2
dit is een van mijn verhalen die ik de afgelopen 1.5 jaar heb geschreven , deze is van de winter .
ik weet dat het niet helemaal correct is geschreven , dingen die letterlijk gezegd worden staan niet tussen aanhalingstekens , zinnen zijn soms te lang en hier en daar een typfout , ik hoop dat jullie me dat kunnen vergeven , en het verhaal beoordelen op de inhoud:)
( dit is het tweede deel , er is ook nog een eerste deel , maar dan wordt het verhaal écht te lang en langdradig.. voor degene die toch het eerste deel willen , pb maar )
2
Slaperig wrijf ik in mijn ogen , die ik net met moeite open heb kunnen krijgen.
Als de vroege ochtendzon langzaam bezit van de dag neemt , is de vermoeidheid net zo snel verdwenen als hij kwam . Ik sla de deken van me af , en schiet in de van riet gevlochten sandalen die onder mijn bed liggen . En neem de kleren , die ik de avond van tevoren op de grond heb laten liggen , mee naar buiten . samen met de fles shampoo.Met mijn handen vol probeer ik met mijn elleboog de deurklink van het deurtje naar beneden te doen. Die langzaam open gaat en een beetje over de grond schuurt . Nuchska spitst haar oren en opend een van haar ogen . Als ze ziet dat ik geen bloeddorstige inbreken ben , laat ze het oogje weer dichtvallen . Zachtjes laat ik de deur achter me dicht vallen , en loop met mijn linnen zilver-blauw gespreepte broek en jasje die als pyjama dient , naar buiten . Als ik over het hek van het voorste weiland klim staan de paarden al op hun eten te wachten . Ik word aan alle kanten begroet door vrolijke snuitjes . Die nieuwschierig in mijn gezicht snuffelen. Lachend probeer ik ze allemaal evenveel aandacht te geven . Ik loop door naar het achterste weilandje . Daar aangekomen zie ik dat Dala en Yela al helemaal aan de achterkant van het weitje staan , hun hoofden laag . Ik klim over het hek , en versnel mijn pas . Als ik bij de achterkant aankom , zie ik dat de rivier gevuld is met helder, schoon water . Yela en Dala staan gulzig te drinken van het frisse water . ik laat laat de vieze kleren en de fles shampoo of de grond vallen , en ga op mijn hurken zitten . ik rommel tussen het stapeltje kleren en haal een lange witte rok tevoorschijn . Net op het moment dat ik de rok in het water wil leggen merk ik dat hij wel erg zwaar aanvoelt . Ik steek mijn hand in de rechterzak en haal een klein groen stukje zeep tevoorschijn. Ik schud lachend mijn hoofd , af en toe kan ik ook zo slordig zijn . Ik moet er toch eens om gaan denken . Ik kon het stukje zeep al niet vinden , het komt nu iniedergeval wel goed van pas. Ik laat de rok in het water zakken . Opeens voel ik koude druppels in mijn nek. Ik kan nog net een gil binnenhouden . Welke gek laat nou ijskoud water in je nek sijpelen !? ik draai me om , het monster is niemand anders dan Yela , die klaar is met drinken . Ik zie het water van haar mond af sijpelen . Lachend geef ik een aai over het grote hoofd . Ik haal de rok uit het water en knijp hem goed uit . De rest van de was laat ik ook in het water zakken . Een groezelige witte handdoek , een rood geruite theedoek , en een paar grijze sokken . En tot slot ben ik zelf aan de beurt. Ik zeep mezelf van top tot teen in met het groene stukje zeep , en pak de fles shampoo van de kant , en giet en beetje in mijn hand , en wrijf het in mijn haren . Ik buk , zodat ik mijn haren in het water kan laten zakken , en zo de shampoo eruit kan wassen . Als ik uit de rivier klim is de rok nog te nat om aan te doen , dus trek ik de linnen pyjama weer aan . ik haal de rest van de was ook uit het water en