Eerst heb ik je los gelaten, maar ik kon je niet echt laten gaan.
Daarom bleef ik vast houden, volhouden.
Nu ik je weer vast heb moet ik je loslaten, laten gaan.
Maar ik hou vast aan herinneringen, uit mijn hart zal je nooit gaan.
Ik ben bang voor het gemis, en voor het afscheid wat onvermijdelijk is.
Maar ik zal je de vleugels geven, om voor altijd te gaan zweven.
De pijn wordt van je afgenomen, mag je in vrede dromen.