[VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Moderators: NadjaNadja, Essie73, Muiz, Polly, Telpeva, ynskek

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

[VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 17:30

TIPS EN COMENTAAR ZIJN WELKOM :o
ZO LANG JE HET NETJES HOUD!
Hoofdstuk 1


Ik zie alleen maar zwart, of eigenlijk, ik denk dat ik zwart zie. Zo noemen mensen dat, als je tegen je oogleden aan kijkt. Maar eigenlijk kijk je niet. Je sluit je ogen, dan kijk je niet, toch? Je hebt je ogen dicht. Ja, dat is het. Ik heb mijn ogen dicht en zie niets.
Maar ik voel gewoon dat het mooi weer is, dat de lucht strak blauw is, dat het heerlijk naar boterbloempjes ruikt, dat de bijen rond mijn hoofd zoemen opzoek naar voedsel. Dat voel ik.

Ik hoor gewoon de jongens uit mijn klas naar de supermarkt gaan, hun pauze verspillen met zich stoerder voordoen dan ze eigenlijk zijn. Ik hoor ze terugkomen, schreeuwend.
Hoe hun kaken krakend de chips vermalen. Hoe ze de cola slurpend naar binnen gieten. Hoe ze wedstrijdjes houden wie het hardst kan boeren. Hoe de meisjes gilletjes slaken van afgrijzen. Stomme trienen.
En maar denken dat ze mooi zijn, knap zijn. Dat ze elke jongen met wat geknipper en kinderachtig gegiechel om hun vinger kunnen winden.
Ammenooitniet.

Daar lig ik dan.
Daar, in het gras.
Met mijn ogen dicht, terwijl ik alles voel en hoor.
Ik lig daar stil te liggen, terwijl de wereld om me heen verder draait. Terwijl de jongeren om me heen verder gaan met hun leven. Nutteloos, naïef, verder.
Terwijl het leven doorgaat, lig ik daar.
Nu moet je niet denken dat ik een een of andere luie puber ben. Een pukkelhoofd dat hele dagen met een zak chips voor de tv hangt. Een brutaal, onverschillig monster dat zich langzaamaan ontwikkelt tot een cholesterolpropje, zodra het bier mag drinken.
Nee, zo ben ik niet.
Terwijl de jongeren daar om me heen verder gaan met hun leven. Hun leven, die ze elk op hun eigen manier leven en het gras me in mijn rug prikt, op dat moment draaien mijn hersenen volle toeren. Ik denk aan hem.
Zijn gezicht, zijn haar, de vorm van zijn neus. Alles kan worden uitvergroot tot een duidelijke, scherpe foto. Een foto in mijn hoofd.
Gedachten, beelden, geluiden flitsen door mijn hoofd. Zijn geur, zijn blik.
Ik probeer alles gedetailleerd terug te brengen, de puzzelstukjes op de goede plek naast elkaar te leggen. Ik probeer alles samen te voegen tot een kloppende foto.
Het lukt niet goed. Ik ben bang dat ik hem zal vergeten. Ik voel een stekende pijn in mijn borst. Tranen wellen op. Larmes.

Terwijl ik aan hem denk, draait de wereld om me heen verder. En iedereen leeft zijn leven nog steeds op zijn eigen manier. Mijn leven bestaat uit denken, voetballen, denken, gek worden, papa.
Maar ik ben niet lui.
Nee, zo ben ik niet.






~

Als ik twee uur later wakker wordt, weet ik eerst niet waar ik ben. Verdwaast, nog half slapend, ga ik rechtop zitten. Ik wrijf in mijn ogen. Langzaam komt het vertrouwde beeld terug. Ik zit op het grasveldje voor de school. De school waar ik nu al zo’n vier jaar iedere dag weer heen fiets. De school waar ik mijn tijd verdoe met leren.
Zuchtend sta ik op. Ik trek mijn shirt recht. Langzaam wrijf ik over mijn wang. Het gras heeft afdrukken achtergelaten op mijn gezicht. oliebol.
Ik raap mijn tas op, gooi hem over mijn schouder en slenter richting de school. Geautomatiseerd loop ik linksom. Mijn onderbewustzijn dwingt me. Net zoals ik links moet schrijven, schieten, ademen. Het geeft me ruimte, hoe gek het ook klinkt.
De coniferenrijen bakenen het schoolplein af. Ik loop er tussen door. Een van de takken striemt in mijn gezicht.
Geweldig. Grassprietenafdrukken met coniferenstriemen in je gezicht. Wat een combinatie. De bel gaat. Nee!
Vanuit het niets komen honderden kinderen tevoorschijn. Ze verdringen zich schreeuwend, beukend, brullend voor de ingang van de school. Iedere keer weer twijfel ik of ik soms last heb van claustrofobie. De horde mensen om me heen benauwt me.
Ik probeer me zo goed en kwaad als het kan een weg door de mensen heen te banen. Om me heen hoor ik gekreun, gegil, gevloek.
Het deert me niet. Als ik maar weg ben, is de enige gedachte die door mijn hoofd dwaalt.
Twee minuten later kan ik opgelucht ademhalen.


