hoi allemaal,
als eerste , leuk dat je de moeite neemt om te kijken ! Ik heb een verhaal geschreven , nouja ik ben nog steeds bezig . Ik ben erg benieuwd wat jullie ervan vinden en alle commentaar is welkom !
Ik heb mijn verhaal wel eens laten lezen maar kreeg toen alleen negatief commentaar . Dit vind ik wel jammer omdat -ookal vind je het verhaal niet fijn- een verhaal nooit 100% slecht is . Daarom vraag ik jullie één negatief punt te noemen en één positief punt .
mijn eigen commentaar ;
* soms langdradig .
* Typfoutjes .
deel 1.
Yela.. ik fluit zachtjes op mijn vingers.
Het roodbruine paard heft het hoofd en spitst haar oren . De prachtige kleur van de vacht weerkaatst in het middagzonnetje .
Ik sta op uit het gras , sla de grassprietjes van mijn rok , wrijf de slaap uit mijn ogen en loop dan naar het paard toe.
Dag lieverd , zeg ik vrolijk . Met een laag hinnikje als begroeting komt ze me tegemoet.
Zachtjes streel ik door de fluweelzachte zwarte manen van de merrie .
Ik kijk omhoog , knijp mijn ogen tot spleetjes om tegen het velle licht van de zon in de kunnen kijken .
Wat vind je ervan om zomenteen even een ritje te maken ? Het paard briest alsof het wil zeggen dat het daar wel zinin heeft .
Ik ben zo terug , ik moet nog even wat kruiden plukken voor Dala. Daarna gaan wij er even lekker opuit !
Met een laatste klopje op de stevige hals van het paard haast ik me naar binnen om mijn mandje te pakken .
Vlak voordat ik mijn hutje uit ga bedenk ik me , en neem ook de grote waterkruik mee die ik voor de helft vul met water .
Met deze hitte zal er weinig water in de grote beek zitten , en hoogstwaarschijnlijk zullen ook de rivieren bijna leeg staan .
Als ik de deur uit wil gaan komt nuchska luid blaffend op me afgerend ,
Nee Nuch , jij kunt niet mee, zeg ik spijtig . Morgen weer , als ik meer tijd heb . Ik loop naar het houten kastje en uit het onderste laatje pak ik een paar hondenbotjes ,
Vermaak jij je hier maar even mee , zeg ik tegen het kleine gevlekte hondje . Ik laat de botjes op de grond vallen en nuchska stuift er opaf alsof ze al weken geen eten heeft gehad .
Snel ga ik naar buiten en steek de op dit moment leegstaande rivier over . Normaal ga ik altijd via de boomstam die als bruggetje dient , maar dat is nu niet nodig .
Ik wandel het pad uit , sla links af en ga via de grote open velden naar de bergen . Als ik bijna bij de vurige berg ben sta ik even stil , en knijp mijn ogen tot spleetjes.
Ja , daar loopt hij , een prachtige zwarte hengst loopt met nog een aantal paarden , drie grote isabelkleurige paarden , een aantal veulens en achteraan loopt een bont gekleurde merrie langs de rivieren opzoek naar
water .
Wat niet makkelijk was met dit weer . Ik vind het altijd een prachtig gezicht als ze de zwarte hengst met zijn kudde ziet lopen . Ze lopen meestal wel in deze streek rond , maar het was meestal wel moeilijk om ze te
ontdekken . Daarom vind ik het ook zo bijzonder als ik ze eens in de zoveel tijd kan zien . Vooral in de zomer glanst de vacht van de hengst zo sterk dat je soms denkt dat je je eigen spiegelbeeld erin ziet..
Ik blijf even staan kijken , en dan herinnder ik me weer waarom ik was weggegaan , ik moest basilicum hebben voor Dala , de kleine witte pony die vaak moeite heeft met zijn spijsvertering .
Ik loop naar een grote berg, ik weet dat aan de zijkanten vaak het groene plantje groeit .Met mijn ogen speur ik de grond rondom de berg af . Net op het moment dat ik naar de volgende berg wil lopen zie ik de kleine
heldergroene blaadjes van de basilicumplant boven de grond uitsteken. Ik scheur een handvol blaadjes af en doe ze in het kleine rieten mandje.
Ik blijf even stil staan om uit te rusten en het zweet van mijn voorhoofd te vegen.
