Ook was het heel fijn om te leren hoe je op ideeen komt om je verhaal vorm te geven.
Persoonlijk vind ik het heel moeilijk om een einde aan een verhaal te verzinnen. Vaak maakte ik gebruik van de in de cursus gestelde tijdslimieten om dan mijn verhalen open te laten eidigen. Nu heb ik echter een van mijn ideeen uitgewerkt tot een volledig verhaal, wel een verhaal van maar 500 woorden, maar toch, een verhaal met een begin en een einde

Ik vind het altijd best moeilijk om mijn verhalen aan anderen te laten lezen, omdat je verzinsels nogal persoonlijk zijn, maar ik vind het ook heel leuk om de meningen van anderen te horen wbt mijn verhalen, dus dan is het kiezen of delen en in dit geval heb ik dus gekozen voor het delen van mijn verhaal.
Ik heb in dit verhaal een beetje geprobeerd te experimenteren met beschrijven en met een tijdssprong, omdat ik zelf merk dat in boeken die ik goed vind het verhaal vaak geen chronologische volgorde beschrijft, maar door middel van een verhaal in een verhaal als het ware een sprong in de tijd maakt.
Graag hoor ik van jullie wat jullie vinden van mijn verhaal. Dit mogen goede punten, maar ook verbeterpunten zijn of bijvoorbeeld zaken die jou opvallen aan het verhaal, in ieder geval veel lees plezier.
Venezia
Hij wist dat Venetië in de zomer niet bepaald naar bloemen geurde door de zon die het water
overdag liet broeien, maar als hij naast haar liep rook hij ze toch, zij rook als de lente, al was
de zomer zelfs al aan haar einde aan het komen. Hij voer in zijn gondel, roeide met vaste slagen
door het water. Onder bruggen door waar het mos der eeuwen de stenen bedekten als een dikke
deken. Zij had een plaid over haar benen heengeslagen. Nu de zon bijna verdwenen was achter
de horizon begon de temperatuur te dalen. Een frisse bries streek hem in het gezicht en deed het
water tegen de wand van de gondel klotsen. Geruisloos streken zij over het water. Steeds rook hij
haar bloemen geur, dit gaf hem moed alsmaar verder te peddelen, weg van de hem zo bekende stad
met haar gemarmerde pleinen en rijzige gebouwen met ramen van gebrandschilderd glas. De stad
waar hij zich zo had thuis gevoeld, de stad waaraan hij zijn hart had gegeven, de stad waar hij wel
voor altijd had willen blijven. Maar zij moest door. Haar rusteloze geest droomde over nieuwe plekken,
zij wilde de wereld zien, alles zien voor het te laat was. Hij keek naar haar kolen zwarte lokken die als
slap garen langs haar gezicht hingen. Vroeger was dat wel anders, toen dansten haar haren nog wild
op haar schouders. Als een roos zo schoon was zij. Als een roos zo snel ook was zij verwelkt toen haar
ziekte bezit van haar nam. Vaak dacht hij terug aan het moment dat zij elkaar ontmoetten, nu alweer
bijna dertig jaar terug in de tijd. Hij was in Parijs om foto’s te nemen voor zijn nieuwste reportage, zij
was in Parijs om haar talent ten toon te spreiden. Op een verloren avond, een dag voordat hij weer
huiswaarts zou keren, besloot hij naar het concertgebouw te gaan om het concert van een alom geprezen
pianiste te beluisteren. Het concertgebouw was een statig gebouw, opgetrokken uit witte steen met een
koepeldak, naar Korinthische stijl. De plafonds waren hoog en versierd met ornamenten, de concertzaal
was gigantisch. Hij maakte het zich gemakkelijk in de hem toegewezen rode stoel en wachtte tot het
concert zou gaan beginnen. Toen zij het podium betrad hield hij zijn adem in. Haar jurk had dezelfde kleur
als de stoelen en haar ogen leken recht in zijn ziel te kijken. De rest van de avond was hij als in trance,
haar muziek voerde hem langs onbekende oorden en naar plekken in zijn verbeelding waar hij zelf geen
weet van had gehad. Toch kon hij zijn ogen niet lang gesloten houden om zo nog intenser van de muziek
te genieten. Telkens moest hij weer zijn ogen openen om zichzelf ervan te verzekeren dat zij er nog was,
dat zij bestond. Toen hij haar daar voor het eerst zag had hij het idee dat haar muziek hem meegenomen
had over de hele wereld. Uiteindelijk was hij het die haar meenam de wereld rond, omdat dat was wat zij
het liefste wilde, zij wilde alles zien voor het te laat was. Hij daarentegen had alles al gezien, haar muziek
bracht zijn verbeelding overal. Hij wist dat zij zou sterven, hij zou achterblijven, wetend dat zij alles hadden
gezien, maar zonder haar muziek, gevangen in de wereld van het nu.