.Ergens in een kleine stad
Woonden een rode en een witte kat
De rode was een nette dame
Waste netjes alle ramen,
Zorgde voor een maaltje muis
En in de bak schoon kattengruis
Meneer De witte, die zag dat wel zitten
en heeft sinds de dag dat ze zijn getrouwd
elke dag het huis verbouwd
Bij alles wat het baasje kocht
deed witte wel iets dat niet mocht
een plasje hier op het tapijt,
Een poepje daar zo op zijn tijd
En zag de witte wat moois staan?
Dan duwde hij met zn poot ertegenaan
Dus alles wat ooit op de kasten stond,
ligt nu verspreid over de grond
Ach, t was niet enkel kommer en kwel,
want inrichten, dat kon hij wel!
Zoals elk mens had baas geen smaak,
dus was hij van huis, dan was t raak
Gordijnen horen op de grond,
Dat is warmer zitten voor je kont
En die bank, is toch geen gezicht,
kijk eens baas, wat ik heb aangericht !!
Die prachtig omgegooide plant
de kamer mooi versierd met zand
En die o zo kale stoelen daar
Zijn nu gevuld met kattenhaar
Ja de witte kat had er maar een dagtaak aan
De enige met een drukkere baan
Was die arme rode poezenvrouw
Die de rest van haar leven poetsen zou.