Nu merk ik pas hoe droog mijn mond is , snel draai ik de dop van de kruik en neem een paar slokken . Zo , dat is beter.
Tevreden ga ik naar huis .
Ik kijk omhoog naar de zon , en zie dat de avond valt, en de lucht overgaat van lichtblauw naar roze. . ach , het is niet zo erg dat mijn ritje met yela iets later wordt , rijden met deze hitte is toch niet te doen .
Eenmaal bij mijn hutje aangekomen zie ik dat Dala , Yela , en de rest van de paarden zich al bij het hek verdringen , wachtend op hun eten .
Dat komt goed uit , nu kan ik de kleine witte Dala meteen zijn kruiden voeren.
Ik loop naar het oude vervallen schuurtje toe , dat nog keiner is dan mijn hutje .
Ik pak de kruiwagen , en doe er flink wat hooi in . Ik rijd hem naar het weilandje toe , en gooi het hooi over het hek heen , en kijk even naar mijn handen die een beetje geschaafd zijn vanwege de veroeste handvaten
van de kruiwagen.
De dominanste paarden vallen het eerst aan , de verlegen en onderdanige , waaronder Dala en nog een paar zwart bont gekleurde pony's blijven een beetje achteraan te wachten op hun eten , althans wat er dan
nog van over is . Ik leid Yela en Dala naar een ander weitje , waar ze op hun gemak kunnen eten , zonder te worden weggejaagd door de anderen .
De meesten krijgen hooi . Alleen Dala en Yela krijgen wat extra brokken , omdat zij ook meer werken . Dala heb ik vaak voor mijn wagentje . uren rijden door de velden , paden en bergen .
hij vindt het geweldig , maar het put hem ook uit , vandaar dat hij vaak nog wat meer brokken krijgt .
Even blijf ik kijken hoe de twee dieren hulzig hun eten oppeuzelen , en dan ga ik naar binnen om zelf ook iets te eten .
Ik loop via het hutje naar het kleine achtertuintje . Ik voel dat het water van die middag in de kruik warm is geworden en gooi het in de bosjes en loop naar de waterput om nieuwe te halen.
als ik klaar ben loop ik naar de achterkant van het tuintje , waar een zelfgemaakte ketel staat van drie stokken met een ketting gebonden op het punt waar de drie stokken elkaar kruisen , en waar aan de onderkant
van de ketting een ketel hangt waar de soep in wordt gekookt . ik loop naar de achterant van het hutje en doe het deurtje open , luid piepend van blijdschap stormt Nuchska naar buiten .
halverwege zijn reis naar de vijver ,waar hij van plan was in te duiken , stopt hij en rent terug om zijn baasje even te bedanken voor de bevrijding , ik kniel naast hem neer , hij likt mijn gezicht . Ik lach en aai zijn
gevlekte hoofdje en geef hem een knuffel . dan zet hij zijn tocht weer voort naar de vijver , en ik ga naar binnen om hout en de soep te pakken .
met mijn handen vol loop ik weer naar buiten , de frisse avondlucht tegemoet . Een koele bries aait over mijn arm .
Ik loop naar de ketel toe en leg het hout eronder . Als na een kwartiertje het hout keurig onder de ketel brandt, gooi ik de verse groenten van de soep erin .
Na een tijdje wordt het me iets te heet , en ik ga naar het vijvertje waar nuchska wild in het rond springt . Ik gooi mijn benen in het heerlijke koele water .
Zo blijf ik een tijdje zitten , genietend van de rust die er altijd rondom het huisje heerst .
Na een tijdje sta ik op om te kijken hoe ver de soep is . Als ik naar de ketel toe loop zie ik dat de damp er vanaf slaat , nu zal het zeker wel goed zijn denk ik.
Ik loop weer naar binnen en doe het onderste laatje van het oude kastje open . Er liggen houten lepels , oude kommen , en een paar bordjes en nog wat oude spullen . Nee , echt ordelijk heb ik het niet in mijn hutje.
maar dat is ook niet nodig , want ik weet waar alles ligt , ik heb orde in mijn chaos . Het ziet er alleen een beetje rommelig uit , maar dat geeft niet , want er komen toch nauwelijks mensen bij me .
Ik ken ook nauwelijks mensen ,daar heb ik eigenlijk ook geen behoefte aan , ik vind mensen maar raar , ookal ben ik er zelf een.