~

‘Julian.’
Allemensen. Nog nooit van mijn leven heb ik zo’n mooi meisje gezien.
Ik zit op mijn stoel ergens halverwege het wiskundelokaal en adem de benauwde lucht in. Het maakt dat mijn adem stokt. Ik merk het niet eens. Ik zit daar maar en kijk ik naar haar. Naar het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb.
‘Julian.’
Ik hoor mijn naam wel, maar het dringt niet tot me door.
Ik voel hoe mijn hart tekeer gaat. Wist je dat alles waar ‘te’ voor staat niet goed is?
Mijn hart gaat tekeer en ik weet dat het niet goed is.
‘Julian!’
Langzaamaan ontwaak ik uit mijn trance. Mijn trance, verstoord door een oude rokerige stem die mijn naam schreeuw-bromt.
‘Julian, kom eens hier.’ Meneer Dijkstra wijst naar zijn bureau.
Vragend kijk ik hem aan. Is het de bedoeling dat ìk naar hem toekom?
Alsof hij mijn gedachten kan lezen zegt hij: ‘Ja, jij daar. Hier komen.’
Ik sta met trillende knieën op. Wat gebeurt er? Heb ik iets gemist? Welke som moet ik doen?
Het antwoord op mijn laatste vraag zoek ik verwoed op het bord waar allerlei formules en getallen kriskras door elkaar gekalkt staan. Ik word er niet wijzer van.
Want oliebol, daar staat ze. Daar staat ze naast zijn bureau. Daar staat ze naast zijn bureau en ik kom dichterbij. Steeds dichterbij.
Vanaf mijn positie kan ik haar beter bekijken. Ze heeft lichtbruin, golvend haar. Blauwe, ondeugende ogen kijken me vanonder haar lokken recht aan. Ik verslik me. Hoestend en proestend probeer ik me voort te zetten, dichterbij. Steeds dichterbij.
Ik stop als ik vlakbij ben. Vlakbij en net ver genoeg. Piepend haal ik adem. Ik overweeg om naar links te kijken, naar haar. Ik waag het erop. Sluiks kijk ik om en resoluut kijk ik weer voor me. Al was het maar een seconde, het was net lang genoeg om te zien dat ze haar lach probeerde in te houden. oliebol. Toch was het ook kort genoeg om te zien dat haar blik niet minachtend was, eerder… Ja, hoe zeg je dat? Sexy? Ja. Haar blik was eerder sexy.
Bij het idee alleen al, voel ik mijn wangen rood worden. Zeer rood. oliebol.
‘Julian, mijn jongen.’ Meneer Dijkstra kijkt me glimlachend aan. Iedere seconde dat hij langer naar me kijkt, groeit zijn glimlach. Na zeven welgetelde seconden glimlacht hij naar me met een lach waar je gerust U tegen mag zeggen.
Ik voel me vreselijk ongemakkelijk.
‘Julian,’ begint meneer Dijkstra weer. ‘Jij bent een fijne knul, toch?’
Ik knik maar bijwijze van antwoord. Wat een vraag!
‘Mooi, dat is dan geregeld!’ Meneer Dijkstra wrijft zijn handen in elkaar alsof hem zijn favoriete kostje staat te wachten. Zijn ogen glimmen ondeugend.
Zenuwachtig pluk ik aan het boord van mijn T-shirt, nog steeds de aanwezigheid van het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb links naast me voelend. Ik haal diep adem.
Recht mijn rug.
‘Wat is geregeld, meneer? Wat? Als ik vragen mag.’ Het komt er toch minder zelfverzekerd uit dan dat ik had gehoopt.
Meneer Dijkstra barst in lachen uit. Hij buldert. De tranen lopen hem over zijn wangen. De klas blijft doodstil. Waaronder ik en het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb, natuurlijk.
O, wacht. oliebol. Zij is er ook nog!
Voorzichtig, heel voorzichtig doe ik een nieuwe poging. Ik draai mijn hoofd naar links. Pats!
Recht in het gezicht van Haar. Al mijn lichaamsdelen beginnen ongecontroleerd te trillen.
Ik begin steeds sneller te ademen. Mijn ogen schieten heen en weer over Haar lichaam. Ze blijven hangen bij haar gezicht. Haar ogen hebben een magnetische werking op me, geloof ik. Ik kan niets anders dan haar aanstaren. Mijn verstand verzet zich er tegen, schreeuwend om aandacht, maar mijn gevoel wint. Voor het eerst. Voor het eerst is mijn gevoel me de baas. En het voelt…goed.
Ergens in een verre werkelijkheid hoor ik hoe meneer Dijkstra langzaamaan bedaard.
Snel laat ik mijn blik opnieuw over Haar gezicht glijden. Mijn ogen ontmoeten de Hare. Ze sprankelen. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik slik. Als manier van begroeting knik ik kort naar haar. Hoe stom kun je zijn?
Ze glimlacht. Met Haar mond spelt ze geruisloos: ‘hoi’.
Mijn wangen worden rood. Ik vervloek ze.
Dan dendert de stem van meneer Dijkstra totaal onverwacht door het lokaal.
‘En nu uitgeflirt, kinders!’
Ik schrik me een ongeluk. Zij ook, zie ik. We kijken elkaar aan. Mijn maag maakt een sprongetje. Dan, precies op hetzelfde moment, barsten wíj in lachen uit. De rest van de klas volgt ons voorbeeld. Het maakt dat ik nog harder moet lachen. Ik hik. Ze kijkt me aan met vochtige ogen en weer schieten we in de lach. Ik klap dubbel en hap naar adem. Mijn buikspieren doen pijn. Maar ik vind het totaal niet erg.
Meneer Dijkstra slaat met zijn vuist op tafel.
‘En nu is het uit!’ buldert hij. ‘Ik probeer Julian alleen maar te vertellen dat hij bijles moet geven aan Florence, maar als jullie zo blijven ginnegappen, komen we nergens!’ Hij kijkt de klas woedend aan en lijkt zijn eigen lachbui te zijn vergeten.
‘Aan het werk jullie.’
De klas gehoorzaamt hem braaf. Een enkel meisje giechelt nog wat na.
‘En jullie.’ Meneer Dijkstra wijst naar mij en het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb.
O nee; Florence.
‘Jullie mogen op de gang bijlessen.’
Florence en ik knikken.
‘Florence…’ Onhoorbaar laat ik haar naam over mijn tong rollen. ‘Florence…’ Ik kan bijna proeven hoe zoet ze is.
Ik loop richting de deur en kijk haar vragend aan. Zij kijkt vragend terug.
‘Kom je nog?’
‘Moet je je spullen niet meenemen?’
‘Natuurlijk, stom.’ Ik sla met mijn vlakke hand op mijn voorhoofd. Ik snel naar mijn tafel toe en veeg mijn spullen met één hand beweging mijn tas in. Als ik langs het bureau van meneer Dijkstra terugloop, waarschuwt hij me.
‘Doe het wel zachtjes, ja?’
Ik knik en draai me om. Florence staat afwachtend bij de deur.
‘O, en ook veilig begrepen?’ Meneer Dijkstra barst weer in lachen uit.
Ook deze keer blijft de klas verdacht stil.

Pebble

Berichten: 909
Geregistreerd: 14-11-09

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 18:42

Wauw erg leuk geschreven, hoofdstuk 2? :)
Waarom trouwens telkens oliebol erachter, of ben ik nou blond :+

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 18:45

oliebol?? waar staat dat ?
ik denk dat je blond ben

Pebble

Berichten: 909
Geregistreerd: 14-11-09

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 18:51

Bij het idee alleen al, voel ik mijn wangen rood worden. Zeer rood. oliebol.
‘Julian, mijn jongen.’ Meneer Dijkstra kijkt me glimlachend aan. Iedere seconde dat hij langer naar me kijkt, groeit zijn glimlach. Na zeven welgetelde seconden glimlacht hij naar me met een lach waar je gerust U tegen mag zeggen.
Meneer Dijkstra barst in lachen uit. Hij buldert. De tranen lopen hem over zijn wangen. De klas blijft doodstil. Waaronder ik en het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb, natuurlijk.
O, wacht. oliebol. Zij is er ook nog!

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 18:54

o weet ook niet hoe dat er tussen is gekomen ?!
ik zal wel blond zijn (haha ben ook blond)
.. hier het 2e deel

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 18:55

‘Julian heet je, toch?’ Florence kijkt me met haar blauwe ogen enthousiast aan.
‘Ja, Julian. Ja, zo heet ik.’ Het komt er ietwat hakkelig uit, maar het is beter dan niets.
‘En jij dan?’ vervolg ik. ‘Jij heet Florence, of niet?’
Florence giechelt en knikt. Knap vind ik dat. Giechel-knikken. Florence’ haar beweegt om haar hoofd. Vol bewondering kijk ik ernaar. Het is geen bewegen. Dansen, zo kun je het beter noemen. Florence’ haar danst om haar hoofd. Weer zoiets knaps.
‘Hoe oud ben je?’
De vraag doet me even schrikken. Snel herstel ik me.
‘Zestien, zestien en een half. En jij?’
Florence grinnikt-knikt dit keer. ‘Zestien en driekwart.’
‘Echt? Wanneer ben je jarig dan?’
Haar antwoord verontrust me. oliebol. Zestien en driekwart. Dan is ze is ouder dan ik!
‘Drieëntwintig augustus. En jij, Juul?’
‘Juul?’ Het is eruit voor dat ik er erg in heb. Mijn adem stokt. Ik voel me duizelig worden.
Juul, Juul, Juul, Juul. Duizenden keren herhaald het verboden woord zich in mijn hoofd. Het verboden woord, dat verboden werd nadat hij er niet meer was.
‘Julian? Gaat het wel met je?’
Ik schud mijn hoofd. Vecht tegen de tranen. Larmes.
‘Julian?’
Ik buig voorover, met mijn hoofd tussen mijn knieën. Mijn duizeligheid wordt minder.
Juul, Juul, Juul, Juul. Vaag echoot het woord nog door mijn hoofd. Ik haal diep adem en ga rechtop zitten. Florence kijkt me ongerust aan.
‘Had ik,’ Florence dempt haar stem. ‘Had ik dat niet mogen zeggen, Julian?’
Ik knik zachtjes. oliebol! Weer zonder dat ik er erg in had!
‘Het spijt me.’
Ik kijk Florence aan. Haar ogen staan schuldig. Een pijnscheut schiet door mijn lichaam. Ik verpest ook echt alles.
‘Jij kunt het niet weten, Florence. Het is niet jouw schuld.’ Ik praat zachtjes.
‘Wie z’n schuld is het dan wel?’
Florence beseft niet wat ze vraagt, geloof ik.
‘Dat vertel ik nog wel eens, misschien.’ Ik leg de nadruk op misschien. Ik weet namelijk nu al dat ik dat nooit vertellen zal.
‘Dat is goed. Kom, we hebben het er niet meer over.’ Florence’ stem sterft weg als ze onder de tafel duikt.
Ik kijk naar haar rug. Ze heeft ranke schouders. Zou ze sporten?
Ze heeft een zwart T-shirt aan over haar strakke lichaam. Haar lichtbruine haar steekt erop af en glanst verleidelijk naar me. Ik moet me inhouden om niet over haar haar te strijken.
Florence komt weer boven met haar tas in haar handen.
‘Zo, Julian. De bedoeling is dus dat jij me bijles gaat geven.’ Haar hoofd is rood. Ze blaast een pluk haar uit haar gezicht.
Het lijkt wel alsof het nu pas tot me doordringt. Bijles. Ik. Florence. Wiskunde.
Even staar ik haar geschokt aan. Dan begin ik te lachen.
‘Natuurlijk. Komt voor elkaar, hoor!’
Florence kijkt me een seconde aan, legt haar hand op de mijne en zegt quasi streng:
‘maar alleen als het zachtjes en veilig kan!’
‘Akkoord, mevrouw.’


