Ik begin ook gelijk in het verhaal. Meestal begin ik halverwege en komt het begin als het verhaal af is. Dit omdat ik veel moeite heb om een begin te maken aan een verhaal. Als je immers je verhaal af hebt is dit een stuk makkelijker.
Normaal gesproken schrijf ik ook nooit in dit genre. Meer over loverboys e.d. Een nieuwe uitdaging dus. Het kan een heftig verhaal worden. Hier een klein begin.
----------------------------------------------------------
`Ik kan het niet meer aan! Het gaat gewoon niet meer.´ Daar ga ik weer, snel probeer ik wat coke uit het kastje te pakken. Het zakje heb ik eindelijk gevonden, ik probeer het al trillend open te maken. Het lukt me niet ik krijg het niet open nee niet nu ik moet en zal het open krijgen. Ik ga opzoek naar een schaar en al snel heb ik deze gevonden. Eindelijk is dat zakje dan open. Ik leg wat op de tafel en snuif het op. ´Heerlijk is dat! Dat had ik nu net nodig.´ Het gaat niet goed met me, ik moet afkicken maar het wilt niet. Iedere keer als ik zover ben gebeurt er wel iets in mijn leven waardoor ik toch weer wat moet gebruiken. Zo ook deze keer. Mijn beste vriend Frederik is vannacht overleden, doodgeschoten. Wie kan zoiets nu doen? Oké hij was niet de allerliefste, dealde in drugs, wapens en vrouwen. Maar waarom nu hij? Hij gaf veel om me, hij wilde dat ik stopte met de drugs en dit probeerden we dan ook samen waar te maken. Eindelijk zag ik weer een toekomst en nu? Nu is hij er gewoon niet meer. Ik kan het nog steeds niet geloven, wie schiet nu zomaar iemand neer? Hier moet meer achter zitten.
Ik begin het al een beetje te voelen, wat een heerlijk gevoel is die drugs toch. Dan besluit ik om naar het park te gaan. Daar loop ik dan in mijn trainingspakje heerlijk te genieten van de zon. In het park zie ik Miranda staan. "He Miranda!" "Charlotte eindelijk daar ben je, ik heb je heel de ochtend proberen te bellen maar ik krijg je maar niet te pakken. Weet jij al dat Fredrik vannacht is vermoord?" Miranda kijkt me aan met een angstig gezicht. "Ja, ik heb het inderdaad gehoort. De politie stond vannacht om 3 uur bij me aan de deur, tja ik had hem als laatste gesproken per telefoon." Ik stamel wat, dit is echt het laatste waar ik op zit te wachten. Hou nu gewoon op over Frederik ik kan er niet meer tegen en ik barst in tranen uit. Miranda geeft me een knuffel en fluistert in mijn oor: "Alles komt goed meid, geloof me. Het is nu even moeilijk maar het komt goed." Kwaad kijk ik haar aan. "Ik wil weten wie het gedaan heeft! Degene die dit gedaan heeft komt hier echt niet zomaar vanaf!" De tranen rolde over mijn wangen, ik rende weg. "Ik wil alleen zijn!" Schreeuwde ik Miranda nog na.
Ineens bots ik tegen iemand aan. "Sorry meneer" dat was het enigste wat uit mijn mond kwam. De meneer zei niks, hij keek me raar aan. Het is maar een raar type, hij heeft lang zwart onverzorgt haar, een lange jas aan en een hoed op. Hij bleef zo wel een paar minuten naar me kijken. Ondertussen ben ik maar op een bankje gaan zitten wat daar stond. De meneeer liep eindelijk verder. Allemaal herinneringen van mij en Frederik komen te boven, hoe hij me kon troosten als het niet goed ging met me. Hoe boos hij kon worden als ik weereens aan de drugs had gezeten. Ik ben nogal een losbol, drank en drugs dat is het enigste waar ik aan denk. Nu Frederik dood is besef ik pas hoe bot ik kon zijn tegen hem. Dat hij zich niet met me moest bemoeien als ik weereens van de wereld was. Ik mis hem, het is zo'n raar gevoel. Soms kon ik hem wel doodschieten, nu is hij echt doodgeschoten. Zal ik er ooit achter komen wie dit gedaan heeft? Frederik was bevriend met de onderwereld, iedereen kan het gedaan hebben. Had iedere dag wel weer ruzie met iemand.
"Charlotte?" een onbekende stem hoor ik achter me, ik schrik me te pletter. "Wie ben jij dan?" vraag ik angstig. "Dat doet er niet toe, ik heb informatie voor je. Je wilt vast wel weten wie Frederik vermoord heeft he?" Ik draai mezelf om en zie daar een grote brede jongen achter me staan met een grijnzend gezicht. "Ja tuurlijk wil ik dat weten! Degene die dit gedaan heeft komt hier niet zomaar mee weg!" Die grijs op zijn gezicht kan ik niet uit staan. Ik krijg een briefje in mijn handen geduwd en snel rent de jongen weg. Ik heb geen naam niets van hem? Wie is dat toch?
