Over een ongekende hartstocht tussen jagervrouw en draak. In een onbelist leven proberen zij het onderscheidt te vinden tussen vriend en vijand. De grens is klein. Dierbare verloren, maar met gehard doorzettingsvermogen vechten ze voor een harmonieus leven.
Proloog
De fakkel verlichtte zijn kop. Bruin, blauw, grijs, zwart. Pure angst raasde door mijn lichaam, zenuwen verspreidt over mijn lichaam prikkelde pijnlijk bij iedere beweging. Houterig liep ik achteruit, een tak kraakte onder mijn gewicht. Het wezen snoof, een pluim rook sijpelde door zijn neus om vervolgens te verdampen in de snijdende wind die door het woud gierde. Op mijn hoede bekeek ik de zichtbare contouren, verder dan de bek kwam ik niet. Als een luciferstokje werd ik omvergeblazen en tegen de grond gegooid. Hijgend dook ik ineen, mijn groene ogen bleven strak op hem gericht. In een moment begon de grond te beven, trillingen vlogen over de bemoste grond. Vlakken die ik zonet nog voor aarde had aangezien kwamen schokkerig in beweging. Omhoog, opzij, omlaag. Hij gaf een brul en sloeg met zijn klauw tegen de grond. Mijn adem stokte bij het zien van de poot, minstens even groot als vijf werkpaarden op een rij. Ik kroop terug, langzaam, behoedzaam. Steeds verder de duisternis van het bos in, hij was inmiddels met zijn volle lengte omhoog gekomen. Boomstammen die stevig in de grond leken te staan, werden opzij geblazen door de ongekende stroom lucht die vrijkwam toen hij zijn vleugels volledig spreidde. Enkele maaiende voorpoten volgde, waarna hij met een imposante sprong het aardoppervlak verliet, fier steeg hij op, ontkomen aan mijn ongelovige blik.

Proloog, 'Houterig liep ik achteruit, een tak kraakte onder mijn gewicht.'
Hopelijk een verbetering op mijn vorige verhaal, tips blijven uiteraard méér dan welkom. Ook aanmoedigingen en suggestie's zouden fijn zijn!

Liefs,
Leonie
