.Even nog een opmerking, de bokkers die in het nachtmerries en vampieren topic lezen weten dat ik van vreemde namen houd. Zo heb ik er nu ook weer 1 in verwerkt, Aislinn en dat betekent droom, maar niet als een prettige droom. Meer als een hallucinatie, zo'n koortsdroom die angstig, maar tegelijkertijd prachtig is. Op dit verhaal komt denk ik geen vervolg, voorlopig zijn 4 boeken waarvan ik nog in 2 ervan bezig ben wel weer even voldoende.
Ok hier gaan we dan:
Al weken lang keek hij naar deze dag uit. Zijn vrienden hadden alle kaartjes geregeld en ze zouden met zijn allen gaan. Een geweldig verjaardagscadeau dat hij nooit meer zou vergeten. Ze moeten ’s ochtends al vroeg weg om op tijd in het park te zijn. De spookhuizen gaan ’s avonds pas open, maar ze zijn van plan om overdag alle achtbanen in te gaan. De uren gaan snel voorbij en voordat hij het in de gaten heeft is het vier uur en tijd voor het Halloween buffet. Het valt allemaal nogal tegen, de acteurs zijn niet echt eng en het eten hadden ze net zo goed bij een kraampje in het park kunnen kopen. Hij kan het niet heel erg vinden, de spookhuizen gaan zo immers open. Vlak voordat ze in de rij gaan staan kopen zijn vrienden nog een paar Halloween gadgets uit één van de kraampjes. Voor hem hoeft het niet, hij gaat liever voor de echte griezel dingen en die kan je niet in de kraampjes krijgen. Thuis heeft hij veel betere dingen liggen dan de plastic troep die je hier kan kopen. Hij vindt het jammer dat je niet verkleed mocht komen, want dan had hij het perfecte kostuum. Het heeft hem jaren gekost om de juiste dingen bij elkaar te zoeken en hij is trots op zijn verzameling van horrorfilm attributen. Hij verzameld vooral alles dat ook maar iets met vampieren te maken heeft. Zijn vrienden lachen hem af en toe uit over zijn obsessie met vampieren, maar dat kan hem niet veel schelen. Ze moeten langs een smal bospad naar het eerste spookhuis lopen, in de struiken zitten acteurs met kettingzagen. Een aantal meiden voor hem begint te gillen als één van de acteurs op het pad stapt en ze met de kettingzaag achterna gaat. De acteur komt daarna op hem en zijn vrienden af. Zijn vrienden springen lachend opzij, maar hij blijft staan. Het zaagblad van de kettingzaag heeft geen eens een ketting, dus de acteur kan hem hier niets mee maken. De acteur ziet al snel dat het geen zin heeft hem proberen bang te maken en vertrekt op zoek naar een makkelijker slachtoffer.
‘Hey Luuk, dit is toch wat je wilde? Waarom kijk je zo teleurgesteld?’ Vraagt één van zijn vrienden. Hij haalt zijn schouders op.
‘Misschien dat ik het straks leuker vind als het donkerder is. Nu is er nog niet veel aan. Maak je geen zorgen ik heb het verder prima naar mijn zin.’ De rij voor het eerste spookhuis is lang en het duurt zeker een uur voordat ze naar binnen mogen. Luuk moet toegeven dat het allemaal goed in elkaar is gezet. Terwijl ze wachten om naar binnen te mogen kunnen ze op het scherm beelden van horrorfilms zien en af en toe duiken acteurs tussen het publiek op om mensen de stuipen op het lijf te jagen. Hij moet hardop lachen om een meisje dat iedere keer begint te rennen zodra ze een acteur ziet, die daar natuurlijk gretig gebruik van maken door haar elke keer te grazen te nemen. Op een gegeven moment begint ze zowat te huilen en verlaat de rij. Een acteur achtervolgt haar en ze rent gillend weg. Luuk let al niet meer op haar, de rij voor hem zet zich in beweging en het eerste spookhuis komt in zicht.
