‘Een kreun ontsnapte haar tussen de lippen, dat tot enige ergernis leidde van haar vrienden, die hetzelfde verhaal al enkele malen hadden mogen aanhoren’
‘Enigszins twijfelachtig schuifelde iedereen langzaam van haar af, gesmoord door haar eigen verdriet, aan het verdrinken in haar eigen tranen. Als ze zo door zou gaan houdt zij niemand over.’
‘Verdriet kent zoveel pijnlijke wegen, en heeft zoveel namen, momenteel had zij last van het alom bekende liefdesverdriet ‘luduvudu’, en hier zou ze alleen uit moeten zien te komen.’
Terwijl ze verzonk in haar gedachten probeerde ze te bedenken hoe lang al, ze had zich zo voorgenomen zichzelf dit keer niet te verliezen, dat ze voor zichzelf zou kiezen. Wanneer begon ze dan echt verliefd op hem te worden, hoe lang zaten die kriebels daar al, en sinds wanneer kon zij hem zien met haar ogen gesloten.
‘Je bent lief’ had hij gezegd, zo simpel, maar toch waren deze woorden zo waardevol voor haar geweest. Zelfs toen al, in het prille begin, van deze toch al gedoemde ‘relatie’.
Ze had hem die eerste keer gezien in het café, hij kwam haar zo bekend voor en eigenlijk gelijk al verloor ze haar standvastige gevoel toen ze hem in de ogen keek. Toen al had ze zich slap in haar benen gevoeld, had ze die kriebels gehad in haar buik. En eigenlijk had ze het toen al moeten negeren, dat had zoveel verdriet gespaard, zoveel tranen.
Toch was ze zwak geweest en had ze hem steeds met haar ogen opgezocht tussen al de mensen, en ook had ze zijn blik gevoeld die ook telkens naar haar hadden gekeken.
Ze was gefascineerd geweest, had hem goed opgenomen in haar gedachten en was van dat moment al verloren geweest.
‘Gefrustreerd sloeg ze met haar vuist op de muur, haar gedachten en gevoelens kon ze niet temmen. Langzaam rolde er een traan van pure verdriet over haar bolle wangen. Haar ogen rood en opgezwollen, staarde ergens in de lucht.’
Ze had gelijk gehad toen ze had gedacht dat ze hem dacht te herkennen, kennelijk had ze vroeger nog met hem opgetrokken toen ze een jaar of vier oud waren. Dat had haar moeder verklaard.
Ze had niet gedacht verder nog iets van hem te horen, ze had er die dag niet geweldig uitgezien in haar werkkleren en met haar warrige haar. Maar toch had ze hem die nacht in haar dromen weer ontmoet.
Niks was minder waar toen ze hem de volgende dag weer zag, heel de avond en heel de nacht had hij haar geen woord waardig geschonken. Wel had hij vaak naar haar gekeken, vluchtig maar hij had haar ook diep in haar ogen gestaard.
Na sluitingstijd waarbij ze vaak nog met een vast groepje bleven zitten om na te praten was hij ook blijven zitten.
‘Wie zou jij kiezen, als je moest?’ Die vraag was niet moeilijk te beantwoorden voor haar, terwijl ze zijn blik ontweek zei ze zijn naam. Ze merkte dat ze een lichte blos op haar wangen kreeg en door dat besef begon zij alleen maar meer te blozen. Toch had ze opgekeken toen hij haar naam had genoemd, en ze had zich geliefd gevoeld.
‘Met een zucht plofte ze op de bank, door het vele ijsberen wist ze nog niet wat ze moest doen. Een hopeloos gevoel kwam in haar op, en even was ze bang dat ze deze gevoelens en gedachten nooit meer van zich af zou kunnen zetten.’
Het was een koude Novemberavond geweest, hij was haar achterna gelopen toen ze besloten had naar huis te gaan. Op dat moment kon ze zichzelf wel voor haar hoofd slaan dat ze voor deze jas had gekozen. Hij was dan wel warm, maar tegelijkertijd leek ze hier wel een olifant in. Schuchter had ze naar hem gekeken, waarna hij haar lachend aankeek, waarbij zijn ogen straalde en haar de kou deden vergeten. Hij had haar haar telefoon nummer gevraagd, zonder enige twijfel had ze deze gegeven en was daarna energievol naar huis gefietst.
Die nacht nog werd er veel af ge-sms’t, en was had haar hart telkens een sprongetje gemaakt als haar telefoon trilde, wat betekende dat hij weer een bericht had gestuurd.
Ze verlangde nu al naar het volgende weekend, ze verlangde er nu al weer naar om hem weer te zien.
Die week had hij vrij weinig laten horen wat ongenoegen had opgewekt bij haar, ze betrapte zichzelf er op dat ze veel te vaak naar haar telefoon keek. Schouderophalend had ze gedacht dat het vast maar een bevlieging was geweest, maar waarom had ze dan die kriebels in haar buik, bestond er dan daadwerkelijk iets als liefde op het eerste gezicht.
