
ik had weer eens zin om wat te schrijven... ben pas bij hoofdstuk 1 van de ?, maar wou het toch graag met jullie delen. hoop dat het leuk geschreven is en er niet teveel foutjes in zitten. sta zeker open voor tips! het verhaal word nog vevolgd (als het goed is)! heb nog geen titel, dus als iemand suggesties heeft?
nou, lees lekker en laat eventueel maar weten wat je ervan vind
(zou ik wel leuk vinden
)Eenzaam keek ik uit het raam. Het miezerde al de hele dag, maar het paste perfect bij mijn gevoel; van binnen huilde ik al de hele dag. Alles viel tegen. Ik werd er op school altijd uitgestuurd zonder goede reden, had constant ruzie met mijn ouders en sinds vandaag lag mijn broer ook nog eens ernstig gewond in het ziekenhuis. Dat is opzich natuurlijk al erg, maar als je nagaat dat mijn ouders mij ervan beschuldigen terwijl dat niet terecht is, vraag je je regelmatig af waarom je bestond. Ik zat namelijk bij wiskunde in de les, een van de weinige vakken waar ik een aardige docent voor had en bovendien leuk is, werd ik gebeld. Ik kon niet opnemen, dus vijf minuten later belde ik op de wc terug. Mijn broer vroeg of ik zin had om vanavond mee te gaan naar de bios. En net toen ik middenin mijn antwoord zat, gebeurde het. Ik hoorde piepende banden, gevolgd door een harde klap en een harde, pijnlijke schreeuw. Toen was er een kleine stilte en ik hoorde voetstappen dichterbij komen. Een wildvreemde man pakte het mobieltje van mijn broer, waar ik in een soort shock nog steeds mee belde. De man vertelde dat Joey een ongeluk heeft gehad en dat hij buiten bewust zijn was. Als ik had geweten dat mijn broer in de auto zat zou ik hem niet eens terug gebeld hebben. Vlak daarna was ik ‘ziek’ naar huis gegaan. En het ergste van dit alles was nog wel, dat ik geen steun kreeg. Ik was altijd al heel close met mijn broer geweest, zonder ooit ruzie gehad te hebben. Altijd als ik met iets zat ging ik naar hem, en andersom ook. Bij mijn ouders hoefde ik al helemaal niet te zijn. Maar naast al deze oliebol was mijn beste maatje, mijn vriend, mijn alles, mijn paard óók nog eens net een week daarvoor verkocht. Sitara, mijn merrie, mijn vriendin, mijn levensdoel, was zomaar, zonder overleg, zonder afscheid, verkocht door mijn ouders. Elke keer als ik vroeg waarom ze haar hadden verkocht, kreeg ik antwoorden als ‘zo’n bod kan je niet laten staan’. Alsof vriendschap te koop is! Ja, we kregen een goed bod voor haar, maar ik zou Sitara nooit kunnen verkopen, hoeveel ik ook voor haar zal krijgen. Ik miste haar elke dag maar vandaag nog het meest van alles. Ik had behoefte om mijn hart te kunnen luchten aan iemand. Ik had het kunnen vertellen aan mijn beste vriendin alleen ik wou niet dat ze het zou doorvertellen, wat ze ongetwijfeld wel zou doen. Met als gevolg dat ik dus alles opkropte. Droevig bij deze gedachte keek ik naar de druppels op het raam. Hoe lang ik daar zat wist ik niet, alleen ik kwam met een schok uit mijn trance toen de telefoon ging. Ik sprintte erheen voordat mijn moeder hem kon pakken. Het was het ziekenhuis. ‘Goedendag, met Laura Kingstone’ zei ik beleefd. ‘Goedendag Laura, met Saskia de Boer, verpleger van het Gemini ziekenhuis te Den Helder. Klopt het dat u familie bent van Joey Kingstone?’
‘Ja, dat klopt. Hij is mijn broer. Is er nieuws over hem?’
‘Ja. Is er een van je ouders thuis?’
‘Nee’ loog ik.
‘Oke, zou je het volgende dan ook aan je ouders willen doorgeven?’ ze wachtte niet eens op mijn antwoord.
‘Je broer ligt op de intensive care. Hij heeft een klaplong, inwendige bloedingen en een aantal gebroken botten. We weten nog niet precies hoe ernstig het is en of er meer is, maar voor de zekerheid hebben we hem in coma gehouden.’
‘Gehouden?’
‘Ja. Toen wij kwamen was hij buiten bewustzijn. In het ziekenhuis kwam hij even bij, maar al snel zakte hij weer weg en omdat we dus niet weten hoe ernstig het allemaal is en hij nogal pijn leek te hebben, besloten we om hem in een kunstmatige coma te houden. Maar maak je nog maar geen zorgen hoor, wie weet valt het reuze mee. Hoe oud ben je?’
‘Ik ben 17’ antwoordde ik verlegen, en ongetwijfeld zat er een spoortje bezorgdheid in mijn stem.
‘Maak je nog maar niet zo’n zorgen hoor. Hij komt er hoogstwaarschijnlijk gewoon weer bovenop. Had je nog vragen?’
