Commentaar sta ik voor open, want ik ben niet zo'n sterke schrijfster. Ook heb ik de laatste jaren weinig nederlands gesproken, laat staan geschreven. Dus het kan zijn dat er wat (of misschien wel meerderen
) foutjes in zitten.Maar hier alvast het eerste deel.
Ik heb het al aardig uitgestippeld hoe het moet gaan lopen en weet het einde ook al wel een beetje, maar zeker is het nog niet. Want ik weet dan nog niet goed wat ik daarna moet gaan schrijven. Maar laten we maar eerst zien of we genoeg fantasie hebben om dit verhaal tot zijn einde te brengen.
Citaat:Langzaam aan word ik wakker. Ik open mijn ogen en ik voel gelijk de pijn door mijn hele lichaam kruipen. Ik kijk om me heen, maar ik kan niet alles zo goed zien. Er komen enkele lichtstralen door de bakstenen heen. Verder is de kamer donker gekleurd. Ik zit op een betonnen vloer, tegen een betonnen wand aan. Wanneer ik me wil bewegen en op wil staan, voel ik iets zwaars aan mijn armen en benen hangen en hoor het geluid van ijzer dat langs elkaar heen glijd. Ik zit vast met kettingen aan de muur. Ik probeer vervolgens toch op te staan, maar ik zak al snel weer door mijn benen. Ik voel me zwak en bedenk me opeens hoelang ik al wel niet buiten westen ben geweest. Mijn maag rammelt en ik heb duidelijk al enige tijd niets te eten gehad.
Opnieuw word ik wakker, maar deze keer komt er geen licht naar binnen. Ik voel om me heen en merk dat ik verplaatst ben. Nu zit ik op tegels, koude kleine tegels. Mijn armen en benen zijn vrij van de kettingen, ook voel ik dat mijn maag niet meer zoveel honger heeft als eerder. Ik vraag me af wat ik heb gedaan en hoe ik hier terecht kom. Dan probeer ik op te staan. Nog steeds voel ik de pijn door mijn hele lichaam. Ik voel om me heen en ik grijp naar iets wat van steen is gemaakt, of iets wat daarop lijkt. Daarnaast staat ook iets, maar ik kan het niet bij brengen wat het is. Ik loop voorzichtig verder met mijn hand aan de wand. Ik heb zo het gevoel dat ik de plaats herken waar ik me nu bevind. Dan voel ik iets, het lijkt op een lichtschakelaar. Ik druk erop en het licht gaat langzaam aan. Ik zie gelijk waar ik ben. Het is de badkamer van ons eigen huis. Waarschijnlijk heb ik gedroomd en geslaapwandeld, dat ik vervolgens in de badkamer terecht ben gekomen.
Ik kleed me aan met veel pijn en moeite. Er moet nog wat anders zijn gebeurd waardoor ik deze vreselijke pijn heb opgelopen. Ik loop naar de badkamer om me vervolgens te wassen. Daar zie ik mezelf in de spiegel en schrik gelijk bij het beeld wat ik zie! Het lijkt wel of ik verwaarloosd ben. Ik maak mezelf op, want zo kan ik echt niet naar school. Ik pak mijn mascara, mijn oogpotlood en de tube foundation. Zo, denk ik bij mezelf, dat is al een hele verbetering. Maar zal ik gisteren ook zo naar school zijn gegaan? Of had ik geen school? Ach, wat maakt het ook uit, het is vast en zeker niet interessant geweest.
Ik loop langzaam en voorzichtig de trap af. Elke stap die ik zet doet vreselijk veel pijn. Ik open de deur naar de keuken, waar ik mijn moeder aan de keukentafel aantref en mijn vader tegen het aanrecht geleud. Hij begint hard te lachen: “Mens wat zie jij eruit! Vanwaar die dikke laag make up?”
“Ik probeer alle rode en blauwe vlekken te verbergen, die ik vannacht op heb gelopen tijdens het slaapwandelen” snauw ik terug. “Zo, zo jij bent niet in een positieve stemming vandaag”. Ja wat wil je, denk ik bij mezelf.
Ik kijk op de klok die boven de tafel hangt. “oliebol, ik kom nog te laat! Waarom hebben jullie me niet wakker gemaakt?” Mijn moeder kijkt eindelijk ook eens op “Ach sorry, we dachten dat je al beneden was, maar ik breng je wel even naar school.”
“Heey Kelly, fijne vakantie gehad? Wat heb je gedaan? Achter het raam met een rode lamp gezeten of aan de drugs gezeten?” Huh, dacht ik bij mezelf. Vakantie, prutsmuts, drugs? Heb ik iets gemist? Aan het eind van de gang zie ik mijn beste vriendin Sanne staan. Ik loop naar haar toe. “Wat is er toch aan de hand? Waarom zitten ze me zo uit te schelden?” Ze draait zich om met een verbaasde maar boze blik: “Ja wat wil je, kijk hoe je eruit ziet! En wie spijbelt dan ook van school, voor tweeënhalve week. Dat kan nooit wat goeds betekenen. Als ik jou was zal ik me maar snel bij de directeur melden, voordat hij naar jou toekomt!”