Zijn hoop vervaagt al meteen, het ziet er helemaal niet uit zoals hij had verwacht. In plaats van een behekste villa ziet hij een lelijke groene fabriekshal. Door de wanden heen hoort hij af en toe gegil en uit de speakers blèrt keiharde rockmuziek. Zijn vrienden lijken ook teleurgesteld, maar zijn niet van plan om dat hun goede humeur te laten bederven. Een zombie opent de deur van de hal en duwt ze naar binnen. De eerste paar tellen zijn ze verblind door de duisternis totdat er boven hun een lamp aangaat. Het zachte licht verspreidt lange schaduwen en Luuk kan het niet laten om de vrouw voor hem te laten schrikken door net te doen alsof hij haar schaduw wurgt. Ze werpt hem een chagrijnige blik toe, maar na een harde knal uit de kamer naast hen kijkt ze weer geschrokken voor zich. Ze mogen met zijn allen verder lopen en komen in de eerste kamer. Het meisje uit de exorcist ligt te kronkelen en schelden op een bed en naast haar staat een priester verwoed te mompelen. Het lijkt net echt en de mensen voor Luuk kruipen dichter bij elkaar. Luuk steekt zijn hand naar het meisje uit en moet dan gauw terugtrekken voordat ze erin bijt. Zijn vrienden beginnen te lachen.
‘Dat is er echt één voor jou Luuk. Je moet er maar bij gaan liggen. Past goed in je verzameling.’
‘Erg grappig jongens. Laten we maar verder gaan, of willen jullie zelf bij haar gaan liggen.’ Zijn vrienden beginnen te joelen en één van hen wil al naast het meisje op het bed kruipen. De priester houdt hem tegen en wijst op een bordje naast de deur, ‘verboden de acteurs aan te raken’. Hij gebaart ze door te lopen en gaat weer klaar staan om de volgende groep te ontvangen.
Luuk en zijn vrienden lopen kamer na kamer door. In iedere ruimte is een andere horrorfilm nagespeeld en het ziet er allemaal heel echt uit. Het gegil van bange mensen wordt overstemd door de muziek die in iedere ruimte uit de speakers schalt. Toch zijn de vrienden van Luuk aan het einde van het spookhuis wat dichter bij elkaar gaan lopen en durven niet meer zo stoer opmerkingen te maken. Hij zelf moet er wel om lachen, dat ze hier bang van zijn. Als ze eindelijk buiten komen is de zon helemaal onder en in het half uur dat ze binnen zijn geweest lijkt het hele park wel te zijn getransformeerd. Overal staan rookmachines die het moeilijk maken om de grond voor je voeten te zien. Her en der lopen acteurs in prachtige kostuums die proberen bezoekers de stuipen op het lijf te jagen, wat ze meestal ook lukt. Terwijl ze langzaam door het park heen lopen ziet Luuk dat de acteurs zelfs tussen de rijen voor de attracties doorlopen en nietsvermoedende bezoekers laten schrikken. Het is nu een stuk drukker in het park dan ’s middags en er heerst een gespannen sfeer. Ze lopen langzaam naar het midden van het park, daar staat een groot podium met daarboven de woorden Lights, Camera, Scream! Kennelijk is het een show die net gaat beginnen en zijn vrienden stellen voor om even te blijven kijken. Een man uit het publiek wordt naar voren gehaald en moet op een namaak elektrische stoel plaatsnemen. Zijn vriendin mag aan het rad der angsten draaien en dat blijft stil staan op het plaatje van een slang. Luuk moet lachen als hij ziet dat de man nu al benauwd kijkt, die zal hier vast niet blij mee zijn.
Een paar tellen later wordt een grote zwarte mand het podium opgedragen en de presentator haalt er paar felgekleurde slangen uit. Hij slingert ze voor de ogen van het publiek heen en weer terwijl hij luidkeels verkondigd hoe giftig en hongerig ze wel niet zijn. De man in de elektrische stoel wordt ondertussen vastgebonden en er wordt een doorzichtige plastic doos over zijn hoofd gezet. De presentator slingert de arme slang nog een keer rond voordat hij hem in de plastic doos gooit. Luuk kan de doodsangst op de mans gezicht zien en moet er stiekem wel om lachen, eigen schuld, dan had hij maar niet hier na toe moeten gaan. Na de eerste slang volgen er nog twee en daarna wordt de kist op slot gedaan. De man kan nergens meer heen en moet noodgedwongen blijven zitten terwijl de slangen langzaam over zijn hele hoofd kruipen. Ondertussen gaat de presentator rustig verder met de show, nu zijn twee jonge meiden de pineut. Ze moeten allerlei schunnige dingen zeggen voor het publiek en worden de hele tijd in de maling genomen. Luuk heeft het al wel gezien, hier is niets aan.