~

Mijn wekker wijst drie over elf aan; ik lig in bed. Ik ben belachelijk moe voor deze tijd.
Toch kan ik niet slapen. Ik moet steeds maar denken aan Florence. Aan haar haar. Haar ogen. Haar mond. Haar lach.
Ik knijp in mijn linkerhand en hoor het papiertje erin knisperen. Haar mobiele nummer staat erop. Eigenhandig geschreven. Ik verbaas me nog steeds over haar prachtige handschrift. Ik strijk met mijn duim zachtjes langs de randen van het briefje.
Morgen lijst ik het in.
En dan, met die gedachte, val ik toch nog in slaap.
























Hoofdstuk 2


‘Julian, schiet! Hier!’
De wind suist om mijn oren, geluiden verdwijnen naar de achtergrond, mijn hart bonkt in mijn keel. Ik slik.
‘Julian, in je rug! Schiet ‘m dan!’
Van ergens heel ver weg dringt de stem van Koen door tot aan mijn trommelvlies. Ik negeer hem. Dit keer doe ik het zelf. En het gaat me lukken. Natuurlijk.
Mijn blik focust zich op het doel, de goal. De keeper staat wijdbeens, met zijn armen in de lucht. Hij bedekt zeker driekwart van het doel. Links beneden dus.
Ik schakel om van rennen naar sprinten, de bal voor me uitduwend. Rechts van me hoor ik het gehijg van ‘mijn mannetje’. Ik ben sneller, veel sneller. De gedachte geeft me voldoening.
Ik haal diep adem. Daarna blaas ik de frisse voorjaarslucht gelijkmatig weer uit. Ik ren nog sneller, de middellijn wordt gepasseerd.
Van links komt de aanvoerder van de tegenpartij op me afstormen.
oliebol, dat is niet de bedoeling.
Even slaat de paniek toe. De aanvoerder is enorm lang en gespierd. Hij snuift terwijl speeksel in het rond vliegt. Hij mompelt wat tegen zijn teamgenoot, die direct wegspurt.
Oké, dit is mijn kans.
Ik houd plotseling stil, met de bal aan mijn voet. Twee, drie seconden strijken voorbij.
De aanvoerder staat op twee meter van me af en kijkt me afwachtend aan. Zijn ogen staan woest, zweet loopt in straaltjes langs zijn gezicht.
Oké. Nu.
In een fractie van een seconde draai ik me om, schiet de bal met een klein tikje naar links, speel om de aanvoerder heen en sprint verder.
Zestienmeter. Yes, dit gaan me lukken.
‘Schieten!!’ Peter staat naast de zijlijn opgewonden te schreeuwen.
Ik voel mijn ego met de seconde groeien.
Elfmeter. Nu. Schieten.
Ik haal mijn linkerbeen naar achter. De keeper gaat klaar staan.
BAM. Florence. Nee.
Naast de zijlijn staat ze. Zomaar, ineens. Uit het niets. Even ben ik bang dat mijn hart uit mijn borstkas zal springen.
Mijn voet raakt de bal. Scheef. Ik sla mijn ogen neer en vóel de bal bijna het doel missen.
Bijna direct volgt het fluitje van de scheidsrechter.
oliebol.
~

‘Verdomme, Julian! Moest je het weer zo nodig zelf doen? Had ‘m naar mij geschoten, dan knalde ik ‘m erin!’
Koen staat voor me met zijn handen in zijn zij. Hij kijkt me vuil aan.
‘Ik riep het nog naar je, maar meneer gaf geen gehoor!’ Een zelfingenomen grijns verschijnt op zijn gezicht. Ik kijk hem woedend aan.
‘Zak,’ mompel ik.
‘Wat zei je?’ Ik zie een adertje kloppen op Koens linkerslaap. Ik geef geen antwoord.
‘Wat zei je?!’ Koen gilt en spuugt op de grond.
‘Zak,’zeg ik weer. Nu harder.
Koen komt op me af en steekt bedreigend zijn vinger voor zich uit. Hij prikt op mijn borst. Ik krijg jou nog wel,’ sist hij.
~
Florence

Het was dat ik mijn broertje belooft had bij zijn voetbal wedstrijd te kijken, anders had ik nooit stilgestaan en hem waarschijnlijk nooit gezien. Dan was ik er, blind voor dat soort dingen als ik ben, gewoon langsgelopen. Godzijdank bleef ik staan en zag ik hem. Julian.
Hij heeft de bal. Ik blijf stilstaan. Mijn hart bonkt in mijn keel. Julian staat ergens midden op het veld met de bal aan zijn voeten. Twee, drie seconden strijken voorbij. In een fractie van een seconde draait hij zich om, schiet de bal met een klein tikje naar links, speelt om de aanvoerder heen en sprint verder. Ik zet mijn sporttas op de grond, kan niets anders doen dan hem nastaren. Ik volg zijn zelfverzekerde handelingen, zie hoe hij zijn geweldige lichaam gebruikt. Mijn ogen blijven aan hem vastkleven. Uit zijn donkere haar lopen straaltjes zweet, zijn blik focust zich op het doel. De keeper gaat klaarstaan. Mijn hart slaat een slag over. Hij haalt uit met zijn linkerbeen.
BAM. Hij ziet me, kijkt me aan. Zijn ogen worden groot van verbazing. Zijn voet raakt de bal. Mis. Bijna direct volgt het fluitje van de scheidsrechter. De wedstrijd is afgelopen.
Julian slaat zijn handen voor zijn ogen. Mijn trance wordt verbroken. Een enorm schuldgevoel overspoelt me. oliebol.
‘Kom, Floor. We gaan omkleden, ga je mee?’ Nina steekt haar arm door de mijne. Ik knik en laat me gewillig meevoeren richting de hockeykleedkamer.


~

Ik douche niet lang. Niet omdat ik er geen zin in heb, ik heb er gewoon de kracht niet meer voor. Ik ben totaal uitgeput, wat vreemd is aangezien ik normaal nooit moe ben na een wedstrijd. Dit keer is het anders. Het weerzien van Florence heeft me zo in de war gebracht dat ik een doelpunt mis en ook nog ruzie heb met Koen. Ik verwijt het haar niet. Natuurlijk niet.
Dat ik in de war ben is goed te merken. Pas als ik mijn haar uitspoel, merk ik dat ik het gewassen heb met douchegel. Mijn onderbroek trek ik verkeerd om aan en mijn rechtersok binnenste buiten. Het deert me niet, ik maak me er in ieder geval niet druk om.
Ik verlaat als eerste de kleedkamer. Terwijl ik de deur door loop, voel ik de ogen van Koen in mijn rug prikken. Ik zucht diep en begin te rennen.
Gehaast fiets ik naar huis. Het is druk in mijn hoofd. Druk, vol. Vol met vragen waarop ik geen antwoord kan vinden. Al jaren niet. Misschien is de hoofdvraag nog wel óf ik ooit antwoord op mijn vragen zal krijgen. Ik negeer rode lichten, getoeter, geschreeuw. Niets lijkt tot me door te dringen. Ik fiets alleen maar. Steeds sneller, sneller ga ik. Mijn hart bonkt in mijn keel. Als ik eindelijk de rode dakkapel van mijn huis zie, lijkt het alsof er iets knapt in mijn hoofd. Plotseling voel ik me boos worden. Wat zeg ik? Woedend, ziedend. Op Koen, op Florence, op mijn moeder. Maar vooral op hem. Papa.
Ik moet moeite doen om het niet uit te schreeuwen van machteloosheid. In mijn hoofd klinkt zijn stem zo duidelijk, zo helder. Zijn vertrouwde stem die met mijn naam speelt.
‘Julian, Julian, Juul, Juul…’
Mijn tranen verbijt ik. Larmes, zoals hij ze noemde.
‘Ne pas larmes, Juul. Ne pas larmes.’
Ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik voel de wind langs mijn gezicht snijden. Mijn gedachten verdwijnen naar de achtergrond. Alleen het hier en nu bestaat. Hier. Nu. BAM.
Ik lig op de grond. Of niet? Ligt de wereld op de grond? Wat is onder? Wat is boven? Ik haal alles door elkaar. Ik voel me raar. Heel raar. Het laatste wat ik me herinner is dat ik moet overgeven. Letterlijk en figuurlijk.

