[VER] Oorlog en stilte

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
InekeH87
Berichten: 4026
Geregistreerd: 19-02-07

[VER] Oorlog en stilte

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 24-06-12 21:37

Na lange tijd heb ik besloten toch weer eens iets van mijn hand hier op bokt te posten. Jullie reacties op de andere verhalen hebben immers geleid tot de uitgave van Zomer in Angst. Ik ben nu solo bezig aan een klein verhaaltje tussen het schrijven van de Liam Legacy en het studeren in. Ook dit verhaal is, hoe kan het ook anders, begonnen als een droom. Een hele vreemde droom over een wereld verscheurd door oorlog.
Veel plezier met lezen en voel je vrij om een berichtje achter te laten!
O ja nog even een opmerkingen, zoals het verhaal nu in alinea's is verdeeld is alleen om het via het scherm wat makkelijker leesbaar te maken :P.

Het is al lang geleden dat er hier in dit kille troosteloze land een dag zonder zorgen is geweest. Overal waar ik kijk zie ik de stille getuigen van de oorlog die woedt. Kapotgeschoten huizen, straten, auto’s en winkels, een waarschuwing voor een ieder die zo gek is zich hier op straat te wagen. Als je goed kijkt zie je zelfs dingen die je liever niet wilt zien. Een kapotgetrapte bril, bloedvlekken op de straat en midden op de weg ligt een eenzame teddybeer. Zijn lijfje kapot en de vulling bevlekt met bloed. Voor mijn ogen spelen zich weer de gruwelijke beelden af van de dag dat ze hier binnenvielen. Wat we fout gedaan hebben weet ik niet, evenmin wist ik hoe ik me moest verzetten. Als een lafaard ben ik gevlucht. Ik schaam me er nog voor, ook al weet ik dat het de enige logische reactie was. Was ik toen dapper geweest en gebleven om te vechten, dan zou het ook mijn bloed zijn geweest dat deze straten bevlekt. De herinneringen doen pijn en ik onderdruk de neiging om me eraan over te geven. Nu gaat dat gemakkelijk, maar ik weet dat straks als de nacht valt het een stuk minder simpel is. In het licht van de zon die hoog boven me brandt zijn de herinneringen niets meer dan een lang vergeten droom, maar in het donker van de nacht beleef ik alles opnieuw. Iedere nacht weer en iedere nacht word ik gillend en huilend wakker. Je zou denken dat je na bijna vier jaar wel gewend raakt aan het geweld, maar probeer mijn hersenen daar maar eens van te overtuigen.

Achter me klinkt zacht gekuch en ik dwing mezelf te focussen. Er is geen tijd om mezelf te verliezen in herinneringen, niet als we voor de avond valt weer thuis willen zijn. Ik kijk vlug achter me en controleer of iedereen er nog is. Drie mensen kijken me verwachtingsvol aan en op mijn teken staat één van hen op. Hij ademt diep in en haalt de veiligheidspal van zijn geweer. Zonder aarzelen sluipt hij uit de beschutting van de steeg de straat op. Als een schaduw beweegt hij zich over de weg en ik hoop dat hij ongezien blijft voor onze vijanden. Pas als hij de overkant heeft bereikt adem ik opgelucht uit. Dat is al één, nu de rest nog.
‘Grace nu jij,’ fluister ik haar bemoedigend toe. De vrouw aarzelt en kijkt met grote ogen van angst naar de straat.
‘Ik durf niet, ik kan het niet. Wat als ze me horen, wat als ik het wel haal, maar Jason niet. Alsjeblieft laat me hem zelf meenemen,’ stamelt ze paniekerig. Ik snap dat ze bang is, maar dit is niet het moment voor discussies.
‘Jason kom naar mamma,’ fluistert ze half huilend. Ik voel de kleuter naast me bewegen en pak zijn handje steviger beet. Het kind kijkt onzeker van mij naar zijn moeder. We hebben hem uitgelegd dat het niet veilig is als hij met zijn moeder mee gaat, maar of hij dat nu ook nog in wil zien? Dan verhardt de blik op zijn gezicht en koppig blijft hij naast me staan.

