Ik heb al eerder een verhaal hier gepost, gebroken lucht, waar ik nog steeds druk mee bezig ben. In eerste instantie wilde ik niet ondertussen aan een ander verhaal beginnen, maar ik kon het niet meer laten om toch aan het tweede verhaal te beginnen. Ik had teveel inspiratie vanmiddag om het niet te doen.
Het is wel een totaal ander genre als voorheen, ben benieuwd wat jullie er van vinden. Ik zit nog te twijfelen of ik hier fantasy in zal stoppen omdat het op dit moment nog geen grote toegevoegde waarde heeft voor het verhaal. Maar aangezien ik steeds dingen bij verzin kan het nog komen!
Nou genoeg verteld, lees ze!
Citaat:Het jaar 2105
Snel loop ik door de straten met mijn capuchon op in de hoop dat ik niet opgemerkt zal worden. Ik baan me een weg door de puin die overal verspreid ligt. Achter me hoor ik het gegil van een vrouw, maar ik blijf doorlopen zonder om te kijken. Zodra ik bij de winkel aankom doe ik de deur open en loop snel naar binnen, maar het is te laat. Een soldaat die aan de andere kant van de weg liep heeft me opgemerkt en komt naar de winkel toegelopen. Ik spreek mezelf streng toe om kalm en rustig te blijven en adem even diep in en uit.
Het belletje boven de deur rinkelt vrolijk wanneer de soldaat naar binnen stapt en ik begroet hem vriendelijk.‘Goedemiddag meneer, kan ik iets voor u doen?,’ zeg ik zo kalm mogelijk. Mijn stem klinkt onnatuurlijk hard en ik wens dat hij niets merkt.
De soldaat kijkt me even, maar zegt niets en kijkt naar de houten vliegtuigjes die aan het plafond hangen en vervolgens naar de wand die vol staat met speelgoed. Uiteindelijk richt hij zijn aandacht weer op mij en lacht vriendelijk. Ik beantwoord zijn lach, maar van binnen voel ik de argwaan groeien. Wat wil hij? Zou hij iets doorhebben?
‘Ik zou graag een houten vliegtuig voor mijn zoontje willen kopen,’ antwoord hij. Zijn stem is zwaar en ik hoor een accent erin, waarschijnlijk Russisch. Ik knik even naar hem terwijl ik één van de houten vliegtuigjes van de plank af pak.
‘Dat is dan tien euro alstublieft,’ zeg ik zo vriendelijk mogelijk. Hij geeft me het geld en ik stop het zo snel mogelijk in de kassa zonder argwaan op te wekken.
‘Kun je het inpakken?,’ vraagt hij vriendelijk en knik naar hem. Ik pak het cadeau snel in en doe er een mooi lint omheen. Wanneer hij even tevreden knikt stop ik het cadeau voorzichtig in een tas en handig het aan de soldaat over.
‘Alstublieft, hopelijk vind uw zoontje het mooi,’ zeg ik beleefd. Hij bedankt me een loopt daarna de winkel uit waar hij nog even in de etalage kijkt. Zodra hij uit het zicht is haal ik opgelucht adem en loop voorzichtig naar de voordeur om hem op slot te draaien. Ik draai het bordje om naar ‘gesloten’ en loop naar de achterkant van de winkel waar de deur zit die zowel naar het magazijn als mijn woning boven de winkel leidt.
Achter de deur zit een lange, smalle gang met aan de linkerkant drie deuren en rechts de lange trap naar boven. Ik loop de gang door tot ik bij de laatste deur ben aangekomen en luister even ingespannen of er niemand is. Wanneer het doodstil blijft haal ik de deur van de sloten en loop naar binnen. Ik ga gelijk op de bureaustoel zitten en schakel de computer en de radio aan.
Ik zet de koptelefoon op mijn hoofd en luister ingespannen naar berichten die over de radio te horen zijn. Ik open de documenten op mijn computer en haal de namen tevoorschijn van de vermiste personen in de omgeving.
In het eerste jaar van de oorlog waren het er tweeduizend, maar na twee jaar is het aantal teruggedrongen tot zeshonderd. De meeste mensen op mijn lijst zijn gesneuveld of gedood in de oorlog en dat aantal groeit nog steeds. Van een aantal mensen op de lijsten weten we na twee jaar nog steeds niet wat er gebeurd is, dat blijft misschien voor altijd een mysterie.
Toch geef ik de hoop niet op en probeer via de radio erachter te komen wat er met ze gebeurd is. Het is per ongeluk begonnen toen ik de radio aanhad en een signaal opving van twee soldaten van ons land die naar Amerika gestuurd waren.
Ik hoorde de wanhoop in hun stemmen en nog geen half uur later was het signaal verbroken. Ik heb nooit kunnen achterhalen wie die mannen waren en wat er met ze gebeurd is. Waarschijnlijk zijn ze die avond gedood, maar niemand zal dat weten. Toen heb ik besloten om contact met ze te zoeken, ondanks het gevaar van de soldaten die continu in de buurt zijn.
