Ik had niets te doen onder de hongaarse les, dus begon ik maar begonnen met het schrijven van een nieuw verhaal.
Ik heb verschillende "delen/hoofdstukken" aan elkaar geplakt, om tot het juist aantal woorden te komen

Hopelijk vinden jullie het mooi en kan ik jullie ermee vermaken.
Ik vind het zelf al beter geschreven dan het eerste stuk van mijn andere verhaal.
Het kan zijn dat er nog wat spelfoutjes in zitten, mijn excuses daarvoor.
Citaat:Daar was ik dan. Zeventien jaar geleden kwam ik samen met mijn tweelingzus op de wereld. Maar echter heb ik mijn ouders nog nooit horen zeggen dat wij een tweeling waren, we waren totaal verschillend, ik was apart, ik hoorde er niet bij. In mijn eerste levendsjaren was ik ’s nachts wakke en schreeuwde ik alles bij elkaar omdat ik dan wou eten. Ik werd nauwelijks overdag waer. Mijn vader had overlegd met zijn broer of hij voor mij kon zorgen, voor de helft van de nacht, want hij was een bakker. Veel zag ik dus niet van het leven. De eerste helft van de nacht een donkere slaapkamer en de andere helft van de nacht een smerige bakerij.
Vanaf ongeveer mijn derde levendsjaar hadden zowel mijn ouders en mijn oom er genoeg van. Dit moest veranderen! Ze probeerden er voor te zorgen dat ik overdag wakker zal zijn en ’s nachts zal slapen. Maar op één of andere manier lukte dit niet. Ik had last van zonnenallergie en daarnaast kwam er ook bloed uit mijn oren en neus lopen. Dit deed verschikkelij veel pijn, waardoor ik hard ging huilen. Op een gegeven moment gaven ze het op. Ze wisten niet wat ze met mij moesten doen. Gelukkig had ik toen die tijd een erg leuke en aardige opa. Hij gunde mij een goed leven, op welke manier dan ook. Mijn verjaardag werd voor het eerste gevierd toen ik vier werd, ’s nachts. Om twaalf uur ’s avonds kwamen alle gasten, niet veel en geen kinderen. Mijn neefjes en nichtjes lagen allemaal al in bed, wanneer ik wakker werd. Het beste cadeau wat ik kreeg, was die van mijn opa. Hij had ervoor gezorgd dat ik van 12 tot 6 uur ’s ochtends een privélerares kreeg, zodat ik ook kon leren. Het was wel jammer dat ik niet naar een openbare school kon waar alle andere kinderen ook heen gingen. Dat zal betekenen dat ik nooit echt vrienden kon maken, met kinderen van mijn eigen leeftijd. De grootste vriend die ik op dat moment had was mijn opa.
Tegenwoodig ben ik een abnormale tiener, nog steeds anders dan de rest. Ik heb geen vrienden in mijn leven.
Mijn opa is een jaar geleden heen gegaan en ik heb alles geerft van hem. Maar mijn ouders zeiden dat ik hen alles moest geven, omdat ze zoveel voor me over hadden. Maar wat hadden zij mij die hele tijd gegeven? Mijn zus krijgt alles van hen; veel liefde, veel cadeau’tjes en grote feestjes. Eigenlijk alles wat ze maar wou hebben. Ik krijg net genoeg, wat eten, wat drinken. Echter ben ik daarna altijd nog hongerig. Maar mijn moeder zei altijd dat ik er genoegen mee moest nemen, omdat ik net zoveel kreeg als mijn zus.
Vanaf mijn zestiende kreeg ik geen privélessen meer. Direct de week nadat mijn opa stierf hadden mijn ouders de lessen opgezegd. Het zal veelste veel kosten en dat hadden ze niet voor me over. Niet veel later, ben ik op zoek gegaan naar een baantje. De meeste bedrijven zochten mensen voor overdag en de andere baantjes voor de nachtdienst, wouden een pesoonlijk gesprek met me voeren overdag. Elke keer nadat ik zei dat ik enkel ’s avonds vanaf 11 uur met hen kon spreken, hoorde ik nooit wat weer. Totdat mijn tante wat voor me gevonden had. Ik kon de volgende avond meteen beginnen. Het was een baan als bewaker bij een klein bedrijf. Ik zal dit samen met nog een jongen doen.
