Ik moest eigenlijk alle fouten er nog uit halen en hem dan opsturen naar een paar docenten van mn school, dan zou hij in de schoolkrant komen van het almende of alleen mijn school (alsnog wel aardig wat leerlingen
)Dat was omdat Onwaarschijnlijk, zoals het heet, het beste was van de klas enzo.
Mijn docent vond hem toch zooooo boeiend ...

Hier staan alleen nog maar deel 1 en 2 van de 5, ik zal kijken of ik de rest nog kan vinden en anders dan is het gewoon voor jullie een open einde haha.
1
Langzaam voelt Laura een hand langs haar wang glijden en ze smeekt om genade. Ze voelt hoe iemand een hand op haar hoofd legt en lieve woorden tegen haar zegt. Langzaam opent ze haar opgezwollen, rode ogen en ziet haar moeder voor haar staan. Het tienermeisje schrikt en probeert van zich af te slaan, totdat ze door heeft dat het geen droom is. “Had je een nachtmerrie? Je hebt iedereen in huis wakker gegild meisje…”, fluistert Laura’s moeder. Laura veegt het zweet van haar hoofd en schrikt nogmaals, dit keer van een trillend mobieltje op haar nachtkastje. Ze zwijgt en pakt haar mobieltje terwijl ze met een twijfelgevoel haar wijsvinger naar een knopje brengt om op te nemen. Er klinkt een bekende stem en het duurt even voordat ze doorheeft dat het Dennis is. Hij vraagt Laura om over een uurtje bij zijn huis te komen. Haar moeder loopt weg en ze hangt op. Met een ruk vliegt ze van haar bed af, op zoek naar haar kleren. Eenmaal omgekleed, opgemaakt en ontbeten pakt ze haar fiets. “Lau, pas je wel op voor die vieze ventjes van tegenwoordig? Laat je niet voor de gek houden. Vergeet je jas niet aan te doen! Je sjaal ligt nog in je kamer, ruim die ook nog even op.”, zeurt haar moeder. Laura negeert het en fietst weg. Op de fiets wordt ze weer gebeld en ze neemt op. “Met Laura.”, klinkt het, “met wie spreek ik?”. Aan de andere kant van de lijn wordt niks gezegd, maar opeens hoort ze een heel hoog piepend geluid dat pijn doet in haar oren. Laura schrikt van het opeens hoge geluid in haar rechte oor en de adrenaline van een paar minuten geleden die nog in haar lijf giert. Ze is zo gefocust op het geluid dat ze een auto niet aan ziet komen, afwijkt naar links en aangereden wordt. In een seconde wordt alles zwart voor haar ogen en voelt ze nog een zware schok tegen haar hoofd.
“Zo… even kijken naar haar hoofd en dan leggen we haar op bed in de cel.” klinkt een jongensstem. Laura probeert haar ogen open te doen maar het lukt haar niet. Haar hoofd bonst en haar polsen doen pijn. Ze voelt een straaltje bloed langs haar wang stromen en blijft, onwetende van wat er gebeurt, liggen. Laura vraagt zich af wat er gebeurt was en het lijkt alsof ze een stukje van haar geheugen kwijt is. Opeens voelt ze een hand tegen haar hoofd, “Het ziet er wel goed uit. Ik denk dat we het straks even moeten hechten.” zegt iemand die een hand tegen Laura’s hoofd houdt. Laura wordt opgetilt en een paar minuten gedragen totdat ze uiteindelijk weer op een hard iets wordt neergelegt. Er klinkt een harde knal en ze hoort nog hoe mensen trots zijn. Ze heeft het gevoel dat ze opgesloten zit en dit maakt haar bang. Na een paar minuten kan ze haar ogen open krijgen en treft zichzelf aan in een donker hokje met een grote deur. Ze begint te huilen van alle schrik en angst. “Hoe lang ben ik hier al? Waar is iedereen? Het ergste nog; waar ben ik?” schreeuwt Laura. De grote deur in het kamertje gaat met veel lawaai open en Laura bekijkt de man die in de opening staat. Hij valt niet te herkennen, omdat hij zwart gekleed is en een grote muts met een