Een geromantiseerde versie op een waargebeurd moment.
Het was een dag als alle anderen, druilerig en nat. Kikker zat op de rand van de kleine vijver en keek om zich heen. Terwijl de druppels regen op zijn snuit vielen bedacht hij zich dat hij nog nooit een echt Avontuur had beleeft. Die salamander van Lelieblad4a deed niets anders dan opscheppen over zijn Belevenis in het Huis met de Hand. “En toen kwam de Hand en die pakte me zomaar op. Ik dacht écht waar dat mijn laatste uur geslagen had”. Hier werd dan altijd een kleine stilte ter overdenking ingelast waarbij Salamander eerbiedig knikte, om het luisterend publiek nog eens duidelijk te maken hoe dicht hij bij de dood was geweest.
Kikker had dat verhaal al zo vaak, met lichte jaloezie, aangehoord. Kikker wilde ook een avontuur, liefst nog bijnadodelijker dan dat van Salamander. Iets met Reigers, Katten of andere Enge Wezens, gered worden uit de klauwen van de Dood door een moedige daad. Desnoods iets met een Egel. Al waren die niet bijster geinteresseerd in kikkers, je kon er maar mooi aan gespiest raken als je tijdens een flinke sprong op een Egel landde. Of een lang Avontuur met een Grote Reis. Of alles tegelijk. Kikker knikte eens. Ja, dat was het. Een Lang Avontuur met Alles Tegelijk.
Kikker kroop over de rand van de vijver en keek om. “Dag, Vijver. Tot ziens. Ik ga op een Lang Avontuur en het is nog maar de vraag of ik terug kom”. Hij hupte over de houtsnippers naar de struik, over de boomstronk en door het hek in het gras. Nu was Kikker al een Heel Eind van huis, vond hij zelf. Helaas nog geen Dodelijke Beesten. Jammer…
Kikker hupte verder, al links en rechts spiedend naar Potentieel Dodelijke Beesten die zijn Avontuur beslist een dapper randje zouden geven. Na een heel eind huppen kwam hij bij een nieuw hek. Hier kende hij het nog niet. Kikker strekte zijn nek om te zien wat er achter het hek was.
Hele Grote Beesten…Beslist Dodelijk. “Beslist”, zei Kikker terwijl hij nog eens knikte, ter bevestiging. Dit werd een Avontuur, hij voelde het in zijn botten. Kikker klauterde door het nieuwe hek en belandde in een nieuw groot grasveld.
Dat op zich was al een Avontuur. Midden in een veld zonder dekking. Er kon zomaar een Reiger langsvliegen, hem van de grond rapen en oppeuzelen. Er kon een Kat in de struiken zitten die, geruisloos maar o, zo snel, hem zo van de poten kon grijpen en hem meenemen voor een gruwelijke marteldood, zoals hij had gezien bij zijn buurvrouw van Varen 2a, waarvan hij het beeld van haar niet al te geringe achterwerk en haar vlezige dijen die uit de bek van de Kat staken maar niet uit zijn hoofd kreeg. Kikker huiverde bij de gedachte. O, wat was dit al een Avontuur en wat zou Salamander op zijn neus kijken als Kikker terugkwam met Zijn Verhaal. Met een mengeling aan emoties door zijn groene lijfje stromend zwoegde Kikker verder door het grasveld. Waar waren nou die Potentieel Dodelijke Wezens? Niet dat hij graag dood wilde, in tegendeel, maar om een verhaal smeuiig te maken moest je toch op z’n minst één Eng Wezen tegenkomen.
Kikker kwam bij het einde van het veld. Hier was een eindeloze zandvlakte met kleine waterpoeltjes en in de verte, o hemel, Potentieel Dodelijke Wezens. Zeker weten wist Kikker het niet, hij kende deze wezens niet, maar ze moesten haast wel dodelijk zijn. Ze waren immens groot en bij elke pas trilde de grond onder de pootjes van Kikker. Kikker dacht na. Zou hij ze tegemoet gaan, ze bestuderen en vragen wat voor een wezens ze waren en wat hun doel in dit leven was? Zou hij zover komen? Of zouden ze hem verscheuren en opeten.
Kikker bleef nog even aan de rand de Wezens bestuderen. Blijkbaar waren ze bang voor grasvlakten, ze bleven maar op het zand lopen en al keken ze naar het gras, ze gingen er niet heen. “Als ik nou langs de rand in het gras blijf kan ik bij ze komen zonder dat ze me opvreten, ze zijn immers angstig voor gras”, dacht Kikker.
Aldus hupte Kikker vol goede moed langs de rand waar het gras plaatsmaakte voor zand op weg naar De Wezens. Langzaam aan kwam hij steeds dichter in de buurt. Eén van de Wezens keek omhoog, ergens heen en Brulde. Kikker schrok zich een ongeluk. Een dergelijk lawaai kende hij niet en hij wist even niet of hij wel in staat zou zijn om met een zo luidruchtig wezen een conversatie aan te gaan. Kikker stopte en keek even om zich heen.
Een eindje verder was weer een hek, met klein gaas. Daar paste hij vast wel net doorheen en dan kon hij op een veilige manier proberen om met de Wezens te praten, of, op zijn minst te bestuderen, mochten ze niet in staat zijn om op een lager volume te praten.