Die avond fietste ik richting het bedrijf waar ik zijn moest. Aan de ene kant kon ik niet wachten om eindelijk eens wat anders te doen. Het mooiste was dan ook nog, dat er iemand anders bij was, een vreemde! Ik had nog nooit echt contact gezocht met andere mensen. Later aangekomen bij het bedrijf, stopte ik mijn fiets in de fietsenstalling, naast een oude scooter. Die zal wel van mijn collega zijn. Ik keek rond of ik iemand zag. Het was al erg donker, maar ik kon altijd goed kijken in het donker en er stonden ook lampen rondom het terrein. Ik zag in de verte iemand aankomen lopen met een zaklamp in zijn hand. “Aah, jij moet mijn nieuwe collega zijn” zei hij. “Ik ben Thomas en jou naam is?” “Mijn naam is Nikita” vertelde ik hem. Hij was lang en gespierd, had donkerbruine haren en blauw/groenige ogen. Even vroeg ik me af of hij zoals mij was, overdag slapen en ’s nachts actief. Maar deze gedachten zette ik al gauw uit mijn hoofd. Niemand was zoals mij hebben mij ouders me altijd gezegd. Ik vroeg hem wat hij nog meer deed en waarom hij ’s nachts werkte. Hij vertelde mij over zijn jeugd, dat hij altijd problemen en ruzie met zijn ouders had. Met zijn zeventiende was hij het huis uitgegegaan en is hij gaan werken. Hij werkte zowel overdag als ’s nachts. Overdag een paar uurtjes en ’s nachts zo’n beetje de hele nacht. Hij werkte zoveel mogelijk, zodat hij zich zelf kon onderhouden. Nu was ik aan de beurt om mijn verhaal te vertellen. Want het was een beetje onlogisch om als tiener ’s nachts te gaan werken. Ik vertelde hem over mijn probleem, dat ik niet overdag kon leven. Hij vroeg mij gelijk erna hoe het kwam en hoe dat was, want hij had er nooit eerder van gehoord. Ik vertelde hem wat er gebeurde en dat ik het afschuwelijk vond om ’s nachts in mijn eentje te leven, terwijl de rest sliep. Daarna vroeg hij of ik de laatste tijd het nog eens geprobeerd had om overdag wakker te zijn. Wat een vragen zeg! Maar nu hij het zei, nee eigenlijk heb ik het na die ene keer niet nog eens geprobeerd. “Kun je het niet nog eens proberen, deze ochtend? Wie weet heb je nu negens meer last van”. Hmm daar zat wat in, maar ik was nog steeds een beetje bang. Wat als het nu nog meer pijn doet, met nog meer bloed? Misschien zal hij wel schrikken van me, neemt ontslag of wat dan ook? “Nee dat durf ik niet, zometeen schrik je van me hoe ik eruit zie”. Hij begon te lachen. “Wil je me zeggen dat je zo lelijk eruit komt te zien in het zonlicht? Hoe kan dat nou? Nu ben je prachtig en zometeen zal je veranderen in een heks? Nee dat gelovig ik niet en ik zal zeker niet bang van je worden. Dus wat zeg je ervan? Wil je het nog een keer proberen?” Ik dacht even na. Ach hoe erg kan het eigenlijk ook zijn? Wie weet kan ik gewoon in het zonlicht lopen!
De zon kwam langzaam op. Er gebeurde nog niets met me. Maar nog niet veel later, toen hij helemaal zichtbaar was begon mijn vel te branden en kwam er langzaam bloed uit mijn neus en oren zetten. “Zie je, ik ben nog steeds allergisch” en ik rende vervolgens de hal in. Hij kwam snel achter me aan. “Maar dit is geen zonnenallergie! Met een allergie verbrandt je niet letterlijk. Dit moet wat anders zijn. Ben je al wel eens naar de dokter of huisarts geweest?” “Ja al meerdere malen, maar het enigste wat zij oo zeggen is dat ik allergie heb. Maar het word tijd voor mij om naar huis te gaan en mijn bed in te kruipen. Ik zie je morgenavond weer!”