‘Ga maar mamma, ik kom zo.’ Hoewel ik niet anders kan dan ontzag voor het kind hebben, voel ik me ook verdrietig. Slechts zes is de kleine Jason, maar hij gedraagt zich ouder. Door al het geweld is hij gedwongen om sneller op te groeien en hij is niet de enige. In ons kamp zijn talloze kinderen als Jason. Te jong om van betekenis te zijn, maar te zeer verpest om zich ooit nog als kind te kunnen gedragen. Grace blijft aarzelen en ik onderdruk de neiging haar tot orde te roepen. Ze zou een voorbeeld moeten nemen aan haar zoon, die gedraagt zich een stuk dapperder. Ik kijk kort naar de andere persoon die met ons mee is.
‘Neil neem haar mee,’ beveel ik. Neil knikt kort en fluistert ‘Yes, m’am’. Ik onderdruk een glimlach, thuis in het kamp zou hij zelfs zijn opgesprongen en had hij gesaluteerd. Hij is één van de weinige echte soldaten die we hebben, maar wel degene met de meeste humor. Zijn vertoon van gehoorzaamheid is niets meer dan een spel tussen ons, maar nadat hij ermee begonnen is doen steeds meer mensen het. Hoewel ik het in het begin vervelend vond, heeft het me wel geholpen om de rol aan te nemen die ze op me hebben gelegd. Nee, die rol heb ik zelf op me genomen en ik ben er eigenlijk wel trots op. Onder mijn leiding is de ongeorganiseerde bende rebellen langzaamaan veranderd in een goed getraind leger. We begonnen met slechts tien man, maar nu staan er meer dan 200 mensen onder mijn bevel. Lang niet allemaal zijn het vechters, sinds dat bekend is geraakt dat wij verzet bieden tegen de schoften die ons land in hebben genomen, hebben steeds meer mensen zich bij ons aangesloten. Eerst waren dat vooral andere strijders, maar tegenwoordig komen er steeds meer mensen als Jason en zijn moeder bij.

Op mijn teken duwt Neil Grace de straat op en zo snel hij kan trekt hij haar naar de overkant. De vrouw kijkt meerdere malen angstig achterom en tranen stromen over haar wangen. Hoewel ik haar vervloek om de vertraging die ze geeft, kan ik het begrijpen. Waarschijnlijk is het kind alles dat ze nog heeft.
Net als ik wil gaan, klinken er voetstappen aan het einde van de straat. Het ritme ervan klinkt bekend en ik zie paniek op het gezicht van Grace verschijnen. Voordat de anderen haar tegen kunnen houden, roept ze de naam van haar zoon. Ik vloek zacht en trek het kind naar me toe. Er is geen enkele kans dat ik nu nog ongezien de straat overkom en als de soldaten mij herkennen, zullen ze niet stoppen voordat ze me hebben. Een vlugge blik op mijn vrienden laat me zien dat ze Grace proberen tegen te houden, de vrouw wil alleen maar naar haar kind toe en is duidelijk niet voor rede vatbaar. Ik zie de vraag die in de ogen van mijn vrienden rust. Laten ze haar gaan om haar leven te verspillen voor de ogen van haar kind, of nemen ze haar mee met het risico zelf slachtoffer te worden. Een dilemma waar we helaas te vaak voor hebben gestaan. Is het leven van één het leven van meerderen waard? Wat ze ook beslissen, ik vind niet dat de jongen dit moet zien.

‘Jason volg mij,’ commandeer ik het kind en ik trek hem ruw met me mee, terug de steeg in. Gelukkig protesteert hij niet, alsof hij de ernst van de situatie inziet. Achter me klinkt geschreeuw en dan het geluid van tientallen soldaten die onze kant op komen rennen. Ik kijk niet meer achterom en vertrouw op mijn vrienden om een beslissing over het leven van Grace te maken. Hopelijk werkt de vrouw mee en kunnen ze haar laten leven, of niet denk ik als de doffe schoten van een geweer mijn oren bereiken. Twee schoten niet meer, dat is een executie, geen gevecht. Het doet me minder dan het zou moeten doen.
Een paar tellen later klinken nog meer schoten, aan de snelheid waarmee ze elkaar opvolgen, kan ik horen dat dit niet van de wapens van mijn vrienden komt. Ik hoop dat ze op tijd zijn weggekomen, maar ik weet ook dat ik me geen zorgen hoef te maken. Neil en Owen zijn twee van de beste vechters die ik heb en ze zijn nog beter in ontsnappen. Waarschijnlijk was het schieten van net enkel de frustratie van de soldaten omdat ze hen niet te pakken konden krijgen. De straten hier zijn zelfs na alle verwoesting nog vertrouwd en haast blindelings vind ik mijn weg door de doolhof van gangen en steegjes. Achter me hoor ik af en toe geschreeuw en geroep van de soldaten, maar ik weet dat ze me nooit te pakken zullen krijgen. Ik ben sneller en ken hier zoveel schuilplaatsen dat ik me dagen zou kunnen verstoppen.

Voor me doemt een hoog hek op en zonder mijn snelheid te vertragen wil ik omhoog klimmen, maar Jason houdt me tegen.
‘Kom op, we moeten hier overheen,’ zeg ik buiten adem van het rennen. Het joch knikt dapper, maar de blik waarmee hij naar het hoge hek kijkt spreekt boekdelen. Daar gaat hij nooit in zijn eentje overheen komen. Zonder dat hij het kan horen vloek ik gefrustreerd, dit gaat tijd kosten. Tijd die we niet hebben, we moeten blijven rennen.
‘Ok Jason, klim op mijn rug en houd je goed vast.’ Hij doet wat ik hem zeg en voor de tweede keer die avond pakken mijn handen het hek stevig vast. Zijn gewicht vertraagd me amper en in een mum van tijd ben ik bovenaan. Hier moet ik voorzichtig zijn, vlijmscherpe punten steken aan alle kanten uit. Bedoeld om mensen tegen te houden, maar niet mensen zoals ik. Heel voorzichtig sla ik één been over het hek. Ik voel de punten door de stof van mijn broek heen en wordt nog voorzichtiger. Net als ik er bijna overheen besluit Jason om ergens van te schrikken en hij klemt plotseling zijn korte armen ruw om mijn nek. Ik verlies mijn grip op het koele staal en in paniek trek ik mezelf dichter naar de scherpe uitsteeksels toe. Het voelt alsof er messen in mijn borst steken en met moeite onderdruk ik de neiging om te schreeuwen.