knijp het uit . Ik bind mijn haren in een staart . En ga op op weg naar mijn hutje .Ik leg de bult was op de grond , en hang het op aan de lange waslijn die tussen twee palen gebonden is . Als De muffe geur van de kaneelstrookjes aan het plafond komen me al tegemoet . Ik haal en paar stukken brood uit het kistje dat bedolven ligt onder een bult van hand en theedoeken . Ik neem de stukken brood mee naar buiten , en ga op mijn rug onder een grote rozenboom in de schaduw liggen . Rustig kauw ik op de knapperige stukken brood terwijl ik omhoog kijk naar de witte en roze blaadjes die aan de takken van de enorme boom groeien . Ik voel de warme zon in mijn gezicht . Dan herinner ik me weer mijn voornemen van de vorige avond .Ik zou bommstammen zoeken voor een nieuwe brug . Meteen nadat mijn brood tot op de laatste kruimel op is ga ik op pad . Ik sta op en voel aan de kleding die aan de waslijn hangt . een beetje vochtig , maar droog genoeg om aan te trekken. Ik loop naar het schuurtje en neem de oude kettingzaag van de haak . daarna verwissel ik de pyjama voor de rok , en ga op pad . Opeens hoor ik luid geblaf en gekrabbel aan de deur die ik net achter me dicht heb gedaan .Ik doe de deur open en Nuchska stormt naar buiten . Was ik je bijna vergeten! Zeg ik lachend . Ik wandel het pad, dat naar mijn huisje leidt, af , met Nuchska achter me aan . Terwijl ik met een vrolijk kwispelende Nuchska het pad af loop , neurie ik een liedje . Ik ken alleen de melodie , de tekst weet ik niet meer .Mama zong het vroeger altijd als ik niet kon slapen , of eigenlijk als ik niet wilde slapen . dat was het meer . Ik moet in mezelf grinniken , vroeger was ik nooit moe te krijgen , en dat is eigenlijk altijd zo gebeleven . Ik sta even stil bij een grote appelboom . Ik zie een appel die net binnen het bereik van mijn handen hangt . Ik ga op mijn tenen staan om er net bij te kunnen. Ik pluk hem van de grote tak af . Het is een groen rood gekleurd appeltje , hij proeft sappig als ik een hap neem . Als ik even later het pad in sla dat naar het bos leidt , valt mijn blik op een brede, niet al te grote boom . Net op het moment dat ik eropaf wil lopen , stokt mijn adem in mijn keel. Ik probeer weg te duiken achter een van de dichtsbijzijnde boomstammen. Maar het is al te laat . Een brede man komt met grote passen op me af lopen . Zo , kijk eens even ! Wie hebben we hier, zegt hij grijnzend, ons kleine heksje! . Nee Abedi, alsjeblieft! Smeek ik . maar het is al te laat , de man grijpt me bij mijn polzen . Van angst kan ik geen woord meer uitbrengen .
Hij neemt me minachtend van top tot teen op met zijn ene oog , met het andere wenkt hij een van zijn vrienden , die met veel kabaal een boom naar de grond helpt . Vertel jij eens even.... ? Chalondra . antwoord ik stug . Vertel jij eens even Chalondra vervolgt hij zijn verhaal , wat doet een meisje als jij hier zo laat op de avond nog zo diep in het bos? Ik zoek sint janskruid meneer , ik heb erge hoofdpijn en .. aha! Een heks ! Dat soort onderkruipsel kunnen we hier niet gebruiken . Zegt hij met kille stem . de man die zo even de boom ten gronde hielp , is naast Abedi komen staan . Pak het touw, beveelt hij de man . Die vervolgens gehoorzaam een touw tevoorschijn haalt. Bind haar vast ! beveelt hij . Van angst zijn al mijn spieren verslapt. En laat ik alles toe . Als ik even later het tafereel van twee mannen die elkaar bulderend op de schouders staan zie , terwijl ik zelf stevig gebonden vaststa , besef ik dat ik verloren ben . ik probeer me te bewegen , maar de touwen snijden in mijn vel.
