No one to trust.
Op een andere site heb ik een aantal jaar geleden veel geschreven, daarna heb ik een hele lange tijd niets meer geschreven, maar ik begon weer inspiratie te krijgen van een schrijfster die ik ontzettend leuk vind (Mel Wallis de Vries). Ik hoop dat ik dit verhaal kan afmaken, want daar ben ik niet zo goed in, haha. Ook vind ik een titel kiezen onwijs lastig, dus het kan zijn dat die nog veranderd. Het verhaal kan op sommigen momenten misschien moeilijk te snappen zijn, maar er komt overal een antwoord op, en anders kun je eventueel er naar vragen. =)
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Proloog:
“Het is allemaal jouw schuld, zonder jou was dit niet gebeurd!” klonk een stem. Ik lag in bed. “Was je maar nooit naar deze school gekomen!” klonk weer een andere stem. Ik herkende de stemmen, maar ik wilde ze geen namen geven. Ik wilde er niet aan denken. Afgelopen schooldagen waren verschrikkelijk. De stemmen hadden gelijk, ik had nooit naar deze school moeten komen. Hoe mooi het op het begin was, hoe vreselijk het nu is. Het was de eerste keer dat ik het naar mijn zin had op school. Wist ik maar wat ik verkeerd deed. Er liep een traan over mijn wang. Was het dan werkelijk mijn schuld?
Hoofdstuk 1. Emma
Zenuwachtig zat ik aan tafel. “Moet je niet wat eten voordat je naar school gaat, lieverd?” hoorde ik mijn moeder zeggen, maar het drong niet tot me door. Ik keek naar de klok. Tien minuten. Tien minuten en ik zou van huis moeten vertrekken, tenzij ik te laat wilde komen. Ik zuchtte, te laat komen, hoe zou dat werken op deze school? Zouden ze streng zijn? Hoe zou mijn mentor zijn? En mijn klasgenoten? Vandaag was de eerste dag op mijn nieuwe school. Ik ben weggegaan van mijn vorige school omdat ik me er niet thuis voelde en gepest werd. Niemand accepteerde me zoals ik was. Het is altijd goed gegaan, totdat ik aan mijn beste vriendin had verteld dat ik bisexueel was. Op een dag was ik ziek, dus ik bleef thuis. Toen ik daarna weer naar school kwam, lachte iedereen me uit. Je zou verwachten dat mensen van 16 wel iets volwassener zouden zijn, maar het tegendeel heeft zich weer bewezen. Nog steeds ben ik boos op haar dat ze het tegen iedereen gezegd heeft. Ik heb haar daarna nooit meer gesproken. Ik haat haar. Ik dacht dat het na een paar dagen wel weer over zou gaan, maar het ging niet over. Het bleef ook niet alleen bij uitlachen. Sommige meisjes gingen klagen met gym dat ze niet in een kleedkamer met mij wilde omkleden, anderen keken me heel vies aan en wilde niet meer naast mij zitten in de klas. Het heeft me ontzettend veel pijn gedaan, maar ik ben klaar voor een nieuwe start. Ik stond op en liep naar de woonkamer, waarna mijn moeder me verbaasd aankeek. “Ik heb geen honger, mam,” zei ik, want ik wist dat ze dat bedoelde. Normaal zou ze gaan zeuren hoe belangrijk het ontbijt was, maar blijkbaar begreep ze dat ik er nu echt geen behoefte aan had. Nog één keer stond ik voor de spiegel. Ik sloot mijn ogen en probeerde mezelf rustig te krijgen. Ze vinden je vast wel leuk, probeerde ik mezelf wijs te maken. Maar ik wist dat dat niet zo zou zijn. Wie vindt mij nou leuk? Ik opende mijn ogen weer en keek naar mijn spiegelbeeld. “Je moet nu echt naar school!” klonk van uit de keuken.
“Ik kom er aan!” antwoordde ik. Snel haalde ik nog een borstel door mijn haar en liep ik terug naar de keuken.