Het enige verschil tussen de vrienden die de meeste mensen hebben en mijn vrienden is dat mijn vrienden vier benen hebben , niet roddelen , je niet buiten sluiten , niet liegen , en behaard zijn .
Ik pak de oude kom en de houten lepen en ga weer naar buiten .
eenmaal bij de ketel doe ik mijn pink in de soep en proef , het is wel goed zo , alleen nog een beetje heet . Ik haal de kom door de soep heen en ga op mijn hurken zitten . Blijkbaar is nuchska klaar met zijn bad
want hij komt vrolijk blaffend op me afgerend . Hij kijkt me aan en houdt zijn hoofdje met zijn flapoortjes schuin . Ik zucht , nou goed dan, oude schooier lach ik en ik vis het vlees er voorzichtig uit , en voel even met
mijn vingers of het niet te heet is , dan geef ik ze aan het smekende hondje . die het vervolgens gulzig opeet . hij kijkt me aan met hoopvolle ogen , nee Nuch , anders heb ik zelf straks niets meer over .
Ik lepel de soep voorzichtig naar binnen . Als ik klaar ben sta ik op en loop weer naar binnen , en zet de spullen op het kastje . Met mijn ogen speur ik het kamertje af , dan zie ik het geen waar ik naar zocht , ik open
het kistje en haal de laatste stukken oud brood eruit .
Ik loop rechtsrreeks naar buiten , naar het kleine schuurtje , aan één van de vastgetimmerde spijkers hangt een oud in elkaar geflanst halstertje van oude touwen . Ik haal het van de haak , en neem het mee naar
buiten.
Bij het weiland aangekomen rommel ik in de zak van mijn jas , opzoek naar de stukken brood . De paarden hebben het geknisper opgemerkt en hangen nieuwschierig met hun hoofden over de rand van het hek.
Ik probeer het brood zo eerlijk mogelijk te verdelen , wat niet gemakkelijk is , elke keer als ik de achterste paarden ook iets wil geven , wordt dat niet toegestaan door de rest . Vooral Tarka , een voskleurge merrie
begint te vaak te happen . het spijt me jongens , zeg ik tegen de achertste dieren , die geduldig staan te wachten op hun beurt. Jullie krijgen vanavond nog iets , beloof ik de dieren .
Ik loop door naar achteren , met de rest van de paarden die me op de voet volgt . Nee, jullie krijgen niets meer hoor , zeg ik lachend.
Ik ben bij het hek aangekomen , waar aan de andere kant Dala en Yela al staan te wachten , die het genisper vast ook zullen hebben opgemerkt .
Ik verdeel het brood eerlijk , wat zonder problemen gaat . De rest kan nog veel van jullie leren zeg ik lachend , ik schud mijn hoofd. Ik aai over het grote vriendelijke hoofd van Yela , dat ze op mijn schouder laat
rusten .
Ik gooi de touwen , die als teugels moeten dienen over de hals van het paard . Gewillig steekt ze haar neus in het halster , en ik laat de touwen over haar oren glijden , en knoop de touwen onder haar kin vast .
Ik leid haar mee naar het houten bruggetje, dat gemaakt is van boomstammen en houten planken , die dwars over de rivier heen liggen.Voorzichtig en twijfelend stap ik het bruggetje op , met yela achter me aan. ik
haal opgelucht adem als we aan de andere kant zijn .
Het zal niet lang duren of het bruggetje zal het begeven . Even stil blijven staan hoor , zeg ik tegen het paard . Yela weet wat er van haar verwacht wordt ,en blijft keurig stil staan .
Ik leg mijn linkerarm over de hals , en met mijn rechterhand pak ik een pluk manen. Ik hup een paar keer op de grond , en dan zet ik af , ik gooi mijn rechterbeen over de rug , en prbeer mezelf een beetje op te hijsen.
braaf. zeg ik tegen het paard , ik gooi mijn rok waar ik op zit , naar achteren . Als ik goed zit , klak ik met mijn tong , en stapvoets rijden we het pad af .
Aan het eind van het pad beginnen de kilometers lange velden . Ik laat yela aandraven , en even later voel ik de ruime ritmische galoppassen , Ik spreid mijn armen en sluit mijn ogen .
als een vliegende vogel die gedragen wordt . Ik voel de koele avond bries die door mijn haren waait en mijn armen streelt. Ik wou dat het eeuwig kon duren. ' s avonds een rit maken in de prachtige omgeving van
Luanda, er is niets mooiers , wat jij Yela? Yela laat een tevreden bries horen , dat vast als antwoordt dient .