De man kijkt me doordringend aan met zijn bijna zwarte ogen . ik vroeg je wat ! buldert hij . Ik kijk hem vragend aan . Bang dat hij me wat aandoet , besluit ik om me niet te verzetten en tegen te werken . nou,hoeveel? Vraagt hij ongeduldig. Sorry , ik weet niet wat u bedoelt .. dan kijken we zelf wel even , zegt hij dreigend . Met zijn ene hand houdt hij mijn polsen op mijn rug , met zijn andere doorzoekt hij de zakken van mijn rok . verdomme ! die heks heeft nog gelijk ook ! mompelt hij meer in zichzelf dan tegen mij , terwijl hij zijn handen uit de zak van mijn rok haalt . Hij schudt zijn hoofd , nou hebben we twee keer niks aan je. Even blijf ik staan , niet wetend wat hij met zijn opmerking bedoelt . wegwezen nu ! buldert hij . Dat lijkt me voldoende uitleg . Ik ren weg , in de richting van mijn hutje , met nuchska die niets van de hele gebeurtenis gebreep , maar er ook een onaangenaam gevoel bij heeft gekregen . Zonder om te kijken ren ik in de richtig van mijn hutje . Ik ruk de duer open en glip naar binnen met Nuchska . Voor de zekerheid pak ik een stoel die ik onder de deurklink zet , waarmee ik het naar beneden duwen van de deurklink belemmer. Ondanks de hitte , heb ik het toch ijskoud van de man gekregen , evenals Nuchska , die trillend in een hoek is gaan zitten . Ik streel zachtjes over het hoofd van het trillende hondje . Dan loop ik naar de muur boven mijn bed , en haal een paar strookjes valeriaan van de muur . Ik leg de blaadjes in mijn hand en kniel naast het hondje neer, voorizchtig snuffelt hij aan mijn hand . Zo blijf ik een tijdje zitten , het kopje van het hondje strelend . Terwijl hij aan de valeriaan blijft snuffelen merk ik dat hij na een tijdje wat gekalmeerd is , en zijn ademhaling langzamer en regelmatiger wordt. Na een tijdje vallen zijn oogjes dicht . Voorzichtig til ik hem van mijn schoot en leg hem in zijn mandje , naast mijn bed . Ik voel dat ik mijn eigen ogen ook nauwelijks meer open kan houden , ik sta op en blaas de kaarsen , die de kamer schemerig verlichten , uit . Ik kleed me uit , en trek het jasje van de pyjama over mijn hoofd , en laat de andere kleding op de grond liggen . Ik kruip in mijn bed en trek de deken op tot aan mijn kin . Binnen een paar minuten val ik weg in een onrustige slaap.
De volgende morgen word ik met een angstig , naar gevoel wakker . Even weet niet waar het nare gevoel vandaan komt , maar dan herrinner ik me mijn droom weer. De man zat me kilomers lang achterna , ik viel steeds om, omdat mijn polsen met touwen op mijn rug waren gebonden, en ik steeds mijn evenwicht verloor. Er gaat een rilling door mijn lijf als ik er aan terug denk .Een frisse douche zal me vast goed doen . Ik sla de deken van me af en blijf even op de rand van het houten bed zitten , Nuchska , die ik de vorige avond naast mijn bed heb gezet is in een diepe slaap verdwenen. Vertedert kijk ik naar het kleine hondje dat af en toe een hoog peipje uit zijn keel laat horen diep in zijn slaap . Zachtjes , om het hondje niet wakker te maken stap ik uit bed . Buiten word ik al begroet door tientallen fladderende flinders , nieuwschierige paarden , en een warm zonnenstraaltje . Op slag ben ik de angstige droom die de nacht heeft gebracht , vergeten . Ik loop naar het schuurtje en pak de kruiwagen en het hooi , de paarden schrapen al ongeduldig met hun hoeven in het zand als ze me met het hooi aan zien komen. Eerst gooi ik het hooi over het hek , daarna klim ik er zelf achteraan . Ik geef Tarka, de voskleurige merrie een aai over haar hals. Ik laat mijn blik door de kleine kudde paarden glijden , opzoek naar Bonja , een van de dominanste paarden die er altijd als de kippen bij is als er gevoerdt wordt, het verbaasd me dan ook dat ik haar nog niet opgemerkt heb . Opeens hoor ik een klaaglijke hoest , het komt aan de achterkant van de kudde vandaan . Snel haast ik me in de richting van het geluid. Helemaal achteraan zie ik Bonja , haar hoofd laag , en oren hangend . Ze ziet me , maar besteedt nauwelijks aandacht aan me . Ik aai haar over haar fijne hoofd. Zo blijf ik een tijdje staan totdat de stilte wordt doorbroken door een schurende hoest. Bezorgt kijk ik naar Bonja , die tussen het hoesten door naar adem snakt. Ondertussen ga ik in mijn hoofd het rijtje af van kruiden die vaak bij hoestaanvallen worden gebruikt; anijszaad,zoethout,tijm, klein hoefblad en Foenegriek worden volgens mij het meeste gebruikt . Ik zal vandaag toch het bos in moeten voor nieuwe boomstammen , die ik gisteren door de toestand van de man niet mee heb kunnen nemen, dus kon ik nu