“Heb je alles? Heb je al je boeken? Je sleutels? Eten?”
“Ja mama, ik heb alles. Maak je nou maar geen zorgen, ik overleef het wel.” Ik pakte de sleutels van het kastje en liep de deur uit. “Veel plezier!” riep mijn moeder, maar ik antwoordde niet meer. Met een harde klap gooide ik de deur dicht en liep naar mijn fiets. Veel plezier? Ik vroeg me af hoe je nou veel plezier kon hebben op de eerste dag van een nieuwe school, maar ik wist dat mijn moeder het goed bedoelde. Ik stapte op mijn fiets en reed weg. Ik was redelijk bekend met de wegen in Amsterdam, aangezien mijn nieuwe school niet direct om de hoek lag. Terwijl ik aan het fietsen was, probeerde ik mijn mp3-speler uit mijn tas te halen.
“If you ever find yourself stuck in the middle of the sea, I’ll sail the world to find you. If you ever find yourself lost in the dark and you can’t see, I’ll be the light to guide you.” Ik vond de liedjes van Bruno Mars altijd zo leuk.
“You can count on me like one two three and I’ll be there..” Ik besefte dat ik bij niemand terecht zou kunnen als ik een probleem had, als ik een geheim wilde delen of gewoon lekker gezellig kletsen. Ik besefte dat ik geen vrienden meer over had. Ik wist dat ik op deze school niemand iets zou moeten vertellen over dat ik ook op meisjes val. . Ik wilde dit niet nog een keer meemaken. Ik wil niet nog een keer mijn vrienden kwijt raken. Vrienden? Die moet ik eerst nog even maken. Ik ben zo bang dat het niet lukt. Wat als niemand mij aardig vindt? Wat als.. Stop! Ik moet zo niet denken. Denk positief, denk positief. Met die gedachten fietste ik door. Ik kwam langs mijn basisschool, waar vrolijke werkjes van de leerlingen op de ramen hingen. Ik kon me die tijden nog zo goed herinneren, alles was toen gemakkelijker. Je stond nergens bij stil, het leven ging gewoon door. Je huilde alleen als je was gevallen, en in de armen van je ouders voelde je je altijd veilig. Je dacht niet na over dingen waar je nu juist veel over nadenkt. Ik mis die tijd. In de verte zag ik de school al, grote pilaren staken boven de huizen uit.
Ik trapte iets harder door en binnen een paar minuten stond ik voor de school. ’Commanderij College’ stond op het gebouw. Ik fietste achter een sleur leerlingen aan die om de school heen fietsten, blijkbaar zouden de fietsenrekken zich daar bevinden.
Ik bestudeerde de leerlingen, zouden zij bij mij in de klas zitten? Bij iedereen die ik zag, kwam die gedachten. Toen de fietsenrekken in zicht kwamen, zag ik dat er nog genoeg plaats was. Op mijn oude school moest je altijd op tijd komen, wilde je je fiets een goede plek geven. Meestal kwam ik wat later en paste mijn fiets er niet meer helemaal bij, waardoor ik hem dan ergens tussen moest gaan proppen. Ik zette mijn fiets neer en deed hem op slot. Dit was dan het begin. Het begin van een nieuw schooljaar op een nieuwe school.
Ik had al een gesprek gehad met de directrice. Ze vertelde dat de klassen nog hetzelfde waren als vorig jaar. Ik kreeg een angstig gevoel dat iedereen elkaar al kende en dat iedereen al groepjes had waar ik onmogelijk tussen kon komen. Denk positief! Zei ik meteen tegen mezelf. Ik ademde rustig in en uit en liep toen richting de ingang van de school. Toen ik binnen was aangekomen, moest ik even om me heen kijken. Waar is de receptie? Gelukkig zag ik bordjes hangen was de receptie aan de linkerkant. Er stonden geen leerlingen dus ik kon gelijk er heen gaan.