Pebble

Berichten: 909
Geregistreerd: 14-11-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 19:17

Ja ook een spannend gedeelte, maar ik vind juist dat je het nu goed opbouwd. Het hoeft allemaal niet zo snel :)
Nee sorry ik ben inspiratieloos :P

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 19:21

haha oke,
ik nog lang niet !

Pebble

Berichten: 909
Geregistreerd: 14-11-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 19:27

Haha, gelukkig anders had je een probleem met het afmaken van het verhaal.. :+

Flynn

Berichten: 1402
Geregistreerd: 25-09-05

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 19:33

dat oliebol staat voor s hit :P

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 19:36

haha oke shi t = dus oliebol vond het al zo vreemd dacht dat heb ik helemaal niet getypt!

nog meer mensen die het laatste gedeelte via pb wil?

Snowrose
Berichten: 130
Geregistreerd: 17-09-08
Woonplaats: Gouda

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 19:50

ik vind het heel mooi geschreven! je hebt echt een eigen stijl, heel leuk. :)

(ja, ik weet het, ik ben een pietje precies... :D maar volgens mij is het alleen 'pas de larmes' ipv 'ne pas larmes'. tenminste, ik denk dat je geen tranen bedoelt, in het frans?

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 19:54

Snowrose schreef:
ik vind het heel mooi geschreven! je hebt echt een eigen stijl, heel leuk. :)

(ja, ik weet het, ik ben een pietje precies... :D maar volgens mij is het alleen 'pas de larmes' ipv 'ne pas larmes'. tenminste, ik denk dat je geen tranen bedoelt, in het frans?


mensen als jou hebben we nodig !!
zo kan het alleen nog maar beter worden!
bedankt voor de tips, zal het ff veranderen kan het helaas niet meer veranderen in de openingspost!
heb je nog meer tips?

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 19:55

of heb je een idee voor de rest om het spannend te maken?

Snowrose
Berichten: 130
Geregistreerd: 17-09-08
Woonplaats: Gouda

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-03-10 20:00

nijntjuh94 schreef:
of heb je een idee voor de rest om het spannend te maken?


tsja, dat is een goede vraag. }:0
op dit moment weet ik ff niks, maar ik zal er vanavond nog ff over nadenken. misschien kan ik dan nog wat bedenken... in bed,vlak voor ik ga slapen heb ik altijd de meeste inspiratie... :P

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 14-03-10 20:02

nou ga je gang laat je fantasie de vrije loop! er is trouwens nog een stukje af dit kan ik je wel sturen via pb als je wilt?
het is namelijk minder dan 1500 woorden en als ik dat hier plaats word het topic gesloten

Fnanne

Berichten: 14308
Geregistreerd: 08-07-04
Woonplaats: Iesselmuud'n

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst: 15-03-10 19:30

Moderatoropmerking:
Zojuist heb ik een heleboel offtopic reacties en oneliners verwijderd. Lees alsjeblieft de regels van Uit de Kunst nogmaals door; dit forum is bedoeld voor het plaatsen van onderbouwd commentaar op het (geschreven) werk. Reacties als: 'is er al een volgend deel' of 'mag ik het volgende deel via de PB' of aangeven dat er geen (of juist wel) inspiratie is; is niet toegestaan.
Graag hier rekening mee houden.

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-04-10 15:05

jongens er is een wonder gebeurt !
doos inspiratieloos heeft weer inspiratie !
er komt als ik weer genoeg woorden heb weer eens een update :D
Xx.

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-04-10 16:17

de update :D

ik zal voor het gemak wel ff alles plaatsen !
jullie zijn vast alwere vergeten waar het over ging :S


Hoofdstuk 1


Ik zie alleen maar zwart, of eigenlijk, ik denk dat ik zwart zie. Zo noemen mensen dat, als je tegen je oogleden aan kijkt. Maar eigenlijk kijk je niet. Je sluit je ogen, dan kijk je niet, toch? Je hebt je ogen dicht. Ja, dat is het. Ik heb mijn ogen dicht en zie niets.
Maar ik voel gewoon dat het mooi weer is, dat de lucht strak blauw is, dat het heerlijk naar boterbloempjes ruikt, dat de bijen rond mijn hoofd zoemen opzoek naar voedsel. Dat voel ik.

Ik hoor gewoon de jongens uit mijn klas naar de supermarkt gaan, hun pauze verspillen met zich stoerder voordoen dan ze eigenlijk zijn. Ik hoor ze terugkomen, schreeuwend.
Hoe hun kaken krakend de chips vermalen. Hoe ze de cola slurpend naar binnen gieten. Hoe ze wedstrijdjes houden wie het hardst kan boeren. Hoe de meisjes gilletjes slaken van afgrijzen. Stomme trienen.
En maar denken dat ze mooi zijn, knap zijn. Dat ze elke jongen met wat geknipper en kinderachtig gegiechel om hun vinger kunnen winden.
Ammenooitniet.

Daar lig ik dan.
Daar, in het gras.
Met mijn ogen dicht, terwijl ik alles voel en hoor.
Ik lig daar stil te liggen, terwijl de wereld om me heen verder draait. Terwijl de jongeren om me heen verder gaan met hun leven. Nutteloos, naïef, verder.
Terwijl het leven doorgaat, lig ik daar.
Nu moet je niet denken dat ik een een of andere luie puber ben. Een pukkelhoofd dat hele dagen met een zak chips voor de tv hangt. Een brutaal, onverschillig monster dat zich langzaamaan ontwikkelt tot een cholesterolpropje, zodra het bier mag drinken.
Nee, zo ben ik niet.
Terwijl de jongeren daar om me heen verder gaan met hun leven. Hun leven, die ze elk op hun eigen manier leven en het gras me in mijn rug prikt, op dat moment draaien mijn hersenen volle toeren. Ik denk aan hem.
Zijn gezicht, zijn haar, de vorm van zijn neus. Alles kan worden uitvergroot tot een duidelijke, scherpe foto. Een foto in mijn hoofd.
Gedachten, beelden, geluiden flitsen door mijn hoofd. Zijn geur, zijn blik.
Ik probeer alles gedetailleerd terug te brengen, de puzzelstukjes op de goede plek naast elkaar te leggen. Ik probeer alles samen te voegen tot een kloppende foto.
Het lukt niet goed. Ik ben bang dat ik hem zal vergeten. Ik voel een stekende pijn in mijn borst. Tranen wellen op. Larmes.

Terwijl ik aan hem denk, draait de wereld om me heen verder. En iedereen leeft zijn leven nog steeds op zijn eigen manier. Mijn leven bestaat uit denken, voetballen, denken, gek worden, papa.
Maar ik ben niet lui.
Nee, zo ben ik niet.






~

Als ik twee uur later wakker wordt, weet ik eerst niet waar ik ben. Verdwaast, nog half slapend, ga ik rechtop zitten. Ik wrijf in mijn ogen. Langzaam komt het vertrouwde beeld terug. Ik zit op het grasveldje voor de school. De school waar ik nu al zo’n vier jaar iedere dag weer heen fiets. De school waar ik mijn tijd verdoe met leren.
Zuchtend sta ik op. Ik trek mijn shirt recht. Langzaam wrijf ik over mijn wang. Het gras heeft afdrukken achtergelaten op mijn gezicht. oliebol.
Ik raap mijn tas op, gooi hem over mijn schouder en slenter richting de school. Geautomatiseerd loop ik linksom. Mijn onderbewustzijn dwingt me. Net zoals ik links moet schrijven, schieten, ademen. Het geeft me ruimte, hoe gek het ook klinkt.
De coniferenrijen bakenen het schoolplein af. Ik loop er tussen door. Een van de takken striemt in mijn gezicht.
Geweldig. Grassprietenafdrukken met coniferenstriemen in je gezicht. Wat een combinatie. De bel gaat. Nee!
Vanuit het niets komen honderden kinderen tevoorschijn. Ze verdringen zich schreeuwend, beukend, brullend voor de ingang van de school. Iedere keer weer twijfel ik of ik soms last heb van claustrofobie. De horde mensen om me heen benauwt me.
Ik probeer me zo goed en kwaad als het kan een weg door de mensen heen te banen. Om me heen hoor ik gekreun, gegil, gevloek.
Het deert me niet. Als ik maar weg ben, is de enige gedachte die door mijn hoofd dwaalt.
Twee minuten later kan ik opgelucht ademhalen.


