[VER] Onwaarschijnlijk - Detective voor school :D

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Cocodox

Berichten: 1089
Geregistreerd: 02-04-10
Woonplaats: Arnhem

[VER] Onwaarschijnlijk - Detective voor school :D

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-08-11 15:46

Voor school moest ik vorig jaar een detective maken, ik heb de delen nog op mn pc staan (niet allemaal goed opgeslagen dus er zitten nog wel heel veel spellingsfouten in, sorry daarvoor).
Ik moest eigenlijk alle fouten er nog uit halen en hem dan opsturen naar een paar docenten van mn school, dan zou hij in de schoolkrant komen van het almende of alleen mijn school (alsnog wel aardig wat leerlingen :+ )
Dat was omdat Onwaarschijnlijk, zoals het heet, het beste was van de klas enzo.
Mijn docent vond hem toch zooooo boeiend ... :')
Hier staan alleen nog maar deel 1 en 2 van de 5, ik zal kijken of ik de rest nog kan vinden en anders dan is het gewoon voor jullie een open einde haha.

*\o/*


1
Langzaam voelt Laura een hand langs haar wang glijden en ze smeekt om genade. Ze voelt hoe iemand een hand op haar hoofd legt en lieve woorden tegen haar zegt. Langzaam opent ze haar opgezwollen, rode ogen en ziet haar moeder voor haar staan. Het tienermeisje schrikt en probeert van zich af te slaan, totdat ze door heeft dat het geen droom is. “Had je een nachtmerrie? Je hebt iedereen in huis wakker gegild meisje…”, fluistert Laura’s moeder. Laura veegt het zweet van haar hoofd en schrikt nogmaals, dit keer van een trillend mobieltje op haar nachtkastje. Ze zwijgt en pakt haar mobieltje terwijl ze met een twijfelgevoel haar wijsvinger naar een knopje brengt om op te nemen. Er klinkt een bekende stem en het duurt even voordat ze doorheeft dat het Dennis is. Hij vraagt Laura om over een uurtje bij zijn huis te komen. Haar moeder loopt weg en ze hangt op. Met een ruk vliegt ze van haar bed af, op zoek naar haar kleren. Eenmaal omgekleed, opgemaakt en ontbeten pakt ze haar fiets. “Lau, pas je wel op voor die vieze ventjes van tegenwoordig? Laat je niet voor de gek houden. Vergeet je jas niet aan te doen! Je sjaal ligt nog in je kamer, ruim die ook nog even op.”, zeurt haar moeder. Laura negeert het en fietst weg. Op de fiets wordt ze weer gebeld en ze neemt op. “Met Laura.”, klinkt het, “met wie spreek ik?”. Aan de andere kant van de lijn wordt niks gezegd, maar opeens hoort ze een heel hoog piepend geluid dat pijn doet in haar oren. Laura schrikt van het opeens hoge geluid in haar rechte oor en de adrenaline van een paar minuten geleden die nog in haar lijf giert. Ze is zo gefocust op het geluid dat ze een auto niet aan ziet komen, afwijkt naar links en aangereden wordt. In een seconde wordt alles zwart voor haar ogen en voelt ze nog een zware schok tegen haar hoofd.

