Wandelend langs mijn jeugd
de weg die ik jaren ging
naar peuter en basisschool
Waar het ware leven zich
achter het vrolijke kind in mij verschool
Het was de waarheid
dat huppelen, touwtje springen
tot huilen om een knikker
al was wat het leven inhield
Ik geloof nu geen flikker
van ooit nog lachen uit onschuld
kriebels in mijn buik voor de sint
en al het zinloze ongeduld
Mijn geduld is er nu alleen voor jou
ik zou mijn hele leven
en in de eeuwigheid
wachten, tot ik je een seconde zien zou
Zie de ouders wachten bij de poort
ik loop langs de grasvelden
adem mijn jeugd een laatste keer in
Mensen waren toen nog mijn helden.
dit is gedicht is van mij