Dit verhaal gaat over een paard, No Air. Air is een prachtige hengst dat word geboren op een kleine boerderij. Zijn moeder is de net zo prachtige merrie No Fear. Zo goed als dat zijn leventje begint, zo goed eindigd het ook. Maar wat ertussen speeld, is alles behalve goed. (het plaatje van No Air heb ik ooit een keer gemaakt op een ander spel, vandaar dat er overal No Fear in terug komt)
Hoofdstuk 1.
Ik open mijn ogen, en voor het eerst zie ik het felle licht. Ik knipper een paar keer, voordat mijn ogen aan het licht gewend zijn. Dan zie ik haar. Mijn moeder. Ze duwd zacht haar neus tegen me aan, en likt over mijn wang. Ze briesd zachtjes, en ik bries terug. Mijn moeder staat in één beweging op, en ik kijk haar aan. Wat is ze groot! Ik zet eerst mijn achterbeentjes op de grond, en mijn kont gaat omhoog. Dan probeer ik voorzichtig een voorbeen neer te zetten, maar mijn eerste poging mislukt, en ik val languit terug in het warme stro. Maar ik geef niet op, en probeer het nog een keer. Staan is erg lastig, dus pas na een stuk of zes keer lukt het me om te staan. Eindelijk! Ik ben wat dichter bij mama! Ik kijk om me heen en zie een klein meisje dat me met een grote glimlach aan kijkt. Het meisje is 12, en heet Tessa. Mijn moeder likt me helemaal schoon, en ik doe mijn eerste stapjes. Ik zoek mijn moeder's melkbar, maar kan deze nog niet zo goed vinden. Er komt een man de stal in, en die brengt voorzichtig mijn neusje in de goede richting en ik begin gulzig te drinken. Mijn moeder neemt een hapje stro, en als ik uitgedronken ben, gaat ze uitgeput liggen. Ook ik laat me in het stro vallen en sluit moe mijn oogjes.
De volgende ochtend word ik gewekt door een enorm lawaai. Mijn moeder hinnekt vrolijk en duikt vervolgens met haar neus in de voerbak. Dat harde lawaai, dat was het bix voor mijn moeder. Ik sta voorzichtig op, en begin te drinken. Na een half uurtje, komt de man van gisteravond, weer binnen. Met Tessa aan zijn hand. Mijn moeder krijgt een halster om en ze word mee genomen. Eerst weet ik niet goed wat ik ervan moet denken, en blijf ik verbaasd staan. Mijn moeder hinnekt hard naar me, en ik race de stal uit, om daarna zo dicht mogenlijk bij haar te zijn. Nog meer licht! Ik kijk bang om me heen, en loopt dicht tegen mijn moeder aan. Alles beweegd, alles is druk... Een grote groene vlakte voor mijn neus.. We lopen er recht op af, en zodra we op het grote groene stuk zijn galopeerd mijn moeder ineens heel hard bij me vandaan, vrolijk bokkend en springend. Ik galopeer snel achter haar aan, want ik wil haar niet kwijt raken. De frisse lucht die door mijn neusgaten mijn longen in stroomd, voeld heerlijk aan. De wind wapperd door mijn korte krullende manen, en ik galopeer nog harder. Ik bok vrolijk en maak allemaal gekke sprongen. Als mijn moeder plots stopt, om te grazen, knal ik tegen haar aan, en begin te steigeren en te hinneken. Ik wil nog meer rennen! Ik dartel om haar heen, en bijt in haar staart. Ik steiger tegen haar aan, en hinnek. Als ik merk dat het geen zin heeft blijf ik een tijdje rustig staan. Een vlinder vliegt langs mijn gezicht, en ik begin weer te springen. Ik galopeer een stuk bij mijn moeder vandaan, die toch maar achter mij aankomt. Zo krijg ik haar dus mee! En ik begin heel hard te galoperen. Mijn moeder galopeerd hard achter me aan. Als ik moe word, blijf ik bij het hek staan. Ik blijf voor het meisje staan. Tessa lacht en steekt haar hand uit, waar ik voorzichtig aan snuffel.
hoofdstuk 1 is nog niet afgelopen maar moet nu stoppen... School roept mij!