‘Nou... Ja. Had dit voorkomen kunnen worden als ik niet met hem belde?’
‘Kan. De tegenligger die tegen hem aanreed reed nogal gevaarlijk. Als je broer niet belde had hij hem misschien eerder opgemerkt, maar als hij was uitgeweken was hij misschien weer tegen een boom gereden. Maar meissie, het is echt niet jou schuld. Je wist niet eens dat hij in de auto zat, laat staan dat er zo’n dronken bestuurder aankwam’
‘Oke, bedankt. Dat wou ik graag weten’
‘Een fijne dag nog meis, en onthoud goed, het is echt niet jou schuld hoor’
‘Ja, is goed. Prettige dag mevrouw’
Ik gooide de telefoon weer in de oplader. Het was dus wel mijn schuld. Als ik gewoon had gewacht tot in de pauze was er niets gebeurd. Ik vertelde aan mijn moeder wat Saskia had verteld en rende naar boven. Daar liet ik me luid snikkend op mijn bed vallen en drukte mijn gezicht in mijn kussen. Toen ik weer wat rustiger was draaide ik mijn hoofd een kwartslag. Op mijn nachtkasje stond een foto. Ik pakte het op en voelde hoe mijn ogen weer begonnen te prikken, maar het lukte om mijn tranen nu wel binnen te houden. Op de foto stonden namelijk een tinker met op haar rug een jonge vrouw en een jongeman. Het paard stond vrolijk en trots met haar oortjes naar voren. Ze was overduidelijk gelukkig en vol vertrouwen. Haar zwarte vlekken glimde in de zon en haar witte delen waren echt spierwit. Het enigste wat het paard droeg waren de 2 jong volwassenen. De vrouw lag relaxed op de kont van het paard op haar rug. Met haar elleboog maakte ze een steuntje voor zichzelf. Haar lange benen hingen relaxed langs het paard. Ze had een knap gezicht, zwarte krullen en was overduidelijk lang en slank. Haar rijbroek accentueerde haar slanke maar ietwat gespierde benen en op haar zwarte polo was met steentjes een groot logo op haar borst te zien. Ze had bij haar broek bijpassende kniekousen aan en aan haar voeten had ze oude All-Stars. Ook zij zag er erg gelukkig en vertrouwend uit, en ze lachte erg opgewekt. De man zag er wat gespannener uit, maar zelfs hij zag er relaxed uit. Hij had een blouse met korte mouwen en een gewone spijkerbroek aan. Aan zijn voeten droeg hij ook All-Stars, alleen oogde deze veel nieuwer als die van de vrouw. Hij zat met 2 benen aan 1 kant, voor de vrouw en naar de camera gericht. Erg relaxed en vertrouwend, net als het paard en de vrouw. Ook hij had was knap. Zijn zwarte haar was in een soort hanenkammetje naar boven gericht en hij was ook lang en slank. Je kon aan zijn bovenarmen zien dat hij gespierd was. Bij beide zag je op de binnenkant van de linker pols een peace teken getatoeëerd. Bij de vrouw was die vrolijk versierd met bloemen en kleur, terwijl bij de man hij meer als een tribal versierd was. Die 2 jong volwassenen waren wij. Dat paard was Sitara. Dat waren wij 3en afgelopen zomer, misschien net 2 maanden geleden. Joey zag me een keer rijden zonder tuigage en dat vond hij zo mooi, dat hij dat ook een keer wou proberen. Hij kon een beetje rijden, genoeg om onafhankelijk te kunnen blijven zitten. De middag dat die foto genomen was, was hij voor de 3de keer zonder zadel gegaan en voor de 1e keer ook zonder neckrope. Mijn moeder wou daar natuurlijk foto’s van, en daarna gingen we nog een keer poseren voor een leuke groepsfoto. Dat was zeker gelukt. Die foto was me erg kostbaar. Nu helemaal. Ik keek op de klok; bijna 6 uur. Ik ging naar beneden om te eten.
