[VER] De reis

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
VogeltjeM

Berichten: 4161
Geregistreerd: 31-12-07

[VER] De reis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 16-05-10 17:03

Hallo :)

Na een tijdje twijfelen (ik post namelijk maar heel zelden/nooit iets) wil ik hier toch mijn verhaal neerzetten :) Ik zou heel blij zijn met onderbouwde tips en onderbouwd commentaar.

Ik heb dit verhaal eigenlijk geschreven als uitlaatklep, maar ik ben ook serieus bezig met ruimtewerking en sfeer/spanning opbouwen. Dit verhaal is daarom vooral symbolisch bedoeld en ik heb geprobeerd een bepaalde sfeer over te brengen. Ik heb ook graag tips over hoe ik mijn techniek wat betreft deze dingen dus kan verbeteren :)

Oké, komt 'ie:

De reis

Eén dag.

Het zonlicht speelt zachtjes met de takken. Zittend op een oude boomstronk kijk ik hoe een fazant langzaam dichterbij gescharreld komt. Hoewel ik hem duidelijk zie, hoor ik hem niet. Met kleine waggelpasjes komt hij dichterbij. Plots schiet zijn feloranje kop de lucht in: verstoord door mijn aanblik. In een fractie van een seconde is het beest weg en mijn ogen rusten nu op de zanderige, bemoste grond. De lome warmte van de voorbije dag hangt hier en daar nog in de takken terwijl mijn gedachten langzaam afdwalen naar een etmaal eerder. Het is zomer, maar in mijn hoofd is het donker en leeg. Ik mis je verschrikkelijk, jij met je warmte en je stem. Nu heerst slechts de stilte, vibrerend tussen de talrijke struiken.

Twee dagen.

Toen ik vanmorgen wakker werd was het bos anders. Geen vogels te horen, geen straaltje licht te zien. Tussen de donkere bomen laat ik me op de grond zakken. Ik zie de fazant weer, ik vermoed dat hij honger heeft. ‘Honger hebben we alle drie’, fluister ik tegen het beest. Zijn kraaloogjes kijken me indringend aan, alsof ze vermoeden dat er iets niet klopt. Terwijl ik me afvraag wat fazanten eigenlijk eten, is het beest alweer weg. Doodse stilte hangt in het bos: de tweede dag dat ik hier ben. De schaduwen van de bomen tekenen zich vaag af op de zanderige vloer van eeuwenoude plantenresten. De wind zwelt langzaam aan, tot ik gedwongen ben met mijn armen om mijn knieën beschutting te zoeken. Radeloos ben ik, vervuld van het enige verlies dat dieper gaat dan mijn eigen ziel. Ik word gepijnigd door de gedachte aan hoe het anders had kunnen zijn: jij en ik samen, wij tweeën tegen de rest van de wereld. Maar aan sommige dingen kun je niets veranderen.

Drie dagen.

Oké. Ik zal praten. Ja, je raakt me. Dieper dan ieder ander ooit heeft gedaan, of waarschijnlijk ook zal doen. Waarom weet ik niet, jij bent het. Ik voel die wetenschap iedere dag, en hij is pijnlijker dan ik ooit had vermoed. Iedere dag ervaar ik de pijn die er nooit had moeten zijn. Verdomme! Waarom ben ik eraan begonnen? Ik wist wat het gevaar was en tóch nam ik de sprong. Je armen waren er echter niet om me op te vangen. Ik keilde recht naar beneden in wat eruit zag als zachte watten, maar slechts waterdamp bleek. Even was ik blij, daar in de wolken, maar al snel maakten ze plaats voor een vrije val. En hoewel een vrije val een aangename kriebel veroorzaakt, duurt hij nooit voor eeuwig. Het is gevaarlijk om iemand op zo’n verschrikkelijke manier pijn te doen, ik hoop dat je dat nu wel hebt ondervonden.

Vier dagen.

Tussen de donkere bomen zie ik je gezicht. Je ligt daar in de regen en ik zie al je gebreken. Je onzekerheid en je verdriet. Ik voel me hoe jíj je voelt, ik zie wat jíj ziet. Ik snap hoe jij je voelt, en ik heb medelijden. Met jou, met de wereld, met alle kinderen die ooit geboren zullen worden en alleen blijven, en ik word bevangen door de angst dat ik verkeerd gehandeld heb: dat je het misschien allemaal niet slecht bedoelde en wél goed in elkaar zit. Niet gestraft hoeft te worden. Ik wil je omhelzen, troosten, maar het hout is ondoordringbaar. Je ogen blijven dicht, de oude boomstronk ligt onbewogen terwijl de druppels er in kleine donkere plekjes zichtbaar op worden.
De regen striemt in mijn gezicht terwijl ik dieper het bos in loop. Ik sluit mijn ogen maar de bomen tekenen zich af aan de binnenkant van mijn oogleden, ze staren me aan en lachen me uit: hologige figuren met haren van groen die zorgen dat ik weg wil. Weg uit deze verschrikking, weg van deze plek.