“Eh, ik ben Emma, ik ben hier nieuw op school.” zei ik met een bibberende stem tegen de vrouw van de receptie. Waarom ben ik ook zo onzeker? Bah.
“Naar welke klas ga je?“ De vrouw klonk ongeïnteresseerd, waarschijnlijk omdat ze dit soort gesprekken wel vaker heeft. Ik moest even nadenken: “Naar 4 HAVO. Mijn naam is Emma van Haven.” Ik zag de vrouw in haar papieren kijken. “Hier is een plattegrond. Je zit in 4B, ik heb een zwart kruisje geplaatst bij de klas waar je als eerst heen moet, daar heb je mentorles. Voor de andere lessen kan je met je klasgenoten meelopen. Een kluissleutel kun je ophalen zodra je je schoolpas hebt gekregen.” Ik bedankte de vrouw en liep terug naar waar ik vandaan kwam. Laat ik eerst mijn jas ophangen. Gelukkig waren de kapstokken al op het begin en hoefde ik daar dus niet naar te zoeken. Ik trok mijn jas uit en twijfelde gelijk over mijn kleren. Is dit shirtje wel leuk genoeg? Had ik niet beter een donkere broek aan kunnen trekken? Het hielp helemaal niets om tegen mezelf te zeggen dat ik positief moest denken, want telkens kwamen de negatieve gedachten terug. Ik schudde met mij hoofd met de hoop dat de negatieve gedachten ook weg zouden gaan. Ik keek nogmaals naar mijn plattegrond. Het eerste lokaal schijnt redelijk dicht bij te zijn. Met mijn ogen op de plattegrond liep ik richting het lokaal. “A2c” stond erop. Onderaan de plattegrond stond een soort legenda. A betekende een bepaalde gang van de school. De tweede verdieping en dan lokaal C. Het klonk allemaal niet zo moeilijk. En dat was het ook niet, algauw had ik hem gevonden.
oliebol, volgens mij ben ik te laat, schoot er door me heen toen ik zag dat de deur van lokaal C al dicht was. Ik ademde diep in en uit en opende het lokaal. Meteen was alle aandacht op mij gericht. Alle leerlingen keken me aan. De leraar liep naar me toe. “Zo, dus jij bent Emma?”
Ik knikte. “Jongens en meisjes, we hebben een nieuwe leerling op school. Dit is Emma van Haven.”
Ik stapte het lokaal verder binnen toen de leraar mijn naam zei. Ik zag dat de ogen mij volgden. Ik voelde me onwijs bekeken. “Emma, vertel eens wat over jezelf?” Oh nee, oh nee, deze vraag had ik al verwacht. Wat moest ik vertellen? Hoi, ik ben Emma en ik heb geen vrienden en zit daarom elke avond alleen met mijn familie op de bank. Ik ga daardoor nooit uit, ik ben bisexueel en op mijn vorige school ben ik weggepest. Daar mee zal ik vast een goede indruk maken. “Eh, ik ben Emma, ik ben 16 jaar.” begon ik te vertellen. “Op mijn vorige school liep het niet zo goed en ben daarom hier heen gegaan.” ik keek wanhopig naar de leraar, die aan mijn blik kon zien dat ik niet wist wat ik moest vertellen.
“Emma, ik denk dat jij het beste naast Elise kan zitten. Dan is Elise vast ook wat rustiger in plaats van dat ze telkens met Annebel aan het kletsen is. Ook al is dit nog maar de eerste les, ik ken jullie nog van vorig jaar!”
Elise reageerde verontwaardigd en meteen voelde ik me schuldig dat ze weg moest van haar vriendin dankzij mij. Het meisje wat Annebel genoemd werd, stond op en liep naar de lege tafel achter haar. Ik liep naar mijn plaats toe en ging ongemakkelijk zitten. Ik voelde me bekeken door het meisje wat blijkbaar Elise heette.