~

‘Julian.’
Allemensen. Nog nooit van mijn leven heb ik zo’n mooi meisje gezien.
Ik zit op mijn stoel ergens halverwege het wiskundelokaal en adem de benauwde lucht in. Het maakt dat mijn adem stokt. Ik merk het niet eens. Ik zit daar maar en kijk ik naar haar. Naar het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb.
‘Julian.’
Ik hoor mijn naam wel, maar het dringt niet tot me door.
Ik voel hoe mijn hart tekeer gaat. Wist je dat alles waar ‘te’ voor staat niet goed is?
Mijn hart gaat tekeer en ik weet dat het niet goed is.
‘Julian!’
Langzaamaan ontwaak ik uit mijn trance. Mijn trance, verstoord door een oude rokerige stem die mijn naam schreeuw-bromt.
‘Julian, kom eens hier.’ Meneer Dijkstra wijst naar zijn bureau.
Vragend kijk ik hem aan. Is het de bedoeling dat ìk naar hem toekom?
Alsof hij mijn gedachten kan lezen zegt hij: ‘Ja, jij daar. Hier komen.’
Ik sta met trillende knieën op. Wat gebeurt er? Heb ik iets gemist? Welke som moet ik doen?
Het antwoord op mijn laatste vraag zoek ik verwoed op het bord waar allerlei formules en getallen kriskras door elkaar gekalkt staan. Ik word er niet wijzer van.
Want oliebol, daar staat ze. Daar staat ze naast zijn bureau. Daar staat ze naast zijn bureau en ik kom dichterbij. Steeds dichterbij.
Vanaf mijn positie kan ik haar beter bekijken. Ze heeft lichtbruin, golvend haar. Blauwe, ondeugende ogen kijken me vanonder haar lokken recht aan. Ik verslik me. Hoestend en proestend probeer ik me voort te zetten, dichterbij. Steeds dichterbij.
Ik stop als ik vlakbij ben. Vlakbij en net ver genoeg. Piepend haal ik adem. Ik overweeg om naar links te kijken, naar haar. Ik waag het erop. Sluiks kijk ik om en resoluut kijk ik weer voor me. Al was het maar een seconde, het was net lang genoeg om te zien dat ze haar lach probeerde in te houden. oliebol. Toch was het ook kort genoeg om te zien dat haar blik niet minachtend was, eerder… Ja, hoe zeg je dat? Sexy? Ja. Haar blik was eerder sexy.
Bij het idee alleen al, voel ik mijn wangen rood worden. Zeer rood. oliebol.
‘Julian, mijn jongen.’ Meneer Dijkstra kijkt me glimlachend aan. Iedere seconde dat hij langer naar me kijkt, groeit zijn glimlach. Na zeven welgetelde seconden glimlacht hij naar me met een lach waar je gerust U tegen mag zeggen.
Ik voel me vreselijk ongemakkelijk.
‘Julian,’ begint meneer Dijkstra weer. ‘Jij bent een fijne knul, toch?’
Ik knik maar bijwijze van antwoord. Wat een vraag!
‘Mooi, dat is dan geregeld!’ Meneer Dijkstra wrijft zijn handen in elkaar alsof hem zijn favoriete kostje staat te wachten. Zijn ogen glimmen ondeugend.
Zenuwachtig pluk ik aan het boord van mijn T-shirt, nog steeds de aanwezigheid van het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb links naast me voelend. Ik haal diep adem.
Recht mijn rug.
‘Wat is geregeld, meneer? Wat? Als ik vragen mag.’ Het komt er toch minder zelfverzekerd uit dan dat ik had gehoopt.
Meneer Dijkstra barst in lachen uit. Hij buldert. De tranen lopen hem over zijn wangen. De klas blijft doodstil. Waaronder ik en het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb, natuurlijk.
O, wacht. oliebol. Zij is er ook nog!
Voorzichtig, heel voorzichtig doe ik een nieuwe poging. Ik draai mijn hoofd naar links. Pats!
Recht in het gezicht van Haar. Al mijn lichaamsdelen beginnen ongecontroleerd te trillen.
Ik begin steeds sneller te ademen. Mijn ogen schieten heen en weer over Haar lichaam. Ze blijven hangen bij haar gezicht. Haar ogen hebben een magnetische werking op me, geloof ik. Ik kan niets anders dan haar aanstaren. Mijn verstand verzet zich er tegen, schreeuwend om aandacht, maar mijn gevoel wint. Voor het eerst. Voor het eerst is mijn gevoel me de baas. En het voelt…goed.
Ergens in een verre werkelijkheid hoor ik hoe meneer Dijkstra langzaamaan bedaard.
Snel laat ik mijn blik opnieuw over Haar gezicht glijden. Mijn ogen ontmoeten de Hare. Ze sprankelen. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik slik. Als manier van begroeting knik ik kort naar haar. Hoe stom kun je zijn?
Ze glimlacht. Met Haar mond spelt ze geruisloos: ‘hoi’.
Mijn wangen worden rood. Ik vervloek ze.
Dan dendert de stem van meneer Dijkstra totaal onverwacht door het lokaal.
‘En nu uitgeflirt, kinders!’
Ik schrik me een ongeluk. Zij ook, zie ik. We kijken elkaar aan. Mijn maag maakt een sprongetje. Dan, precies op hetzelfde moment, barsten wíj in lachen uit. De rest van de klas volgt ons voorbeeld. Het maakt dat ik nog harder moet lachen. Ik hik. Ze kijkt me aan met vochtige ogen en weer schieten we in de lach. Ik klap dubbel en hap naar adem. Mijn buikspieren doen pijn. Maar ik vind het totaal niet erg.
Meneer Dijkstra slaat met zijn vuist op tafel.
‘En nu is het uit!’ buldert hij. ‘Ik probeer Julian alleen maar te vertellen dat hij bijles moet geven aan Florence, maar als jullie zo blijven ginnegappen, komen we nergens!’ Hij kijkt de klas woedend aan en lijkt zijn eigen lachbui te zijn vergeten.
‘Aan het werk jullie.’
De klas gehoorzaamt hem braaf. Een enkel meisje giechelt nog wat na.
‘En jullie.’ Meneer Dijkstra wijst naar mij en het mooiste meisje dat ik ooit gezien heb.
O nee; Florence.
‘Jullie mogen op de gang bijlessen.’
Florence en ik knikken.
‘Florence…’ Onhoorbaar laat ik haar naam over mijn tong rollen. ‘Florence…’ Ik kan bijna proeven hoe zoet ze is.
Ik loop richting de deur en kijk haar vragend aan. Zij kijkt vragend terug.
‘Kom je nog?’
‘Moet je je spullen niet meenemen?’
‘Natuurlijk, stom.’ Ik sla met mijn vlakke hand op mijn voorhoofd. Ik snel naar mijn tafel toe en veeg mijn spullen met één hand beweging mijn tas in. Als ik langs het bureau van meneer Dijkstra terugloop, waarschuwt hij me.
‘Doe het wel zachtjes, ja?’
Ik knik en draai me om. Florence staat afwachtend bij de deur.
‘O, en ook veilig begrepen?’ Meneer Dijkstra barst weer in lachen uit.
Ook deze keer blijft de klas verdacht stil.