‘Verdomme jongen, waarom deed je dat?’
‘Daarom,’ fluistert hij met trillende stem en wijst dan in de richting waar we net vandaan komen. Nog geen honderd meter bij ons vandaan staat een soldaat met zijn rug naar ons toe. Hij zegt iets in een radio en luistert aandachtig naar antwoord. Het is een wonder dat hij ons nog niet heeft gezien of gehoord en ik hoop niet dat daar verandering in komt. Zo stil mogelijk laat ik mezelf naar beneden zakken. Gelukkig merkt hij niets en zodra we de grond bereiken maken we ons uit de voeten. Ik hoor opgewonden commando’s als de soldaat ons eindelijk ziet en dwing mijn lichaam harder te gaan. Het joch kan mijn tempo amper bijhouden, maar doordat ik zijn hand stevig vast blijf houden moet hij wel. Terwijl ik over mijn schouder kijk om te zien of de soldaten al dichterbij komen ren ik een hoek om. Ik had beter moeten weten dan dat. Mijn hoofd maakt keihard contact met een houten balk en ik klap tegen de grond. Door de vaart die ik had rol ik nog een aantal meters door, voordat ik verdwaasd blijf liggen. Sterren dansen voor mijn ogen en voor een paar tellen bestaat de wereld uit niets dan pijn.

Gegil van een kind laat me mijn ogen openen. Jason staat vlak bij me, zijn rug leunt tegen de muur en zijn ogen schieten paniekerig heen en weer.
‘Alstublieft meneer, ik heb niets gedaan!’ roept hij angstig. Harteloos gelach klinkt en ik hoor de veelzeggende klik van een geweer.
‘Begin maar te bidden smerige rat, niet dat het veel uitmaakt. Jouw soort is gedoemd te branden in de hel,’ klinkt een stem. Een klodder spuug vliegt over me heen en spat vlak naast Jason zijn hoofd tegen de muur. Het kind kruipt huiverend ineen en zijn angst maakt me woedend. Dat ze achter mij aanjagen is één ding, maar weerloze kinderen doden gaat mij veel te ver. Ik haal een keer diep adem en dwing de hoofdpijn naar de achtergrond. Zolang die vent nog denkt dat ik bewusteloos ben, heb ik een voordeel. Voorzichtig draai ik mijn hoofd en schat de situatie in. Het kan niet beter, hij staat op nog geen meter van mij vandaan en let totaal niet op me. Mijn handen zoeken vlug de straat af en klemmen om een dikke metalen pijp. Zodra ik hem goed beet heb vlieg ik overeind en haal met al mijn kracht uit naar de knieën van de man. Ik raak hem precies waar ik wilde raken en hoor het misselijkmakende gekraak als zijn knie ineens de andere kant op buigt. De soldaat gaat schreeuwend ten onder en met een blik vol woede en ongeloof staart hij me aan. Ik verspil geen tijd met het maken van hatelijke opmerkingen en trek met een soepele beweging mijn pistool uit de holster aan mijn heup. Ik wend mijn ogen niet af als ik de trekker over haal en blijf recht in de zijne kijken totdat het leven eruit is verdwenen. Het schot zal anderen hiernaartoe trekken, maar ik ben van plan om lang daarvoor al te verdwijnen. Terwijl ik gespannen luister naar het geluid van naderende voetstappen, doorzoek ik de zakken van de soldaat. Alles wat bruikbaar is prop ik in mijn rugzak, zelfs zijn schoenen neem ik mee. We hebben maar weinig en zelfs oude versleten spullen zijn bruikbaar.

‘Kom Jason, we gaan,’ zeg ik zodra ik heb wat ik wil. De jongen staart mij angstig aan, maar volgt toch wanneer ik wegren. Ik heb geen idee wat het kind nu van me denkt, dat maakt me ook niets uit. Zolang hij me maar volgt, mag hij denken wat hij wil.
Bij een verlaten oude schuur houd ik stil. Het begint al donker te worden en ik wil dan liever niet buiten zijn. Er gaan vreemde verhalen de ronde en hoewel de meeste overdreven zijn, heb ik geen zin om te testen hoeveel van de verhalen op waarheid berustten.

niezzuh

Berichten: 83
Geregistreerd: 23-10-09

Re: [VER] Oorlog en stilte

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-06-12 10:15

Mooi :j

TheHorseInn
Berichten: 3092
Geregistreerd: 29-11-08

Re: [VER] Oorlog en stilte

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-06-12 10:27

Ik ben weer fan! :D

Zomer in Angst heb ik ook al gelezen! Wat een geweldig boek!