Dit is het eerste deel van het verhaal. Ik hoop dat ik zo snel mogelijk een volgende deel kan posten.
Mijn verhaal
Proloog
Ik zal mijn verhaal niet allerdaags noemen, maar ook niet ongeloofwaardig. Het is een spceiaal verhaal. Een verhaal over dood, moed, tijd en liefde. Misschien zal het verhaal je niet boeien, maar het is mijn verhaal en ik vind het bijzonder, daarom vertel ik het. Misschien kan men er iets van leren of misschien ook niet. Dan kan het als vermaak dienen, maar misschien ook niet. Overtuigen zal mijn verhaal waarschijnlijk niet, maar laat me je overtuigen om te blijven luisteren. Blijf even en wacht af om een klein deel van je lange leven te luisteren. Te luisteren naar een verhaal. Je kunt het een verhaal vinden van een dwaas en misschien ben ik dat ook, maar maakt dat het verhaal minder speciaal? Nee, misschien maakt dat het verhaal juist zo bijzonder. Ook een dwaas kan spreken. Of mensen ook horen wat hij zegt, dat is iets anders. Als je echt zou luisteren naar wat sommige mensen te vertellen hebben, dan zou je nu waarschijnlijk meer kennis over het leven hebben. Je zou minder snel domme dingen doen, maar dan zou je ook minder vaak een verhaal kunnen vertellen waarin levenskennis in zit. Misschien is het daarom dat mensen vaak niet goed luisteren, dan kunnen ze hun eigen verhaal beleven en vertellen aan mensen die doen alsof ze luisteren. Ik geloof ook niet dat mensen mijn verhaal echt horen, maar ik vertel het toch. Waarom zul je je misschien afvragen. Stel er is iemand die in de verte van mijn verhaal iets hoort. Iets waarin levenskennis in zit, dan zal er ergens iets van deze kennis meegenomen worden. Een deel van de kennis zal dan niet alleen bij mij zijn, maar ook bij de persoon die naar een dwaas wilde luisteren, want ook een dwaas zijn verhaal kan belangrijk zijn. Of mijn verhaal zo’n verhaal is, dat bepaald de luisteraar, maar de luisteraar moet dan wel echt luisteren, want anders zal zijn oordeel geen echt oordeel zijn, maar een oordeel van een echte dwaas.
Hoofdstuk 1
Mijn verhaal zal beginnen bij een klop op de deur. Een ferme klop, maar geen ongeduldige. Ik neem dan ook nog even een moment om mezelf te bekijken in de spiegel die in de gang hangt. Een man. Gespierd en fris. Een man in de bloei van zijn leven. De deur gaat open en een man in een net pak staat voor mijn deur. Het zal geen Italiaans maatpak zijn geweest. Daarvoor was de stof niet fijn genoeg, maar het was geen slecht pak. Het was de juiste maat en niet versleten. Het was een pak van iemand die er netjes uit wilde zien, maar niet te uitbundig wilde zijn. Op het gezicht van de man lang een strenge blik. Zijn kleine helder blauwe ogen keken recht voor zich uit en zijn borstelige wenkbrauwen en samengetrokken mond gaven hem het strenge uiterlijk. Aan de slapen begon zijn haar al grijzig te worden. De blik van de man herkende ik uit mijn jeugd, maar niet van deze man. In zijn hand heeft hij een witte envelop. Op het moment dat ik zijn blauwe ogen ontmoet begint hij met spreken.
‘’Mijn naam is Ronald van Berghen. Ik ben de advocaat van uw oom Brutus en ik zou graag even met u willen praten’’
‘’Kom binnen.’’ Ik zet een stap naar achter en de man loopt mijn huis in. Als ik de deur dicht doe kan ik even een blik op hem werpen, zonder dat hij het ziet. Het is een statige man en hij loopt er ook zo bij. Het past bij zijn functie, maar toch voel ik me er niet prettig bij. Herinneringen blijven lang hangen. Helemaal de negatieve. Ook die zullen vervagen, maar veel langzamer dan de gelukkige momenten die je hebt gekend in je leven. Je zult dus langer geconfronteerd worden met nare herinneringen. In de woonkamer gaat hij op de zwart leren bank zitten en ik neem plaats op de bank daar tegenover.
‘’Ik ben hier om u mede te delen dat uw oom is overleden. Gecondoleerd.’’
‘’Dank u.’’ Overleden die Brutus. Ik wist niet eens dat hij nog leefde. Na een bezoek in mijn jeugd aan hem heb ik hem nooit meer gezien. Ik herinner me nog zijn huis. Een houten huis op een heuvel ver buiten de stad. Het was niet groot en mijn ouders noemde het een hut. Van binnen was knus en warm, maar wel vreemd. De sfeer was dan wel gemoedelijk, maar de ontmoeting was kauw en zelfs ijzig te noemen. We zaten in de woonkamer van het huis. Het was een kleine ruimte, maar wel de grootste van het huis. Er stonden naast een houten tafel met stoelen, een boekenkast en een fauteuil weinig meubels in de kamer. Wel stond er in de hoek een bed met een groezelige sprei erover. Zelf zaten we aan de houten tafel. Elk van ons zat aan een zijde van de tafel. Naast mijn moeder zat mijn vader, die rechtop zat en strak voor zich uit bleef kijken. Naast mijn moeder zat oom Brutus. Zijn gezicht was bruingebrand van de zon. Zijn zwarte haar was halflang en had een kleine golving erin, die goed te zien was doordat zijn haar los hing en langs zijn gezicht viel. Twee kleine bruine ogen keken op een scherpe manier rond, maar vermeed oogcontact met mijn ouders. Zijn huid leek wel van leer te zijn gemaakt. Ik zat tussen mijn vader en zijn broer in. De warme sfeer van het huis verdween toen ik naar de gezichten keek Verder herinner ik me niet veel meer. Alleen nog dat we snel weer weg gingen en dat mijn ouders op wen naar huis voor een dodelijke stilte in de auto zorgde. Daarna werd er nooit meer over het bezoek of mijn oom gesproken.
