Veertig ogen kijken me aan, dat zijn dus twintig kinderen. Ik weet niet waarom maar dat was het enige waar ik aan kon denken. Ondanks dat ik toch niet verlegen was voelde ik de spanning nu door mijn hele lichaam gieren. De docent, vraagt of ik nog wat wil vertellen. ‘Uh, Ik ben Noa. Ik kom uit Amsterdam.’ Verlegen lacht ze. Af en toe kijkt ze iemand aan, die draaien dan of snel hun hoofd weg of ze geven me een knikje. Mevrouw de Vries wijst een plekje, naast een meisje met bruine krullen. Het meisje stelt zich wat verlegen voor, ze heet Julia. Als de les begint probeer ik zoveel mogelijk mijn ogen op het boek gericht te houden. Ik voel de ogen prikken in mijn rug. Het uur daarna gaat langzaam voorbij. Het is een saaie docent die me niet eens lijkt op te merken. Terwijl ik me wel gewoon voorstelde. Dan is het pauze, dit voelt zo eenzaam. Ik weet niet waar ik moet staan, niet met iemand gewoon meelopen. Dat is zulk stalker gedrag. Ineens snapte ik de nieuwe mensen uit mijn oude klas wel, die konden ook zo plakken. Maar op een nieuwe school is het ook gewoon spannend. In iedereen geval ga ik niet meteen met iedereen zomaar wat praten. Ik wil nu vrienden die bij me passen, en vrienden willen zijn om wie ik ben. Niet wat ik doe! Ik loop maar naar buiten, ik bel wel even met Amy. Mijn beste vriendin. Ik loop naar een hoekje en leun tegen de muur, met mijn mobiel bel ik Amy. Snel steek ik nog een sigaret op, elke keer denk ik na dit pakje stop ik. Maar het lukt niet. ‘Hé Noa!’ ‘Amy! Alles goed?’ ‘Ja super, met jou? Ben je al op je nieuwe school?’ Ik vertel haar mijn eerste indrukken. Dan worden we bruut gestoord door de bel. Ik loop weer naar binnen en pak snel mijn rooster. Lokaal vijfenveertig, welke kant moet ik nu weer op? Ik probeer helder te denken, ik had net in zestig. Dan is vijfenveertig ervoor. Ik kies voor de kant die ik ook nam voor zestig. Ik kom precies op tijd voor de bel het lokaal in. Terwijl ik mijn ogen langs de plaatsen laat glijden hoor ik een stem naast me. Een meisje met blond half lang haar vraagt ik naast haar wil zitten. Ik plof op die stoel, ze heet Luca. Ze vraagt me het een en ander, ik geef zo neutraal mogelijk antwoord. Over al die persoonlijke dingen zeg ik liever niet al te veel. Dan komt de vraag waarvan ik hoopte dat ze hem niet ging stellen. ‘Ben je verhuisd? Waar woonde je eerst?’ ‘Ik kom uit Amsterdam, ik ben verhuist ja.’ In mijn hoofd zal het nooit verhuisd worden, maar ik houd het bij hun maar op verhuisd. Wat een chaos zeg.. Als we naar de volgende les lopen komt Luca naast me lopen, ze lijkt me wel aardig. Bij deze les heeft iedereen vaste plaatsen. Ik zit dus alleen, gelukkig is het de laatste les van vandaag. Op de fiets voel ik een knoop in mijn maag, nu moet ik echt naar huis.