‘Op dat punt had ze moeten stoppen besefte ze, langzaam stond ze op van de bank waar ze dacht comfortabel te kunnen zitten. Haar gedachten dwaalde steeds weer af en ze kon zich niet concentreren op de televisie. Ze slenterde de trap op en besloot een warme douche te nemen.’
Toch had ze hem die vrijdag weer gezien, en hij had weer naar haar gekeken, weer had ze dat weke gevoel in haar benen gehad, dat rommelige gevoel in haar buik en dat lichte gevoel in haar hoofd. Het was niet een gevoel dat ze aanmoedigde, maar alsnog liet ze het zijn beloop gaan, ze vocht er niet tegen, dat wou ze niet. Ze was verliefd.
Wel was ze vroeg naar huis gegaan, en had hem verder niet gesproken, hij had haar nog gebeld waarom ze weg was gegaan, ze besefte dat ze had gestotterd aan de telefoon.
Ook de avond daarop had hij daar gezeten, ze wist dat hij daar normaal niet vaak kwam, maar ze was blij dat hij dat nu wel deed. Zijn stem maakte dat ze zich week voelde van binnen, zijn ogen gaven haar een blos op haar wangen.
Ze had het jammer gevonden dat de tijd zo snel was gegaan, ze had hem liever langer bij haar gehad. Dat besefte ze zich maar al te goed toen ze naar huis was gegaan.
Dat was de avond geweest dat hij zo had aangedrongen om nog wat na te praten in zijn auto, ze had het eigenlijk willen afslaan, ze had gezegd dat dat wellicht een andere keer kon. Uiteindelijk had hij haar weten te overhalen en was hij haar thuis terug komen halen.
‘Met haar handen open gehouden onder de straal van de douchekop verwelkomde ze het warme water. Ze wou haar ogen niet sluiten, ze wou dat haar besef bij het hier en nu zou blijven. Hij was het niet waard.’
Even was ze verbaasd toen ze hem met een bril zag, het misstond hem echter helemaal niet, het had wel wat. Hij verontschuldigde zich er nog voor, hierbij had ze even gegiecheld, en hem gezegd dat die bril hem eigenlijk heel goed stond.
Ze had hem gezegd dat ze het niet te laat wou maken, maar de tijd vloog voorbij en leek veel te snel te gaan. Ze hadden gelachen, ze hadden serieus gepraat, ze hadden stiltes gehad, geen oncomfortabele stiltes waarbij ze elkaar hadden aangekeken, hadden begrepen, en waarbij ze soms in de lach schoten.
Stiltes waarbij ze had beseft dat ze hoopte dat het voor altijd zo zou zijn, onschuldig, en vrij, had ze toen maar beter geweten.
Nadat hij haar had thuis gebracht hadden ze nog ge-sms’t, ze was bijna bang dat ze last van haar kaken zou krijgen, haar lach kon niet van haar gelaat vertrekken.
Eigenlijk hoopte ze dat ze hem de zondag nog zou kunnen zien, dat zou de zeker vragen.
Ook deze nacht zag ze hem verschijnen in haar dromen.
‘Met een zucht sloot ze de kraan, het had geen nut, dit gevoel kon ze niet kwijt raken, het had helemaal niet lang geduurd, ze hadden niet eens echt een relatie gehad. Waarom moest ze zich dan zo voelen, er is niks stuk gegaan, het was beter zo. Ze had deze keer voor zichzelf gekozen, waarom voelde het dan niet goed..’
Hij was die zondag gekomen, zij was alleen thuis geweest ze voelde zich zo op het gemak bij hem, daar hadden ze samen op de bank gezeten, waarna zij langzaam maar doelgericht haar hoofd bij het zijne legde. Hij had haar door haar haar gestreeld, en zij had haar ogen gesloten en enkel genoten van zijn zachte stem en zijn zoete geur die ze rook.
Dat was zo’n moment geweest waar je een foto van moest hebben, een moment dat geschrift stond in haar geheugen, alsof het de dag van gisteren was.
Ze had zich zo vertrouwd gevoeld, ze had zich geliefd gevoeld en ze had zich werkelijk waar mooi gevoeld.
Daarna waren zij nog even langs het café gegaan zij had daar iets vergeten en hij wou haar wel even brengen, na nog een cola te hebben gedronken had hij haar weer thuis gebracht en had ze hem nagekeken toen hij weg reed met zijn auto.
Die nacht voelde ze zijn handen nog in haar haar, rook zijn zoete geur nog en zag zijn mooie blauwe ogen nog in de hare kijken.
‘Ze wuifde met haar hoofd de gedachten weg, weer plofte ze op de bank neer en sloot dit maal haar ogen’
Ik weet niet of er een vervolg op komt, maar had even zin om wat te schrijven.