zwart masker op heeft. Hij begint tegen Laura te praten, maar ze krijgt het allemaal niet mee. Het enigste wat ze nog denkt is de stem van de onbekende man die sprekend lijkt op diegene die haar in deze cel opsloot. Pas als de man dichterbij komt krijgt ze door wat hij van haar wilt. Laura laat het toe, omdat ze weet dat ze machteloos staat bij een breed gebouwde vent en zij als mager en lang meisje. Ze wordt meegenomen naar een kamertje en op de tafel gelegd. Links en rechts van haar liggen allemaal mesjes en operatie spullen. Haar hart gaat twee keer zo snel als daarvoor en in haar hoofd lijkt het wel een sneltrein. Alles gaat zo snel en voor ze het weet voelt een felle steek in haar hoofd. Een naald, een draadje… “Blijkbaar willen ze mij dus helpen door de wond in m’n hoofd te hechten!”, denkt ze. Verdoofd is het wel, maar niet goed genoeg. Af en toe bijt ze bijna haar tong aan stukjes, maar dat is het wel. Ze voelt een steek in haar heup en arm en vraagt zich af of dit nog wel met haar hoofd te maken heeft. Als een soort flits ziet ze een spuit voorbij vliegen en ze probeert zichzelf te redden. Losrukken, gillen en proberen te slaan. Niks helpt, ze zit vastgebonden en voelt zich machteloos. “Is dit de ZAD? Die is sterker dan cocaïne dus ik ben blij dat het op haar kan worden getest.” zegt iemand. Langzaam stopt Laura met het wild heen en weer schudden om zich los te maken. Ze weet dat het onmogelijk is en dat ze goed vast zit. Het enige wat nog helpt is haarzelf overgeven en dat doet Laura uiteindelijk ook. Haar hoofd wordt langzaam gevoelloos en ze ziet het plafond draaien. Er klinkt wat gekuch in de kamer, “Ze mag nu wel weer haar cel in, ik heb genoeg nieuwe drugs getest. Het is zeker 20.000 euro waard! Hebbes!” juicht een man. Laura voelt zich high. Ze wordt weer naar haar cel gebracht en eenmaal daar kan ze maar niet in slaap vallen. Het meisje is klaarwakker en volgestopt met onbekende drugs. Het enige wat nog door haar hoofd spint, is dat ze is gebruikt. Gebruikt voor drugs…
Laura heeft een paar uur lang, voor haar gevoel dan, lopen piekeren over hoe ze het beste kan ontsnappen. Ze heeft haar plan uitgestippeld en voert die ook uit. Bovenin haar cel zit een rooster. Laura zelf is aardig lang en verschuift met moeite het bed onder het rooster. Ze gaat er aan hangen tot het los is en uiteindelijk valt ze dus bijna op de grond, maar het maakt niet uit. Het rooster is er uit en dat is het belangrijkste voor nu! Haar adem stopt voor een paar seconden als ze voetstappen hoort. De deur van haar cel wordt opengedaan en er klinkt een luid gevloek. Laura ziet een paar vingers de zijkant grijpen van de luchtschacht waar ze zojuist is in gaan zitten door zichzelf op te hijsen en er in te klimmen. Een paniekaanval volgt en ze trapt in het rond tot ze weer gevloek hoort en de vingers zijn verdwenen. Snel kruipt ze door de luchtschacht en kruipt over een rooster van een ander kamertje. Laura ziet een paar mensen omhoog kijken en voordat ze weer weg wil kruipen ziet ze iemand omhoog springen, voelt een steek in haar been en kruipt weg. Een klein druppeltje bloed verlaat haar lichaam. Ze kruipt steeds verder en verder en de schacht lijkt steeds langer te worden. Laura’s hoofd begint te draaien en ze probeert verder te kruipen. Uiteindelijk ziet ze een rooster met daar vlak bij een deur. Ze trekt het rooster er handig uit en laat zich op de vloer vallen. Badend in het zweet en met een vleugje adrenaline rent ze naar de deur en trekt hem open, “Gelukt! De deur was gewoon open!” schreeuwt ze als