“Ik zal me gelijk even voor stellen voor Emma. Ik ben Meneer Groothuizen. Ik ben jullie mentor voor het komende jaar en geef het vak Nederlands. Vorig jaar hebben de meeste van jullie mij ook als leraar gehad, dus ik neem aan dat jullie me onderhand wel kennen. Als er nog vragen zijn..?” de klas vatte dit op als einde van zijn toespraak, dus iedereen begon met elkaar te kletsen. Ook Elise draaide weer naar me toe. “Waarom ben je van je vorige school weg gegaan?” vroeg ze me. Ze had doordringende bruine ogen, met prachtig blond haar. “Eh..” ik twijfelde aan wat ik zou zeggen. “Ik werd gepest.”
“Waarom werd je gepest?” vroeg ze meteen.
Weer twijfelde ik, ik sloeg mijn ogen neer in de hoop ze dat ze mijn hint zou begrijpen, en dat deed ze. “Je wilt er blijkbaar niet over praten, dat is goed hoor.”
Ik was haar dankbaar, maar blijkbaar was dat ook het einde van het gesprek, want ze draaide zich om om met het meisje achter haar te praten.
“Hoe gaat het met Jasper?” vroeg het meisje met een grote lach op haar gezicht. Ik probeerde het gesprek te volgen, maar ik had geen idee over wie het ging. Na een tijdje had ik door dat Jasper de vriend van Elise was.
“Ik ben echt jaloers op jullie relatie. Hebben jullie eigenlijk wel eens ruzie?” zei het meisje wat achter Elise zat.
Elise moest lachen: “Nee, dat hebben we bijna nooit. En anders maken we het altijd gelijk weer goed.” zei ze giechelend.
“En we weten allemaal hoe jij dat doet, Elise!” weer begonnen ze te lachen. Ik lachte niet mee.
“Jongens, jongens, ik denk dat dit wel even belangrijk voor jullie is.” riep de leraar, maar niemand keek op of om. “De roosters?” probeerde hij. Dat werkte wel, want iedereen wilde natuurlijk weten hoe laat je elke dag uit was.
“Wat is het rooster?” riep een jongen door de klas.
“Ik zal ze nu uitdelen, wil jij even helpen Samantha?” Een meisje wat vooraan zat, stond zuchtend op. Ze had korte bruine haren en straalde een uitstraling uit alsof ze nergens iets om gaf en helemaal haar eigen ding deed. Ik vond het wel stoer, maar het was niets voor mij. Ik wilde er juist goed uit zien en mooie kleren hebben, ik vond het ontzettend belangrijk wat mensen over mij dachten. Ze begon met uitdelen en gelijk kwamen er reacties van klasgenoten. Ik was ontzettend benieuwd naar de tijden. Toen het blaadje op mijn tafel viel, haalde ik opgelucht adem. Bijna geen tussenuren en overal redelijk vroeg uit. Elise keek me ook heel vrolijk aan.
“Dit is echt een fijn rooster!” zei ze enthousiast. Ik glimlachte terug en keek gauw weer naar mijn rooster. Vandaag hadden we verder geen les, alleen introductie.
“Wil iedereen even de map pakken waarvan gevraagd was mee te nemen?” klonk de leraar weer. Het duurde een tijdje voordat iedereen de map op tafel had. Ik had in deze korte tijd al gezien dat dit een onwijs drukke klas was.
“Ik zal nu even een paar blaadjes uit delen. Zorg dat je deze goed in je map stopt en dat je ouders ze ook lezen!”
De leraar kwam weer langs gelopen om iedereen een boekje te geven en een paar losse velletjes. Er stonden de regels van school op, en dat soort zaken. Voorzichtig stopte ik ze in mijn map.
Toen hoorde ik naast me iets vallen, het was de map van Elise. Ik wilde hem oprapen voor haar en bukte naar beneden, maar blijkbaar dacht Elise hetzelfde. Onze hoofden botste tegen elkaar. “Au!” riepen we in koor. Toen begonnen we allebei te lachen, en dat brak het ijs.
