[VER] Na een geopende deur

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
Reneee_

Berichten: 1638
Geregistreerd: 28-07-07
Woonplaats: Sörenberg

[VER] Na een geopende deur

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 10-05-11 18:38

Het is één van mijn eerste verhalen. In eerste instantie heb ik hem geschreven voor nederlands. Na wat aanpassingen was ik toch wel benieuwd wat andere er van zullen vinden. Tips zijn altijd welkom :)

Hoe zou het zijn om te kunnen vliegen? Alleen maar je vleugels uit te slaan en te zweven als een vogel? Ik zat in mijn licht blauwe kamer. De muren hadden de kleuren van de lucht. Mijn dekbed was wit en leek op een grote witte wolk in het midden van de lucht. Ik hield van mijn kamer, van ons huis die erbij stond als een groot landgoed. We leken een gelukkig gezinnetje, maar dat was schijn. Zoals het gezegde luidde: Ieder huisje heeft zijn kruisje, gold dat voor ons in een ergere versie. Mijn vader was nooit thuis en leek op een druk bezette zakenman, terwijl mijn moeder depressief was. Ik keek nog eens rond in mijn kamer en liet me vallen op de grote witte wolk. Ik mijmerde nog verder over mijn ouders, mijn broer die nooit thuis was en die leek op losbondige student. Ik voelde me diep ongelukkig, ik had het idee dat ik in een doos zat, een donkere doos zonder opening, waar het ademen steeds moeilijker werd.

Ik schrok van onze deurbel, hij had zo’n geluid waar ik iedere keer weer van schrok. Het viel niet te omschrijven, maar het gaf me een angstaanjagend gevoel. Ik was alleen in ons grote huis. Mijn moeder was sinds tijden de deur uit. Ze was naar haar vriendin Jolanda, die ze al jaren kon. Jolanda was zo’n vrouw die altijd wilde helpen maar ze was een beetje wispelturig wel op een elegante manier. Maar op de een of andere manier irriteerde ze me altijd, we lagen elkaar niet zo denk ik.

Ik hoorde de deurbel nog een keer, ik kon doen alsof er niemand thuis was. En ik wilde alweer terug lopen. Maar nee, het donkere gestalte achter te deur had me vast al gezien. Ik tuurde door onze glas-in-lood ramen. Het was een jongen of een man. Hij was lang en had een smal gezicht. Het zag vertrouwd uit en ik deed onze deur open. Het was een jongen van 17, maar hij kon ook 18 zijn. Hij had zwart haar zoals de kleur van mijn moeders zwarte potten. Hij had een slank figuur, maar ook een beetje slungelig. Zijn neus stond kaarsrecht, en hij had tanden waarvoor een beugel aan te pas was geweest. Hij had smalle ogen zo groen als het gras, met gouden spikkeltjes. Ik merkte dat ik hem zowat aanstaarde. Hij vroeg me waarom ik zo keek, en of hij er door kon. Ik antwoordde dat ik niet zomaar mensen kon binnenlaten en negeerde zijn eerste vraag. Hij werd ongeduldig en vroeg om Nico, mijn broer of hij misschien thuis was. Ik keek het verontwaardigd aan. Wat dacht die macho wel niet, dat hij gelijk de baas over me kon spelen. Ik antwoordde dat Nico niet thuis was, maar dat hij wel even wat drinken kon krijgen omdat hij er zo verhit uitzag. De jongen moest lachen en de muur tussen ons smolt langzaam. Ik voelde me warm worden.

De jongen liep onze woonkamer binnen en keek bewonderend. Onze woonkamer was gebroken wit en overal waren aparte dingen, zoals mijn vaders waterpijp en mijn moeders zwarte potten. Zwarte potten lijken heel normaal, maar ze werden gebruikt door een oud mevrouwtje dat wekelijks bij ons over vloer kwam. Ze bewoog altijd heel stilletjes dat ik haar altijd een beetje eng vond. Ze sprak rare teksten uit en zei dat de boze geest uit ons huis verdween. Ik geloofde niet in die boze geesten.

De jongen zei dat hij onze kamer mooi vond en ging ongevraagd op de bank zitten. Ik keek hem even verward aan, dit was niet iets wat wij in onze kringen gewend waren. Ik liep naar de keuken om wat drinken te halen. Eenmaal terug in de woonkamer stelde de jongen zich voor. Timo heette hij en die naam deed me denken aan de jongen in mijn lievelingsboek. Ik ging tegenover hem zitten op de zwarte poef en keek hem aandachtig aan. Hij grijnsde en ik dacht aan de vogel die ik zijn wilde, een grote adelaar, die macht in de lucht had over alle vogels. Het maakte me achterdochtig, en opeens wilde ik dat ik hem nooit had binnengelaten. Hij vroeg waarom ik niet naast hem kwam zitten op een manier die ik niet thuis kon brengen. Ik vertrouwde Timo, met zijn mooie zwarte haar en zijn kaarsrechte neus niet meer. Ik besloot hem dat niet te laten merken en ik ging naast hem zitten op onze witte hoekbank. Hij trok me bij zich, hardhandig en ik voelde me totaal niet prettig. Ik vroeg hem daarom wat hij ging doen. Hij grijnsde alleen maar en op eens snapte ik het. Een meisje van 16 alleen thuis waar niemand haar zou horen, dat kon maar één ding betekenen. Vol angst keek ik hem aan. Mijn gevoelens hadden het bij het rechte eind. Ik kon alleen maar nee schreeuwen voordat zijn zware gewicht boven op me dook.