
Btw, de titel is tijdelijk! Ik vind namelijk geen gepaste titel. Suggesties zijn altijd welkom!
Mijn blik gleed onrustig over de horizon terwijl mijn mondhoeken charmant naar boven gingen. Volle maan, het beloofde een prachtige nacht te worden, tenminste dat hoopte ik. Mensen waren altijd op hun hoede bij volle maan, alsof ze het konden aanvoelen. Anyway, het was al meer dan een maand geleden dat de maan zo licht en groot was geweest, dus ik mocht niet klagen. Ik liet een zucht ontsnappen tussen mijn lippen, liep naar de heuvel en liet me daar in het gras neerzakken. Cleinsville, het rustige, authentieke dorpje daar beneden aan de voet van de heuvel, zou weldra worden opgeschud. Een grijns sierde mijn lippen en liet mijn tanden lichtjes blinken in het maanlicht. Ik kon hun bloed al proeven, hoorde hulpeloze stemmen schreeuwen in mijn hoofd. Vannacht, Cleinsville, zullen jullie de eeuwenoude legende eindelijk geloven, eindelijk.
Abrupt schoot ik recht. Het maanlicht scheen vaag door de gordijnen leeg. Mijn lichaam was bezweet en ik was buiten adem, maar waarom wist ik niet. Een snelle blik op de klok. 02.58u. Misschien had ik wel een nachtmerrie gehad ofzoiets. Ik ging weer liggen, trok het dekbed tot over mijn schouders en sloot mijn ogen. Ja, een nachtmerrie, dat was het geweest. Nachtmerries zoals ik ze wel vaker heb. Plots een schelle schreeuw, een hoog gekrijs, mijn ogen vlogen onmiddellijk weer open en ik sprong met één beweging uit bed. Wat was dát in godsnaam. Ik bleef geruisloos met grote ogen naast mijn bed staan. Mijn adem was snel en onregelmatig. Wat moest ik in godsnaam doen? Was het een nachtmerrie, een krijs in mijn hoofd? Ik besloot om mijn ouders wakker te maken, vanzelf zou ik toch niet kalmeren. Ik trok de deur open en slofte door de gang. Het was koud en het liefst van al wilde ik gewoon weer in bed liggen en slapen, maar dat durfde ik écht niet aan. De slaapkamerdeur van mijn ouders piepte toen ik hem openduwde. 'M..mama, papa?' Papa knorde afwezig en draaide zich om. 'Pap?' Nog half slapend ging hij rechtzitten. 'Lea, ben jij dat? Waarom ben je uit bed?' Ik trilde op mijn benen en deed mijn best om niet in tranen uit te barsten. 'Hoorde jullie die schreeuw ook?' Mijn vader keek me ietwat verbaasd aan. 'Ik heb niets gehoord, en je weet hoe vlug ik wakker word van geluiden. Het was vast een nachtmerrie, Lea. Ga maar weer lekker slapen. Er is niets aan de hand'. Hij nestelde zich weer onder het dekbed en zuchtte. Nog een tijdje bleef ik hem nakijken, maar besloot toch om weer naar bed te gaan. Ik had m'n vader gehoord, hij had niks gehoord en hij heeft gelijk, hij wordt echt van álles wakker. Zelfs toen mijn zus Kate een hoestbui had om 4 uur 'snachts was hij wakker geworden en kon hij haar net op tijd naar het ziekenhuis brengen. Ik schoof weer onder de lakens en bleef naar het plafond staren. Misschien was het allemaal een droom geweest, misschien was er niets aan de hand, had ik weer een nachtmerrie zoals de laatste tijd wel vaker gebeurde, maar toch.. Mijn ogen vielen toe en langzaam maar zeker dommelde ik in.
