal naar voren. De rest van mijn lichaam is zoals bij veel 12-jarige meiden, slank, eerder mager. Ik draai de kraan open en laat mijn handen vollopen met water en gooi het in mijn gezicht. Dan loop ik weer terug naar mijn kamer. En als ik in bed lig, zak ik meteen weg.
‘Doe eens wat meer je best!’, snauwt Jolanda.
Ik ben slim genoeg om te weten dat ik er maar beter niet tegenin kan gaan. Ik doop mijn lapje weer in de emmer en wring het uit en begin ik weer te poetsen aan de WC, die eigenlijk al van alle kanten glimt.
‘Harder poetsen!’
Ik begin nog harder te wrijven. Beneden rinkelt de telefoon.
‘Ik moet even naar beneden, maar als ik terugkom, glimt de hele badkamer!’ en ze stampt naar beneden.
‘Saved by the bell.’, mompel ik zachtjes. Glimlachend sta ik op en loop naar het bad en begin daaraan te poetsen. Ik heb geluk dat Jolanda zolang belt, schiet er door mijn hoofd. Want als de badkamer niet schoon is, stuurt ze me misschien weer zonder eten naar bed. Ik kijk even op. ‘Maar deze badkamer is veel groter dan mijn badkamer.’, kreun ik. Snel poets ik verder.
Na 40 minuutjes komt Jolanda weer binnen. ‘Ben je klaar?’, snauwt ze.
‘Ja.’, antwoord ik.
‘Ja wat?!’, briest Jolanda.
‘Ja Jolanda.’, zeg ik zelfverzekerd.
‘Je noemt mij mama!’, schreeuwt Jolanda met overslaande stem. En voor ik het weet heb ik mijn eerste klap te pakken. ‘Ja wat?’, vraagt Jolanda met een gevaarlijk zachte stem.
‘J-ja mama.’, krijg ik er met moeite uit. Het doet mij pijn om dat te zeggen. Snel ren ik de badkamer uit en laat ik me huilend op mijn bed vallen.
‘Sue Ann!’, schreeuwt Jolanda van onderaan de trap.
Er is iets aan de hand, dat weet ik zeker. Ze noemt me alleen Sue Ann als ze boos op me is. Ik haast me naar beneden.
‘Je zou het zilverwerk op de kast poetsen!’, sist Jolanda woedend.
‘Dat heb ik ook gedaan…’, antwoord ik overdonderd.
‘Je bent hier al 7 maanden en je weet nog niet hou je zilverwerk moet poetsen?!’
‘Ja wel..’
‘Laat dat zien dan! Overnieuw, en als het dan nog niet goed is, ga je weer zonder eten naar bed!’, boos stampt Jolanda weg.
Ze weet wel waar ze me pijn mee doet, denk ik verdrietig en ga aan het werk.
Het kan zo niet langer doorgaan! Alweer zonder eten naar bed… het zilverwerk glom in de zon! Het was gewoon een spiegel! Verdrietig draai ik me om op mijn andere zij. Er moet toch een oplossing zijn?! Allerlei gedachtes komen in mijn hoofd op. de kindertelefoon bellen? Nee, dan kom ik weer bij de jeugdzorg terecht, en daar heb ik dus geen zin in. Een van mijn vrienden om raad vragen? Nee, ik wil niet dat die ongerust worden. En nog vele andere ideeën komen in mijn hoofd op. maar niets dat goed genoeg is om uit te voeren. Waren pap en mam er nog maar…
Hoe laat is het? Ik draai me om en kijk op de wekker. Half drie. Even kijk ik zorgeloos in het rond, maar dan schiet me iets te binnen. Weglopen… Met weglopen kan ik alle kanten op! Ik pak mijn rugtas uit de kast en gooi hem leeg op het bed. Ik pak een pen en een schrift en schrijf:
Pleegfamilie,
Waarschijnlijk doen jullie wel jullie best voor mij, alleen ben ik het
gecomandeer en het slaan zat. Volgensmij is de laatste keer dat ik met
jullie samen heb avongegeten, weken geleden. Het spijt me, maar ik
vertrek, ga niet naar mij zoeken. Daar heb je alleen jezelf mee. Ik kan
goed voor mezelf zorgen.
