Citaat:Langzaam zie ik zijn lippen naar de mijne reiken, zodra de zijne de mijne raken, sluit ik mijn ogen en geniet van het gevoel van liefde, van geliefd worden. Plots stopt hij en kijkt me met een schuine, ondeugende glimlach aan. “Wat is er? Was het niet goed?” vraag ik geschrokken. Hij barst in lachen uit en ik weet niet waar ik kijken moet, ik voel me ongemakkelijk en in één klap is het gevoel van minderwaardigheid terug. Wat dacht ik wel niet, Bo, de populairste jongen van de school, mij leuk vinden? “Je deed het geweldig Sophie” fluistert Bo in mijn oor. Hij geeft me nog een vluchtige kus en verdwijnt. Ik ben nog aan het nagenieten van de geweldige kus met Bo. Misschien ben ik het toch waard, misschien ben ik zo verkeerd nog niet.
“Wat denk je wel niet Jan, denk je nou écht dat ik dat expres doe?!” met een harde klap word de slaapkamerdeur van Sophie’s ouders dichtgegooid. En zo word Sophie in een keer uit haar droom gerukt.
Het is niet de eerste keer dat haar ouders ruzie maken, het is trouwens ook niet de eerste keer dat ze over Bo droomt.
Sophie hoort de auto van haar vader hard wegrijden. De kiezelsteentjes van de oprijlaan knisperen onder de autobanden.
Langzaam hijst Sophie zichzelf uit bed, het kost haar wat moeite, ze had liever nog even willen nagenieten van die mooie droom.
Zodra ze het halletje oploopt hoort ze zacht gesnik uit de kamer van haar ouders komen. Zal haar moeder aan het huilen zijn? Nah… Dat kan toch niet? Jennifer huilt nooit na een ruzie met pap.
Zachtjes klopt Sophie op de deur, “donder op Jan!” , schreeuwt Jennifer, Sophie’s moeder, op kwade toon.
“Mam, ik ben het maar, Sophie. Papa is kwaad weggereden met zijn auto”.
“Och sorry meisje.. Kom maar naar binnen, maar beloof niet te schrikken, oké?” , antwoord Jennifer ontdaan.
Ondanks dat Jennifer had gezegd dat ze niet moest schrikken, schrok Sophie toch.
De enorme ravage die was aangericht in de slaapkamer was erg heftig om te zien, de kledingkast lag overhoop, de spiegel was gebroken en overal lagen scherven.
“Wa… wat is er gebeurt?” , wist Sophie stotterend uit te brengen.
“Je vader werd kwaad, omdat ik vergeten was boodschappen te doen voor ons zondaagse ontbijt, hij ging volledig door het lint, hij schreeuwde dat ik geen respect heb voor God en Jezus, dat God mij niet zo geschapen heeft, dat ik niet waardevol ben voor je vader” Jennifer barst in tranen uit. “G-God is mijn l-leven, net zoals j-je v-vader” zei Jennifer hikkend door het huilen.
“Oh mam… Dat weet ik toch! En papa weet dat ook heus wel! Zijn geloof is alleen erg belangrijk voor hem… Soms denk ik zelfs dat hij een beetje geobsedeerd is door God en Zijn zoon.”
“Sophie!”, zei Jennifer nu een beetje kwaad, “zo praat je niet over je vader! Hij is niet geobsedeerd! Hij put gewoon kracht uit óns geloof!”, zei ze, met de nadruk op ons, “En met zijn verleden moet je dat toch begrijpen!”
Aan Jennifer’s ogen kon Sophie zien dat ze haar moeder echt gekwetst had met haar opmerking.
Toch kan ze het niet begrijpen dat haar ouders zo veel waarde hechten aan een geloof, hoe kun je nou geloven in iets wat nooit bewezen kan worden? Iets wat niet tastbaar is?
“En nu opdonderen hier!” schreeuwt Jennifer opeens naar Sophie.
Van schrik begint Sophie te huilen, snel loopt ze weg, naar stal, naar haar pony, de enige die naar haar luistert en haar begrijpt.
Ja, die zal haar vast wel troosten.
Zodra Sophie bij de stal komt, hinnikt haar pony, Jason, zachtjes.
“Oh Jason, waarom kunnen mijn ouders alleen maar aan dat stomme geloof denken in plaats van aan mij? Zien ze dan niet dat ik ze nodig heb? Dat het niet goed met me gaat?” fluistert Sophie.
Zachtjes duwt Jason zijn neusje tegen Sophie’s wang. Het lijkt zelfs een beetje alsof Jason haar tranen probeert weg te vegen.
Sophie besluit zich te vermannen, ze veegt haar tranen weg en begint Jason ijverig te poetsen.
Een buitenrit maken, ja, dat is wat ze vandaag gaat doen.
“Kom op Jason! Laten we eens lekker uitwaaien!”, Roept Sophie als ze Jason aanzet tot een galop over de hei.
Jason springt over in een rustige galop, Sophie durft zelfs de teugels los te laten.
Ze gooit haar armen in de lucht en geniet zichtbaar van de vrijheid die haar pony haar geeft.
Na een paar minuten neemt ze Jason terug tot draf en daarna naar stap.
Jason krijgt lange teugel en een lange kriebel op zijn hals als beloning voor de heerlijke galop.
Op de terugweg moeten ze over de Molenweg terug stappen, Sophie heeft een bloedhekel aan deze weg, omdat er veel asociale automobilisten rijden, maar Jason heeft haar nog nooit in de steek gelaten.
Rustig stappen ze over de weg, tot er uit een zijstraat opeens een auto knoerthard komt aanrijden. Eventjes schrikt Sophie, maar snel ontspant ze weer, Jason zal haar toch niet in de steek laten, ze vertrouwd hem volledig.
Als de auto voorbij scheurt versnelt Jason iets, maar dit is al gauw afgelopen als ze hem iets inhoudt.
Zodra ze thuis aankomen, zadelt ze Jason af en geeft hem een dikke knuffel en zet hem op het weiland.
Sophie is de hele ravage van vanochtend alweer vergeten, ontspannen loopt ze naar binnen om gauw aan haar moeder te gaan vertellen over de asociale automobilist en hoe relaxed Jason was gebleven.
Maar al voordat ze 1 stap in het huis heeft gezet, is de herinnering aan vanochtend in één klap terug.
Ze hoort haar vader schreeuwen tegen Jennifer. “Je bent het niet waard! Noem je dit geloven? Noem je dit trouw zijn aan God?! Als jij mijn vrouw wilt blijven, dan zal je drastisch moeten veranderen! Dan zal je je moeten aanpassen aan mijn normen en waarden!” “Ja, Jan… Het spijt me vreselijk, ik zal veranderen, ik zal alles doen om jou gelukkig te maken”, antwoord Jennifer huilend.
Zodra Sophie de woonkamer inloopt, kijken haar ouders haar geschrokken aan.
“Hoelang sta je daar al?” vraagt Jan op een intrigerende manier. “Niet, ik kom net van stal, heb een buitenrit gemaakt met Jason”, liegt Sophie op een luchtige manier. Haar ouders hoeven niet te weten dat ze alles heeft gehoord waar haar vader Jennifer mee chanteert.
Het is niet de bedoeling mensen voor het hoofd te stoten m.b.t. een geloof. Ik respecteer een ieder geloof.