De rest van de avond ging ik proberen mijn huiswerk te maken, en tot mijn verbazing lukte dat nog aardig goed. Alleen ik had het te snel af, waardoor ik om acht uur alweer klaar was. Ik ging douchen en tandenpoetsen, want ik zou toch niet meer naar beneden gaan. Daarna ging ik op mijn bed zitten. Ik pakte de foto weer. Ook nu schoten de tranen weer in mijn ogen, maar nu had ik geen zin om ze te verbergen. Geluidloos stroomden ze over mijn wangen. Hoe langer ik naar de foto keek, hoe slechter ik me ging voelen. Ik had behoefte om het aan iemand te vertellen, alleen aan wie? Mijn beste maatje was zomaar verkocht en mijn broer lag in coma. Langzaam zakte ik steeds verder onderuit en uiteindelijk viel ik in een diepe slaap. Ik droomde dat ik door een mooi, nee, prachtig grasveld liep. De grond was bezaaid met bloemen en hier en daar waren wat boompjes en wat struiken De lucht was strakblauw met schattige schapenwolkjes. De zon scheen en ik voelde me goed. Ik keek omlaag. Ik zag dat ik op blote voeten liep. Daarboven had ik een wit jurkje aan. Het voelde fijn aan en zag er, voor zover ik kon zien, leuk uit. Vrolijk huppelde ik door het veld, totdat ik een hoog gehinnik hoorde. Met een ruk stond ik stil. Dat geluid kende ik uit duizenden; dat was Sitara! Ik draaide me om en viel bijna flauw van geluk. Sitara stond naar me te kijken, alleen op haar rug zat Joey! Ik begon te rennen, steeds harder. Ook Sitara en Joey kwamen steeds sneller mijn kant op. Ondertussen riep ik ze steeds en Sitara beantwoorde dat met een hoog gehinnik. Joey sprong van Sitara af en rende met open armen op me af. Snikkend vielen we elkaar in de armen. ‘Joey, Joey, JOEY!! Ik mis je zo!!’ zeg ik snikkend. ‘Rustig maar, sssst, alles is goed. Dit is maar een droom hoor, het veranderd niets aan het echte leven. Alhoewel...’ hij zweeg. Ik keek hem vragend aan. Hij ging verder: ‘Dit is dus een droom. Maar ik kom je alleen maar zeggen dat alles goed komt. Morgen praat je in het echt weer met me en samen gaan we Sitara vinden.’ Ik knikte. Wat kletste hij nou, natuurlijk was dit echt. Sitara was erbij, hij was erbij. Ik was erbij. We liepen naar Sitara. Joey gaf me een knikje, en ik nam een aanloopje. Soepel sprong ik op de rug van Sitara. Het voelde zo vertrouwd aan, dit moest wel echt zijn. Ik keek nog een laatste keer naar Joey, die ondertussen lachend op de grond zat. ‘Ik zie je morgen’ zei hij, en hij ging met zijn ogen dicht in het gras liggen. ‘Tot morgen’ antwoordde ik en ik draaide me om. Voor me lag een prachtig veld, perfect om een mooi stukje te crossen... Sitara scheen al te weten wat ik dacht, want ik deed nog amper wat met mijn benen en ze schoot al vooruit. Als 1 galoppeerden we over het prachtige veld. Ik snoof de lucht in; het rook naar gras en bloesems. Ik voelde Sitara onder mij bewegen en ik sloot mijn ogen. Ik vertrouwde dat Sitara wist wat ze deed, zoals altijd. Ik genoot van de geur, van het paard onder mij en van het gevoel dat alles was zoals het hoorde.
Met een ruk schoten mijn ogen open. Ik keek op mijn klokje; 04:17. Waarom was ik zo vroeg wakker? Ik was nooit zo vroeg wakker, helemaal niet op zaterdag. En toen, als een vlaag die over me heen kwam, wist ik het. Joey. Vandaag zou ik hem weer spreken. Ik raakte een beetje in de war. Het was toch een droom? Maar ondertussen rook ik het gras en de bloesems nog steeds, ik voelde nog steeds de spieren van Sitara werken, ik hoorde Joey’s stem nog. Het leek zo echt... Ik schreef op een papiertje wat ik had gedroomd en hoe laat ik wakker werd. Terwijl ik in mijn bed verder peinsde viel ik weer in slaap, maar dit keer droomloos. Ditmaal werd ik om half tien wakker. Ik schoot in mijn badjas en ging naar beneden. Ik pakte een kom en deed er muesli en melk in. Relaxed ging ik op de bank liggen. Ik had het bijna op toen mijn vader beneden kwam. ‘Laura, komop, in de kleren. We kregen een telefoontje van het ziekenhuis, Joey is weer bij bewustzijn en vroeg naar ons! Over tien minuten gaan we weg, dus als je mee wilt-‘ maar verder hoorde ik het niet. Ik rende naar de keuken om mijn schaaltje weg te zetten en stormde de trap op. Ik pakte snel wat kleren, deed mijn make-up en mijn haar en poetste mijn tanden. Snel stak ik het briefje nog in mijn zak. Daarna rende ik weer naar beneden. Ik kreeg gelijk en snauw over dat ik mijn make-up niet zo zwaar moest doen, maar dat was ik ondertussen wel gewend. En al snel zaten we in de auto. Eenmaal in de auto, besefte ik pas wat Joey had gezegd in mijn droom; vandaag zou ik hem weer spreken. Dat klopte inderdaad. Maar als dit klopte, dan zou er misschien ook wel een kans zijn dat ook dat van Sitara zou kloppen. We zochten een plekje op de parkeerplaats en liepen het ziekenhuis in. Mijn hart ging als een razende tekeer terwijl we naar de afdeling van Joey liepen. ‘Ah, jullie komen voor Joey?’ vroeg een verpleegster. ‘Komt u maar mee.’ We liepen achter haar aan. Bij een kamer bleef ze staan. ‘Hier ligt hij’ en ze opende de deur. En mijn adem stokte.
( ik woon ook in den helder)
Vooral blijven oefenen! 