ze buiten staat. Ze rent weg en zoekt mensen die haar de weg kunnen wijzen. Uiteindelijk, met veel hulp van vreemden, is ze bij Dennis’ huis beland. Het angstige meisje slaat tegen de deur en belt zo’n twintig keer aan. Als het eenmaal blijkt dat niemand open doet laat ze zich tegen de deur vallen. Laura is duizelig en voelt zich high. Plots ziet ze haar been en dringt het tot haar door. Meteen staat het tienermeisje op, “Dennis! Help! Mijn been bloed!” gilt ze. Laura besluit naar haar eigen huis te lopen en komt een half uur later thuis. Haar moeder maakt haar been schoon terwijl Laura het hele verhaal verteld, “Ik voel me zo draaierig…” zegt ze. Die zin blijft nog een tijdje in haar hoofd hangen en ze kan nergens anders meer aan denken dan aan ‘draaierig’. Als haar moeder het verhaal helemaal weet belt ze meteen Laura’s vader. In de tussentijd smeert Laura een broodje voor haarzelf en ziet een heel bekend mesje liggen. Ze schrikt, “oliebol… oliebol! Dit is hetzelfde mes als op die zogenaamde operatietafel! oliebol man!” zegt ze terwijl ze een paar keer op het aanrecht slaat met haar vuist. Als haar moeder binnen komt kijkt Laura meteen weer heel onschuldig en probeert het te vergeten. Toch blijft ze het raar vinden. Heel toevallig ligt daar hetzelfde mesje als in de kamer waar haar hoofd werd gehecht. Laura’s hoofd lijkt wel te ontploffen. Ze voelt zich nog steeds draaierig maar begint respect te krijgen voor diegene die haar ontvoert had. Tenslotte had diegene haar hoofdwond wel verzorgd! Ze probeert die gedachte te wissen, ze is immers wel een slachtoffer van een misdaad wat fataal had af kunnen lopen.
2
Nog niet helemaal wakker zit Laura aan tafel. Haar nacht was zwaar, ze heeft nauwelijks geslapen. Om het uur schrok ze wakker van enge dromen die ze had. ‘’Heb je zin in een lekker warm, net bruingebakken broodje?’’, ‘’Ja mam, lekker.’’ Langzaam kauwend eet Laura haar broodje op. Ze is zo in gedachten verzonken dat ze de vraag van haar moeder niet eens hoort. ‘’Huh wat? Vroeg je wat?’’, ‘’Ik vroeg of je vandaag wel of niet naar school wou. Van mij mag je best wel thuisblijven hoor!’’ Laura denkt even na. Als ze thuisblijft, dan zit ze hier met haar moeder, die haar allemaal lastige vragen stelt. ‘’Ja ik denk dat ik wel gewoon naar school ga,’’ besluit Laura. Nadat Laura zich helemaal heeft opgemaakt en haar tas ingepakt heeft, vertrekt ze naar school. ‘’Laura! Laura! Achter je!’’ Laura kijkt achter zich. Het is Dennis. Nog nooit was ze zo blij om een heel goede vriend te zien. Het voelt als een opluchting en meteen krijgt Dennis de hele gebeurtenis naar zijn kleine, maar toch met veel hersencelinhoud gevulde hoofd, geslingerd. Na twee uur vertellen klinkt er een diepe zucht, “Jeetje, wie zou het kunnen zijn?” vraagt Dennis verbaast. “Ik weet het niet, maar ik ben wel bang dat het weer gebeurt. Ik zit onder de blauwe plekken en korstjes van de spuiten! Misschien is het mijn eigen moeder wel… Er lag niet voor niets een mes die ik in zo’n kamer ook zag liggen,”, “Maar waar waren die spuiten dan voor? Erger nog, waarom jou moeder?” vraagt Dennis. Hij kijkt Laura begripvol aan en laat haar alle gebeurtenissen tegen hem vertellen. Volgens hem zal er dan een last van haar schouders vallen en als hij het eenmaal weet zou hij op zoek kunnen naar de dader! Als de twee vrienden elkaar weer verlaten, op weg naar hun eigen huis, valt er inderdaad een last van Laura’s schouders. Ze is haar verhaal kwijt aan iemand om wie ze heel veel geeft, wie ze kan vertrouwen en waar ze goed mee kan praten.