“Zo… even kijken naar haar hoofd en dan leggen we haar op bed in de cel.” klinkt een jongensstem. Laura probeert haar ogen open te doen maar het lukt haar niet. Haar hoofd bonst en haar polsen doen pijn. Ze voelt een straaltje bloed langs haar wang stromen en blijft, onwetende van wat er gebeurt, liggen. Laura vraagt zich af wat er gebeurt was en het lijkt alsof ze een stukje van haar geheugen kwijt is. Opeens voelt ze een hand tegen haar hoofd, “Het ziet er wel goed uit. Ik denk dat we het straks even moeten hechten.” zegt iemand die een hand tegen Laura’s hoofd houdt. Laura wordt opgetilt en een paar minuten gedragen totdat ze uiteindelijk weer op een hard iets wordt neergelegt. Er klinkt een harde knal en ze hoort nog hoe mensen trots zijn. Ze heeft het gevoel dat ze opgesloten zit en dit maakt haar bang. Na een paar minuten kan ze haar ogen open krijgen en treft zichzelf aan in een donker hokje met een grote deur. Ze begint te huilen van alle schrik en angst. “Hoe lang ben ik hier al? Waar is iedereen? Het ergste nog; waar ben ik?” schreeuwt Laura. De grote deur in het kamertje gaat met veel lawaai open en Laura bekijkt de man die in de opening staat. Hij valt niet te herkennen, omdat hij zwart gekleed is en een grote muts met een zwart masker op heeft. Hij begint tegen Laura te praten, maar ze krijgt het allemaal niet mee. Het enigste wat ze nog denkt is de stem van de onbekende man die sprekend lijkt op diegene die haar in deze cel opsloot. Pas als de man dichterbij komt krijgt ze door wat hij van haar wilt. Laura laat het toe, omdat ze weet dat ze machteloos staat bij een breed gebouwde vent en zij als mager en lang meisje. Ze wordt meegenomen naar een kamertje en op de tafel gelegd. Links en rechts van haar liggen allemaal mesjes en operatie spullen. Haar hart gaat twee keer zo snel als daarvoor en in haar hoofd lijkt het wel een sneltrein. Alles gaat zo snel en voor ze het weet voelt een felle steek in haar hoofd. Een naald, een draadje… “Blijkbaar willen ze mij dus helpen door de wond in m’n hoofd te hechten!”, denkt ze. Verdoofd is het wel, maar niet goed genoeg. Af en toe bijt ze bijna haar tong aan stukjes, maar dat is het wel. Ze voelt een steek in haar heup en arm en vraagt zich af of dit nog wel met haar hoofd te maken heeft. Als een soort flits ziet ze een spuit voorbij vliegen en ze probeert zichzelf te redden. Losrukken, gillen en proberen te slaan. Niks helpt, ze zit vastgebonden en voelt zich machteloos. “Is dit de ZAD? Die is sterker dan cocaïne dus ik ben blij dat het op haar kan worden getest.” zegt iemand. Langzaam stopt Laura met het wild heen en weer schudden om zich los te maken. Ze weet dat het onmogelijk is en dat ze goed vast zit. Het enige wat nog helpt is haarzelf overgeven en dat doet Laura uiteindelijk ook. Haar hoofd wordt langzaam gevoelloos en ze ziet het plafond draaien. Er klinkt wat gekuch in de kamer, “Ze mag nu wel weer haar cel in, ik heb genoeg nieuwe drugs getest. Het is zeker 20.000 euro waard! Hebbes!” juicht een man. Laura voelt zich high. Ze wordt weer naar haar cel gebracht en eenmaal daar kan ze maar niet in slaap vallen. Het meisje is klaarwakker en volgestopt met onbekende drugs. Het enige wat nog door haar hoofd spint, is dat ze is gebruikt. Gebruikt voor drugs…