Ik open mijn ogen , en neem de teugels aan , gehoorzaam gaat Yela over in een rustige gelijkmatige draf ,en daarna stapvoets. Ik kijk omhoog , naar de grote steile berg waar we voor staan .
ik stuur haar het pad van de berg op , losse stenen ontwijkend . zo blijben we een lange tijd stappen . Als we eindelijk de top van de berg bereikt hebben laat ik Yela even halt houden om van het adembenemende
uitzicht te genieten . Ik kijk uit over kilometers lange velden , enorme bossen , en daar, achter in het bos , verscholen achter de golvende heuvels , staat de hengt met zijn kudde, ik kan het haast niet geloven , zo zie
je ze maanden niet , en zo twee keer op een dag.
Ik zie dat ze allemaal hun hoofden hebben gebogen . Ik pers mijn ogen samen om het beter te kunnen zien . Dan zie ik opgelucht dat de dieren water hebben gevonden , waar ze vast de hele dag naar op zoek zijn
geweest. ik aai Yela , die al die tijd geduldig heeft staan wachten , over haar hals .
Ik laat haar omkeren en ga opweg naar huis . al van verre hoor ik Dala hinneken. Thuis aangekomen spring ik van Yela's rug af. Aarzelend kijk ik naar het bruggetje , zou hij het nog even vol kunnen houden ? vraag ik
mezelf af . voorzichtig zet ik een voet op het bruggetje , stapje voor stapje loop ik over het bruggetje met Yela achter me aan. eenmaal veilig aan de andere kant van het bruggetje , kijk ik opgelucht achterom naar
het bruggetje , vanavond maar meteen nieuw hout halen , neem ik me voor . Ik maak de knoop van het halster los . en laat de touwen van het hoofd afglijden . ik geef het paard een zachte zoen op zijn snuit , en Dala
een liefdevolle aai over zijn manenkam .
Welterusten lieverds , tot morgen . Ik loop het weiland uit , nu pas merk ik hoe moe ik ben , de gedachte aan een hete kop thee , een warm bed en een lekker dik boek doet me besluiten om mijn voornemen om
boomstammen voor het bruggetje te zoeken , tot morgen te bewaren . Als ik mijn hutje binnenkom loop ik regelrecht naar het houten bed toe, dat rechts achter in de hoek van het kamertje staat. Ik speur de muur en
het plafond af , waar kaneelstrookjes een sterke geur verspreiden , ik laat mijn blik over de muur glijden, waar een bosje kamille hangt , een paar kleine aan elkaar gebonden bosjes rozemarijn en.. aah! Precies wat
ik zoek , ik zie een klein schattig wit pepermuntplantje. Voorzichtig haal ik één van de plantjes uit het bosje , dat met een touwtje is vastgebonden. Ik loop naar de ander kant van het kamertje , en pak een kom die ik
vul met water . Ik vewarm het water in de grote ketel die buiten staat. Als de hitte in mijn gezicht slaat, pak ik de kom en schenk het dampende water erin . Vervolgens doe ik de pepermunt blaadjes in de
kom en laat het even trekken , snel doof ik het vuur . En ga weer naar binnen. Ik merk dat de drukte en hitte van vandaag , toch wel wat hoofdpijn heeft veroorzaakt. Ik neem voorzichtig een slokje van de hete thee .
en laat het hete drankje zijn werk doen .
Ik zet het kommetje op het kastje naast mijn bed , en kruip onder de dikke ruwe paardendeken .
Ik pak een vergeeld , oud boek , dat vol met ezelsoren en scheuren zit , onder mijn kussen vandaan .
‘’De tocht naar het geluk ‘’ staat er met zilverkleurige letters op de kaft gedrukt.
Alhoewel het een enorm spannend boek is , vallen mijn ogen toch dicht na twee bladzijden te
hebben gelezen.
deel 2.
Slaperig wrijf ik in mijn ogen , die ik net met moeite open heb kunnen krijgen.