Vijf dagen.

What goes into the forest, never leaves again, denk ik terwijl ik besluit de fazant te zoeken. Ik heb behoefte aan kleur en aan beweging in dit donkere getij. De storm duurt nu al ruim drie dagen en langzaam begin ik hem zat te worden.
‘Kom, vogel,’ murmel ik terwijl er zacht takjes breken onder mijn voeten. Ik hoor jouw langgerekte kreet in de verte, die me even van mijn stuk brengt. Een bittere frustratie manifesteert zich in mijn borst terwijl ik aan je denk. Jij had het kunnen weten, in tegenstelling tot ik. Onwetend was ik, vertrouwend op je praatjes en je ‘inzicht’. Ik wist niet wat voor verpletterende indruk je achter zou laten, ik wist niet wat je deed. Jij wel, jij was je ten volle bewust van het doolhof waarin ik langzaam verdwaalde. Een smeerlap ben je, een zielig geval en ik snap niet hoe jij aan zo’n leuk leven komt. Blijkbaar doe je toch iets goed. De fazant zal vast en zeker ook naar jou gekomen zijn.

Zes dagen.

Zes dagen duurt hij nu al: onze verwijdering. Zes dagen sinds ik je voor het laatst sms’te. Zes dagen sinds ik besloot je te vergeten. Want je laat me geen keus. Intens zeer doet het: iemand anders ziet het als vanzelfsprekend dat jij bij haar hoort, iemand anders is jouw leven. Je bent met haar, je bent met haar en niet met mij.
Ik staar in de mist en moet onwillekeurig een beetje glimlachen om de situatie. Zij heeft jou wel, maar ze weet niet waar je bent. En als je straks wakker wordt zal je enkel de takken zien die zich over je heen buigen als stille getuigen van iets dat verdorven is. Je zal dezelfde mist zien als ik en je zal je afvragen waar je bent. Liefste, ik zal je vertellen waar je bent: je bent veilig en bij mij. In mijn hart.

Zeven dagen.

Ik moet je loslaten, ik moet het bos verlaten. Het is je verdiende loon, denk niet dat ik dat niet weet. Ik heb je nu een week vastgehouden en van je praatjes is weinig over. Denk maar niet dat ik je ’s nachts niet heb horen jammeren vanachter je boomstam. Maar je moet leren. Je moet leren dat van alle spellen het liefdesspel het gevaarlijkst is. Roekeloos was je, je dacht dat je me uitgespeeld had maar ik kwam terug met een keiharde joker. Ja, en nu lig je daar. Je haren zijn inmiddels nog zwarter door het zand dat dankzij de regen aan je is blijven plakken. De stoppels die je kin een week geleden zo stoer tekenden schieten nu al een beetje alle kanten uit.

Ik kijk hoe je ligt, je armen in een rare hoek boven je hoofd en je ogen smekend op mij gericht. Ik kan toch niet voor altijd om jou blijven treuren? Ik kan hier niet eeuwig blijven rondhangen. Maar treur niet, schatje, vanzelf zal alles beter worden. Je denkt nu dat je honger hebt, nou, over een tijdje zal die je flauw maken. Je zal je ogen sluiten en het zal steeds een beetje langer duren voor ze weer opengaan. En over een paar weken hoef je je nergens meer zorgen over te maken, dan houd je gewoon je ogen gesloten. Nu heb je de tijd om je zonden te overdenken. Twee meisjes, hoe kom je erbij? En dan op de valreep nog een derde, maar dat was de druppel die de emmer deed overlopen. Dat begrijp je wel, denk ik.

De fazant heb ik trouwens al een tijdje niet meer gezien. Misschien heb je hem weggejaagd met je gespartel. Echt jammer, ik had mijn vogel graag nog een keer gezien. Het schept een band om allebei alleen te zijn in een bos. Nou ja, helemaal alleen niet natuurlijk. Maar zo goed als. Missen zal ik je wel, maar ik verlang zo onderhand ook wel weer eens naar een warm bad en een stevige maaltijd. En er zwemmen meer vissen in de zee, dat heb je zelf ook al gezien. Geen hand vol, maar een land vol.

VogeltjeM

Berichten: 4161
Geregistreerd: 31-12-07

Re: [VER] De reis

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 19-05-10 13:21

:+