Laura heeft een paar uur lang, voor haar gevoel dan, lopen piekeren over hoe ze het beste kan ontsnappen. Ze heeft haar plan uitgestippeld en voert die ook uit. Bovenin haar cel zit een rooster. Laura zelf is aardig lang en verschuift met moeite het bed onder het rooster. Ze gaat er aan hangen tot het los is en uiteindelijk valt ze dus bijna op de grond, maar het maakt niet uit. Het rooster is er uit en dat is het belangrijkste voor nu! Haar adem stopt voor een paar seconden als ze voetstappen hoort. De deur van haar cel wordt opengedaan en er klinkt een luid gevloek. Laura ziet een paar vingers de zijkant grijpen van de luchtschacht waar ze zojuist is in gaan zitten door zichzelf op te hijsen en er in te klimmen. Een paniekaanval volgt en ze trapt in het rond tot ze weer gevloek hoort en de vingers zijn verdwenen. Snel kruipt ze door de luchtschacht en kruipt over een rooster van een ander kamertje. Laura ziet een paar mensen omhoog kijken en voordat ze weer weg wil kruipen ziet ze iemand omhoog springen, voelt een steek in haar been en kruipt weg. Een klein druppeltje bloed verlaat haar lichaam. Ze kruipt steeds verder en verder en de schacht lijkt steeds langer te worden. Laura’s hoofd begint te draaien en ze probeert verder te kruipen. Uiteindelijk ziet ze een rooster met daar vlak bij een deur. Ze trekt het rooster er handig uit en laat zich op de vloer vallen. Badend in het zweet en met een vleugje adrenaline rent ze naar de deur en trekt hem open, “Gelukt! De deur was gewoon open!” schreeuwt ze als ze buiten staat. Ze rent weg en zoekt mensen die haar de weg kunnen wijzen. Uiteindelijk, met veel hulp van vreemden, is ze bij Dennis’ huis beland. Het angstige meisje slaat tegen de deur en belt zo’n twintig keer aan. Als het eenmaal blijkt dat niemand open doet laat ze zich tegen de deur vallen. Laura is duizelig en voelt zich high. Plots ziet ze haar been en dringt het tot haar door. Meteen staat het tienermeisje op, “Dennis! Help! Mijn been bloed!” gilt ze. Laura besluit naar haar eigen huis te lopen en komt een half uur later thuis. Haar moeder maakt haar been schoon terwijl Laura het hele verhaal verteld, “Ik voel me zo draaierig…” zegt ze. Die zin blijft nog een tijdje in haar hoofd hangen en ze kan nergens anders meer aan denken dan aan ‘draaierig’. Als haar moeder het verhaal helemaal weet belt ze meteen Laura’s vader. In de tussentijd smeert Laura een broodje voor haarzelf en ziet een heel bekend mesje liggen. Ze schrikt, “oliebol… oliebol! Dit is hetzelfde mes als op die zogenaamde operatietafel! oliebol man!” zegt ze terwijl ze een paar keer op het aanrecht slaat met haar vuist. Als haar moeder binnen komt kijkt Laura meteen weer heel onschuldig en probeert het te vergeten. Toch blijft ze het raar vinden. Heel toevallig ligt daar hetzelfde mesje als in de kamer waar haar hoofd werd gehecht. Laura’s hoofd lijkt wel te ontploffen. Ze voelt zich nog steeds draaierig maar begint respect te krijgen voor diegene die haar ontvoert had. Tenslotte had diegene haar hoofdwond wel verzorgd! Ze probeert die gedachte te wissen, ze is immers wel een slachtoffer van een misdaad wat fataal had af kunnen lopen.


