we mochten daarbij kiezen uit een paar hoofdpersonen :
een kat, een meisje, een oude vrouw en een oude man.
ik zou graag wat beoordelingen zien
ik heb trouwens de kat
Citaat:1.
Rufus liep door het bos. Hij had een erge honger; die vreselijke droge brokjes begonnen op zijn zenuwen te werken. Hij opende zijn bek om goed te ruiken en spitste zijn oren. Ja! Daar trippelde iets. Een klein musje liep over het bladerdek van het grote bos. Rufus besloop het arme ding voorzichtig en net toen hij zich afzette hoorde hij een krijgsschreeuw en voelde hij een zwaar gewicht op zich. Een Rode kat met vuurrode ogen viel hem aan. Deze was niet alleen indrukwekkend maar ook erg sterk. Rufus vocht zoals hij nooit gevochten had, -hij was immers een huiskat- maar hij verloor. Uitgeput lag hij op de grond toen de kat hem bekeek. ‘’Je bent nog best sterk voor zo’n mensendier’’ en hij draaide zich om om weg te lopen. Hij zette een paar stappen maar bedacht zich. Met een elegant sprongetje kwam hij weer bij Rufus neer en Opende zijn mond. Deze kwam gevaarlijk en dreigend dichterbij. Tot Rufus’ grootste verbazin werd hij niet gebeten maar vriendelijk toegesproken; ‘’Ik ben Roodvonk, Lid van de witte clan’’ En hij wenkte Rufus met zijn staart. Deze liep verdoofd mee. Hij probeerde alles op een rijtje te zetten. Van Billy, Een andere kat, had hij gehoord dat er grote wilde katten in het bos waren. De witte en zwarte clan werden genoemd. Roodvonk droeg hem op stil te zijn en zo slopen ze verder
2.
Ze liepen, en liepen, en liepen, en liepen. Totdat ze op een grote open plek kwamen vol katten in alle rassen en kleuren. Een witte pers, een Grote Siamees, een Oude Naaktkat van minstens 100 jaar oud en nog veel meer. Ze liepen op de oude kat af en Roodvonk Boog. Rufus deed het ook. De oude kat begon te spreken. Een stem van hier tot Tokio bulderde over het open veld en drongen diep in de basten van de bomen. De oude kat hief aanzienlijk zijn hoofd en sprak Roodvonk streng toe:’’En wat heeft dit te betekenen, Jonge kat?’’ Roodvonk schraapte zijn keel en antwoordde kleintjes:’’Ik vond deze kat terwijl hij een musje uit ons gebied probeerde te veroveren. Deze simpele huiskat is erg sterk voor een huiskat en is nog niet naar de dierenarts gebracht. Hij is nog helemaal heel.’’ De oude kat knikte goedkeurend.’’Wel, Rufus, Zou jij een soldaat willen zijn, een jager, en bij ons komen wonen?’’ Rufus knikte en toen begon zijn training.
3.
Rufus was in zijn element, in het bos hoorde hij thuis! Hij leerde wat echte vrienden waren, vertrouwen en te haten. Hij leerde jagen en tijgeren als de beste. Hij leerde de wetten, de regels van de clan kennen. Op een goede dag, tijdens het jagen liep hij aan de rand van een bos. Hij was inmiddels een grote zwaar bespierde kat. Hij loerde rond opzoek naar een prooi toen hij een dik mormel zag liggen. Hij liep erheen om het te bekijken en zag tot zijn verbazing dat het Billy was. Billy keek op en miauwde een begroeting. Rufus keek hem aan ‘’Wat is er met je gebeurt, Vriend?’’ Billy miauwde klaaglijk en keek hem wat suffig aan. Ik ben vandaag naar de dierenarts geweest voor een operatie. Rufus knikte begrijpelijk. De baasjes lieten hun katers steeds meer naar de dierenarts gaan. Billy Was nu degene die de vragen stelde ‘’Waar ben je geweest, Hoe kom je zo groot, Waar woon je?’’ Rufus ging geduldig zitten en likte een pootje. ‘’ Waar ik ben geweest? Ik ben het hele bos doorgeweest, verschillende streken, Ik ben zo groot omdat ik hard train en ik woon ik het bos.’’ Opeens klonk er een scherpe Miauw en Rufus draaide zich om ‘’Ik moet gaan makker, Het ga je goed’’ Billy knikte en wuifde hem na, om daarna weer lekker te gaan liggen.
4.
Rufus snelde naar het open veld. De oude kat wenkte hem. ‘’Rufus, Je bent nu al een aantal jaren bij ons. Het is tijd dat je je bewijst. Er is een grote oorlog op komst tussen de zwarte clan en ons en ik wil dat jij meedoet als soldaat’’ Hij nam een adempauze en ging verder: ‘’ Jij zult moeten laten zien wat je hebt geleerd, Maar wees voorzichtig Rufus, Wees voorzichtig.’’ Rufus knikte en liep de andere soldaten achterna. Een paar dagen lang was er flink wat voedsel bewaart en nu ging het gebeuren. De oorlog begon. De oude kat liep vooraan en de rest marcheerde mee. Toen ze de grens bereken begon het overwachts. Het gevecht begon.
Nog even en ze zouden winnen. Het duurde nu al uren. De leider van de zwarte Clan werd gedood door de oude kat maar de Oude kat overleed kort daarna. Rufus rolde met de laatste vijand totdat roodvonk zijn nagels in de keel zette. Zijn tegenstander viel slap van Rufus af en de witte clan juigte de overwinning toe. Totdat ze de oude kat zagen liggen. Ze droegen hem op een matje terug naar huis. Daar werd hij begraven.
5. Een nieuw begin
Rufus wachtte, De nieuwe lijder zat vooraan. Het was roodvonk. Roodvonk begon te spreken. ‘’Ik ben zeer trots op iedereen’’ zei hij ‘’Maar toch het meeste op Rufus, Rufus zou jij naar voren willen komen?’’ Rufus gehoorzaamde. Roodvonk ging verder ‘’Rufus jij hebt jezelf bewezen. Meer dan nodig was, Daarom krijg jij een naam die je eer toedoet. Vanaf vandaag heet je Vuurhart….
.