“Maar, maar” en verder kwam ik niet, of mijn zin werd onderbroken door een paar strenge woorden: “Mevrouw Kelder, wilt u wel even heel snel naar mijn kantoor gaan?”
“Meisje, meisje, meisje toch, wat doe je jezelf toch aan? Vorige maand behaalde je nog de beste resultaten van de klas en daarna verdwijn je plotseling.” “Waar heeft u het over, net zoals al die anderen? Ik lijd aan geheugenverlies, dat moet ik toegeven, want ik kan me weinig van de afgelopen weken herinneren. Zelfs weet ik niet meer, wat ik gisteren gedaan heb. Maar ik zal nooit van school spijbelen, dat weet u toch ook wel?” Na mijn woorden zie ik hem bedacht kijken. Want hij weet heel goed dat ik het beste van het beste wil halen. Maar wat is er in vredesnaam gebeurt met mij? Dat ik spijbel en me niets meer kan herinneren? “Ja dat dacht ik inderdaad, totdat je niet meer kwam op dagen. Je krijgt nog één kans van me, maar dan wil ik je nog geen uur zien spijbelen van school.” “Ja meneer” zei ik kort en krachtig, want ik kon er moeilijk tegenin gaan. “Fris jezelf maar iets op, want je ziet er nog niet helemaal wakker uit. Ik verwacht dan dat je naar je tweede les gaat.”
Ik kijk in de spiegel en moet toch wel toegeven dat ik er slecht uit zie. Even later gaat de bel voor de tweede les en ik gooi nog even snel wat water in mijn gezicht en pak mijn tas. Langzaam en voorzichtig loop ik de gang door. Ik zie in mijn ooghoeken dat bijna iedereen mij aanstaart.
“Zo, mevrouw Kelder is er ook weer” zei meneer Schaap, onze geschiedenisleraar. “Ja terug van weg geweest” grinnik ik, om iedereen maar een beetje tevreden te stellen. “Waar ben je al die tijd toch geweest? Want in die tijd heeft de klas twee zwaar meetelende proefwerken gehad en voor jou twee enen erin moeten schrijven. Daarmee is je cijfer van een 9,2 naar een 6,5 gezakt.” “WAT! Nee, dat kunt u niet menen meneer, u weet dat ik nog nooit lager dan een 8,5 voor geschiedenis heb gehaald. Kan ik ze niet inhalen? Als het echt moet zelfs nog voor of na schooltijd!” “Je weet de regels Kelly. Proefwerken die vijf keer meetellen moeten gemaakt worden op de dag dat ze staan gepland, of je moet zo doodziek zijn, maar duidelijk was jij dat niet.” Heel even werd het zwart voor mijn ogen en had ik de laatste woorden niet meer gehoord van de leraar. “Meneer, is het mogelijk dat ik even naar de schoolarts ga? Mijn benen doen zoveel pijn dat ik er bijna niet meer op kan staan.” “Nog een les missen? Kelly, dat kan zo langer niet! Laat ze eens zien” Ik haal rustig één broekspijp op en schrik er zelf van. Mijn hele been is bond en blauw en heeft letterlijk alle kleuren van de regenboog. “Dit is niet goed meisje, ga maar snel naar de arts en zeg haar dat ze je naar het ziekenhuis brengt, deze les haal je wel weer in. En over die toetsen hebben we het later nog wel!”. Ik loop langzamer dan ooit de deur uit, de gang door. Eigenlijk heb ik maar weinig zin om naar de schoolarts te gaan en lig ik liever in mijn eigen bed uit te rusten. Ik loop dat toilet in om mezelf nog eens goed te bekijken. Met wat toiletpapier probeer ik de foundation van mijn gezicht af te halen. Langzaam aan komen er verschikkelijke plekken te voorschijn, ongeveer dezelfde die ook op mijn benen zitten. Ik vraag me af hoe dit gebeurd is. Want met slaapwandelen loop je toch niet zulke gigantische blauwe plekken op? Dan opeens schiet het beeld van mijn droom weer naar voren. Het vreemde is dat het echt voelde en dat ik het nog nooit eerder ervaren heb. Toen deed mijn lichaam al pijn. Dus op dat moment moest ik me al ergens aan bezeerd hebben. Waar ik verder over gedroomd heb weet ik ook zo niet meer.
Snel veeg ik nog de laatste resten foundation van mijn gezicht en loop ik weer richting de gang. Aan het eind moest ik rechts en achter de tweede deur links zat de schoolarts. Ik struimel weer langzaam de gang door en loop de hoek om. Het wordt opeens weer zwart voor mijn ogen en vervolgens zak ik in elkaar.