JANNO
Al vanaf het moment dat ik haar de klas binnen zag komen was ik onder de indruk. Wat een lach, haren. Prachtig gewoon. Meer kon ik ook niet bedenken, ze leek net een gesloten boek. Niet iemand die meteen van alles zou los laten. In de pauze zag ik haar lopen, ze was aan het bellen. Dat maakte me nieuwsgierig, zou ze al een vriendje hebben? Dat zou me niks verbazen, ze heeft vast enorm veel aanbidders. Tijdens de lessen heb ik stiekem gekeken. Uit school zag ik haar weg fietsen, waar zou ze wonen. Met een rotgevoel fiets ik ook maar naar mijn eigen huis. Ik vraag me af waar ik zomenteen straf voor krijg. Ik doe toch nooit iets goed. En inderdaad als ik thuis kom is mijn moeder thee aan het drinken, ze leest een tijdschrift. Ik wordt niet gegroet of iets, zelf niet nadat ik scheld. Vloeken doe ik niet, zo’n klap krijg ik niet graag weer. Waarom ben nou net ik in zo’n christelijk gezin geboren. ‘Mam, praat. Wat heb ik nu weer fout gedaan?’ Ik pak snel uit de kast een zak chips, wat drinken en loop naar boven. Emoties verberg ik net zolang tot ik mijn deur dicht heb. Dan rollen de tranen van zelf. Ik pak de boeken uit mijn tas en zet ze netjes op mijn boekenplank. Mijn kamer is echt netjes, dat hou ik zo goed bij. Mijn was hou ik goed bij. Mijn cijfers kunnen misschien beter, maar bij een acht wordt gezwegen, of het wordt bevestigd met een knikje. Bij een drie wordt er tenminste écht gepraat of geschreeuwd. Huiswerk stel ik uit, eerst maar eens even op twitter. Ik klets met mijn vrienden. Als ze vragen of ik mee kom afspreken moet ik weer nee zeggen, ik mag vast het huis niet uit. Als ze de reden vragen antwoord ik vaag iets over gezeik thuis. Dat klinkt dan nog best wel ‘stoer’, maar was dat het maar. Dan begin ik echt aan mijn huiswerk, ik leer en leer.
NOA
Als ik de poort open zie ik het al, daar zit ze met dat kleintje van hun. Dat deze vrouw nou met mijn vader gaat, ze is net dertig en papa is al vijfenveertig geloof ik. Ik zet mijn fiets in de tuin en loop naar de deur, ik ontwijk een vriendelijke groet van haar. Het is gewoon te vriendelijk. Ik loop naar boven, mijn kamer is klein, er past net een bed en bureau in. De muren zijn gewoon wit, en er ligt zwarte vloerbedekking op de vloer. Dat vond ik wel heerlijk, ik loop er lekker op mijn voeten, zo zacht. Ik kijk uit mijn raam, dit is heel wat anders dan Amsterdam. Het hele huis is anders, daar was het altijd een rommeltje maar hier, hier is het zo netjes. Het lijkt hier veel meer een gezin, hier wordt er voor mij gezorgd. Ze vonden dat mijn moeder dat niet deed, maar ze deed het op haar eigen manier. Helaas wilden ze dat niet geloven en moest ik hier naar toe. Beneden hoor ik mijn vader thuis komen, na vijf minuutjes hoor ik de treden kraken, er komt iemand naar boven. ‘Noa, ben je hier?’ De stem van haar vader klinkt niet heel erg vrolijk. ‘Ja’ De deur gaat open, mijn vader vraagt waarom ik niks heb gedronken, niet tegen Priscilla heb gezegd. Het irriteert mij, eerst zie ik mijn vader een jaar of tien niet en dan wordt er verwacht dat ik meteen braaf de perfecte dochter ga spelen. Ik hou wijs mijn mond, ik ken mezelf goed genoeg dat als ik nu iets ga zeggen ik ontplof. Helaas werkt het toch niet want nu is mijn vader degene die begint te schreeuwen. Hij roept dingen als accepteren, het moet nu eenmaal. Met mijn arrogantste blik op hem gericht doe ik de deur dicht. Ik klap mijn laptop open, even met mijn vrienden praten. Om half zes gaan we eten, ik kijk niemand aan. Eigenlijk doet het best pijn, ik weet zelf ook heel goed hoe het is om genegeerd te worden. Voorzichtig kijk ik op van mijn eten. Mijn blik kruist met die van Priscilla, ik ben bang om haat in haar ogen te zien. Maar tot mijn verbazing krijg ik een knikje. Ik kijk ook even naar het kindje, ze heeft Tara. Ik weet niet precies hoe oud ze is maar ik geloof een jaar of drie. Het eten smaakt me niet, of misschien komt dat omdat priscilla het heeft gemaakt. Ik weet het, het klinkt slecht en ik probeer ook wel van dat gevoel af te komen hoor. Na het eten rook ik snel in de tuin een sigaret, volgens mij keuren ze het niet goed maar het moet gewoon. Bij mijn moeder mocht ik zelfs binnen roken, dat zal ik hier wel missen. Maar misschien ook wel niet, want ik wil ook wel stoppen. Die avond ga ik vroeg naar bed, ik had er eigenlijk op gehoopt dat mijn moeder nog zou bellen. Gewoon zo’n telefoontje van hoe gaat het, leuke klas. Helaas heeft ze dat niet gedaan..
Sorry als het wat chaotisch is maar soms denk ik al verder in mijn hoofd en vergeet ik dat op te schrijven
. 
. Bedankt voor de tips hihi 
.