evengoed ook wat kruid voor Bonja menemen . Ik ga weer naar binnen om me om te kleden en iets te eten . In een oud ebbenhouten kistje achterin mijn kamertje haal ik twee rimpelige sinaasappels, een rood geel gekleurd appeltje en een meloen tevoorschijn. Ik snijd de appel in vieren en haal het klokhuis eruit , dat ik vervolgens in de zak van mijn rok stop. Ik open de deur van het hutje , dat met een krakend geluid open gaat . Nuchska komt bij het horen van de krakende deur , al aangetrippeld op haar korte pootjes . Ze glipt snel en handig tussen de deur door . Lachend doe ik de duer achter me dicht . Ik klim over het eerste hek waar de paarden staan , tot mijn opluchting zie ik dat Bonja ook is begonnen met wat hooi te eten . Ik kijk even achterom en zie Nuchska worstelen om onder het hek door te kruipen . Als het hem eindelijk gelukt is zit hij onder de modder en zand vlekken . Door het dolle heen rent hij achter me , naar het achterste weiland . Ik klim over het hek , en vlak voordat Nuchska op het punt staat om ook onder dit hek door te kruipen , til ik haar op en zet haar keurig aan de andere kant van het hek af . Zo, dat scheelt een hoop moeite, zeg ik lachend . Yela en Dala staan ons al op te wachten , ik haal de vier stukjes klokhuis uit mijn rok , en voer ze aande paarden . Ik heb zomenteen een klusje voor jou , zeg ik tegen Dala . Jij mag me even helpen met boomstammen te dragen . Dan kom je er ook weer eens uit ! Blijkbaar weet hij dat ik het tegen hem heb , want hij kijkt me vragend, met gespitste oortjes aan. Er druipt een soort appelmoes van zijn mond . lachend streel ik hem over zijn hals. Ik ben zo terug , zeg ik tegen de paarden . Ik loop , in de richting van het schuurtje . Met veel lawaai haal ik een wagentje tevoorschijn , waar een tuigje bovenop ligt . met al mijn krachten probeer ik het wagentje in beweging te krijgen . eenmaal buiten bedenk ik hoe ik het wagentje bij het weiland van dala en Yela krijg . Of liever gezegt, hoe ik Dala en Yela hier krijg . Toch nog maar voor een keer het bruggetje gebruiken , en Dala hier mee naar toe nemen , besluit ik . Soepel klim ik over het eerste hek , daarna over het tweede . Ik neem Dala bij zijn voorpluk . en leid hem mee naar het bruggetje . de schorst van de meeste bomen is er voor een groot deel al af , wat het ook nog glad maakt. Gelukkig is Dala maar een klein paardje en niet zo’n reus als Yela , ik laat de voorpluk van Dala los , want ik heb beide handen nodig om in evenwicht te blijven . Gehoorzaam volgt Dala. Weer op de veilige grond aangekomen neem ik Dala weer bij zijn voorpluk en leid hem mee naar het wagentje . Ik gooi het tuigje over hem heen , en maak alle gespen en riemen vast .
Even later rijden we het hobbelige pad af . Ik voel een warme zonnenstraal op mijn rug . Hoge bomen die aan de weerzeiden van het pad groeien , vallen bij de toppen een beetje opzij , zodat we door een soort tunnel rijden , en niet zoveel last van de hitte hebben . Bij een grote boom laat ik Dala even stil staan . Aan de zijkant zie ik een klein geel bloemetje .Ik spring van de bok en ruik aan het bloemetje . ja , dit moet de foenegriek zijn waar ik naar zocht . Ik kijk om me heen , zoekend naar iets waar ik het bloemetje in kan doen . Als ik niets kan vinden stop ik het bloemetje in de zak van mijn rok , hopend dat dat beschermend genoeg zal zijn . Ik klim op de bok en zet de tocht weer voort . Net op het moment dat ik Dala aan wil laten draven hoor ik gefluit,geschreeuw en zie ik een man op een groot , bruin-bont gekleurd paard over de velden galopperen , iets achterna. Ik houd een hand voor mijn ogen en tuur in de verte. Tot mijn grote schrik zie ik dat de man niemand minder dan Abedi is , die de zwarte hengt achterna zit ..
Hij houdt een lang touw in zijn handen en zwaait ermee boven zijn hoofd . De hengst houdt zijn hoofd hoog en galoppeerd met snelle, krachtige passen over de velden . Ik blijf staan kijken , de man ziet me niet , daarvoor is hij te ver weg . En al zou hij me zien , hij zou vast teveel met de hengt bezig zijn . Aan het einde van het veld zie dat de hengst het linkerpad in wil vluchten , dat naar de bergen leidt. Maar daar had Abedi al op gerekend. Bij de vier uitgangen stonden vier mannen met paarden en touwen te wachten. Het paard komt slippend tot stilstand , veroorzaakt een wolk van stof en zand en kijkt schichtig om zich heen , zoekend naar een andere uitweg .
hallo,
Laatst bijgewerkt door Lontje op 02-06-10 21:56, in het totaal 1 keer bewerkt
Reden: [TAG] toegevoegd en onnodig aantal 'enter' verwijderd.