Als de vroege ochtendzon langzaam bezit van de dag neemt , is de vermoeidheid net zo snel verdwenen als hij kwam . Ik sla de deken van me af , en schiet in de van riet gevlochten sandalen die onder mijn bed liggen . En neem de kleren , die ik de avond van tevoren op de grond heb laten liggen , mee naar buiten . samen met de fles shampoo.Met mijn handen vol probeer ik met mijn elleboog de deurklink van het deurtje naar beneden te doen. Die langzaam open gaat en een beetje over de grond schuurt . Nuchska spitst haar oren en opend een van haar ogen . Als ze ziet dat ik geen bloeddorstige inbreken ben , laat ze het oogje weer dichtvallen . Zachtjes laat ik de deur achter me dicht vallen , en loop met mijn linnen zilver-blauw gespreepte broek en jasje die als pyjama dient , naar buiten . Als ik over het hek van het voorste weiland klim staan de paarden al op hun eten te wachten . Ik word aan alle kanten begroet door vrolijke snuitjes . Die nieuwschierig in mijn gezicht snuffelen. Lachend probeer ik ze allemaal evenveel aandacht te geven . Ik loop door naar het achterste weilandje . Daar aangekomen zie ik dat Dala en Yela al helemaal aan de achterkant van het weitje staan , hun hoofden laag . Ik klim over het hek , en versnel mijn pas . Als ik bij de achterkant aankom , zie ik dat de rivier gevuld is met helder, schoon water . Yela en Dala staan gulzig te drinken van het frisse water . ik laat laat de vieze kleren en de fles shampoo of de grond vallen , en ga op mijn hurken zitten . ik rommel tussen het stapeltje kleren en haal een lange witte rok tevoorschijn . Net op het moment dat ik de rok in het water wil leggen merk ik dat hij wel erg zwaar aanvoelt . Ik steek mijn hand in de rechterzak en haal een klein groen stukje zeep tevoorschijn. Ik schud lachend mijn hoofd , af en toe kan ik ook zo slordig zijn . Ik moet er toch eens om gaan denken . Ik kon het stukje zeep al niet vinden , het komt nu iniedergeval wel goed van pas. Ik laat de rok in het water zakken . Opeens voel ik koude druppels in mijn nek. Ik kan nog net een gil binnenhouden . Welke gek laat nou ijskoud water in je nek sijpelen !? ik draai me om , het monster is niemand anders dan Yela , die klaar is met drinken . Ik zie het water van haar mond af sijpelen . Lachend geef ik een aai over het grote hoofd . Ik haal de rok uit het water en knijp hem goed uit . De rest van de was laat ik ook in het water zakken . Een groezelige witte handdoek , een rood geruite theedoek , en een paar grijze sokken . En tot slot ben ik zelf aan de beurt. Ik zeep mezelf van top tot teen in met het groene stukje zeep , en pak de fles shampoo van de kant , en giet en beetje in mijn hand , en wrijf het in mijn haren . Ik buk , zodat ik mijn haren in het water kan laten zakken , en zo de shampoo eruit kan wassen . Als ik uit de rivier klim is de rok nog te nat om aan te doen , dus trek ik de linnen pyjama weer aan . ik haal de rest van de was ook uit het water en knijp het uit . Ik bind mijn haren in een staart . En ga op op weg naar mijn hutje .Ik leg de bult was op de grond , en hang het op aan de lange waslijn die tussen twee palen gebonden is . Als De muffe geur van de kaneelstrookjes aan het plafond komen me al tegemoet . Ik haal en paar stukken brood uit het kistje dat bedolven ligt onder een bult van hand en theedoeken . Ik neem de stukken brood mee naar buiten , en ga op mijn rug onder een grote rozenboom in de schaduw liggen . Rustig kauw ik op de knapperige stukken brood terwijl ik omhoog kijk naar de witte en roze blaadjes die aan de takken van de enorme boom groeien . Ik voel de warme zon in mijn gezicht . Dan herinner ik me weer mijn voornemen van de vorige avond .Ik zou bommstammen zoeken voor een nieuwe brug . Meteen nadat mijn brood tot op de laatste kruimel op is ga ik op pad . Ik sta op en voel aan de kleding die aan de waslijn hangt . een beetje vochtig , maar droog genoeg om aan te trekken. Ik loop naar het schuurtje en neem de oude kettingzaag van de haak . daarna verwissel ik de pyjama voor de rok , en ga op pad . Opeens hoor ik luid geblaf en gekrabbel aan de deur die ik net achter me dicht heb gedaan .Ik doe de deur open en Nuchska stormt naar buiten . Was ik je bijna vergeten! Zeg ik lachend . Ik wandel het pad, dat naar mijn huisje leidt, af , met Nuchska achter me aan . Terwijl ik met een vrolijk kwispelende Nuchska het pad af loop , neurie ik een liedje . Ik ken alleen de melodie , de tekst weet ik niet meer .Mama zong het vroeger altijd als ik niet kon slapen , of eigenlijk als ik niet wilde slapen . dat was het meer . Ik moet in mezelf grinniken , vroeger was ik nooit moe te krijgen , en dat is eigenlijk altijd zo gebeleven . Ik sta even stil bij een grote appelboom . Ik zie een appel die net binnen het bereik van mijn handen hangt . Ik ga op mijn tenen staan om er net bij te kunnen. Ik pluk hem van de grote tak af . Het is een groen rood gekleurd appeltje , hij proeft sappig als ik een hap neem . Als ik even later het pad in sla dat naar het bos leidt , valt mijn blik op een brede, niet al te grote boom . Net op het moment dat ik eropaf wil lopen , stokt mijn adem in mijn keel. Ik probeer weg te duiken achter een van de dichtsbijzijnde boomstammen. Maar het is al te laat . Een brede man komt met grote passen op me af lopen . Zo , kijk eens even ! Wie hebben we hier, zegt hij grijnzend, ons kleine heksje! . Nee Abedi, alsjeblieft! Smeek ik . maar het is al te laat , de man grijpt me bij mijn polzen . Van angst kan ik geen woord meer uitbrengen .
Hij neemt me minachtend van top tot teen op met zijn ene oog , met het andere wenkt hij een van zijn vrienden , die met veel kabaal een boom naar de grond helpt . Vertel jij eens even.... ? Chalondra . antwoord ik stug . Vertel jij eens even Chalondra vervolgt hij zijn verhaal , wat doet een meisje als jij hier zo laat op de avond nog zo diep in het bos? Ik zoek sint janskruid meneer , ik heb erge hoofdpijn en .. aha! Een heks ! Dat soort onderkruipsel kunnen we hier niet gebruiken . Zegt hij met kille stem . de man die zo even de boom ten gronde hielp , is naast Abedi komen staan . Pak het touw, beveelt hij de man . Die vervolgens gehoorzaam een touw tevoorschijn haalt. Bind haar vast ! beveelt hij . Van angst zijn al mijn spieren verslapt. En laat ik alles toe . Als ik even later het tafereel van twee mannen die elkaar bulderend op de schouders staan zie , terwijl ik zelf stevig gebonden vaststa , besef ik dat ik verloren ben . ik probeer me te bewegen , maar de touwen snijden in mijn vel.
De man kijkt me doordringend aan met zijn bijna zwarte ogen . ik vroeg je wat ! buldert hij . Ik kijk hem vragend aan . Bang dat hij me wat aandoet , besluit ik om me niet te verzetten en tegen te werken . nou,hoeveel? Vraagt hij ongeduldig. Sorry , ik weet niet wat u bedoelt .. dan kijken we zelf wel even , zegt hij dreigend . Met zijn ene hand houdt hij mijn polsen op mijn rug , met zijn andere doorzoekt hij de zakken van mijn rok . verdomme ! die heks heeft nog gelijk ook ! mompelt hij meer in zichzelf dan tegen mij , terwijl hij zijn handen uit de zak van mijn rok haalt . Hij schudt zijn hoofd , nou hebben we twee keer niks aan je. Even blijf ik staan , niet wetend wat hij met zijn opmerking bedoelt . wegwezen nu ! buldert hij . Dat lijkt me voldoende uitleg . Ik ren weg , in de richting van mijn hutje , met nuchska die niets van de hele gebeurtenis gebreep , maar er ook een onaangenaam gevoel bij heeft gekregen . Zonder om te kijken ren ik in de richtig van mijn hutje . Ik ruk de duer open en glip naar binnen met Nuchska . Voor de zekerheid pak ik een stoel die ik onder de deurklink zet , waarmee ik het naar beneden duwen van de deurklink belemmer. Ondanks de hitte , heb ik het toch ijskoud van de man gekregen , evenals Nuchska , die trillend in een hoek is gaan zitten . Ik streel zachtjes over het hoofd van het trillende hondje . Dan loop ik naar de muur boven mijn bed , en haal een paar strookjes valeriaan van de muur . Ik leg de blaadjes in mijn hand en kniel naast het hondje neer, voorizchtig snuffelt hij aan mijn hand . Zo blijf ik een tijdje zitten , het kopje van het hondje strelend . Terwijl hij aan de valeriaan blijft snuffelen merk ik dat hij na een tijdje wat gekalmeerd is , en zijn ademhaling langzamer en regelmatiger wordt. Na een tijdje vallen zijn oogjes dicht . Voorzichtig til ik hem van mijn schoot en leg hem in zijn mandje , naast mijn bed . Ik voel dat ik mijn eigen ogen ook nauwelijks meer open kan houden , ik sta op en blaas de kaarsen , die de kamer schemerig verlichten , uit . Ik kleed me uit , en trek het jasje van de pyjama over mijn hoofd , en laat de andere kleding op de grond liggen . Ik kruip in mijn bed en trek de deken op tot aan mijn kin . Binnen een paar minuten val ik weg in een onrustige slaap.