Sue Ann.
Ik lees het briefje nog een keer door en leg het daarna op mijn kussen. Het schrift en de pen die ik in mijn tas. Het komt misschien nog een keer van pas. Ik pak mijn kleding uit mijn kast en leg het op mijn bed. Ik stop de helft van mijn kleding in de tas. Ik heb toch niet zoveel kleren als een gemiddeld nederlands meisje. Dan pak ik mijn portomonee en die stop ik ook in de tas. Ik pak een fotolijstje uit de kast. Op de foto staat een lachende vrouw met lang zwart haar, een lachende bijna kale man en een meisje met hetzelfde haar als de vrouw, ook zij lacht. ‘Hallo pap en mam.’, fluister ik met trillende stem. Het fotolijstje stop ik ook in de tas. Het lijstje lag altijd in de kast omdat ik hem weg moest gooien van Henryk.
‘wij zijn nu je ouders, weg met die foto.’
Er gaat een rilling langs mijn rug bij het denken aan Henryk of Jolanda. Snel kleed ik me om en sluip treetje voor treetje de trap af. Beneden sluip ik naar de keuken. Ik doe mijn tas open en stap het hele brood die op de plank staat in een zakje en dan in mijn tas. Daarna stop ik nog een rol koekjes, twee tweeliter flessen water en lucifers in de tas en doe het slot van de deur en stap naar buiten. De vrijheid in…
Ik loop al uren rond te zwerven op straat en mijn voeten beginnen zeer te doen. Het begint alweer een beetje licht te worden. Ik ben gelukkig de stad al uit. Hoeveel kilometer zal ik nog moeten lopen? Had ik maar een kaart meegenomen… ik verlang ernaar terug te komen in mijn dorp. Ik zucht en kijk op mijn horloge. Half negen. Jolanda en Henryk zijn allang wakker en hebben het briefje waarschijnlijk al gelezen. Maar ze schakelen de politie zeker weten niet in. De politie wil natuurlijk weten waarom ik weggelopen ben. En als ze erachter komen dat ik geslagen werd. Krijgen Jolanda en Henryk natuurlijk op hun kop. Zuchtend ga ik op een kei zitten die langs de weg staat en pak een koekje uit de tas. Hmmm… chocolade. Ik neem een klein slokje water, niet veel want als het op is heb ik niks meer. Ik sta weer op en loop weer verder. Na een uurtje kijk ik eens goed om me heen. Loop ik wel goed? Ik zal aan de eerste de beste voorbijganger vragen of ik wel goed loop. Maar er komen geen mensen voorbij. ‘waarom moest ik ook zonodig door het bos?’, kreun ik. Die dikke boom komt me zo bekend voor… volgens mij ben ik rondjes aan het lopen! Kreunend laat ik me op de grond zakken en neem een grote slok water. Wat moet ik nu doen? Waar kan ik heen? Misschien had ik maar beter niet weg kunnen lopen… maar nu kan ik niet meer terug. Ik sta op en klop het zand van m’n broek. Welke kant zal ik opgaan? Ik ga links kijken of het de goede weg is…
Ja! Het is gelukt! Ik ben dit stomme bos uit. Maar waar moet ik nu heen? Zuchtend kijk ik rond. Gelukkig, daar loopt een vrouw, die kan ik wel om hulp vragen. ‘pardon mevrouw, mag ik wat vragen?’, vraag ik zo beleefd mogelijk.
‘natuurlijk kind, vraag maar.’, antwoord de vrouw vrolijk.
‘weet u de weg naar de begraafplaats?’
‘ja, dan moet je hier rechts, als je alsmaar doorloopt, kom je de begraafplaats vanzelf tegen.’, glimlacht de vrouw.
‘oké, bedankt voor de uitleg.’, zeg ik dankbaar en ik ga opweg…
dit keer gelukkig wel 1500 woorden.
tips wil ik heel graag horen, wil het verhaal echt af gaan maken.
mijn spelling is op sommige plekken niet zo goed, maar ik ben ook nog maar 12.
