
Hoofdstuk 1
Nog 30min, 20, 10. “Kom op vader, oh doe toch voort jemig” Het was dinsdag en dat betekende manege dag. De enige dag in de week dat ik me toch iets anders kon voordoen dan mijn zielige zelf. De enige plek waar ik totaal mezelf kon zijn, de enige plek waar. “Ik ben thuis he, ben je nu nog niet klaar, het is altijd hetzelfde met die vrouwen.”Jup mijn vader was thuis eindelijk dan konden we vertrekken, maar nog voor ik mijn zweep in de koffer had gelegd was hij zijn plechtige speech al aan het voorbereiden. Hij klonk zo serieus, bijna angstig. Ik vroeg me af over wat het zou gaan, kreeg ik dan eindelijk mijn eigen paard ?
“Alex, je weet die Rudy waar ik altijd over spreek ?” Zwijgende knikte ik hem toe. “Wel die zijn dochter, ale niet zijn dochter maar de dochter van zijn vrouw snap je?” “Eum stiefdochter vader? “onderbrak ik hem rustig. “Ja die dochter, wel die rijd ook en ze had gevraagd of ze eens mee met jou naar de manege kon komen, dan is ze niet alleen.” Echt nadenken moest ik niet, ze was wel jonger maar maakte dat uit, we konden misschien nog goede vrienden worden en zo een kans laat ik niet vliegen. Enthousiast zei ik ja en hoopte op een goede afloop.
Het was een fijne les en het manege paard liep zo goed, ik begon bijna te zweven. Te geloven dat ik misschien wel goed kon worden en plots werd ik weer wakker geschud door de harde realiteit. Morgen weer school, weer die sukkels, die idioten, die debielen. Och dacht ik bij mezelf, binnen 3 jaar ben ik van ze af. Ik zat in de 3de klas maar ik had het gevoel dat ik er al eeuwen zat. Eeuwen in die onderkoelde hel van achterbaksheid en verraad. Je kon er niemand vertrouwen, het leek net op de Savanne. Zij waren de leeuwen en ik de zebra. Als je niet oppast aan de drinkpoel ben je gedoemd, het eeuwige slachtoffer. De onderste trede van de voedselladder.
Maar ik hield me niet klein, ondanks alle aanvallen stond ik weer op en rende ik weer verder om me achter de eerstvolgende struik te verschuilen tot de kust weer veilig was.
Dag achter dag verschool ik me achter mijn struik en overleefde ik de uren op de schoolbanken. Tot die ene dag, mijn heilige dag, dinsdag. Wat een zenuwen oh niet normaal. Ik was het niet gewoon om mensen te leren kennen dus dit was een volledige nieuwe ervaring voor mij en ik wilde het perse goed doen. Ik stond al in de stal Columbus had er zin in vandaag, net zoals ik en plots zie ik 2 grote donkerbruine ogen me aankijken. “Hey, ik ben Carla ben jij dan Alex?” “Ja dat ben ik” zei ik zeer spontaan. “Oh leuk” zuchtte ze. “Dan heb ik je eindelijk gevonden!” Ik had haar nog geholpen met het borstelen en het opzadelen van Sparta. Ze was nu eenmaal veel kleiner dan ik.
Tijdens de les wisselden we vaak blikken en lachten we vaak naar elkaar en dat stemmetje in mijn hoofd stelde me gerust, ik had een vriendin. Toen we klaar waren met alles en we samen in de kantine aankwamen zagen we dat onze ouders het zeer goed met elkaar konden vinden en oh wat waren we blij. “Seg Alex heb je woensdag wat te doen?” “Goh nee, gewoon wat achter de computer zitten” antwoorde ik kalm en rustig om niet wanhopig over te komen. “Wel heb je geen zin om te komen spelen dan ?” Ze was nog niet klaar met haar zin en ik schreeuwde vol overtuiging en zeker van mijn stuk “Ja, ja ik wil doodgraag komen spelen “
“Oke woensdag rond 14:00 zal ik ze komen ophalen” sprak haar moeder. We bekeken elkaar en hadden geen woorden nodig om te weten dat we het allebei geweldig vonden.
Na weer rustig gedronken te hebben aan de poel zat ik naar de klok te staren.nog 30min, 20, 10. Kom op bel ga dan. Die middag kreeg ik geen hap door mijn keel, ik had gewoon een vriendin en ze kwam me halen. Oh spannend. Al een uur op voorhand stond ik al klaar aan de deur en eindelijk stopte ze. Zo snel als ik kon stapte ik in de auto op weg naar haar thuis.
Na nog geen 10min waren we er. Ik stond voor de deur en ik hoorde honden. “Maak je geen zorgen, ze zijn echt lief hoor” stelde haar moeder me gerust. Een lieve bolle dame die toch van aanpakken weet. Echt een leuke en vriendelijke vrouw die recht in haar schoenen staat. Zij zou vast rustig kunnen drinken.
Ik keek op en in de deuropening zag ik hem.
Wist ik toen veel.