Nachten gingen er voorbij. We werden telkens hechter en we hadden al een grote vriendschap opgebouwd. Ik voelde iets voor hem, maar kon nog niet goed zeggen wat het was. Was het gewoon omdat ik weer een beste vriend had, of was het meer?
Om 11 uur stapte ik weer op mijn fiets richting mijn werk. Daar aangekomen zag ik nog geen scooter van Thomas staan. Zal hij ziek zijn, of spontaant ontslag hebben genomen? Ik wachte en wachten, maar Thomas kwam niet. Totdat ik een geluid hoorde komen, van ver af. Dat was ook een eigenschap van mij. Ik kon dingen van ver af aan horen komen. En ja hoor daar was hij. Echter had hij een grote tas bij zich, wat zal daar in zitten? “Sorry dat ik zo laat ben, maar ik heb iets belangrijks voor je. Ik denk dat ik weet waarom je zonlicht niet verdragen kan”. Hij haalde een heel pak papier uit zijn tas. Om het voorblad stond een mens met lange snijtanden, met daaronder de titel “De geschiedenis van de vampier”. Ik begon te grinniken. “Geloof je nou echt in die sprookjes” vroeg ik hem. “Eerder niet, maar nu begint het er toch aardig op te lijken... dat jij één van hen bent”. “Hoe durf je! Hoe durf je te zeggen dat ik een vampier ben! Ik kan misschien wat eigenschappen hebben, wat een vampier ook heeft, maar ik ben zeker niet één van hen!”. Ik liep boos weg. Hoe kan iemand mij een vampier noemen? Waarschijnlijk zijn het de ergste wezens in de wereld, mochten ze bestaan. Thomas kwam achter me aan. Hij boodt zijn excuses aan en vroeg of we het even rustig door konden nemen. Nou goed dan maar, zolang hij me maar geen vampier noemt.”Oke, laten we alles eens op een rijtje zetten, wat een vampier doet en kan. Een vampier... drinkt mensen bloed en kan vaak niet goed tegen bloed, is snel, goed horig, goed ziend, vaak oud en de tijd staat stil voor hen, kan niet in de zon leven dan verbranden ze en stroomt er bloed uit de neusgaten en oren, moeten worden uitgenodigd voordat ze een menselijk huis kunnen binnen komen en waarschijnlijk het belangrijkst van alles: ze worden door een andere vampier gemaakt en kunnen geen kinderen krijgen.” “Hmm ik kan gewoon geen vampier zijn, want ik ben geboren uit mijn ouders, in het ziekenhuis. En zover ik weet was er altijd iemand bij geweest. Verder heb ik aardig wat overeenkomsten, ik ben snel, goed horig, kan goed zien, kan niet in de zon leven en daarnaast verbrand ik ook en stroomt er bloed uit mijn neus en oren en verder ben ik over alles een beetje onzeker. Ik heb nog nooit mensen bloed gedronken of geproefd en eerlijk gezegd ook niet van dichtbij gezien, ik groei gewoon en wordt telkens wat ouder en geen idee of ik bij anderen uitgenodigd moet worden, bij openbare plaatsen in ieder geval niet, dus nee niet de perfecte vergelijking”. “Maar vindt je het niet vreemd dat je verschillende grote overeenkomsten hebt met een vampier?”. Ja daar zat wat in. “Hier probeer mijn bloed! Bijt maar in mijn arm”. “Wat ben je gek geworden, ik ga niet zomaar iemand bijten. Eerlijk gezegd weet ik niet eens hoe ik iemand moet bijten. En mocht ik een vampier zijn, zometeen kan ik niet meer stoppen en blijf ik jagen op mensen! Nee geen denken aan!”. “Ach kom op, zo erg kan het niet zijn en een vampier heeft nou eenmaal bloed nodig. Misschien wordt je leven wel totaal anders in een beter opzicht!”. Nee, dat kon ik niet doen. Straks gebeurd er iets ergs met me. Echter kon ik nu niet meer doen dat toegeven dat ik een vampier was. Ik leek er in alle opzichten op, maar zekerheid had ik nog niet. Daarvoor zal ik toch iemand moeten bijten. Maar de grootste vraag die in mijn hoofd bleef steken was, wie heeft mij zo gemaakt en waarom?!