~

‘Julian heet je, toch?’ Florence kijkt me met haar blauwe ogen enthousiast aan.
‘Ja, Julian. Ja, zo heet ik.’ Het komt er ietwat hakkelig uit, maar het is beter dan niets.
‘En jij dan?’ vervolg ik. ‘Jij heet Florence, of niet?’
Florence giechelt en knikt. Knap vind ik dat. Giechel-knikken. Florence’ haar beweegt om haar hoofd. Vol bewondering kijk ik ernaar. Het is geen bewegen. Dansen, zo kun je het beter noemen. Florence’ haar danst om haar hoofd. Weer zoiets knaps.
‘Hoe oud ben je?’
De vraag doet me even schrikken. Snel herstel ik me.
‘Zestien, zestien en een half. En jij?’
Florence grinnikt-knikt dit keer. ‘Zestien en driekwart.’
‘Echt? Wanneer ben je jarig dan?’
Haar antwoord verontrust me. oliebol. Zestien en driekwart. Dan is ze is ouder dan ik!
‘Drieëntwintig augustus. En jij, Juul?’
‘Juul?’ Het is eruit voor dat ik er erg in heb. Mijn adem stokt. Ik voel me duizelig worden.
Juul, Juul, Juul, Juul. Duizenden keren herhaald het verboden woord zich in mijn hoofd. Het verboden woord, dat verboden werd nadat hij er niet meer was.
‘Julian? Gaat het wel met je?’
Ik schud mijn hoofd. Vecht tegen de tranen. Larmes.
‘Julian?’
Ik buig voorover, met mijn hoofd tussen mijn knieën. Mijn duizeligheid wordt minder.
Juul, Juul, Juul, Juul. Vaag echoot het woord nog door mijn hoofd. Ik haal diep adem en ga rechtop zitten. Florence kijkt me ongerust aan.
‘Had ik,’ Florence dempt haar stem. ‘Had ik dat niet mogen zeggen, Julian?’
Ik knik zachtjes. oliebol! Weer zonder dat ik er erg in had!
‘Het spijt me.’
Ik kijk Florence aan. Haar ogen staan schuldig. Een pijnscheut schiet door mijn lichaam. Ik verpest ook echt alles.
‘Jij kunt het niet weten, Florence. Het is niet jouw schuld.’ Ik praat zachtjes.
‘Wie z’n schuld is het dan wel?’
Florence beseft niet wat ze vraagt, geloof ik.
‘Dat vertel ik nog wel eens, misschien.’ Ik leg de nadruk op misschien. Ik weet namelijk nu al dat ik dat nooit vertellen zal.
‘Dat is goed. Kom, we hebben het er niet meer over.’ Florence’ stem sterft weg als ze onder de tafel duikt.
Ik kijk naar haar rug. Ze heeft ranke schouders. Zou ze sporten?
Ze heeft een zwart T-shirt aan over haar strakke lichaam. Haar lichtbruine haar steekt erop af en glanst verleidelijk naar me. Ik moet me inhouden om niet over haar haar te strijken.
Florence komt weer boven met haar tas in haar handen.
‘Zo, Julian. De bedoeling is dus dat jij me bijles gaat geven.’ Haar hoofd is rood. Ze blaast een pluk haar uit haar gezicht.
Het lijkt wel alsof het nu pas tot me doordringt. Bijles. Ik. Florence. Wiskunde.
Even staar ik haar geschokt aan. Dan begin ik te lachen.
‘Natuurlijk. Komt voor elkaar, hoor!’
Florence kijkt me een seconde aan, legt haar hand op de mijne en zegt quasi streng:
‘maar alleen als het zachtjes en veilig kan!’
‘Akkoord, mevrouw.’


~

Mijn wekker wijst drie over elf aan; ik lig in bed. Ik ben belachelijk moe voor deze tijd.
Toch kan ik niet slapen. Ik moet steeds maar denken aan Florence. Aan haar haar. Haar ogen. Haar mond. Haar lach.
Ik knijp in mijn linkerhand en hoor het papiertje erin knisperen. Haar mobiele nummer staat erop. Eigenhandig geschreven. Ik verbaas me nog steeds over haar prachtige handschrift. Ik strijk met mijn duim zachtjes langs de randen van het briefje.
Morgen lijst ik het in.
En dan, met die gedachte, val ik toch nog in slaap.
























Hoofdstuk 2


‘Julian, schiet! Hier!’
De wind suist om mijn oren, geluiden verdwijnen naar de achtergrond, mijn hart bonkt in mijn keel. Ik slik.
‘Julian, in je rug! Schiet ‘m dan!’
Van ergens heel ver weg dringt de stem van Koen door tot aan mijn trommelvlies. Ik negeer hem. Dit keer doe ik het zelf. En het gaat me lukken. Natuurlijk.
Mijn blik focust zich op het doel, de goal. De keeper staat wijdbeens, met zijn armen in de lucht. Hij bedekt zeker driekwart van het doel. Links beneden dus.
Ik schakel om van rennen naar sprinten, de bal voor me uitduwend. Rechts van me hoor ik het gehijg van ‘mijn mannetje’. Ik ben sneller, veel sneller. De gedachte geeft me voldoening.
Ik haal diep adem. Daarna blaas ik de frisse voorjaarslucht gelijkmatig weer uit. Ik ren nog sneller, de middellijn wordt gepasseerd.
Van links komt de aanvoerder van de tegenpartij op me afstormen.
oliebol, dat is niet de bedoeling.
Even slaat de paniek toe. De aanvoerder is enorm lang en gespierd. Hij snuift terwijl speeksel in het rond vliegt. Hij mompelt wat tegen zijn teamgenoot, die direct wegspurt.
Oké, dit is mijn kans.
Ik houd plotseling stil, met de bal aan mijn voet. Twee, drie seconden strijken voorbij.
De aanvoerder staat op twee meter van me af en kijkt me afwachtend aan. Zijn ogen staan woest, zweet loopt in straaltjes langs zijn gezicht.
Oké. Nu.
In een fractie van een seconde draai ik me om, schiet de bal met een klein tikje naar links, speel om de aanvoerder heen en sprint verder.
Zestienmeter. Yes, dit gaat me lukken.
‘Schieten!!’ Peter staat naast de zijlijn opgewonden te schreeuwen.
Ik voel mijn ego met de seconde groeien.
Elfmeter. Nu. Schieten.
Ik haal mijn linkerbeen naar achter. De keeper gaat klaar staan.
BAM. Florence. Nee.
Naast de zijlijn staat ze. Zomaar, ineens. Uit het niets. Even ben ik bang dat mijn hart uit mijn borstkas zal springen.
Mijn voet raakt de bal. Scheef. Ik sla mijn ogen neer en vóel de bal bijna het doel missen.
Bijna direct volgt het fluitje van de scheidsrechter.
oliebol.
~

‘Verdomme, Julian! Moest je het weer zo nodig zelf doen? Had ‘m naar mij geschoten, dan knalde ik ‘m erin!’
Koen staat voor me met zijn handen in zijn zij. Hij kijkt me vuil aan.
‘Ik riep het nog naar je, maar meneer gaf geen gehoor!’ Een zelfingenomen grijns verschijnt op zijn gezicht. Ik kijk hem woedend aan.
‘Zak,’ mompel ik.
‘Wat zei je?’ Ik zie een adertje kloppen op Koens linkerslaap. Ik geef geen antwoord.
‘Wat zei je?!’ Koen gilt en spuugt op de grond.
‘Zak,’zeg ik weer. Nu harder.
Koen komt op me af en steekt bedreigend zijn vinger voor zich uit. Hij prikt op mijn borst. Ik krijg jou nog wel,’ sist hij.
~
Florence

Het was dat ik mijn broertje belooft had bij zijn voetbal wedstrijd te kijken, anders had ik nooit stilgestaan en hem waarschijnlijk nooit gezien. Dan was ik er, blind voor dat soort dingen als ik ben, gewoon langsgelopen. Godzijdank bleef ik staan en zag ik hem. Julian.
Hij heeft de bal. Ik blijf stilstaan. Mijn hart bonkt in mijn keel. Julian staat ergens midden op het veld met de bal aan zijn voeten. Twee, drie seconden strijken voorbij. In een fractie van een seconde draait hij zich om, schiet de bal met een klein tikje naar links, speelt om de aanvoerder heen en sprint verder. Ik zet mijn sporttas op de grond, kan niets anders doen dan hem nastaren. Ik volg zijn zelfverzekerde handelingen, zie hoe hij zijn geweldige lichaam gebruikt. Mijn ogen blijven aan hem vastkleven. Uit zijn donkere haar lopen straaltjes zweet, zijn blik focust zich op het doel. De keeper gaat klaarstaan. Mijn hart slaat een slag over. Hij haalt uit met zijn linkerbeen.
BAM. Hij ziet me, kijkt me aan. Zijn ogen worden groot van verbazing. Zijn voet raakt de bal. Mis. Bijna direct volgt het fluitje van de scheidsrechter. De wedstrijd is afgelopen.
Julian slaat zijn handen voor zijn ogen. Mijn trance wordt verbroken. Een enorm schuldgevoel overspoelt me. oliebol.
‘Kom, Floor. We gaan omkleden, ga je mee?’ Nienke steekt haar arm door de mijne. Ik knik en laat me gewillig meevoeren richting de hockeykleedkamer.