Nog na-lachend vroeg ze: “heb je zin om straks met ons mee naar buiten te gaan?” Vroeg ze. Ik had geen idee wie ‘ze’ zou zijn, maar ik was al blij genoeg dat ze me überhaupt mee vroeg.
“Ja, tuurlijk!” antwoordde ik daarom. Ik keek haar nog eens goed aan. Ze had hele leuke kleren aan en mooie laarzen met hoge hakken. Ze had haar waar je jaloers op kon zijn en voor zover ik haar nu kende, was ze ook nog eens erg aardig. “Wie komen er nog meer?” vroeg ik, toen ze verder niets zei.
“Gewoon onze standaard groep. Oh wacht, die ken jij natuurlijk nog niet! Sorry, ik ben niet zo slim.” Er verscheen een glimlach op haar gezicht. “Jasper, Bart, Twan, Samantha en Annebel.”
Toen ze de laatste naam uitsprak, riep het meisje wat achter haar zat: “Wat is er met mij?” Elise draaide zich om. “Vind je het oké als Emma straks met ons mee gaat?”
Annebel keek me even aan. “Uh, ja, tuurlijk.”
Ik had het gevoel alsof ze eigenlijk dacht: Waarom nodig je haar uit? Ze is stom en lelijk. Ik wil haar er niet bij hebben. Maar er verscheen een glimlach op haar gezicht waardoor ze er opeens heel lief uit zag, dus ik vergat die gedachten meteen.
“Wat, eh, gaan we eigenlijk doen?” vroeg ik. Ik probeerde het zo stoer mogelijk te laten klinken.
“Gewoon, bij iemand zitten.” zei Elise. “Bij degene waarvan de ouders niet thuis zijn, haha. Meestal is dat bij Twan.”
Ik vroeg me af hoe dat zou zijn. Ik heb dat zelf nog nooit gedaan. Als ik ging afspreken met iemand, gingen we altijd iets doen, en niet gewoon zitten.
“Eh, oke, leuk!” Ik probeerde het enthousiast te laten klinken.
“Is iedereen klaar met de mappen?” probeerde de leraar er weer tussendoor te komen. “Dan komen nu de pasjes.”
Bij iedereen die een pasje kreeg, kwam een kreet over de foto die erop stond. Blijkbaar stonden de foto’s van vorig jaar er nog op. Wat zou er bij mij op staan? De leraar gaf mij mijn pasje. Er stond een wit vlak met een grijs kruisje waar normaal de foto zou staan. Dat is hoe ik me voelde. Als een grijs kruisje die niemand opviel. Maar ik werd wel opgevallen, anders werd ik toch niet meegevraagd? Een gevoel van blijheid kwam door me heen.
“Ik háát deze foto!” riep Elise toen ze haar pasje kreeg. Nieuwsgierig keek ik naar haar foto. Ze stond er onwijs mooi op. Hoe kon ze denken dat de foto lelijk was?
“Hij is echt mooi.” zei ik voorzichtig.
“Meen je dat? Ik lach echt raar!” was haar reactie.
“Ja, ik vind je er echt mooi op staan!”
“Dankje.” ze glimlachte. Meteen kwam er weer een speciaal gevoel door me heen. Wat heb ik dit gemist. Van het vorige schooljaar, kon ik me niet herinneren dat iemand naar me lachte. Ik houd nu al van deze school. Ik ging weer recht op mijn stoel zitten, en keek naar de tafel. Ze waren helemaal schoon. Ik was gewend dat er allemaal teksten op stonden en tekentjes, zoals hartjes en sterretjes.
“Zijn er verder nog vragen?” de leraar keek de klas in, maar niemand stak zijn hand op. “Ik weet dat dit kort was, maar het was wel nodig. Morgen beginnen de echte lessen, nu mogen jullie naar huis.”