Ik heb in het geheim radio’s besteld en laten verpakken in dozen van het speelgoed zodat het geen argwaan zou opwekken. Gelukkig zagen de dienstdoende soldaten niet zoveel gevaar in speelgoed en zijn ze vergeten de dozen te controleren, anders hadden ze me waarschijnlijk al opgepakt.
Ik draai aan de radioknoppen en probeer stemmen uit het geruis te halen. Soms heb ik avonden dat ik helemaal niets opvang en dan weer avonden dat ik geluk heb. Ik probeer zoveel mogelijk de kanalen te vermijden van de russen uit angst dat ze erachter zullen komen.
Ik zet het geluid iets harder wanneer ik een geluid door de ruis heen hoor en draai aan de knop om het af te stellen. Aan het begin gebeurde het vaak dat ik het geluid kwijtraakte, maar ik ben er nu zo op ingespeeld dat het bijna nooit meer voorkomt. Ik luister afwachtend en mijn hart maakt een sprongetje als ik gekraak hoor gevolgd door een soort gekreun.
‘Hallo… is daar iemand?,’ hoor ik aan de andere kant van de lijn. Het is een mannelijke stem en hij ademt zwaar, alsof hij gewond is. Ik hoor geen Russisch accent in zijn stem en besluit het risico te nemen en zet mijn microfoon aan.
‘Hallo, je spreekt met Helen. Wat is uw naam?,’ zeg ik langzaam en duidelijk. Ik hoor even de ruis terugkomen en reik mijn hand uit naar de draaiknop als ik zijn stem weer hoor.
‘Mijn naam is….’ De ruis komt er weer doorheen en ik draai even voorzichtig aan de knop. De ruis word harder en ik houd mijn adem in. Ik draai zo langzaam mogelijk terug, maar dit keer is er alleen nog maar ruis en hoor ik geen geluiden meer. Ik probeer het zo nog een aantal keer, maar zonder succes.
Ik sla met mijn handen op het bureau van frustratie en rek me daarna even uit. Ik noteer de tijd en frequentie in het bestand op de computer en sluit het daarna af. Ik doe nog een lusteloze poging om het geluid weer op te vangen, hoewel ik weet dat het niets zal opleveren. Ik kijk even op mijn horloge en zie dat het alweer één uur ’s nachts is. Met tegenzin zet ik de radio uit en loop de kamer uit. Ik doe de deur weer helemaal op slot en loop naar boven.
Ik doe de deur open en word gelijk vrolijk begroet door Fjara, de kat des huizes. Ze miauwt klaaglijk en ik loop naar de keuken om eten te pakken voor haar. Ze knort tevreden als ik haar bakje voer op de grond neerzet en begint tevreden te eten. Ik geef haar nog een aai over haar rug en loop vervolgens naar de slaapkamer. Zonder nog puf te hebben om me om te kleden plof ik op het bed neer en val gelijk in een onrustige slaap. Ik droom over de twee soldaten op de radio en zie voor me hoe ze strijden voor hun leven en vervolgens overwinnen. Ik zie ze door de straten heen lopen naar hun gezin, die ze lachend staan op te wachten.
Ineens word dat beeld vervangen voor totale duisternis en ik hoor alleen nog een stem. Hij komt me bekend voor en ik besef dat het de stem die ik net nog heb gehoord, maar kwijt ben geraakt. Ik strek mijn armen voor me uit en tast in het duister naar het geluid, maar elke keer komt het weer van een andere kant tot het helemaal wegsterft. Ik voel de paniek in me opkomen en kijk om heen tot de Russische soldaat ineens tevoorschijn komt. Hij heeft een gebroken vliegtuigje in zijn handen en wijst boos naar me.
‘Jij!,’ schreeuwt hij en hij komt op me afgestormd. Ik gil en wil wegrennen, maar mijn benen werken niet mee. Hij komt steeds dichterbij en heft zijn arm omhoog om me te slaan. Ik krimp in elkaar en net voordat zijn hand me raakt word ik wakker.
Ik ben drijfnat van het zweet en ik snak geschrokken naar adem. Fjara komt mauwend op het bed gesprongen en geeft me kopjes. Mijn keel voelt droog aan en ik loop in het donker naar de keuken voor een glas water. Ik ben gelijk klaarwakker en loop vervolgens naar beneden naar de radiokamer. Ik zet de radio en de computer weer aan en draai ongeduldig aan de knoppen tot ik weer op dezelfde frequentie zit.
Ik wacht geduldig af terwijl ik de koptelefoon tegen mijn oren aan druk om alle geluiden goed te horen. Tegen al mijn zorgvuldig opgestelde regels in zet ik mijn microfoon aan en zeg:
‘Hallo, dit is Helen. Bent u daar?’
Even blijft het stil aan de andere kant tot ik een licht gekraak hoor gevolgd door een zucht. Ik houd mijn adem in terwijl ik wacht op een reactie.
‘Ja, ik ben Brock,’ hoor ik de stem aan de andere kant zeggen. Ik haal opgelucht adem als ik hoor dat het dezelfde stem is als vanmiddag.