Snel vouw ik het briefje open. Er staat een telefoonnummer verder niets. Ik stop het briefje in mijn zak en ga naar huis.
Eenmaal thuis aan gekomen voel ik dat alles begint uit te werken, zal ik nog wat pakken? Nee ik doe het niet. Ik plof neer op de bank en ik zet de tv aan. Overal op iedere zender gaat het over de moord van Frederik. Dat is nu wel het laatste wat ik wil zien. Kwaad zet ik de tv uit en pak het briefje uit mijn zak. Ik staar ernaar en blijf maar denken aan vanmiddag. Wie was die jongen? Hoe weet hij wie Frederik vermoord heeft? Wat moet ik met dat telefoonnummer? Ik snap er even helemaal niets meer van. Ik durf het nummer niet te bellen, straks bel ik met de moordenaar van Frederik. Dan maar douchen denk ik. Ik loop naar boven, kleed me uit en zet de douche aan. Als ik deze eindelijk goed heb afgestelt op lichaamstemperatuur spring ik eronder. Het warme water rolt over mijn lichaam, mijn uitgelopen mascara is ook weer weg. Wat zag ik eruit zeg, ik snap wel waarom die man van vanmiddag zo lang naar me keek. Ik zag er immers niet uit. Ik was mijn haren, mijn lichaam en ik ga de douche weer uit. Droog mezelf af tot ik de bel hoor. Vlug doe ik mijn badjas aan en ren ik de trap af richting de voordeur. Als ik de voordeur open doe zie ik niemand staan, er ligt een briefje op de mat. Ik raap het briefje op en gooi de deur snel weer dicht. Ik vind alles een beetje vreemd worden. Iemand aan mijn deur, een briefje achterlaten. Ik vind het allemaal maar eng. Op het briefje staat het zelfde telefoonnummer als wat ik vanmiddag heb gekregen van die jongen. Ik pak mijn mobiele telefoon en zet mijn nummerherkenning uit. Helaas er neemt niemand op en het is ook een standaart voicemail. Hier kan ik dus niets mee.
Ik loop weer naar boven, doe mijn badjas weer uit en plof op bed. Daar denk ik aan vanmiddag wat er allemaal is gebeurt. Ineens lijkt iedereen me te kennen, maar waarvan? Ik ken hun niet, sinds Frederik dood is gebeuren er rare dingen. Die jongen die ik tegen kwam en weer snel wegrende, de man in zijn rare kleding en nu een briefje op de mat. Het is eng, heel eng. Het idee dat iemand weet wie Frederik vermoord heeft maar ook weet waar ik woon. Ik voel me hier niet veilig. Al snel val ik in slaap.
De volgende ochtend word ik wakker van de fluitende vogels, het zal weer een heerlijke dag worden.
Zelf voel ik me nog steeds niet zo goed, ik blijf maar aan Frederik denken. Ik wil er niet aan denken ik wil gelukkig zijn zoals iedereen. Kijk dat vrouwtje daar nu lopen met haar hondje. Iedere ochtend doet zij een rondje met haar hond. Altijd om dezelfde tijd en altijd met een grote lach op haar gezicht. Dat wil ik ook, alleen heb ik geen hond. Niet dat dat me nu gelukkiger zou maken. Ik heb eigenlijk best wel trek gekregen. In de koelkast is bijna niks te vinden, ik ben al even niet meer om boodschappen gegaan. Ik zie een pak vla staan en pak een kom. Dan maar vla vanochtend iets anders heb ik niet. Het smaakt best goed, chocolade vla echt iets waar ik gek op ben. Toen ik 15 jaar was blowde ik, daar kreeg ik altijd erg veel honger van. Ik at dan weleens drie pakken chocolade vla achter elkaar. Mijn moeder snapte niet waar ik het liet. Nee tuurlijk snapte zij dat niet. Ze wist niet hoe verslaafd ik toen al was. Dan wel aan wiet is minder erg maar toch. Ze rook nooit iets aan mijn kleding, het viel haar niet op dat ik rode ogen had. Ik heb dat nooit gesnapt, als het haar nu wel opgemerkt zou zijn zou ik nu misschien niet aan de coke zitten. Ach, misschien kon het haar ook niet schelen. Ik was een waardeloze dochter volgens haar, nooit deed ik iets goed. Ze haatte me, waarom weet ik ook niet. Een vader heb ik niet, nooit gehad ook. Mijn vader is overleden toen mijn moeder zwanger was van mij. Mijn moeder spreek ik nu ook nooit meer, ze is verhuist naar de andere kant van Nederland toen ik 17 jaar oud was. Ze wilde niets meer met me te maken hebben, ook derest van de familie spreek ik nooit. Ik ben echt het uitschot van de familie als ik hun mag geloven.
Nou ze denken maar hoor! Ondertussen doe ik alles zelf, heb mijn eigen huis en wil ik ook niets met hun te maken hebben.
Ach die komen er zo aan hoor moment.