Ik had niet verwacht dat het allemaal zo snel zou gaan, ik dacht dat we hier nog wel even zaten. Vrolijk stond ik op en liep ik het lokaal uit. Ik keek even om me heen, op zoek naar Elise. Blijkbaar zocht ze mij ook want ze liep al naar me toe. “Wacht bij de fietsen maar op ons, wij gaan nog even naar Jasper en de rest, die een klas hoger zitten. We wachten op ze en dan komen wij ook naar de fietsen.”
Ik voelde me gelijk onzeker worden omdat ik niet mee werd gevraagd om op ze te wachten. Ik zag al voor me hoe ze daar zaten, roddelend te praten over mij. Langzaam liep ik naar de kapstokken. Het was nog enigszins rustig.
Terwijl ik mijn jas aan trok, hoorde ik Elise’s stem op de gang al. Ze had een harde stem die gelijk opviel. Ze kwam er met een groepje aangelopen.
“Oh, we hadden het net over je. Jongens, dit is Emma!” Meteen kwam er een jongen naar me toelopen. “He, ik ben Twan! Ben je nieuw op deze school?”
“Eh ja, ik ben Emma.” ik klonk onzeker, waarvoor ik mezelf wel kon slaan. De rest kwam zich niet voorstellen.
Elise leek niets door te hebben en zei: “Dit is mijn vriend Jasper!” Ze wees naar de jongen die ik het knapste vond, hij had prachtige groene ogen.
“En dit is Bart.” Bart keek haar aan en glimlachte. “Zullen we dan maar gaan?” stelde hij voor. Luidruchtig liep het groepje naar buiten. Ik voelde me stoer dat ik naast ze kon lopen, dat ik er bij kon horen. Ik keek naar Twan. Hij leek me wel aardig, daarnaast was hij ook enige die zich had voorgesteld. Hij had bruin haar, het was een beetje lang en dat stond hem echt ontzettend goed. Van Jasper had ik het gevoel alsof hij alles behalve geïnteresseerd was in me, hij keek me amper aan. Maar dat begrijp ik wel als je zo’n vriendin hebt als Elise.
Ik haalde mijn fiets uit het rek, de rest stond al voor te wachten op mij. Het gaf me een goed gevoel dat ze op mij aan het wachten waren, ook al is het logisch omdat ze me hebben uitgenodigd.
“Oke, rijden maar!” riep Jasper toen ik bij ze was. Annebel kwam naast mij fietsen.
“Waar ergens in Amsterdam woon je?” vroeg ze geïnteresseerd.
“Ik woon bij het centrum, dichtbij de school dus.” antwoordde ik. “Jij dan?”
“Ik woon daar ook! Wij allemaal trouwens. Hoe komt het dan dat ik je niet ken?” peinzend kijkt ze me aan.
“Nou, het is best groot.” Ik moest lachen. “Maar vast ook omdat ik op een andere school zat.” Ik vond het vervelend om het weer over mijn school te moeten hebben, maar het floepte er zo uit. Ik hoopte met heel mijn hart dat ze er niet over in zou gaan.
“Wij wonen allemaal behoorlijk dicht bij elkaar. Wel gaaf dat je ook bij het centrum woont hoor. Jij gaat dan zeker ook vaak uit daar? Misschien heb ik je daar wel eens gezien!”
Ik lachte zenuwachtig. “Eh ja, ik ga niet zo heel vaak uit.” Dat antwoord was niet helemaal een leugen, vorig jaar ben ik wel een paar keer uit gegaan, maar daarna nooit meer. En met wie zou ik überhaupt moeten gaan? De rest van de weg hadden we het over onbelangrijke dingetjes.
“Hier stoppen!” zei ze opeens. Ik remde af en zag dat de rest het ook deed. Hier zal Twan dus wel wonen.
“Dit is het huis van Twan.” zei Annebel, alsof ze mijn gedachten kon lezen. “We zitten hier wel vaker, zijn ouders werken beide heel veel en hij heeft niet van die lastige broertjes en zusjes zoals ik heb.” Ze glimlachte. “Maar het zijn schatjes hoor.”