Kikker knikte weer even. Hij vond dat hij toch maar weer een prachtoplossing had bedacht en hij verkneukelde zich over de kop die Salamander zou trekken als hij, Kikker, saaie, ouwe, groene Kikker, met zo’n verhaal over immense Gele BrulWezens zou terugkomen.
Kikker hupte weer verder, dit keer met een lichte omweg om te voorkomen dat hij per ongeluk door iets ordinairs als een Kat of een Reiger zou worden meegenomen. Dat zou, in dit stadium van zijn Grote Avontuur, eeuwig zonde zijn. Bij het hek aangekomen wrong hij zich door het gaas en draaide hij zich om om de Gele Wezens te bekijken.
Van hieruit leken ze helemaal eindeloos groot. Hun poten, zwart van de modder natuurlijk, dacht Kikker, reikten tot ver in de lucht en daarboven waren enorme lijven met eindeloze halzen met daarop wel Hele Grote Koppen. “Logisch”, dacht Kikker, ”Zo’n grote kop geeft nu eenmaal een hoop herrie”. Dit vond hij al een hele mooie observatie.
Erg tevreden met zichzelf nestelde hij zich iets dieper in het gruis waar hij in terecht was gekomen, klaar om de Conversatie met de Gele Wezens aan te gaan. Wat zou hij ze vragen? Tja, wat ze waren, natuurlijk, hun eetgedrag, waarom zo groot en waarom waren ze bang voor gras?
Kikker schraapte zijn keel, en met toch wel een lichte angst, stel dat ze door het gaas zouden kunnen, wie weet, begon hij zijn Conversatie.
“Ahum”. Kikker keek. Geen reactie van de Wezens, die duidelijk gebiologeerd naar iets stonden te kijken. “Ahum”, zei Kikker nog eens. “Pardon, zou ik U beiden misschien mogen storen met een aantal vragen?” vroeg Kikker. Weer geen reactie. “Verdorie”, dacht Kikker die zichzelf voor de kop sloeg, “Die koppen zitten natuurlijk zo hoog dat ze me niet kunnen horen”.
Over dit onvoorziene obstakel moest Kikker even nadenken en hij stapte iets naar achter en dacht. Mmm. Tja. Jeetje. Zou hij klimmen? Maar waartegen? Springen misschien? Wederom knikte Kikker. Dat was het, hij zou springen, en al springend “Ahum” roepen. Als hij dan eenmaal de aandacht had kon hij rustiger gaan zitten en zijn vragen stellen. Kikker nam een diepe teug lucht en zette zich af. “AHUM!” riep hij al springend. “AHUHUM!”. “AHU”…..
Kip had het kleine groene iets al langer zitten bekijken en vroeg zich af of het eetbaar was. Het was groen…En, alles wat tot nu toe groen was was erg lekker. Sommige witte en gele dingen ook, maar vooral groene dingen waren bijzonder lekker gebleken. En het leek net een blaadje, zoals het op en neer wiebelde. Kip nam een aanloop en pikte vol in het Groen, dat direct stopte met wiebelen. “Pittig smaakje voor Groen” dacht Kip. “Maar wel lekker anders, e-hen…Miep en Truus hebben het lekker niet”.
Maar terwijl Kip nietsvermoedend in het Groen aan het pikken was waren Miep en Truus ook al gearriveerd, nieuwsgierig dat ze waren naar datgeen waar Kip in aan het pikken was. Als je zó aandacht bezig was moest het wel iets bijzonders zijn en daar wilden ze graag bij zijn. En hiermee ontstond een wedren in het kippenhok om een Groen, wat eens een Kikker onderweg tijdens een Groot Avontuur was…
Moraal van dit verhaal: Kippen zijn roofvogels.
Einde
Toen ik van de week op het erf (die Grote Gele Brulwezens waren uiteraard op eten wachtende paarden
) wat gerommel en gekraai hoorde in het kippenhok ging ik polshoogte nemen en trof ik drie, achter elkaar aan rennende kippen aan, waarvan er eentje iets in de snavel had, wat een kikker bleek te zijn (klik). Deze gebeurtenis gaf me de inspiratie om dit verhaaltje te schrijven. Waarom zou een kikker in hemelsnaam in een kippenhok gaan zitten? Waarom eten kippen kikkers? Ik heb daarom nog wel even zitten twijfelen of dit bij Beestenboel of toch Uit De Kunst moest en heb maar voor het laatste gekozen. Per slot van rekening is het toch een kort verhaal geworden...Commentaar graag, bij voorkeur opbouwend en bij voorkeur inspirerend
, aangezien het plaatselijke kippenbestand doorgaans niet echt fantasieprikkelend bezig is. 
Wel erg leuk geschreven! Heb je meer korte verhaaltjes?
. 
Ik had eigenlijk nog wel een laatste gedachte van Kikker willen lezen. Wat ging er door zijn hoofd een miliseconde voordat hij stopte met wiebelen? Dacht hij aan Salamander, aan zijn buurvrouw, zag hij zijn eigen leven voorbij komen, whatever?
Echt leuk!
Maar het einde kwam een beetje abrupt, wat zou de laatste gedachte van Kikker geweest zijn?
.
Arme Kikker.
En we wachten helemaaaaaaallll niet ongeduldig op het Kattenboek met Anekdotes hoor pluis
Maar andere novelles mogen ook. Over Grasfobische Brulbeesten of Raggende Viswijven of Wevende Joosten... mag allemaal