Hij kijkt verveeld om zich heen totdat zijn oog op een prachtige vrouw in het publiek valt. Haar leeftijd kan hij niet goed schatten, maar ze lijkt niet ouder te zijn dan een jaar of 25. Haar korte blonde haar staat vrolijk alle kanten op en haar strakke simpele kleren accentueren alle juiste delen van haar lichaam. Ook zij kijkt verveeld om zich heen en haar beeldschone doordringende ogen boren zich na een paar tellen diep in de zijne. Op haar volle lippen verschijnt een kleine glimlach en met gracieuze bewegingen glijdt ze soepel tussen het publiek door naar hem toe.
‘Ben jij hier net zo alleen als ik?’ Vraagt ze zacht. Haar stem klinkt als fluweel en het geluid ervan betoverd hem. Hij kan niets terugzeggen en bewondert in plaats daarvan haar perfecte lichaam en gezicht. Ze lijkt daar totaal geen probleem mee te hebben, integendeel op haar lippen ligt een bemoedigende glimlach alsof ze hem aanmoedigt om beter te kijken. Luuk is te overrompelt om wat te zeggen en als hij het toch probeert brengt hij niet meer dan gestamel voort. De glimlach op haar gezicht verbreedt zich.
‘Ben je altijd zo spraakzaam?’ Luuk schudt zijn hoofd.
‘Nee, ik.., ik bedoel, eh..’ Ze legt twee vingers tegen zijn lippen en mompelt dat hij niets hoeft te zeggen. Wanneer ze haar vingers weghaalt heeft hij het idee dat hij ze nog kan voelen branden. Ze pakt zijn hand beet en hij geniet van het gevoel van haar koele zachte hand in de zijne. Ze wijst naar een bankje aan de rand van het pad en wil hem meevoeren, weg van zijn vrienden.
Hoewel Luuk dolgraag mee zou willen gaan is er ergens in hem een stem die schreeuwt dat er hier iets niet klopt. Hij negeert de stem, maar die roept steeds harder totdat hij wel moet luisteren. Voordat hij echt uit de menigte is blijft hij staan.
‘Wacht, ik kan niet mee. Mijn vrienden, ze zullen me zo vast wel zoeken. Ik moet bij hun blijven.’ Even is er ergernis op haar gezicht te zien, een diepe frons op haar voorhoofd die afsteekt bij haar voor de rest zo perfecte gezicht. Dan zucht ze een keer diep en trekt hem dichter naar zich toe. Luuk is verbaasd over haar kracht en raakt er nog meer van overtuigd dat er iets niet klopt. Voordat hij kan tegenstribbelen maakt hij de fout om in haar ogen te kijken en bijna meteen voelt hij zichzelf kalmeren. Waar maakt hij zich zorgen over? Het enige dat belangrijk is, is zij. Hij vergeet al zijn bezwaren en wil niets liever dan nog dichter bij haar zijn. Ze lijkt zijn verlangen te voelen en trekt hem wat dichter naar zich toe. Haar lichaam drukt zacht tegen het zijne en lijkt zich daar perfect omheen te vormen. Als twee puzzelstukken die precies in elkaar passen. Ze laat langzaam een hand langs zijn gezicht gaan en huiverend van genot sluit hij zijn ogen. Zo moet de hemel voelen, zo perfect en zacht en mooi. Wanneer ze hem dit keer meetrekt zijn is al zijn tegenstand verdwenen. Hopeloos verloren laat hij zich met haar meevoeren. Waarheen weet hij niet, het maakt hem ook niets uit. Zolang hij maar bij haar is, is het goed.
‘Hoe heet je?’ Fluistert hij schor. Ze lacht weer en haar melodische stem klinkt als muziek in zijn oren.