2
Nog niet helemaal wakker zit Laura aan tafel. Haar nacht was zwaar, ze heeft nauwelijks geslapen. Om het uur schrok ze wakker van enge dromen die ze had. ‘’Heb je zin in een lekker warm, net bruingebakken broodje?’’, ‘’Ja mam, lekker.’’ Langzaam kauwend eet Laura haar broodje op. Ze is zo in gedachten verzonken dat ze de vraag van haar moeder niet eens hoort. ‘’Huh wat? Vroeg je wat?’’, ‘’Ik vroeg of je vandaag wel of niet naar school wou. Van mij mag je best wel thuisblijven hoor!’’ Laura denkt even na. Als ze thuisblijft, dan zit ze hier met haar moeder, die haar allemaal lastige vragen stelt. ‘’Ja ik denk dat ik wel gewoon naar school ga,’’ besluit Laura. Nadat Laura zich helemaal heeft opgemaakt en haar tas ingepakt heeft, vertrekt ze naar school. ‘’Laura! Laura! Achter je!’’ Laura kijkt achter zich. Het is Dennis. Nog nooit was ze zo blij om een heel goede vriend te zien. Het voelt als een opluchting en meteen krijgt Dennis de hele gebeurtenis naar zijn kleine, maar toch met veel hersencelinhoud gevulde hoofd, geslingerd. Na twee uur vertellen klinkt er een diepe zucht, “Jeetje, wie zou het kunnen zijn?” vraagt Dennis verbaast. “Ik weet het niet, maar ik ben wel bang dat het weer gebeurt. Ik zit onder de blauwe plekken en korstjes van de spuiten! Misschien is het mijn eigen moeder wel… Er lag niet voor niets een mes die ik in zo’n kamer ook zag liggen,”, “Maar waar waren die spuiten dan voor? Erger nog, waarom jou moeder?” vraagt Dennis. Hij kijkt Laura begripvol aan en laat haar alle gebeurtenissen tegen hem vertellen. Volgens hem zal er dan een last van haar schouders vallen en als hij het eenmaal weet zou hij op zoek kunnen naar de dader! Als de twee vrienden elkaar weer verlaten, op weg naar hun eigen huis, valt er inderdaad een last van Laura’s schouders. Ze is haar verhaal kwijt aan iemand om wie ze heel veel geeft, wie ze kan vertrouwen en waar ze goed mee kan praten.
Een week later gaat Laura weer naar school. Ze spreekt veel vrienden en dat doet haar goed. In de les zit er rechts van haar een jongen die geheimzinnig naar haar knipoogt. Laura realiseert zich dat hij nieuw is in haar klas. Hij ziet er niet bepaald fris uit en het valt op dat zijn ogen rood zijn. De tas van de jongen zit vol met twee boeken, allemaal zakjes wit poeder en een aantal spuitjes. “Wacht eens! Die spuiten… die zijn precies hetzelfde als die ik zag!” zegt het tienermeisje tegen haarzelf. Laura doet een poging om op te staan en naar de geheimzinnige jongen te lopen, maar iets laat haar aan haar stoel plakken. Twijfelt ze of is ze bang, bang voor de waarheid? Laura slaat haar lange, golvende haar aan de kant en waagt het om naar de jongen toe te lopen. Het lijkt haar onwaarschijnlijk dat nou precies die jongen haar heeft ontvoerd. Ze ziet in haar rechter ooghoek dat er iemand met een zakje wit poeder naar haar toe komt lopen, net voordat ze op wilt staan, “Zoek je ruzie? Je zit al een paar minuten naar mij te kijken en je mompelt van alles!” Laura voelt een brok in haar keel en weet even niks te zeggen totdat ze uiteindelijk de moed heeft, “Nou… nee… die spuiten. Ach, laat ook maar. Laat me met rust, oké?”