
Citaat:Ik keek om me heen. Overal was het druk, overal.. En dat voor maar 10 minuutjes naar huis lopen! Toeterende auto's die niet goed opletten, die dronken zijn of gewoon aan het bellen zijn. Verschrikkelijk! Eindelijk was ik thuis, eindelijk. Ik zuchtte eens diep. 'Mam, ze moeten echt wat doen aan die drukte!' zei ik een beetje boos. 'Ja schat, ik weet het, maar wat moet ik eraan doen?' Ik dacht na. 'Schrijf een brief naar de gemeente, dat je boos bent over de drukte en dat je dochter bijna dood gaat!' Ho, ho meis, je bent niet bijna dood, je leeft nog als een blij vogeltje in de lucht!' Ik grinnikte. Dat was wel waar. 'Kan ik niet met de auto naar school mam?' Mijn moeder keek me aan met haar doe-niet-zo-raar blik. 'Oke oke, rustig maar kijk me niet zo aan! Ik ga naar bed, ik hoef geen eten, ik heb geen honger.' Mijn moeder keek me aan, recht in mijn ogen. 'Je moet wat eten Michelle!' zei ze wat geiriteerd. Ik deed het kastje open pakte een droge boterham en liep toen naar boven. Ik hoorde mijn moeder zuchten. Ik deed mijn kleren uit en ging in bed liggen. Binnen vijf minuten viel ik in slaap..
'TRRINNNGGGGGGGGGG' ik draaide me om 'WHAAAAAA!' Ik schrok me dood van die wekker. 'Liefje, is alles goed?' Ik keek haar aan. 'Ja mam, ik schrok alleen wéér van die harde wekker!' Ik stapte uit bed en kleedde me aan. Ik waste mijn gezicht en deed mijn haar. Ik vulde mijn rugzak met zware schoolboeken. Ik at een boterham met warme thee. 'Is er niks Michelle? Je bent zo stil meis.' 'Nee mam, er is niks hoor, maak je niet zo'n druk!' Ik knipoogde naar haar. 'Ik ga mam.' Mijn moeder gaf me een kus op me wang. 'Mahaamm!' zei ik een beetje stoer. 'Oh, sorry hoor, mag ik je niet eens meer een kus geven!' 'Ik ben al dertien mam, ik zit in de eerste klas. Maar af en toe een mini kusje mag wel hoor!' Mijn moeder lachte. 'Ga nou maar snel!' Ze grinnikte. 'Ja mam! Ik ga, doei!' 'Doei schat!' riep mijn moeder.
En toen moest ik wéér langs die drukke weg. Jeetje.. Ik zuchtte. Je kan het.. Je kan het.. Dacht ik hoopvol. En ik keek goed uit, en loopte wat snel over het zebrapad. Ik was al laat.. Maar toen gebeurde het: Ik viel over een steentje en mijn been draaide gevaarlijk. Ik kwam plat op de grond terecht, met een pijnlijk gevoel in mijn been. Het gevoel dat ik niet op kon staan. Ik werd rood en raakte in paniek. De tranen begonnen te stromen. 'HELP! HELP!' riep ik hard. O jee, daar kwam een auto aan. Ik had gelukkig een goed opvallende jas aan. Ik liet mijn hand zien als 'stop' teken. Gelukkig stopte de auto en kwam de bestuurder snel naar me toe. Hij zag mijn been, wat aan het bloeden was. Ik had echt een pijnlijke val gemaakt. Ik kon hem helemaal niet bewegen. 'Meid, gaat het een beetje, moet ik de ambulance bellen?' Mijn tranen begonnen nog harder te stromen. 'Ik heb zoveel pijn! Ik kan helemaal niet meer lopen' snikte ik. Ik had zelf helemaal niet verwacht dat ik als dertienjarige nog zou gaan huilen, maar nu deed het wel héél veel pijn.. De man pakte snel zijn telefoon en toetste '112' in. 'Hallo met Richard van Pook. Ik sta hier met een meisje dat hard is gevallen en haar been doet pijn.' Hij luisterde. 'De straat is 'Bever Bekking straat. Bij het zebrapad in de plaats Amsterdam.' Hij luisterde weer. 'Ze kan haar been helemaal niet meer bewegen ja. Ja het kan zijn dat hij misschien gebroken is' Ik schrok. Gebroken?! Ik beet op mijn lip. Dan kan ik zoveel dingen niet meer doen! 'Bedankt, tot zo' Ik keek naar hem. Hij keek terug.'Ze komen zo, houd vol' Ik wachtte af. Na ongeveer tien minuten wachten hoorde ik vanuit de verte een ambulance. Ik deed mijn ogen dicht en wachtte af. 'Weet je het telefoonnummer van je ouders?' Ik keek op. 'Eh.. 06-12345678.' Bedankt.' zei de man. Ik deed weer mijn ogen dicht. Ik voelde de pijn weer steken toen ze me gingen inladen. Waarom gebeurt dit bij mij.. Dacht ik.
