ik wou een extreem zielig verhaal schrijven, ik had er even een neiging aan.
ik ben er zelf wel trots op, ben benieuwd wat jullie er van vinden! Graag reactie

Citaat:Gemengde gevoelens heb ik van verdriet, boosheid, en pijn. Hij is weg, hij is er niet meer. Mijn beste vriend, mijn vriendje. Zelfmoord heeft hij gedaan, nog steeds geen reden waarom. Waarschijnlijk ruzie met zijn vrienden. Dat krijg je in die wereld had mijn moeder gezegd. Ik snap het niet, echt niet! Hij die lieve jongen waar geen vliegje kwaad en zit. Niemand had iets kwaads op hem waarvan je dacht er gebeurt iets. Ik probeer mijn tranen voor de zoveelste keer weer tegen te houden. Nee ik kan niet zonder hem. Hij zou mijn ware zijn.. Nou niet meer. Huilend sta ik alweer bij het graf, de 10e dag nadat hij zelfmoord heeft gepleegd. De politie weet het niet zeker maar de kans is groot dat hij zelfmoord heeft gedaan. Huilend probeer ik de woorden over mijn lippen te krijgen wat op het papiertje staat. Het gedicht dat hij toen had geschreven toen hij mij verkering vroeg. Het gedicht is speciaal voor mij. Wazig van de tranen zie ik zijn handschrift. Slordig van de zenuwen geschreven, en met trillende handen had hij het toen voorgedragen aan mij. Ik staar naar het zwarte zand, het grafsteen staat er nog niet. Het gedicht tegen mijn borst. Dan begin ik stilletjes maar stotterend en huilend tegen hem te praten; “weet je nog? Die mooie tijd! Ik snap het nog steeds niet.” Nu loop ik weg. Ik ben boos, niet op hem maar op de reden. Ik snap het gewoon niet. Ik loop naar mijn fiets en zet hem van het slot. Stilletjes fiets ik naar huis.
Wazig kijk ik naar de spiegel. Lachen doe ik niet meer. Verleden tijd voor mij. Mijn ouders vinden mij een lijk, hier reageer ik niet op. Niet op deze opmerkingen, dan ben ik maar een lijk! Plots gaat de telefoon, een onbekend nummer, het is beter dat ik op neem. Ik probeer zo vrolijk mogelijk te klinken; “Hallo met Roxanne.” ‘Goedemiddag, sorry dat ik u stoor, u spreekt met de recherche meneer Wieringa. Kunt u zo snel mogelijk even bij het politie bureau komen. Er is iets anders gebeurt. Het is geen zelfmoord!” Ik vergeet bijna om doei te zeggen en hang op. Wat zal er gebeurt zijn? Zo snel mogelijk loop of ren ik eigenlijk naar de garage en pak mijn fiets. Onderweg merk ik pas dat mijn fietsband leeg is maar ik moet het weten dus ik fiets gewoon door, in gedachten.
Hijgend kom ik het politiebureau binnen, blijkbaar kennen ze me al een vrouw met blond stijl haar komt meteen al op mij aflopen. ‘Hallo, jij bent Roxanne?’ ik knik even en krijg een brok in mijn keel, ik moet me inhouden om niet te gaan huilen. Het is geen goede plek. Kom maar mee. Ik loop met haar mee naar een hal en dan de trap af. Het lijkt op een soort verhorings kamertje, ik voel me net een dief eigenlijk. Het is donker en er hangt in elke hoek een camera en in het midden een tafel en 3 stoelen. Met een man op 1 van deze stoelen. ‘hier is meneer Wieringa hij zal je verder helpen.’ O help, volgens mij gaat het niet meer om hoe Maarten is dood gegaan. Volgens mij ben ik een schuldige. Na ja dat lijkt eigenlijk zo tenminste.. Die meneer, meneer Wieringa staat op en loopt naar me toe. ‘hoi, jij bent dus Roxanne?’Ik knik. Oo ik kan mezelf wel voor de kop slaan! Ik heb het gevoel als of ik elk moment wel moet uitbarsten. Het inhouden om niet te gaan huilen wil gewoon bijna niet. Blijkbaar ziet hij het en verwijst mij op een stoel. ‘Wil je een glas water?’ Ik knik weer. Een woord uitbrengen is moeilijk.. Hij klinkt vrolijk. Hier kan ik nou echt boos om worden! Die vrolijkheid terwijl er iemand dood is. Even kijk ik rond, wat is het zaai hier! O was Maarten hier nou maar, hij zou met haar meegaan een troostende knuffel geven. Maar het is Hij die weg is, die er niet meer is. Nu kan ik het echt niet meer inhouden een traan loopt over mijn wang, en de recherche loopt net binnen met een glas water voor mij. Hij glimlacht. ‘ik ga nu veel vragen vragen. Ik moet zeker weten of dit klopt! Wanneer heb je Maarten voor het laatst gezien?’ Ik hoef niet na te denken want ik weet alles nog. Ik zal dat nooit meer vergeten! ‘die zelfde dag voor zijn..’ik kan het woord niet uitspreken, niet het woord dood. Maar ik hoef het gelukkig niet te zeggen want Meneer Wieringa gaat verder. ‘waar was dat?’ Deze vraag zag ik aankomen. Ik ben van plan alles te zeggen dan zou ik er van af zijn. Dan kan ik weer stil zijn. Dan kan ik weer eeuwen zwijgen, dat wat ik de laatste 10 dagen het allerliefste doe! ‘we hadden een feest. We waren druk aan het dansen. Maar Plotseling om een uur of 2 in de nacht moest hij weg. Ik wou met hem mee gaan, maar hij zij dat het beter was van niet. Ik vond het raar. Maar met de woorden: ‘wij zijn nooit meer te breken’ en ‘zorg goed voor jezelf’ liep hij toen verder. Ik wist niet wat hij daarmee bedoelde. ‘Had je onder dat feest ook iets geks gezien, ruzie of zo of een conflict? En had hij wat gedronken?’ ‘Nou voor dat feest weet ik dat Maarten wat had ingedronken. Dit doet hij eigenlijk altijd wel. Voor het feest zij die wel dat hij ruzie had met een paar vrienden. Ik had niet doorgevraagd want ik dacht dat het wel mee viel. Hij heeft wel vaker ruzie.’ Nou herinner ik het weer! O wat stom dat ik hier niet op heb gelet! ‘Er was een jongen die voorbij liep en net iets te hard zij, je gaat eraan. Ik had het gehoord, ik heb gevraagd waarom hij dat zij. Maar Maarten reageerde of hij van niks wist!’ ‘oké.’ Hij knikt nou keurig. Ik begin nog harder te huilen, nog harder dan net. Waarom moeten ze het mij allemaal nou vragen? Tijd om verder te denken krijg ik niet, de volgende vraag komt weer. ‘hoe laat ging jij weg van het feest? Had je toen ook wat gemerkt?’ O wat stom ik ben met mijn stomme kop vrolijk met Laura en Anne weer naar huis gefietst! ‘nee niks gemerkt om een uur of 3 ben ik met nog een paar meisjes naar huis gefietst,’ antwoord ik. Ik wil weg hier, die benauwde sfeer, was Maarten hier nou maar! Was er maar iemand die mij kon troosten zoals, uhh ja Maarten! ‘oké, kun je morgen om een uur of 2 weer hier komen? Ik denk dat we het weten. Wees wel een beetje voorbereid.’ En met die woorden houdt hij de deur open en laat me naar buiten. Niet nadenkend fiets ik weer naar huis.
‘Je gaat eraan!’ In eens moest hij weg, niet lang daarna. Ik zie zijn angstige blik in zijn ogen; ‘wees voorzichtig voor jezelf’ en ‘wij zijn nooit te breken, onthoud dat!’ Het dringt niet tot me door. Weg is hij, Foetsie! Volgens mij ben ik nu Maarten, Maarten zelf. Het lijkt een andere wereld. Met veel angst loop ik de grote ruimte uit. Ik heb geen wapen bij me, niks om mezelf te kunnen verdedigen. Tja ik zit op Kickboxen het geeft me een kick, maar dit een te grote. Ik ben buiten. Om me heen een groep jongens, ik denk 10. Ik wil weg rennen maar die kans krijg ik niet eens ik word al bij mijn armen gepakt. Een jongen van een jaar of 18 pakt mijn arm en draait hem om. Ik probeer mijn pijn niet te laten zien. Dan zullen ze zien dat ze gewonnen hebben. In 1 van hun herken ik een bekend gezicht. Ik kan het gezicht niet plaatsen bij een naam. Het is 1 van mijn box vrienden waarmee ik ruzie heb, dezelfde als wat hij zij met Roxanne toen Roxanne zo geschrokken keek. Ik probeer me los te wurgen. Maar dat lukt never dan zal ik als nog weer gepakt worden. Ik wordt meegesleurd het bos in. Hier is niemand, niemand! Ik krijg een schop. Ik roep het uit. ‘dus, jij durft wel hé? Hoe durf jij? Na ja jij hebt het verpest.’ En die bekende jongen spuugt in mijn gezicht. Bang ben ik, bang dat er ook iets met Roxanne gebeurt. De jongen pakt zijn geweer, hij houdt het tegen mijn hoofd aan. ‘Het is je vriendin of jou leven!
Gillend, hijgend en huilend wordt ik wakker. De zoveelste nacht merrie, en de hele tijd de zelfde vraag, zal het zo gebeurt zijn? Zal de jongen die Maarten bedreigde er wat mee te maken hebben? Ik zit recht op in mijn bed. Slapen kan ik niet meer. Ik doe mijn nachtlampje aan en loop naar beneden, drink wat water en probeer weer te slapen. Na een uur piekeren val ik in slaap.