. Ze duwt de jongen achteruit en rent het klaslokaal uit, op zoek naar de wc’s waar ze haar tranen van angst weg kan wegen. Angst overheerst haar lichaam en ze probeert elke keer weer de controle van haar lichaam terug te krijgen, “Was het dan toch mam? Dat mes was precies hetzelfde! De spuiten… die waren ook hetzelfde, alleen dan van die rare knul. Ik weet het niet meer!” huilt ze.
De bel gaat, iedereen is uit. Laura fietst een hele andere weg dan normaal en besluit eerst op bezoek te gaan bij Dennis. Eenmaal daar probeert ze al stotterend haar verhaal te vertellen, wie ze verdenkt en wat daaraan opvalt. Dennis troost haar, “Het komt wel goed meisje! Wist je niet dat die vreemde jongen in je klas zat en drugs gebruikte?”, “Nee Dennis, nee. Ik heb hem nog nooit eerder gezien, hij is nieuw in onze klas. Toch snap ik het niet meer!” Ze schrikt als Dennis onverwachts wordt gebeld. Zijn gezicht veranderd opeens in een boze jongen. Hij staat op en slaat Laura zomaar aan de kant. Wanneer hij ophangt zakt hij door zijn benen met zijn handen voor zijn ogen, “Nee! Niet nu! Wat heb ik gedaan!” jammert hij. “W… wat is er?” vraagt Laura verbaasd. Er volgt geen reactie van Dennis en ze besluit hem met rust te laten. Ze pakt haar fietst en gaat op weg naar haar eigen huis. Op de fiets krijgt ze een sms’je van Dennis waarin hij probeert uit te leggen wat er was. Blijkbaar heeft hij iets fout gedaan waardoor al zijn geld weg is. Er begint een lichtje te branden bij Laura. Geld? Snel sms’t ze terug. Na een kwartier heeft Laura nog geen sms terug gekregen. Ze is zo onderhand al thuis en maakt zich zorgen om Dennis. Ze rent naar haar kamer en gaat op haar bed liggen. Haar dagboekje ligt naast haar en Laura schrijft meteen drie bladzijdes vol met aantekeningen van wie haar zou kunnen hebben ontvoeren. Haar moeder klopt op de deur en loopt haar dochters kamer binnen, “Hoe gaat het nu met je?”, “Steeds slechter. Ik begin me zwakker te voelen, alsof ik ziek ben of ga worden.” Haar moeder komt naast haar zitten, “Het komt allemaal wel goed, meid van me!” Ze omarmt haar dochter, die zichzelf dankzij haar moeder alweer een stukje beter voelt. “Ga je huiswerk nu maar maken, anders krijg je dat niet meer af voor morgen.” Haar moeder geeft Laura een kusje op haar wang en loopt haar slaapkamer uit.
Laatst bijgewerkt door Cocodox op 19-08-11 15:56, in het totaal 1 keer bewerkt

