Dit is mijn eerste gedicht (na die paar in die buien dat ik dacht dat dichten mij hielp met van alles, een jaar of 5 geleden).
Het is een beetje geïnspireerd op Lotus Europa - Spinvis. Ik denk niet dat iemand het gaat snappen, misschien niet eens lezen want zo kort is het niet

Ben benieuwd of het in de smaak valt. Ik denk het niet, maar ik vind het geweldig.
Leuk volk
Hè hè, ik zit
Dat werd eens tijd
Die rol word toch best zwaar
Op een gegeven moment
Hij verraadt je
Waar je bij staat
Zoals alles wat ik doe
Wat ik moet
Wat ik wil
Ik zit
Maar niet bij het raam
Wat k_t
Dan duurt het zo lang
En is het zo saai
Gelukkig voor mij
Gebeurt er een hoop
Zullen ze het zien
Een vrouw tegenover me
Niet precies
Want ze zit bij het raam
Ze komt niet uit een van de landen
Die ik al bezocht heb
Denk ik dan
Ze kucht
Melodisch
En leest
De man naast haar
Aan de andere kant
Van het pad
Geboren in een jaar hier ver vandaan
Dat kun je wel zien
Vind je niet
Aan zijn gezicht
Zou best nog eens Freek kunnen heten
De vrouw kucht
Ze hoest me een glimlach
Het melodietje staat me wel aan
Naast mij aan de andere kant
De vierde van ons
Doodgewone man
Zakelijk, saai en een koptelefoon
Hij leest in een tijdschrift
Wat ik me nu afvraag
Zou hij niets originelers kunnen bedenken
Bijvoorbeeld de vrouw
Ze leest donald Duck
Schaterlach
Want ik lees het nu pas
Mijn gevoel lacht zich krom
Maar de rest
Van ons
Is verdiept
Ze zien het niet
Verdiept in de Donald
Verdiept in het tijdschrift
Freek is verdiept in zijn simpele leven
De hand in de tas brengt een prachtige appel
Rustig want Freek heeft de tijd
Pakt de tijd
Kent de tijd en houdt van de tijd
Mijn denken wordt stil
Maar kil absoluut niet
Nee absoluut niet want ik ben ontroerd
Door Freek
Met de appel
Volgend station
Driebergen Zeist
Het plastic zakje
En het mesje
Freek schilt zijn appel in dominante vrede
Schillen in het zakje niet op de grond
Uch-uch
Giegel in mijn buik
Er zit geloof ik
Een ritme in haar
De schillen zijn dik
De man met de lelijke schoenen
Oranje bruine lelijke schoen
Bah lelijk
Nette mannen schoenen
Ik ken maar één jongen van mijn leeftijd
Met die schoenen
En dan moet ik lachen
Weer lachen
Volgend station
De saaie man woont hier
Of werkt hier
Of heeft een vriendin hier
Want hij stapt uit
De schoonheid
Van de gekte
Houdt niet op
Freek pakt uit zijn tas
Doekjes die me meenemen
Naar de klas van ooit
Waar die doekjes hingen
Voor de grootste snotneuzen
Ze waren niet fijn
Zo hard
En mijn neus brandde altijd
Nadien
Maar dat veel liever
Dan snot op je lip
Vind je ook niet
Freek veegt zijn mond schoon
En daarna zijn mesje
Gooit het zakje met de schillen
In dat ding
Wat nooit goed opengaat
En vaak zo vol zit
Uch-uch
Volgend station
Ik moet eruit
Dat ik hierbij mocht
Het paste wel
Met mijn rol papier
Van twee meter lang
Die mocht rusten
Op mijn schouder en mijn knie
Bliep
Dat was mijn pasje
Uitgecheckt