Toen ik mijn ogen opendeed was ik alles wat er die nacht gebeurd was vergeten. Het was een dag zoals alle anderen in Cleinsville. De zonnestralen vielen door het gordijn en prikten in m'n ogen. Ik sprong uit bed, rekte me uit en liep naar het raam. Ik schoof de gordijnen open en opende het raam. Dromerig hing ik uit het raam en snoof frisse lucht naar binnen, terwijl ik met mijn ogen dicht naar de muziek van de volgels en krekels luisterde. Soms hield ik echt van dit boerengat. We hadden geen winkelcentrum of bioscoop, maar toch zou ik nooit naar de stad willen verhuizen. Nog 5 minuten bleef ik naar het landschap staren, om dan mijn pantoffels aan te doen. De houten trap kraakte bijna onhoorbaar toen ik naar beneden ging. 'Goedemorgen, Lea' Mama had de tafel al klaargezet voor het ontbijt en had al koffie ingeschonken. Ik liet me op mijn stoel zakken en gaf haar een kus. 'Papa zei dat je een nachtmerrie had. Heb je nog goed geslapen daarna?' En ja hoor, meteen herinnerde ik me weer alles van die nacht. Afwezig staarde ik naar bord. 'Lea?' 'oh, ja hoor. ik heb geslapen als een roosje' zei ik, terwijl ik een mislukte glimlach op m'n gezicht probeerde te toveren. Ze keek me wantrouwend aan maar vroeg verder niets, gelukkig maar. 'Zo, ik denk dat ik die zus van je maar eens ga wekken. Die slaapkop komt echt niet vanzelf uit haar bed' verbrak ze de stilte terwijl de de trap al opriep. Meteen daarna hoorde ik haar gillen. Ik sprong recht, vloog de trap op en in de deuropening van Kates kamer bleef ik staan. Haar bed was leeg, met enkel een klein plasje bloed net onder haar kussen. Mama zat huilend bij het bed en drukte meneer Pebbles, Kates favoriete knuffelbeer, tegen zich aan. Geschrokken gaf ik haar een schouderklopje. Daarna liep ik naar het geopende raam. Niets voor Kate om 's nachts haar raam te laten openstaan, laat staan weglopen. 'Mam, ik denk dat we beter de politie bellen'. Mama knikte, stond op en drukte bevend de toetsen van de telefoon één voor één in.
Ik stond met knikkende knieën buiten. Heel ons huis was afgespannen met lintjes van de politie. Je weet wel, zoals je in films ziet. Maar dit was geen film. Nee, dit was echt. Mijn kleine zusje Kate was vermist en niemand had een idee waar ze was. Ik voelde hoe mijn pyjama tegen mijn huid plakte. Plots viel het me op, dat ik vanmorgen niet eens de kans had gekregen om van kleren te wisselen, laat staan te douchen of mijn tanden te poetsen. De politie was daar nu al zo'n 2 uur binnen, en ik begon me serieus af te vragen wat ze daar uitspookten. Zouden ze al bewijzen hebben? Wisten ze al waar Kate was? Waarschijnlijk dacht de politie dat Kate was weggelopen, zoals veel 9-jarige meisjes doen na een kleine woordwisseling. Geïrriteerd schopte ik een steentje tegen de voorgevel. Kate zou nooit weglopen, dat dééd ze gewoon niet, dat was Kate gewoon niet. Maarja, vertel dat de politie maar, die geloven toch alleen maar wat ze willen, en met mijn verhaal gaan ze heus geen rekening houden. Ik zag hoe mama huilend naar me toe liep. Papa had een arm rond haar schouder geslagen en troostte haar door sussende woorden in haar oor te fluisteren. Die dikke agent met de snor heeft hen zeker een halfuur ondervraagd, de rotzak. Ziet hij dan niet dat mama helemaal overstuur is? 'Lea, agent Vermasse zou ook eventjes met jou willen praten'. Ik knikte kort en liep dan naar de man toe, hupte verveeld heen en weer op m'n beide voeten en wist niet goed wat te zeggen. 'Goed jongedame, vertel me eens wat je weet' begon meneer Vermasse het gesprek. Meteen begon ik bondig te vertellen wat ik allemaal wist van de avond ervoor. Dat Kate en mijn ouders een discussie hadden. Kate was weer aan het zeuren dat iedereen van haar klas een gsm had en zij niet, typisch mijn kleine zusje. En ook dat mijn ouders haar daarna zonder TV naar bed hadden gestuurd, omdat ze na een tijdje heel brutaal was. 'Is dat alles?' vroeg de vent met de snor. Ik dacht van wel. Alhoewel, nee. Opeens schoot me heel de nacht tebinnen. 'Ik ben vannacht rond 3 uur wel wakker geworden. Ik hoorde een schreeuw. Ik dacht dat ik een nechtmerrie had, dus ik heb papa wakker gemaakt en die heeft me gerustgesteld'. Verdomme, wat zei ik nu toch allemaal? Straks pleiten ze mij nog schuldig, omdat ik wat gehoord heb en m'n zusje niet ben gaan helpen. Of mijn ouders, die hadden ook niet gereageerd toen ik hen op de hoogte bracht. Een tijdlang bleef het akelig stil. De agent zag hoe ongemakkelijk ik was, en besloot me uit mijn lijden te verlossen. 'Zo, meisje. Dat volstaat wel. Bedankt voor de medewerking'.