Een week later gaat Laura weer naar school. Ze spreekt veel vrienden en dat doet haar goed. In de les zit er rechts van haar een jongen die geheimzinnig naar haar knipoogt. Laura realiseert zich dat hij nieuw is in haar klas. Hij ziet er niet bepaald fris uit en het valt op dat zijn ogen rood zijn. De tas van de jongen zit vol met twee boeken, allemaal zakjes wit poeder en een aantal spuitjes. “Wacht eens! Die spuiten… die zijn precies hetzelfde als die ik zag!” zegt het tienermeisje tegen haarzelf. Laura doet een poging om op te staan en naar de geheimzinnige jongen te lopen, maar iets laat haar aan haar stoel plakken. Twijfelt ze of is ze bang, bang voor de waarheid? Laura slaat haar lange, golvende haar aan de kant en waagt het om naar de jongen toe te lopen. Het lijkt haar onwaarschijnlijk dat nou precies die jongen haar heeft ontvoerd. Ze ziet in haar rechter ooghoek dat er iemand met een zakje wit poeder naar haar toe komt lopen, net voordat ze op wilt staan, “Zoek je ruzie? Je zit al een paar minuten naar mij te kijken en je mompelt van alles!” Laura voelt een brok in haar keel en weet even niks te zeggen totdat ze uiteindelijk de moed heeft, “Nou… nee… die spuiten. Ach, laat ook maar. Laat me met rust, oké?”. Ze duwt de jongen achteruit en rent het klaslokaal uit, op zoek naar de wc’s waar ze haar tranen van angst weg kan wegen. Angst overheerst haar lichaam en ze probeert elke keer weer de controle van haar lichaam terug te krijgen, “Was het dan toch mam? Dat mes was precies hetzelfde! De spuiten… die waren ook hetzelfde, alleen dan van die rare knul. Ik weet het niet meer!” huilt ze.
De bel gaat, iedereen is uit. Laura fietst een hele andere weg dan normaal en besluit eerst op bezoek te gaan bij Dennis. Eenmaal daar probeert ze al stotterend haar verhaal te vertellen, wie ze verdenkt en wat daaraan opvalt. Dennis troost haar, “Het komt wel goed meisje! Wist je niet dat die vreemde jongen in je klas zat en drugs gebruikte?”, “Nee Dennis, nee. Ik heb hem nog nooit eerder gezien, hij is nieuw in onze klas. Toch snap ik het niet meer!” Ze schrikt als Dennis onverwachts wordt gebeld. Zijn gezicht veranderd opeens in een boze jongen. Hij staat op en slaat Laura zomaar aan de kant. Wanneer hij ophangt zakt hij door zijn benen met zijn handen voor zijn ogen, “Nee! Niet nu! Wat heb ik gedaan!” jammert hij. “W… wat is er?” vraagt Laura verbaasd. Er volgt geen reactie van Dennis en ze besluit hem met rust te laten. Ze pakt haar fietst en gaat op weg naar haar eigen huis. Op de fiets krijgt ze een sms’je van Dennis waarin hij probeert uit te leggen wat er was. Blijkbaar heeft hij iets fout gedaan waardoor al zijn geld weg is. Er begint een lichtje te branden bij Laura. Geld? Snel sms’t ze terug. Na een kwartier heeft Laura nog geen sms terug gekregen. Ze is zo onderhand al thuis en maakt zich zorgen om Dennis. Ze rent naar haar kamer en gaat op haar bed liggen. Haar dagboekje ligt naast haar en Laura schrijft meteen drie bladzijdes vol met aantekeningen van wie haar zou kunnen hebben ontvoeren. Haar moeder klopt op de deur en loopt haar dochters kamer binnen, “Hoe gaat het nu met je?”, “Steeds slechter. Ik begin me zwakker te voelen, alsof ik ziek ben of ga worden.” Haar moeder komt naast haar zitten, “Het komt allemaal wel goed, meid van me!” Ze omarmt haar dochter, die zichzelf dankzij haar moeder alweer een stukje beter voelt. “Ga je huiswerk nu maar maken, anders krijg je dat niet meer af voor morgen.” Haar moeder geeft Laura een kusje op haar wang en loopt haar slaapkamer uit.
ik wou het meteen aflezen. En ik ben niet goed in raden
dus kom maar op met dat slot