‘’Ik heb het testament uw oom gelezen en daar staat in dat ik u dit moet geven.’’ De avocado overhandigde me de envelop. Hij keek me even aan en stond op. ‘’Ik zal u verder alleen laten.’’ Zonder verder nog een woord te spreken liep hij naar de voordeur en verdween uit mijn appartement en uit mijn leven.
De envelop heeft enkele dagen op mijn salontafel gelegen. De reden achter deze daad was ook mij niet geheeld duidelijk. De herinneringen waren te vaag om echt nieuwsgierigheid op te wekken. Verder was het de broer van mijn vader. Hij was niet mijn vader, maar ze deelde wel bloed. De haat voor mijn vader lag diep. Heel diep. Wat heeft mij dan toch doen besluiten om de envelop te openen, want dat heb ik gedaan. Het was een telefoontje van een vrouw. Aan de stem te horen was ze nog jong. Haar stem klonk als een jongvolwassene. Ik nam de telefoon op en direct hoorde ik haar stem.
‘’Ik weet wie je bent en ik weet van Brutus. Doe niet wat hij zegt, dan ben je veilig en is er niks aan de hand.’’ Er was een klik en de vrouw had opgehangen. Een enkel moment bleef ik naar de telefoon staren en toen legde ik hem terug. Ineens kwam de envelop in mijn blikveld. Het leek wel alsof er niks anders in de ruimte was. Ineens was de nieuwsgierigheid zo groot dat ik hem oppakte. De envelop voelde vreemd aan. Hij was niet van het gladde papier waar ze normaal gesproken van gemaakt waren, maar van dik ruw papier. Langzaam opende ik de envelop, waardoor ik de wassen zegel verbrak. Kleine stukjes rode was vielen op het glazen blad van mijn salontafel, als kleine druppeltjes bloed. In de envelop zat een brief. Geschreven op hetzelfde soort papier als de envelop.
Beste lezer van deze brief,
Je leest deze brief, dus dan ben ik dood, maar dood betekent niet verdwenen. Dood betekent in mijn geval vast vergeten, daarom krijg je deze brief. Ik wilde niet dood, maar het gebeurde. De wil van een man was niet sterk genoeg en hij verdween. Veel heb ik niet gehad in mijn leven, maar jij krijgt het. Draag er zorg voor en zet het voort. Vergeet mij niet.
Mijn geweten was niet zuiver, maar wel goed. Zorg dat dit zo blijft.
Brutus
P.S. Mijn waarheid ligt in de herinnering van de reizen.
Wat een egoïst was die man. Ik kon het weten. Mijn vader was niet veel anders. Hij wil gewoon voor altijd herinnerd worden en dan alleen de goede dingen die hij had gedaan. Hij is zeker niet de enige geweest. De wereldse geschiedenis zit vol met heldenverhalen die een verduistering waren voor vele mislukkingen. Hij schreef ook nog eens als een dwaas. De brief ging een la in. Net als de envelop. Dit was dan het eind van zijn verhaal. Die avond dacht ik voordat ik in bed stapte nog even aan de brief en de vrouwenstem, maar de slaap daalde al snel over me heen. En dat was maar goed ook, want de volgende dag ging de wekker al vroeg. Ik had een afspraak op het kantoor met een van de drukkers van de reclameposters.
Het grijze kantoorgebouw was er een als alle anderen. Grijs en lelijk. Binnen was het dezelfde eenheidsworst als de rest van de kantoren in de wijk, maar ik voelde me er goed. Als 8 jaar en ik wil er nog jaren blijven werken. Na een korte groet voor de receptioniste Lisanne stap ik de lift in naar de 4e etage. Op het bordje in de lift staat:
Afdeling communicatie
Afdeling public relations
Afdeling marketing
Dat was wat ik deed. Communicatie, PR en marketing. Mijn specialiteit en daarom waren ze al 8 jaar blij met me. Ik had Bransen Cosmetics weer op de kaart gezet. Het was weer hip om je met Bransen Cosmetics te laten associëren. Dat was voor mijn tijd wel anders. Nadat oprichter Jacues Bransen van zijn pensioen ging genieten in zijn villa in Thailand met zijn vierde vrouw, die 25 jaar jonger was, ging het bedrijf over naar zijn rechterhand, Antonio Carino. Beter bekent als Tony Toyboy. Onder toezicht van Jacues deed hij het perfect en het leek iedereen ook logisch dat hij de stijgende lijn van het miljoenenbedrijf ging voortzetten, maar het geld steeg hem naar het hoofd. Verpatste het grootste deel van het vermogen. Vooral aan luxeartikelen en zijn eendagsvliegen, ook wel zijn vriendinnen genoemd. Al met al resulteerde het in het feit dat het een bedrijf met verlies was zonder een goed marketingplan. Toen kwam ik in beeld. Jong, slim, snel en gedreven. Hoewel ik me in die 8 jaar heb moeten opwerken naar de top van het bedrijf. Nu zat ik in de top en dat in zo’n korte tijd. Sommige mensen moeten daarvoor jaren lang de rechterhand van de baas zijn.
Bedankt voor het lezen!
Dat is ook leuk leuke als je je verhaal al schrijvende op bokt zet.. je hebt meteen een feedback !