‘Aislinn.’ Naar zijn naam vraagt ze niet, maar dat maakt Luuk niets uit. Zachtjes herhaalt hij haar naam, hij vraagt zich af of het iets betekent. Hij meent de naam eerder te hebben gehoord, maar waar kan hij zich niet meer herinneren. Totaal in haar ban laat hij zich meevoeren door het donkere park. Om dichter bij haar te kunnen zijn legt hij zijn arm om haar middel heen. Even voelt hij haar spieren verstrakken, hij zou toch niet iets hebben gedaan wat hij niet mocht? Denkt hij angstig. Gelukkig ontspant ze zich weer snel en vleit zich dan zelfs wat dichter tegen hem aan. Met een brede glimlach op zijn gezicht loopt hij naast haar mee. Ze gruwt van zijn onzekere handen op haar lijf en moet de neiging onderdrukken om zijn arm er af te rukken. Dit hoort er nou eenmaal bij, ze moet eerst zijn vertrouwen winnen en dat kan alleen maar door de jongen hoop te geven. Ze blikt vanonder haar wimpers naar hem opzij, arme jongen hij is volledig in haar ban. Hij heeft totaal niet in de gaten dat zijn verliefdheid niets meer is dan een illusie. Jonge mannen zijn zo makkelijk, geef ze maar het kleinste beetje hoop en ze zullen je volgen tot in de hel. En dat is precies waar ze hem naartoe wil leiden. Op haar gezicht rust een kleine glimlach, dit gaat haast te makkelijk. De laatste paar weken is ze al een aantal keer in dit park op jacht geweest. Met Halloween in het vooruitzicht hebben de parkmanagers er alles aan gedaan om het voor de bezoekers zo angstaanjagend mogelijk te maken. Zij ziet zichzelf als iemand die de angstige sfeer nog net even verhoogd. De bezoekers zijn minder op hun hoede dan normaal en ze hoeft haar ware aard slechts minimaal te verhullen. Niemand let op haar en voor het eerst in lange jaren voelt ze zich vrij tussen de mensen. Ze vindt het zelfs jammer dat Halloween alweer bijna voorbij is. Morgen zal de laatste nacht zijn dat ze hier kan jagen, daarna moet ze weer op zoek naar moeilijkere slachtoffers. Het enige nadeel van hier in het park jagen is dat ze haar zintuigen niet volledig kan gebruiken. Ze moet ze wel onderdrukken anders zou ze gek worden van de geuren en het lawaai. Nu mist ze een paar aspecten van de jacht waar ze normaal altijd te volste van kan genieten. De geur van haar slachtoffers en het geluid van hun hartslag als ze beseffen wat er aan de hand is. Ze zou uren kunnen luisteren naar dat wonderlijke geluid van een hartslag in doodsangst, maar ook van het steeds langzamer en onregelmatiger slaan van een stervend hart. Voor haar zijn die geluiden gelijk aan een goede maaltijd en alleen al bij de gedachte eraan krijgt ze honger. Ze houdt zich nog even in, het is veel leuker om eerst met haar slachtoffer te spelen. Hoe langer hij echt gelooft dat zij van hem houdt, hoe zoeter zijn bloed straks zal zijn. Zijn hand dwaalt langzaam af naar haar billen om daar dan te blijven rusten. Ze kan zijn klamme handen duidelijk door haar broek heen voelen en een huivering loopt over haar rug. Net haar geluk om zo’n onervaren onzekere jongen uit te zoeken. Ze balt haar vuisten en dwingt zichzelf nog niets te doen, de beloning straks is het meer dan waard om nu vol te houden. In plaats van zijn hand eraf te rukken draait ze zich naar hem toe en kijkt hem weer diep in zijn ogen. Zijn blik is wazig en ze kan zien dat hij helemaal in haar macht is. Als ze voorstelt om samen in een attractie te gaan duurt het zelfs even voordat haar woorden bij hem doordringen voordat hij afwezig knikt. Terwijl ze richting de attractie lopen laat ze iets van de macht die ze over hem heeft verslappen. Hij moet wel kunnen blijven nadenken, dan is hij straks des te banger als hij eindelijk haar ware aard ziet.