De volgende morgen word ik met een angstig , naar gevoel wakker . Even weet niet waar het nare gevoel vandaan komt , maar dan herrinner ik me mijn droom weer. De man zat me kilomers lang achterna , ik viel steeds om, omdat mijn polsen met touwen op mijn rug waren gebonden, en ik steeds mijn evenwicht verloor. Er gaat een rilling door mijn lijf als ik er aan terug denk .Een frisse douche zal me vast goed doen . Ik sla de deken van me af en blijf even op de rand van het houten bed zitten , Nuchska , die ik de vorige avond naast mijn bed heb gezet is in een diepe slaap verdwenen. Vertedert kijk ik naar het kleine hondje dat af en toe een hoog peipje uit zijn keel laat horen diep in zijn slaap . Zachtjes , om het hondje niet wakker te maken stap ik uit bed . Buiten word ik al begroet door tientallen fladderende flinders , nieuwschierige paarden , en een warm zonnenstraaltje . Op slag ben ik de angstige droom die de nacht heeft gebracht , vergeten . Ik loop naar het schuurtje en pak de kruiwagen en het hooi , de paarden schrapen al ongeduldig met hun hoeven in het zand als ze me met het hooi aan zien komen. Eerst gooi ik het hooi over het hek , daarna klim ik er zelf achteraan . Ik geef Tarka, de voskleurige merrie een aai over haar hals. Ik laat mijn blik door de kleine kudde paarden glijden , opzoek naar Bonja , een van de dominanste paarden die er altijd als de kippen bij is als er gevoerdt wordt, het verbaasd me dan ook dat ik haar nog niet opgemerkt heb . Opeens hoor ik een klaaglijke hoest , het komt aan de achterkant van de kudde vandaan . Snel haast ik me in de richting van het geluid. Helemaal achteraan zie ik Bonja , haar hoofd laag , en oren hangend . Ze ziet me , maar besteedt nauwelijks aandacht aan me . Ik aai haar over haar fijne hoofd. Zo blijf ik een tijdje staan totdat de stilte wordt doorbroken door een schurende hoest. Bezorgt kijk ik naar Bonja , die tussen het hoesten door naar adem snakt. Ondertussen ga ik in mijn hoofd het rijtje af van kruiden die vaak bij hoestaanvallen worden gebruikt; anijszaad,zoethout,tijm, klein hoefblad en Foenegriek worden volgens mij het meeste gebruikt . Ik zal vandaag toch het bos in moeten voor nieuwe boomstammen , die ik gisteren door de toestand van de man niet mee heb kunnen nemen, dus kon ik nu evengoed ook wat kruid voor Bonja menemen . Ik ga weer naar binnen om me om te kleden en iets te eten . In een oud ebbenhouten kistje achterin mijn kamertje haal ik twee rimpelige sinaasappels, een rood geel gekleurd appeltje en een meloen tevoorschijn. Ik snijd de appel in vieren en haal het klokhuis eruit , dat ik vervolgens in de zak van mijn rok stop. Ik open de deur van het hutje , dat met een krakend geluid open gaat . Nuchska komt bij het horen van de krakende deur , al aangetrippeld op haar korte pootjes . Ze glipt snel en handig tussen de deur door . Lachend doe ik de duer achter me dicht . Ik klim over het eerste hek waar de paarden staan , tot mijn opluchting zie ik dat Bonja ook is begonnen met wat hooi te eten . Ik kijk even achterom en zie Nuchska worstelen om onder het hek door te kruipen . Als het hem eindelijk gelukt is zit hij onder de modder en zand vlekken . Door het dolle heen rent hij achter me , naar het achterste weiland . Ik klim over het hek , en vlak voordat Nuchska op het punt staat om ook onder dit hek door te kruipen , til ik haar op en zet haar keurig aan de andere kant van het hek af . Zo, dat scheelt een hoop moeite, zeg ik lachend . Yela en Dala staan ons al op te wachten , ik haal de vier stukjes klokhuis uit mijn rok , en voer ze aande paarden . Ik heb zomenteen een klusje voor jou , zeg ik tegen Dala . Jij mag me even helpen met boomstammen te dragen . Dan kom je er ook weer eens uit ! Blijkbaar weet hij dat ik het tegen hem heb , want hij kijkt me vragend, met gespitste oortjes aan. Er druipt een soort appelmoes van zijn mond . lachend streel ik hem over zijn hals. Ik ben zo terug , zeg ik tegen de paarden . Ik loop , in de richting van het schuurtje . Met veel lawaai haal ik een wagentje tevoorschijn , waar een tuigje bovenop ligt . met al mijn krachten probeer ik het wagentje in beweging te krijgen . eenmaal buiten bedenk ik hoe ik het wagentje bij het weiland van dala en Yela krijg . Of liever gezegt, hoe ik Dala en Yela hier krijg . Toch nog maar voor een keer het bruggetje gebruiken , en Dala hier mee naar toe nemen , besluit ik . Soepel klim ik over het eerste hek , daarna over het tweede . Ik neem Dala bij zijn voorpluk . en leid hem mee naar het bruggetje . de schorst van de meeste bomen is er voor een groot deel al af , wat het ook nog glad maakt. Gelukkig is Dala maar een klein paardje en niet zo’n reus als Yela , ik laat de voorpluk van Dala los , want ik heb beide handen nodig om in evenwicht te blijven . Gehoorzaam volgt Dala. Weer op de veilige grond aangekomen neem ik Dala weer bij zijn voorpluk en leid hem mee naar het wagentje . Ik gooi het tuigje over hem heen , en maak alle gespen en riemen vast .
Even later rijden we het hobbelige pad af . Ik voel een warme zonnenstraal op mijn rug . Hoge bomen die aan de weerzeiden van het pad groeien , vallen bij de toppen een beetje opzij , zodat we door een soort tunnel rijden , en niet zoveel last van de hitte hebben . Bij een grote boom laat ik Dala even stil staan . Aan de zijkant zie ik een klein geel bloemetje .Ik spring van de bok en ruik aan het bloemetje . ja , dit moet de foenegriek zijn waar ik naar zocht . Ik kijk om me heen , zoekend naar iets waar ik het bloemetje in kan doen . Als ik niets kan vinden stop ik het bloemetje in de zak van mijn rok , hopend dat dat beschermend genoeg zal zijn . Ik klim op de bok en zet de tocht weer voort . Net op het moment dat ik Dala aan wil laten draven hoor ik gefluit,geschreeuw en zie ik een man op een groot , bruin-bont gekleurd paard over de velden galopperen , iets achterna. Ik houd een hand voor mijn ogen en tuur in de verte. Tot mijn grote schrik zie ik dat de man niemand minder dan Abedi is , die de zwarte hengt achterna zit ..
Hij houdt een lang touw in zijn handen en zwaait ermee boven zijn hoofd . De hengst houdt zijn hoofd hoog en galoppeerd met snelle, krachtige passen over de velden . Ik blijf staan kijken , de man ziet me niet , daarvoor is hij te ver weg . En al zou hij me zien , hij zou vast teveel met de hengt bezig zijn . Aan het einde van het veld zie dat de hengst het linkerpad in wil vluchten , dat naar de bergen leidt. Maar daar had Abedi al op gerekend. Bij de vier uitgangen stonden vier mannen met paarden en touwen te wachten. Het paard komt slippend tot stilstand , veroorzaakt een wolk van stof en zand en kijkt schichtig om zich heen , zoekend naar een andere uitweg .