anyway, hier is het verhaal:
Citaat:Er trilde iets boven haar lip. Haar lippen samengeknepen, smal. Priemende, koude ogen die mij aanstaarde. Ik zuchtte. Ik stond voor haar, zij, een stuk groter dan ik, op mij neerkijkend. Naja, ze keek naar mijn schoenen. Ikzelf keek ook naar mijn schoenen. Naar de lelijke, bruine vlek, op mijn nieuwe witte schoentjes. Niet dat ik mijn schoenen mooi vond, nee zeker niet. Die reactie.. Daar was ik zo bang voor.
Voorzichtig keek ik omhoog. ‘Mama.. het’ begon ik, maar ze liet me niet uitspreken. ‘Pak het maar’ werd er gezegd. De tranen sprongen in mijn ogen. ‘Nee, Mama, alsjeblieft’. Ze hurkte, en kwam op ooghoogte zitten. Er kwam een glimlach om haar mond, een die ik maar al te goed kende. ‘Nu’, siste ze.’En waag het niet te huilen’. Snel liep ik naar de gang, waar mijn rugzakje stond. Daarin zat mijn beertje. Ik pakte hem, en drukte een kus op zijn voorhoofdje.’Ze zal je heus geen kwaad doen’, fluisterde ik. Ik liep terug naar haar en legde het beertje op de tafel. ‘Ga naar boven, naar Sasha’, werd er gezegd. Ik liep snel naar boven, voor de tranen over mijn wang begonnen te stromen.
Toen ik boven was, ging op zoek naar Sasha. Sasha was lief. Ze verstond mij alleen niet. Toen ik haar vond, gaf ze me zwijgzaam een knuffel. Daarna een tikje, wat meestal betekende dat ik me moest omgaan kleden. Eenmaal in mijn kamer pakte ik snel een vestje met een rokje en trok het aan. De schoenen netjes in een hoekje van mijn kamer. Mijn kleren in de wasmand.
Ik liep weer naar boven, naar Sasha. ‘Opa’, zei ik. Ze knikte ja, en liep met mij mee en hield de deur voor mij open. Sasha liet ons alleen. Opa woonde bij ons. Hij was al heel oud, en kon alleen nog maar in bed liggen. Maar hij was er. Ik klom op zijn bed, en begon het hele verhaal te vertellen. Praten kan opa niet, maar luisteren wel. Toen ik klaar was, klopte hij me op mijn rug. Opa kon mij ook niet knuffelen. Hij lag plat op bed, al bijna 3 jaar. Ik hoorde een bel: etenstijd. Ik kuste opa gedag en ging naar beneden. De hele avond werd er niet tegen mij gesproken.
De volgende ochtend wilde ik net als anders naar opa gaan. De deur was op slot.. vreemd. Ik ging maar douchen en mij aankleden, anders mag ik niet beneden komen. Toen ik beneden was, zat mijn mama aan de tafel. Haar ogen waren koud maar anders. Het beertje lag op tafel. Ik ging aan de tafel zitten. ‘Waarom zit opa’s kamer op slot?’, vroeg ik. ‘Ik wilde vanochtend naar Opa, maar het kon niet’. ‘Luister’, zei ze en zuchtte. ‘Opa is naar oma en zijn papa en mama gegaan. Daar is het veel beter voor hem’. ‘Wanneer komt hij terug?’, vroeg ik. Ze keek me aan. ‘Oh’, fluisterde ik en de tranen begonnen te stromen. Toen voelde ik iets. Iets kouds. Ik wilde mijn hand wegtrekken, maar toen ik keek, zag ik daar een andere hand. Ik keek haar aan. Iets wat ik al die tijd al gewild had, een keer haar hand op de mijne. Maar het was een kille hand, zonder enige liefde.
Ik trok mijn hand weg, pakte mijn beertje, zonder toestemming, en liep naar boven. Opa’s kamer was nu open. Hij lag daar stil, zonder enige beweging. Sasha was er ook, maar liep snel weg toen ze mij zag. Ik ging naast mijn opa liggen, waar ik kon huilen.
Na een tijdje had ik mijn besluit genomen. Ik liep naar het raam en zag daar witte vogel wegvliegen. Ik deed het raampje open en twijfelde nog. Ik keek achterom, maar zag niemand. ‘Mama!’ schreeuwde ik. ‘Mama!’. Ik hoorde harde stappen op de trap. Snelle stappen. ‘Wat?’, zei ze. ‘Alsof ik nu niet genoeg aan mijn hoofd heb. Ik moet nog van alles regelen voor die ouwe, en je vader doet al helemaal niks!. Dit kan ik er niet bij hebben.’
Ze liep weg. Ik stond nog steeds bij het raam. Tranen liepen over mijn wangen en vormden kringen op het tapijt. Het tapijt wat Sasha en ik hadden uitgezocht, want mijn ouders hadden toen geen tijd. ‘Waarom?’, fluisterde ik zachtjes. ‘Waarom moest je gaan opa?’ Mijn zachte tranen werden harde snikken en ik keek naar buiten. Daar zat een prachtige witte vogel, zo een die je hier niet tegenkomt. Hij keek me aan, en ik zag het, voelde het. Ik haalde diep adem en ging op het raamkozijn staan. ‘Doet het pijn?’, vroeg ik de vogel. De vogel schudde met kleine bewegingen zijn hoofd. ‘Tot zo opa’, fluisterde ik. ‘Wacht op mij. Ik liep naar het raam en ging in het raamkozijn staan. Ik Leunde naar voren en ik was een vogel. Ik ging naast de witte vogel zitten en bekeek mezelf. De vogel kroelde even met me en knikte naar achteren. Ik begreep het. Ik keek nog een keer naar het huis, voor de laatste keer. Samen vlogen we op en vlogen naar het westen. Het westen, waar de zon ondergaat. Daar waar op ons wordt gewacht.
Niet zo slim