Hoewel ze maar een half uurtje in de rij hoeven te staan lijkt het voor haar wel eeuwen te duren en iedere minuut wordt ze ongeduldiger. De jongen kan zijn handen en ogen niet van haar afhouden en ze voelt de blikken van mensen om hen heen in haar rug priemen. Hij is zo aanhankelijk dat het opvalt, ze zucht diep en pakt zijn handen stevig in de zijne. Zo kunnen ze tenminste niet meer afdwalen naar haar lichaam. Als ze dan eindelijk in de attractie kunnen is ze blij met de metalen bar die haar van hem scheidt. Ze sluit een moment haar ogen en geniet van het frisse gevoel van de wind die langs haar gezicht blaast. Het doet haar denken aan de eerste keer dat ze probeerde te ontdekken waar de grenzen van haar krachten lagen. De val van de flat leek eindeloos te duren en ze had het gevoel dat ze vloog. Ze heft haar armen boven haar hoofd en even heeft ze dat heerlijke gewichtsloze gevoel weer. Helaas is de rit veel te snel voorbij en kan ze de zwaartekracht weer haar lichaam naar de grond voelen trekken. Zodra de beugels omhoog gaan is er meteen weer zijn zweterige hand om haar lichaam. Ze is het nu echt zat en de afkeer die ze voelt schemert door in haar houding.
Onzeker trekt Luuk zijn hand terug. Het gevoel dat er iets niet klopt komt weer in hem opzetten en paniekerig kijkt hij om zich heen. Hij weet waar hij is, maar niet hoe hij hier gekomen is. Een beetje verdwaasd stapt hij uit de attractie en laat zich met de stroom mensen meevoeren naar buiten. Het beeldschone meisje naast hem loopt met hem mee. Zijn hand zit nog steeds om die van haar geklemd, maar zo vertrouwd als net voelt dat niet meer. Haar hand is plotseling koud en verassend hard en als hij haar nog eens beter bekijkt ziet hij dat ze wel heel perfect is. Zo perfect kan niemand zijn. Het doet hem weer denken aan iets dat hij heeft gehoord, maar hij kan het zich nog steeds niet herinneren. Zijn hoofd lijkt wel gevuld met watten en zelfs gewoon nadenken kost moeite. Hij wrijft over zijn voorhoofd in een poging zijn gedachten wat helderder te maken, maar heeft weinig succes. Het meisje trekt hem ondertussen mee richting een rustiger deel van het park. Hier zijn geen acteurs meer en de mensen haasten zich door het donkere gedeelte dat twee delen van het park verbindt. Ze ploft neer op een bankje en trekt hem met zich mee. Zodra hij zit legt ze zijn handen op haar schoot, hij merkt het amper en sluit zijn ogen om de herinneringen weer terug te roepen. Ze pakt zijn kin zachtjes beet en nu moet hij wel kijken. Zodra hij in haar prachtige helblauwe ogen kijkt verdwijnen alle zorgen weer naar de achtergrond. Toch blijft hij dit keer beter opletten. Hij kan voelen hoe zijn wilskracht langzaam verdwijnt en probeert uit alle macht die te behouden. Met moeite scheurt hij zijn blik van de hare en staart langs haar heen. Hij concentreert zich op zijn ademhaling en langzaam kan hij wat helderder nadenken.
Ze kan merken dat hij zich verzet. Het slaafse dat hij zojuist nog had is verdwenen en zijn spieren staan strak gespannen. Zodra hij zijn blik van de hare wende wist ze dat het spel begonnen was. Een spel waar zij een meester in is en dat nog nooit iemand van haar gewonnen heeft. Een duistere glimlach verschijnt op haar lippen en de laatste lagen van haar masker zakken naar de achtergrond. Hoewel haar uiterlijk niets is veranderd lijken haar gelaatstrekken plotseling harder. In haar koude blauwe ogen ligt nu een hongerige blik en ze kan paniek op zijn gezicht zien als ze hem dichter naar zich toe trekt. Hij stribbelt tegen en het lukt hem om zijn handen vrij te krijgen. Met al zijn kracht probeert hij haar weg te duwen, maar ze moet lachen om zijn futiele poging. Ze wijkt geen centimeter en wacht rustig af tot hij ophoudt met tegenstribbelen. Ondertussen kijkt hij paniekerig om zich heen op zoek naar hulp. Vlakbij lopen mensen en ze kan merken dat hij de moed opbouwt om te schreeuwen. Ze schudt glimlachend haar hoofd en buigt naar hem toe. Haar lippen zijn slechts een centimeter van de zijne verwijdert en voordat ze hem kust fluistert ze dat verzetten geen zin heeft. Zodra hun lippen elkaar raken verdwijnt er even iets van zijn weerstand. Hij lijkt te geschokt te zijn om te reageren, maar na een paar seconden verzet hij zich nog heviger. Ze buigt weer terug en likt plagend haar lippen af. Voordat hij geluid kan maken legt ze een hand over zijn mond. Zijn ogen boren zich diep in de hare en ze geniet van de doodsangst die ze daarin kan zien. Langzaam verdwijnen de laatste resten van verzet totdat hij stil blijft zitten. Ze haalt haar hand van zijn mond en merkt tevreden dat hij niet meer probeert te schreeuwen.