~

Ik douche niet lang. Niet omdat ik er geen zin in heb, ik heb er gewoon de kracht niet meer voor. Ik ben totaal uitgeput, wat vreemd is aangezien ik normaal nooit moe ben na een wedstrijd. Dit keer is het anders. Het weerzien van Florence heeft me zo in de war gebracht dat ik een doelpunt mis en ook nog ruzie heb met Koen. Ik verwijt het haar niet. Natuurlijk niet.
Dat ik in de war ben is goed te merken. Pas als ik mijn haar uitspoel, merk ik dat ik het gewassen heb met douchegel. Mijn onderbroek trek ik verkeerd om aan en mijn rechtersok binnenste buiten. Het deert me niet, ik maak me er in ieder geval niet druk om.
Ik verlaat als eerste de kleedkamer. Terwijl ik de deur door loop, voel ik de ogen van Koen in mijn rug prikken. Ik zucht diep en begin te rennen.
Gehaast fiets ik naar huis. Het is druk in mijn hoofd. Druk, vol. Vol met vragen waarop ik geen antwoord kan vinden. Al jaren niet. Misschien is de hoofdvraag nog wel óf ik ooit antwoord op mijn vragen zal krijgen. Ik negeer rode lichten, getoeter, geschreeuw. Niets lijkt tot me door te dringen. Ik fiets alleen maar. Steeds sneller, sneller ga ik. Mijn hart bonkt in mijn keel. Als ik eindelijk de rode dakkapel van mijn huis zie, lijkt het alsof er iets knapt in mijn hoofd. Plotseling voel ik me boos worden. Wat zeg ik? Woedend, ziedend. Op Koen, op Florence, op mijn moeder. Maar vooral op hem. Papa.
Ik moet moeite doen om het niet uit te schreeuwen van machteloosheid. In mijn hoofd klinkt zijn stem zo duidelijk, zo helder. Zijn vertrouwde stem die met mijn naam speelt.
‘Julian, Julian, Juul, Juul…’
Mijn tranen verbijt ik. Larmes, zoals hij ze noemde.
‘Ne pas larmes, Juul. Ne pas larmes.’
Ik knijp mijn ogen stijf dicht. Ik voel de wind langs mijn gezicht snijden. Mijn gedachten verdwijnen naar de achtergrond. Alleen het hier en nu bestaat. Hier. Nu. BAM.
Ik lig op de grond. Of niet? Ligt de wereld op de grond? Wat is onder? Wat is boven? Ik haal alles door elkaar. Ik voel me raar. Heel raar. Het laatste wat ik me herinner is dat ik moet overgeven. Letterlijk en figuurlijk.

~

Ik word na, wat voor mijn gevoel een uur duurde, gevonden door de buurman. Buurman Kees, ver over de tachtig, zo kaal als een biljartbal. Vroeger vond ik hem eng. Tegenwoordig vind ik hem eigenlijk alleen maar zielig. Nu zijn de rollen omgedraaid, geloof ik. Hij staat naast me in de berm, waar ik in de gauwigheid naar toe ben gerold, en kijkt me hoofdschuddend aan. In zijn ogen staat medeleven te lezen. Hij beweegt zijn hoofd naar zijn veertig-kilometer-karretje.
‘Ga je mee?’
Ik knik en sta op. Over het hoopje nog warme braaksel leg ik wat bladeren. Dan veeg ik mijn handen af aan mijn broek. Ik loop naar de auto waar buurman Kees de deur al openhoudt. Ik stap in en prop mijn sporttas tussen mijn benen. Buurman Kees stapt niet direct in. Hij loopt terug naar de berm. Wat hij daar doet kan ik niet zien. Het boeit me eigenlijk ook helemaal niet. Ik leg mijn hoofd tegen de hoofdsteun. Dan stapt buurman Kees in. Hij legt mijn fietssleutel op mijn schoot.
‘Ik heb ‘m maar efkes op slot zet.’ Buurman Kees’ stem kraakt verschrikkelijk.
‘Dank u wel.’ Ik sluit de sleutel op in mijn linkerhand.
Buurman Kees start de auto en we tuffen weg. Ik sluit mijn ogen.


~

Mijn moeder reageert overdreven bezorgt.
‘Schat, wat is er gebeurd? Je ziet er verschrikkelijk uit! Ben je ziek?’ Ze kijkt me aan alsof ik bijna dood ga. Haar blonde haren hangen slap langs haar hoofd en haar blauwe ogen zijn leeg. Ik verlang zo naar haar sprankelende ogen, die ik nadat hij er niet meer was, nooit meer gezien heb. Haar lege ogen maken dat ze er oud uitziet. Ouder dan dat ze is. Mijn moeder, die ik ook Leontien mag noemen, is drieënveertig. Vier jaar jonger dan mijn vader. Vier jaar jonger dan dat mijn vader was, bedoel ik.
Ik beweeg mijn hoofd als antwoord met iets wat midden houdt tussen ja en nee. Mijn moeder dirigeert me naar de bank.
‘Moet ik iets voor je halen? Water? Aspirientje? Dekentje? Warme kruik? Kopje thee? Schaaltje fruit? Biscuitjes? Drop?’
‘Nee, mam. Ik…’
‘Wil je in bad? Ik heb nog lekkere badolie,’ onderbreekt mijn moeder me.
‘Moet ik even je temperatuur meten? Heb je koorts?’
‘Nee, mama. Het gaat wel met me. Ik hoef niks. Ik ben alleen een beetje moe.’ Ik gaap overdreven lang en hard.
‘Ik ga naar bed.’
Mijn moeder kijkt me hoofdschuddend aan. Haar ogen lijken nog leger dan net.
‘Precies hetzelfde ben je. Precies hetzelfde als Jean-Paul.’
‘Jean-Paul? Jean-Paul? Sinds wanneer noem je hem Jean-Paul? Papa! Papa! Noem hem papa!’ Ik voel mezelf heel kwaad worden. Dat had ik niet verwacht.
‘Of bestaat hij niet meer voor je?’ Mijn stem trilt.
Mijn moeder kijkt me aan. Ze trekt haar rechterwenkbrauw omhoog. Dan draait ze zich om.
‘Geef antwoord, mam!’ Ik voel hoe mijn stem breekt. Tranen wellen op. Die verdomde tranen. Larmes.
Mijn moeder staat in de keuken met haar gezicht in haar handen.
Dít is de druppel. Ik draai me om, ren naar de deur en sprint naar boven. In mijn kamer laat ik me op mijn bed vallen. Ik huil met lange halen.


~

Ik zit op mijn bed. Mijn donkerblauwe dekbed heb ik helemaal om me heen gewikkeld. Uit de speakers van mijn radio klinkt zijn lied.

How can I just let you walk away,
just let you leave without a trace
When I stand here taking every breath with you, ooh
You're the only one who really knew me at all

How can you just walk away from me,
when all I can do is watch you leave
Cos we've shared the laughter and the pain,
and even shared the tears
You're the only one who really knew me at all

So take a look at me now,
'cos there's just an empty space
And there's nothing left here to remind me,
just the memory of your face
Take a look at me now,
'cos there's just an empty space
And you coming back to me
is against all odds and that's what I've got to face

Just take a look at me now

Het lied dat gedraaid werd op mijn ouders’ trouwdag. Hoe vaak vertelde hij daar niet over? Met een grijns op zijn gezicht, liefdevol kijkend naar mijn moeder. Mijn moeder, die dan giechelend verliefd terug keek.
Hoe klein ik ook was, ik kon voelen wat zij ook moesten voelen. De liefde, de tinteling.
Ik leg mijn hoofd op mijn knieën en verlang terug, terug naar vroeger.
Mijn telefoon begint te trillen. Twee korte vibrato’s. Sms.
Zuchtend pak ik het ding en schuif hem open.
U hebt 1 nieuw bericht van Florence.
Mijn hart begint te bonken. Mijn handen trillen als ik het berichtje open.

Hoi, Julian!
Ik zag je bij de voetbal. Ik wil graag even met je praten.
Kan dat?
Morgen half twee bij school? Dan zien we daar wel waar we heen gaan.

XXX Florence.
~

Na het sms’je duizenden keren overnieuw te hebben gelezen, sprint ik de trap af naar beneden. Mijn depri-bui van net, ben ik vergeten. Ik zwaai de kamer deur open en zie mijn moeder aan de keukentafel zitten. Ze kijkt me schuldig aan.
‘Julian, ik wil even zeggen dat het me spijt en…’
‘Welnee, mam. Maakt niet uit!’
Ik loop naar haar toe en geef haar een zoen op haar voorhoofd.
‘Kopje thee, mam?’
‘Ja, lekker. Rooibos alsjeblieft.’
Ik hoor hoe verbaasd ze klinkt. Ik glimlach.
‘Ik hou van je, mam.’
‘Ik ook van jou, Juul.’
Ze noemde het verboden woord maar het raakt me niet dit keer. Ik gooi mijn hoofd in mijn nek terwijl een geweldig gevoel me overspoelt. De eerste keer sinds… ja. Sinds toen.



