Ik vond Annebel aardig. Zij was de enige, samen met Elise, die een beetje aandacht aan me gaf. Ook al kende ik ze nog maar net, ik voelde me wel het fijnste bij hun twee. Samantha was in mijn ogen een beetje apart. Ze had lompe opmerkingen en liep er verder ook lomp bij. In tegenstelling met Elise en Annebel, die veel sieraden aanhadden en hoge hakken, had zij sportschoenen aan, geen make-up en een legerbroek. Ik vraag me af hoe het komt dat ze vrienden zijn, als ze qua uiterlijk al zo verschillend zijn. Ik was verstandig en zei er niets over.
Twan deed de poort open en de rest volgde hem naar binnen. Ik voelde me een beetje een buitenstaander en wist niet precies wat ik moest doen. Eenmaal binnen aangekomen gooide iedereen zijn tas op de grond, alsof ze zelf thuis waren. Ik zette mijn tas voorzichtig op de tafel. Zou ik mijn moeder moeten sms-en dat ik hier ben? Wel nee. Zij dacht dat ik vandaag gewoon les had. Hoe was dat eigenlijk mogelijk als ik niet eens mijn rooster had? In ieder geval, ik heb geen tijd gezegd over hoe laat ik thuis zou zijn, dus ik hoef ook niet te sms-en.
“Willen jullie wat te drinken?” Twan opende alvast de koelkast. “Er is cola, seven up en ijsthee. Oh ja, en bier!”
“Geef mij maar een biertje!” riep Jasper. Elise sloeg hem op een vriendschappelijke manier. “Dat doe je niet! Het is elf uur s’ochtends!”
Jasper hief zijn handen op. “Grapje! Het was maar een grapje.” Elise begon te lachen.
“Voor uit, doe dan maar cola, voordat Elise me afslacht.” ging Jasper verder. Elise duwde hem speels en Jasper gaf haar een kusje er voor terug. Ik keek er naar met een eenzaam gevoel. Had ik maar zo’n relatie. Ze leken zo blij met elkaar.
“De rest ook cola?” Twan keek vragend naar Bart, Annebel, Samantha, Elise en mij. Iedereen knikte.
“Ga maar vast naar de kamer hoor.” zei hij. “Ik kom zo wel.”
Elise liep gelijk door een deur. “Kom!” zei ze, tegen niemand in het speciaal. Ik bleef staan. “Ik help je wel even met het drinken.” zei ik met een glimlach.
Twan keek me dankbaar aan. “Dat doet de rest nou nooit!”
Ik wilde een glas pakken, maar tegelijkertijd wilde Twan hem ook pakken. Zijn hand rustte even op die van mij. Het was raar, maar ook een ontzettend fijn gevoel. Hij haalde zijn hand terug. “Sorry.”
Ik keek hem aan. Daar hoeft hij geen sorry voor te zeggen, dat mag hij zo opnieuw doen. “Maakt niet uit.” mijn ogen sloegen weer neer. “Ik breng dit wel vast.”
Ik pakte twee glazen en liep de keuken uit. Mijn hart bontste als een gek. Hoe kan dat? Twan was redelijk knap, maar ik kende hem amper. Komt het door de aandacht, die ik normaal nooit krijg?
“Daar is ons drinken eindelijk!” riep Bart. “Wat hebben jullie allemaal uitgespookt in de keuken?”
Ik kreeg door dat het inderdaad redelijk lang duurde, en lachte nerveus. “Niks hoor.” en ging op de bank zitten. Ik keek rond. Het was een groot huis, een huis waar je echt jaloers op kon zijn. Bart kwam ook binnen gelopen met het drinken. Ik was blij. Blij dat ik hier was. Blij dat ik eindelijk weer een sociaal leven had. Ik heb het gevoel alsof dit een ontzettend leuk jaar gaat worden.