Cocodox

Berichten: 1089
Geregistreerd: 02-04-10
Woonplaats: Arnhem

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-08-11 15:49

als ik het goed heb is dit deel 3 :')
edit: en 4!

*\o/*


3
“Hoi Laura! Laat ik mijn vriend even aan je voorstellen; dit is Aron.” Dennis geeft Aron een klopje en Laura steekt haar hand uit, “Ben jij niet de Aron uit mijn klas? De Aron die dacht dat ik ruzie zocht?”, “Ja.” Zwijgend zet ze haar tas op de grond. “Is er iets? Je kijkt niet zo vrolijk en je bent best kortaf…” vraagt Dennis aan haar. Laura haalt haar schouders op terwijl ze toekijkt hoe de twee jongens een jointje aansteken, “Is dat wiet?” Een aantal seconden word er niets gezegd en ze ziet hoe Dennis na denkt, “Nou, ja, soort van.” Ze besluit er niet verder over te discusseren en vraagt of ze mee kan naar zijn huis. Een paar minuten later, nadat de jointjes op zijn gerookt, gaan ze op weg naar Dennis’ huis. Laura merkt op hoe stil Aron is en dat hij zich een beetje op de achtergrond houdt. Als Laura en Aron op een gegeven moment op Dennis zijn bed neerploffen, terwijl Dennis zelf drinken aan het halen is, probeert ze contact te zoeken met Aron. Het gesprek verloopt moeizaam en alweer besluit ze maar te zwijgen. Haar ogen blijven stilstaan wanneer ze de tas van Aron ziet en ze heeft even het gevoel alsof ze droomt. Stokstijf blijft ze zitten, uit angst en toch ook uit nieuwsgierigheid. Een zakje waar met grote letters ZAD op staat doet haar adem bijna stoppen. Was het Aron dan toch? “Kijk daar! Wat een mooi beest!” zegt Laura terwijl ze naar buiten wijst in de hoop dat Aron naar buiten blijft staren. Snel duikt ze omlaag en kijkt in zijn tas. Op dat moment voelt ze een koude hand in haar nek, “Wil je cola of sinas?” Laura staat met een ruk op, “Doe mij maar, uh, cola.” “Oke, ik zet hier je glas neer.” Ze blijft een tijdje naar de muur staren totdat het haar opmerkt dat Dennis wat in zijn portemonnee schuift. “Wat is dat?” vraagt ze dan. Ze ziet dat het vele briefjes geld zijn, dus ze geloofd het maar niet. “Oh, niks hoor. Het is gewoon wat briefgeld van mijn moeder. Ik moet morgen, uh, boodschappen doen voor haar.” Laura besluit het maar te geloven, ook al klinkt Dennis ongeloofwaardig. Ze gaat recht overeind staan en ademt stevig in terwijl ze zich afvraagt waarom ze iedereen opeens zo wantrouwt. “Aron, waarom heb jij van die zakjes in je tas?” Het is doodstil in de kamer en het voelt bijna verdacht aan, “Die heb ik gekocht van iemand. Hoezo?”, “Ik ben ontvoerd. Ze hebben mij gebruikt als testpersoon voor een nieuw soort drugs. Die drugs heette toevallig ook ZAD en dat staat ook op die zakjes.” Laura kijkt Aron geschrokken en boos aan. Aron haalt zijn schouders wat droogjes op, “Ik heb geen idee waar je het over hebt. Ga je mij nou verdenken van een ontvoering?” Dennis gaat tussen de twee in staan en probeert een hevige ruzie te voorkomen. Laura probeert Dennis aan de kant te duwen, wat niet lukt. Uiteindelijk loopt ze maar om hem heen en wijst boos naar Aron, “Jij… jij hufter!” Ze rent het huis uit, pakt haar fietst en fietst voor haar gevoel nog sneller dan een auto naar haar huis. Thuis laat ze hijgend haar fiets vallen en belt een paar keer lang achter elkaar aan. Haar moeder doet de deur los terwijl Laura zich tegen haar moeder aan laat vallen, huilend en bijna hyperventilerend. Hoezo zou Dennis omgaan met een ontvoerder? Sterker nog, was het Aron echt? Haar moeder vangt haar troostend op en loopt met haar mee naar de woonkamer. Laura legt alles uit wat haar dwars zit, waar ze van geschrokken is en waarom ze nu zo bang is. Haar moeder belt meteen na haar verhaal de politie die diezelfde dag nog Aron en Dennis arresteren. De politie vraagt zich ook af waarom ze niet eerder ingelicht zijn. Dit is nou eenmaal een misdaad! “Wilde je zelf alles onderzoeken? Je hebt echt te laat alarm geslagen, jongedame!” Laura bijt