Hoofdstuk 3


Het is warm. Zo warm. Het liefst zou ik mijn al mijn kleding uittrekken en het koele water van het meer in duiken. Maar het kan niet. Natuurlijk niet. Florence is er nog.
Ik kijk opzij. Florence’ haar plakt aan haar voorhoofd. Ze kijkt me aan. Haar wangen gloeien.
‘Ik wil zwemmen, Julian.’
‘Ja, ik ook.’
Ik wrijf met mijn duim langs haar plakkerige wang. Ze kijkt me lief aan, mijn hart begint te bonzen.
‘Maar we hebben geen zwemspullen bij ons. Het kan niet, geloof ik.’
‘Geloof je?’ Florence kijkt me ondeugend aan. Ik word er warm van.
‘Ik geloof van wel, hoor.’
Florence staat op en trekt haar T-shirt omhoog.
‘Floor, wat doe je?’
Florence begint te lachen.
‘Ik ga zwemmen. Ga je mee?’
Ik staar haar ongelovig aan.
‘Maar, bedoel je dan…’ Ik kom niet zo goed meer uit mijn woorden. Ik begin sneller te ademen, bloed stijgt naar mijn hoofd. ‘Bedoel je dan… Bedoel je dan, naakt?’ Het laatste woord spreek ik zachtjes uit, wat belachelijk is natuurlijk. Er is hier niemand die het horen zou.
Ook Florence’ wangen worden rood. Ze giechelt en draait zich om. Bijwijze van antwoord trekt ze snel de rest van haar kleding uit. Ik staar naar haar rug, volg de lijnen van haar blote lichaam. Duizenden vragen schieten door mijn hoofd. En nu? Wat is ze van plan? Moet ik ook? Naakt? Helemaal naakt? Met niks, zonder niks? Ik krijg het nog warmer dan dat ik het al had. Florence is bij haar broek aangekomen. Ze knoopt hem los en stroopt de broek langs haar benen naar beneden. Ze heeft lange, bruine benen. Dan staat ze alleen nog maar in haar slipje. Ik zie dat ze twijfelt.
‘Floor, je hoeft niet…’
Resoluut draait ze zich om. Ze kijkt me ietwat onzeker in de ogen. Als ze mijn blik ziet, begint ze te lachen. Ze spreidt haar armen omwijd en draait een rondje.
‘Goed gekeurd?’
Ik knik. Ik ben niet in staat een antwoord te geven. Ik staar naar haar borsten. Ze zijn prachtig. Ik ben me er heel duidelijk van bewust dat ik haar aanstaar en ik weet dat ik nu weg zou moeten kijken, maar het gaat niet. Haar borsten lijken een magnetische werking op me te hebben, hoe gek dat ook klinkt.
‘Dat is mooi. Dan zie ik je zo wel, Julian.’
Florence trekt haar onderbroek naar beneden, en rent richting het meer. Naakt.
Ik wrijf even in mijn ogen. Gebeurt dit echt? Ik knijp in mijn arm. Ik voel niets.
Nee, hè? Ik droom. Het is verdomme alleen een droom. oliebol.

De volgende ochtend word ik vroeg wakker. Een baan zonlicht piept tussen de kieren van mijn gordijn uit en valt recht in mijn gezicht. Ik knijp mijn ogen samen. Zuchtend draai ik me om. Plotseling herinner ik me mijn droom. Ik bloos. Hoe zou het aflopen? Ik wil verder slapen, me laten meenemen door mijn fantasie. Het lukt me niet.
Ik knijp mijn ogen stijf dicht en dwing mezelf te gaan slapen. Tevergeefs.
Na een half uur zweven tussen mijn o zo fijne droom en de werkelijkheid, besluit ik op te staan. Zuchtend hijs ik mezelf omhoog en ga op het randje van mijn bed zitten. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen. Dan sta ik op. In mijn boxer loop ik de overloop op. De heerlijke geur van warme croissantjes komt me tegemoet. In de badkamer zet ik de douche aan. Ik stap eronder en laat het hete water over me heen lopen. Ik zet de kraan heter, nog heter. Mijn huid begint te gloeien. De duizenden druppels voelen als kleine prikjes op mijn lichaam. Het geeft me een lekker gevoel. Plotseling moet ik aan Florence denken. Aan mijn droom vannacht. Ik begin te blozen. Ik haal diep adem en blaas de vochtige lucht trillerig weer uit.


~

‘Zo, Julian. Waar heb ik dit aan te danken?’
Mijn moeder kijkt me plagerig aan en zet het kraagje van mijn blouse recht.
oliebol, misschien was die blouse toch te overdreven?
‘Het is niet voor jou,’ mompel ik terwijl ik aan tafel ga zitten. Uit de schaal grijp ik een croissant. Mijn moeder loopt achter me aan.
‘Voor wie dan? Heb je een afspraakje?’ Mijn moeder grinnikt.
Ik schrik op. oliebol. En nu? Ik haal diep adem.
‘Ja. Vanmiddag. Ik ben dus weg. Dat is toch niet erg?’
Mijn moeder blijft staan en kijkt me verwonderd aan. Dan komt langzaam op me aflopen. Als ze naast me staat glimlacht ze.
‘Natuurlijk is dat niet erg. En, wie is de gelukkige? Of mag ik dat niet weten?’ Mijn moeder veegt mijn haar uit mijn gezicht en knipoogt.
‘Florence heet ze.’ Ik merk dat mijn stem een beetje trilt. oliebol.
Mijn moeder gaat tegenover me aan de tafel zitten. ‘Florence… Mooie naam. Waar je ken je haar van?’
‘Van school. Ik geef haar wiskundebijles. Alleen, mam? Het is nog niks hoor. Snap je? We hebben nog geen, ja, hoe zeg je dat? Er is nog niks tussen ons.’ Ik struikel bijna over mijn woorden. Mijn moeder lacht.
‘Natuurlijk snap ik dat. Hoe laat heb je met haar afgesproken?’
‘Half twee, bij school,’ zeg ik terwijl ik een hap neem van mijn croissantje. Bijna meteen merk ik dat ik eigenlijk helemaal geen honger heb. Ik kauw en slik de hap door. Dan schuif ik mijn bord van me af.
‘Mam, ik heb geen honger meer. Sorry.’
Mijn moeder begint te lachen.
‘Ben je soms verliefd?’
Ik kijk haar beschaamd aan, waarop mijn moeder nog harder moet lachen.
‘Ik heb gelijk!’
‘Niet,’ zeg ik. ‘Helemaal niet. Ik ken haar amper.’ Jezelf tegenspreken is best moeilijk, merk ik.
‘Ik ga naar boven, mam.’
‘Oké. Hoe laat heb je je afspraakje?’
‘Half twee zei ik toch?’ Ik raak geïrriteerd.
‘Sorry, niet zo op je teentjes getrapt.’
Ik zucht terwijl ik de woonkamerdeur achter me dicht doe.


~

Pas als ik buiten sta, merk ik hoe lekker het weer is. In de berk achter in de tuin, draagt een vogel vol trots een van zijn liederen op. Ik glimlach en kijk op mijn horloge. Kwart over een.
Ik loop snel richting de schuur die links achter in de tuin staat. Als ik hem open doe, schrik ik.
oliebol. Mijn fiets!
Het duurt even voordat ik me gisteren herinner.

vanTroje

Berichten: 188
Geregistreerd: 02-08-08

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-04-10 16:28

Leuk dat je weer verder schrijft! :j

Leuk stuk, probeer wel iets minder vaak 'oliebol' te gebruiken. ;)

Pebble

Berichten: 909
Geregistreerd: 14-11-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-04-10 16:34

Leuk verder geschreven ben benieuwd naar vervolg :D

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-04-10 17:00

HAHA Ja dat Oliebol oftewel s hit.
komt wel een beetje vaak voor ja .
zal er proberen om te denken :D

xxnienke94

Berichten: 1463
Geregistreerd: 07-05-09

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-04-10 17:28

zijn er verder nog tips?

ismy

Berichten: 3949
Geregistreerd: 14-01-09
Woonplaats: Zaandam

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-04-10 17:33

we will :o Moree :D :D

ismy

Berichten: 3949
Geregistreerd: 14-01-09
Woonplaats: Zaandam

Re: [VER] weer eens een nieuwe creative uitbarsting JULIAN!

Link naar dit bericht Geplaatst: 26-04-10 17:34

denk eigenlijk geen tips, vind mooi, ja die olibol maar verder niet eigenlijk :o