Langzaam deed ik mijn ogen open en keek om me heen. Ik had duidelijk lang geslapen, want het was nacht. Ik was in het ziekenhuis, helemaal alleen in een donker kamertje. Ik keek naar mijn been, wat deed die zeer zeg! 'Het is hier eng..' fluisterde ik in mezelf. Ik deed mijn ogen dicht en de tranen begonnen te komen. Op zo'n moment wil ik dat mama hier bij me is, die zachtjes mijn hand streelt om me gerust te stellen..' dacht ik.
Weer voelde ik een flinke steek in mijn been. Ik beet in mijn lip en begon harder te huilen. 'Waarom ik, waarom? Heb ik iets verkeerds gedaan?' vroeg ik tegen mezelf.
En zo ging het door, iedere dag, iedere nacht en iedere week. Mijn been ging steeds meer achteruit, de dokters wisten niet wat het was, mijn been bloedde gevaarlijk, en als het zo door ging had ik te veel bloed verlies. Maar toen, die dag..
De dokters wisten wat het was! Ze hadden eindelijk een medicijn gevonden.
Vanaf toen ging het weer beter, en toen, na 5 weken lang mocht ik eindelijk naar huis. Ik had iedereen zo gemist! Van de dokters moest ik nog een paar dagen rust houden, maar daarna zou ik rustig aan mogen beginnen met lopen. En nu, voelde ik me net een gehandicapt kind. Zo, in een rolstoel, terwijl ik kijk naar andere kinderen die gewoon kunnen lopen, spelen rennen, alles! 'Michelle! Etenstijd!' Ik zuchtte, ik had helemaal geen honger, maar ik wist wat voor antwoord er zou komen..
Ik reed naar binnen en smeerde een boterham met hagelslag en propte die naar binnen. 'Mam ik wil naar boven, wil je papa even vragen of hij mij tilt?' Haar moeder knikte en riep vader. 'Ik kom eraan!' riep hij. Hij tilde me op, en bracht me naar m'n kamer. Toen ik eenmaal op bed zat, dacht ik: Eigenlijk wel fijn, zo'n luxe! Maar die gedachte verdween onmiddellijk door mijn hoofd toen ik buiten weer kinderen zag spelen en rennen. Ik had geluk omdat het vakantie was. Maar morgen moest ik alweer naar school. Ik pakte m'n laptop en schreef overal het nieuws, op Hyves, Twitter, Facebook, iedereen moest het weten. Ze leefde allemaal met me mee, behalve één iemand.. Ronald, de pestkop uit de 2e klas. Ronald was een harteloos iemand die iedereen pestte. Ik rolde met mijn ogen. Ik moet hem gewoon negeren.. Dacht ik. Inmiddels was het al 6 uur en at ik mijn avond eten boven op bed op. Daarna ging ik maar slapen, ik had toch niks te doen..
'TRRIIIINNGGG' ik schrok weer wakker. 'Altijd die stomme wekker!' riep ik uit. Ik wou vandaag weer kunnen lopen. Ik deed mijn broek uit en keek naar mijn litteken. Het was een flinke. Ik voelde eraan, het deed nog wel pijn, maar ik dacht dat ik wel zou kunnen lopen. Van de dokters had ik krukken mee gekregen, dus die gebruikte ik wel als steun. Ik slofte langzaam, met mijn krukken naar mijn ouders kamer. 'Hoi mam en pap.' zei ik zachtjes. Ze schrokken wakker. 'Hoi liefje!' zeiden ze tegelijk. 'Ik kan weer een beetje lopen..' zei ik. Ze glimlachten. 'Mooizo lieverd' zeiden ze.' Ik zat op hun bed en vroeg: 'Pap? Wil jij mij toch nog even naar beneden tillen? Ik kom anders te laat op school.. En nog één ding. Willen jullie me toch nog even brengen? Ik ben echt bang geworden nu.' Papa knikte en mama zei: 'Ja tuurlijk, ik breng je wel even en zeg wel tegen je mentor wat er is gebeurt. Ik knikte. 'Is goed.' ' Ik ga me eerst even aankleden.' zei ik. Ik slofte terug naar mijn kamer en trok mijn kledingskast open.
Groetjes, Naomi!

