veel leesplezier

Citaat:Ik denk er best vaak over na, wat als ik dood ben? Hoe ga ik dood? Waar ga ik dood? Wanneer ga ik dood? Wat is dood? Dat zal jij je vast ook wel eens afvragen. Ik ben een vrolijk meisje van 14 jaar, en wil natuurlijk nog lang niet dood. Want als ik dood ga moet ik mijn vrienden en familie missen, en zal ik ze pijn doen. Want stel je voor, als ik morgen dood ga. Hoe verdrietig zullen ze allemaal wel niet zijn? Zo’n jong vrolijk meisje, nu al dood? Als ik dood ga wil ik een brief achterlaten, een lange brief. Hoeveel ik van iedereen hou enzo. Maar je kan die brief niet schrijven als je niet weet wanneer je dood gaat. Misschien krak ik nu wel door mn stoel en ben ik dood. Of misschien ben ik wel onsterfelijk en leef ik nog 500 jaar door. Waarom zijn die dingen nou niet duidelijk in het leven?
En als je eens in de krant leest, dan zie je zoveel mensen die zijn overleden. En dan denk ik: Goh, misschien sta ik hier volgende week ook wel tussen. Niet dat ik dat wil, tuurlijk niet. Maar je moet toch een keer overlijden? Ik ben best benieuwd hoe het is om dood te gaan, waar je komt, of je je ouders ooit nog ziet. Maar daar kom je nooit achter, tot je dood bent. Als ik ooit dood ga wil ik ook weten wanneer ik dood ga, want dan kan ik iedereen nog een brief schrijven, hoeveel ik van ze hou, of hoeveel ik ze haat. Nee dat doe ik niet, laat de mensen die mij ooit hebben gepest maar spijt krijgen omdat ze nooit meer sorry kunnen zeggen. En als ik dood ben, hoe zou t dan met mijn ouders gaan? Mijn vriendinnen? Mijn klasgenoten en mijn leraren?
Terwijl ik dit schrijf weet ik dat het niet goed gaat met mijn vader. Hij heeft last van rugpijn en weetikveelwat. Ik snap er toch niks meer van, hij is naar de dokter geweest, en moet morgen naar het ziekenhuis. In mijn hele leven kwam alles op zijn pootjes terecht, dus dat vast ook wel weer.
De volgende dag kwam ik thuis met Roos, een van mijn beste vriendinnen die hier een straat vandaan woont. Ik gooide mijn tas onder de kapstok en gooide mn vest er overheen. Ohja papa moest vandaag naar het ziekenhuis, dacht ik terwijl ik binnen liep. Maar toen ik mama zag wist ik gelijk dat het mis was. Roos moeder zat naast haar met een arm om haar heen, mama huilde. En het enige woord wat ze kon uitspreken was kanker…
Huilend rende ik naar buiten en ging op de stoep zitten. Dit kon niet, het kon gewoon niet dat mijn vader kanker heeft. Roos kwam achter me aan rennen en ging naast me zitten, ze wist ook niet wat ze hiermee moest. Mensen keken mij raar aan, maar het boeide me niks. Mijn vader heeft verdomme kanker… Dacht ik in mezelf. Waarom hij?
Roos nam me weer mee naar binnen waarbij we op de bank gingen zitten. Roos moeder kwam naast me zitten. Toen kreeg ik het nieuws te horen, het nieuws wat ik nooit had willen horen. “Je vader gaat dood…” Fluisterde ze. Ik begon harder te huilen, ik wilde dit gewoon niet! Nu kwam de dood dicht bij, te dicht bij voor een meisje van mijn leeftijd.
Een week later zat ik in de klas, ik ben niet meer het meisje wat ik ben geweest. Tot de directeur binnen kwam en om mij vroeg. Ik liep met hem mee naar het kantoortje. Hij zei t gelijk. ‘Je vader is dood…’ Huilend zakte ik in, dit kon niet! ‘Wil je liever naar huis toe?’ vroeg de directeur. Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, niet naar huis.’ Zei ik terwijl ik weer naar t lokaal liep. Er viel een doodse stilte toen ik weer binnen kwam met rood behuilde ogen. Ik sjokte naar mijn plaats terwijl ik weer begon te huilen. Het kon me niks uitmaken wat iedereen van me vond, ze wisten toch wel dat mn vader dood was…
Ik kon het niet geloven, mijn vader die me altijd aan het lachen maakte, die nog zo vrolijk midden in het leven stond, nu al dood. Hoe zou ik nu nog leuke dingen kunnen gaan doen met de gedachte: als ik straks thuis kom is mijn vader er niet. Ik zou hem nooit meer kunnen zien, niet nog een keer voor het allerlaatste doei zeggen. Elke dag weer werd ik wakker met de gedachte: Ik heb geen vader meer. Niks klopte meer in mijn leven, en ik vroeg me nog maar een ding af: Waarom? Maar dat zal wel een vraag blijven, ik zal er nooit achter komen.