‘Goed zo jochie, je lijkt het in de gaten te hebben. Ik hoef je waarschijnlijk niet meer uit te leggen wat er nu gaat gebeuren.’ Hij schudt zijn hoofd en een snik welt op in zijn keel.
‘Alsjeblieft laat me gaan. Ik zal niets zeggen, dat beloof ik.’ Smeekt hij snikkend. Zijn smeekbedes doen haar niets, daar is ze nooit gevoelig voor geweest. Ze vindt het een teken van zwakte, zelf heeft ze ook niet gesmeekt om vrij gelaten te worden toen haar einde kwam. Integendeel, ze heeft niets laten merken van de angst die ze voelde en als beloning daarvoor heeft haar moordenaar haar het eeuwige leven geschonken. Haar moeder en broertjes hadden dat geluk niet, die smeekten en schreeuwden. Haar moordenaar liet haar toekijken hoe hij ze één voor één vermoordde. Dat heeft haar een wijze les geleerd, smeken en huilen brengt je nergens. Alleen de sterken overleven. Een enkele traan glijdt langs het gezicht van de jongen naar beneden. Onverwachts stribbelt hij dan toch nog weer tegen en roept om hulp. De mensen die langslopen kijken niet eens op, deze nacht betekent geschreeuw niets voor hen. Met een tevreden glimlach op haar gezicht richt ze haar aandacht volledig op de jongen en buigt langzaam voorover. Als haar tanden zijn nek raken schreeuwt hij weer. Zonder op te kijken sluit haar hand zich over zijn mond en langzaam wordt het geschreeuw minder.
Dit kan niet gebeuren, dit bestaat niet denkt Luuk angstig. Hij weet nu ook waar hij de naam Aislinn eerder heeft gelezen, in één van zijn vampierboeken. Hij voelt haar tanden zijn nek doorboren en begint weer te schreeuwen. God wat doet dit pijn. De hand voor zijn mond smoort het geluid, maar hij geeft het desondanks niet op. Het lijkt wel uren te duren en iedere tegenstribbeling veroorzaakt een martelende pijn. Noodgedwongen moet hij doodstil blijven zitten terwijl hij zichzelf steeds zwakker voelt worden. In zijn oren klinkt een vreemd gesuis en zijn armen en benen worden zwaar. Het is moeilijk om zijn ogen nog open te houden en ook ademhalen lijkt moeizamer te gaan. Terwijl zijn hartslag steeds langzamer en onregelmatiger gaat overspoelt een golf van duisternis hem. Hij laat het komen, hij is te moe om er nog tegenop te vechten. Vlak voordat hij het bewustzijn verliest lijkt het alsof iemand zijn naam roept. Hij weet dat hij zou moeten antwoorden, maar heeft er de kracht niet meer voor. In plaats daarvan laat hij zich meevoeren in de zee van duisternis. Zijn ogen sluiten en zijn lichaam verslapt. Hij merkt het niet meer als de druk op zijn lichaam plots verminderd en ook de ongeruste handen die aan zijn schouders schudden voelt hij niet meer. Alleen vage vervormde stemmen komen nog door de duisternis heen. Hij meent de stem van één van zijn vrienden te herkennen, maar weet het niet zeker. Uiteindelijk verdwijnen ook de stemmen en is hij helemaal alleen in de duisternis. Het is prettig hier, warm en veilig. Hier is geen pijn en angst meer en tevreden sluit hij voor de laatste maal zijn ogen.
woooow weer