op haar onderlip en voelt zich ongemakkelijk tegenover zo’n grote politieman. “Ja, maar, maar ik wilde alleen maar weten wie het had gedaan zonder al die ophef van de politie!”, “In ieder geval heb je nu twee verdachten gevonden, Aron en Dennis.”


4

Het geschrokken meisje zwijgt en de politieman draait om terwijl hij rustig zijn koffie aan het roeren is. Op dat moment ziet Laura zo’n spuit en zo’n zelfde zakje met ZAD in de broekzak van de politieman. Ze krijgt een paniekaanval en begint iedereen steeds meer te wantrouwen, zelfs de politie. Het is alsof ze gek wordt en ze probeert aan iets anders te denken. Missie mislukt, ze kan het niet! Haar hoofd staat alleen maar bij mensen die haar gebruiken als proefdier in de vorm van een mens. Haar keel lijkt te worden dicht geknepen en dan wordt alles zwart…

“Laura? Laura! Wat is er toch?” Laura voelt een paar handen tegen haar wangen en probeert op te staan. Iemand drukt haar terug, “Blijf maar liggen meisje. Je had geloof ik een paniek aanval.” Eindelijk dringt het tot het meisje door. Het was misschien gewoon een droom. Althans, dat hoopt ze. Als ze op een stoel is getild wordt ze ondervraagt, “Waarom was je zo bang of in paniek?” vraagt een politieagente. Laura slikt, “Die politieman daar had hetzelfde zakje met drugs en de spuitjes, hij is eng en ik wil weg hier!” Ze spartelt met haar benen maar ze is slap, opstaan lukt niet, vluchten dus ook niet. De politieagente houdt haar vast, “Meid, dat is van Aron en Dennis. Trouwens, ze zijn allebei gepakt met dezelfde spullen. We weten nu niet meer wie nou de echte dader is.”, “Dus ze horen bij elkaar? Mijn moeder dan? Die had een mes, precies dezelfde!” De blik van de politieagente kalmeert haar en dat doet haar goed. “Jou moeder staat buiten het spel voor nu, Aron en Dennis zijn gewoon bijna feitelijk dader. We zijn alles aan het onderzoeken en je zult zo snel mogen weten hoe en wat. Bovendien zijn er meerdere exemplaren van zo’n mes.”, “Ja, maar wat als iemand anders het is? Dan loop ik nu nog steeds gevaar, toch?” Laura knijpt haar ogen samen terwijl ze het gevoel van een spuitje onder haar huid weer voelt. Het laat haar schrikken en ze telt tot tien. Even lijkt alles weer zwart te worden, maar ze weet het te onderdrukken. Na een tijdje komt de politieagent terug naar Laura, “We hebben bewijs, meer zelfs.” Laura zucht, “Laat me raden, het is Aron, het kan gewoon niet anders.”, “Nou, nee, we hebben briefjes van honderd in de portemonnee van Dennis gevonden. Dit betekend dat hij kan hebben gedeald met drugs, in dit geval de ZAD.” Het meisje, geschrokken van dit feit begint hard te praten, “Ik heb gezien dat hij dat in zijn portemonnee deed! Hij vertelde mij dat het van zijn moeder was!”, “Zijn ouders ontkennen het, we hebben hen ook al ingelicht.” De politieagente loopt naar haar kantoor terwijl zij in zichzelf praat. Laura kan het niet verstaan en eigenlijk boeit het haar ook niet zo veel. Na een halve dag op het politiebureau ondervraagt worden, wordt Laura eindelijk naar huis gebracht. Daar mag ze uitrusten en van de schrik bekomen. Thuis lukt dat nauwelijks. Laura voelt zich bedrogen door haar eigen, beste vriend. Wanneer de telefoon gaat schrikt ze dan ook heel erg, want ze was diep in gedachten verzonken. In eerste instantie durft ze niet op te nemen, maar ze doet het toch, “Hallo?”, “Hallo. U spreekt met meneer Poelle van het politiebureau. Ik bel u om te u in te lichten over de daders of verdachten van de ontvoering.” Het is even stil aan de andere kant van de lijn, “Oh…” Meer dan dat komt er niet echt uit, dus meneer Poelle vervolgt zijn verhaal, “Om alles even samen te vatten; Aron had de spullen van Dennis in zijn tas, dit is geconstateerd door DNA. Er zat DNA van beide personen op de spullen. Heeft u misschien gezien dat Dennis iets in de tas van Aron zocht, of er gewoon aanzat?” Even denkt ze na, “Nee meneer.”, “Goed. Dan klopt

Dennis’ verhaal tot nu toe nog. Wat blijkt nu…” In een flits ziet Laura nog hoe alles opeens begint te draaien en dat ze weer een smak op de grond maakt.



Slot komt ook nog wel, tenzij niemand die wil weten natuurlijk. Eerst maar gokken wie de dader is! _/-\o_

Robin_Rikkie

Berichten: 3816
Geregistreerd: 19-03-11
Woonplaats: Galder

Re: [VER] Onwaarschijnlijk - Detective voor school :D

Link naar dit bericht Geplaatst: 20-08-11 16:59

Spannend zeg :oo ik wou het meteen aflezen. En ik ben niet goed in raden := dus kom maar op met dat slot :D

Cocodox

Berichten: 1089
Geregistreerd: 02-04-10
Woonplaats: Arnhem

Re: [VER] Onwaarschijnlijk - Detective voor school :D

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 20-08-11 17:09

Haha, dat was ook de bedoeling! :)
Dan is het aardig goed gelukt.
Alles gebeurd wel een beetje snel enzo, maar we moesten het in 5 stukken doen dus het was lastig om in 4 dagen een heel verhaal goed in elkaar te zetten.
Ik zal het slot straks neerploffen hierzo :D