Mijn leven ging door, maar er miste een stukje. Ik voelde me leeg, weet niet meer wat ik moet doen. Het doet me pijn om kinderen met hun ouders samen te zien lopen over straat, gelukkig, lachend. Zoals het een maand geleden ook nog bij mij was. Ik wilde dat ik de tijd terug kan draaien, naar het verleden waar ik geen zorgen had. Sinds mijn vader overleed ben ik binnen een week tijd 7 kilo afgevallen, en steeds meer mensen begonnen zich zorgen te maken over mij. ’s Nachts sliep ik nauwelijks, ik kon de vraag waarom maar niet uit mijn hoofd krijgen. Met mama ging het alweer beter, ze had steun van Roos moeder, en is ook weer aan het werk. Maar ik voelde me zwak, omdat ik niks had kunnen doen aan papa’s dood.
Dag voor dag ging voorbij, er leek geen eind aan te komen. Verschillende mensen praatte met mij, omdat het nu echt slecht ging. Ik wilde bijna niks meer eten, sliep nauwelijks en maakte me veel te veel zorgen. Maar het boeide me niks, het was nou eenmaal zo. Ik weet ook wel dat het slecht met me gaat, maar er komen betere tijden, verwacht ik. Dat zal ook wel weer goed komen.
Beetje bij beetje ging het beter met me, ik was wat vrolijker en zag er beter uit. Dat was een behoorlijke opluchting voor iedereen. Ook ging het weer beter op school, ik kon me beter concentreren en had weer meer lol met Roos en mijn andere vriendinnen. Volgende week gaan we op kamp naar Engeland, en de hele klas had er al zin in. Onder studieles werd er uitgelegd waar we heen gaan, wat we gaan doen en wat je mee moet nemen. Gelijk was onze hele klas weer druk met het idee dat we over zes dagen al gingen vertrekken. Iedereen riep door de klas wat hij mee zou gaan nemen. ‘chips!’ ‘Snoep!’ ‘Energy!’ ‘Bier!’ ‘Nee Bram, alcohol is verboden.” Lachte onze mentor. Toen volgde er nog een lijstje wat absoluut verboden was, en ten slotte kregen we een brief mee waarop alle informatie stond. Druk verlieten we de klas, napratend over volgende week. Mevrouw riep ons nog achterna ‘vergeet de brief niet aan jullie ouders af te geven hé?’ Maar niemand hoorde haar meer. Even later fietste we met zijn allen terug, zoals we altijd fietste. Een hoop auto’s achter ons toeterde omdat Bram gevaarlijk over de weg slingerde, en hij vloog aan de kanten, tegen Roos aan. Ze viel tegen mij aan en zo lagen we met zijn zessen op de grond. ‘Bram verdomme!’ Lachte ik.
Even later liepen we met zijn allen Roos huis binnen, we besloten nog even bij haar te gaan zitten. Terwijl Roos en ik drinken pakte voor ons allemaal was de rest druk aan het praten. Toen we de kamer binnen kwamen was er nauwelijks plek over. Roos plofte op de stoel neer en voor mij bleef er niks anders over als naast Bram op de bank te gaan zitten. Op de basisschool was ik altijd verliefd op hem, maar gelukkig wist niemand dat. Nu gingen er de laatste tijd geruchten rond dat hij mij leuk zou vinden. Of dat echt waar is weet ik niet. Op een gegeven moment sloeg Bram een arm om me heen. Even werd ik rood, en ik wist niet wat ik moet doen. Ik zag Roos lachen naar mij. Zij wist ook dat ik hem altijd al leuk heb gevonden. ‘Vind je toch niet erg schat?’ Vroeg Bram aan mij, waardoor ik gelijk een nog roder hoofd kreeg. ‘Nee hoor.’ Stamelde ik. Waardoor Roos nog harder moest lachen. Gelukkig merkte Bram niks. Ik vond het totaal niet vervelend om zo te zitten, de tijd ging veel te snel voorbij. Tot Roos op haar mobiel keek en opmerkte dat het al kwart voor vijf is. ‘Ohw, dan moet ik nu gaan.’ Merkte ik op terwijl ik op stond. ‘Ik ook.’ Zei Bram. Samen liepen we naar buiten. Bram woonde niet zo ver bij mij vandaan, dus we fietste een stukje samen. ‘Wacht even.’ Zei Bram toen ik de andere kant op moest. ‘Ik heb je schrift nog.’ Oja, dat is waar ook. Bram had het huiswerk overgeschreven onder Nederlands. Toen ik het schrift in mijn tas had gestopt stonden we daar, tot iets gebeurde wat ik nooit verwachtte…
tips en commentaar mag, maar houd er wel rekening mee dat ik 13 ben
ik weet helaas ook hoe het echt voelt..
