Ik zag kinderen lachen
Ik zag hun lach
Weergalmen over de
met stoepkrijt bekladde straat
Ritselend langs de bladeren
die wentelend in echo neervielen
Achter de struiken verstopt
En tikkie, jij bent af
Ik zag kinderen lachen
Ik zag hun lach
Waar is mijn lach?
Past_Simple
Iemand tips?

Zelf ben ik niet helemaal zeker over de laatste zin.
Moet die weg of niet?