Verveeld knabbelde ik aan de mouw van mijn trui terwijl ik mijn hoofd zachtjes heen en weer beweegde op het ritme van de muziek, die via de oortjes van mijn MP3-speler mijn oren indanste. Ik keek door het raam, naar de huizen die voorbijgleden en kwam tot de conclusie dat oma het best wel breed had. Gelukkig maar, want wie weet waar moesten we anders logeren. Nog geen halfuur geleden zei de dikke agent tegen ons dat ze nog verder gingen zoeken naar bewijzen. Hoelang dat zou duren wist hij niet. Misschien maar tot morgen, of misschien wel de hele week mochten we ons huis niet meer binnen. In tussentijd moesten we maar een plek zoeken om te logeren, dus heeft papa snel naar oma gebeld. Ookal hield ik niet zo van dat klef gedoe van oma, toch was ik niet zo ontevreden. Ik mocht heel even op m'n kamer om schone kleren te pakken en de spullen die ik bij oma nodig had, mijn toilettas bijvoorbeeld. Ik werd uit gedachten getrokken toen ik de motor van onze Volkswagen hoorde stilvallen. 'Zo, we zijn er', probeerde papa vrolijk te doen. Het bleef een tijdlang stil voordat we allemaal ons portier opendeden en uitstapten. Ik stopte mijn MP3 in m'n broekzak en liep verloren achter mijn ouders aan, naar de voordeur. Nog voor we de bel hadden ingedrukt, deed oma al open en viel ons in de armen. Behalve ik, ik stond nog steeds achter mama en papa en probeerde wat mieren dood te stampen met de tippen van mijn tenen. Ik haatte oma. Nouja, ik haatte haar niet, ik mocht haar gewoon niet. Als ik en Kate samen bij oma bleven slapen, mocht ik helemaal niets. Als ze lekkere wafels had gebakken mocht Kate er altijd twee uit de koekentrommel nemen, terwijl ik maar één wafeltje mocht eten. En Kate mocht altijd blijven spelen, terwijl ik oma moest helpen afwassen. 'En hier hebben we Lea.'. Oma stak haar hoofd tussen m'n ouders door om me beter te bekijken, drukte me toen tegen haar boezem en duwde haar lippen op mijn wang. Ik herinnerde me haar geur nog. Je weet wel, de geur van gebakken wafels en bloemen, zoals de meeste oma's hebben. Meteen daarna veegde ik met de rug van mijn hand de restjes lippenstift weg. 'Hallo oma', zei ik onverschillig terwijl ik tussen mijn ouders door het huis al binnenliep.
Ik opende mijn ogen en rekte me uit. Kate, dacht ik meteen. Ik draaide me op mijn zij en keek naar het lege bed aan de andere kant van de logeerkamer en zuchtte. 'Waar ben je toch, kleine zus?'. Ik stond recht en besloot om eerst te douchen, dat had ik wel nodig nu. Na onze aankomst gisteren ben ik meteen naar bed gegaan. Ik was zo moe en verward. Ik deed mijn muffe pyjama uit, legde mijn kleren voor vandaag klaar, samen met een paar handdoeken en stapte in de douche. Het warme water op mijn huid voelde geweldig, aangezien het al van eergisteren geleden was dat ik nog had gedouched. Vandaag weer naar school, dacht ik. Ze zouden allemaal vervelende vragen stellen, me sterkte toewensen. Ik haatte dat soort dingen. Ze zouden vast denken dat het me allemaal niets kon schelen dat mijn zusje verdwenen was, gewoon omdat ik nog niet gehuild heb sinds de verdwijning, en omdat ik het onderwerp steeds weer uit de weg ga. Maar het kan me wel schelen, en diep vanbinnen huil ik wel. Ik wil het gewoon niet geloven, ik wil niet geloven dat Kate zomaar verdwenen is, ik wil niet geloven dat er wat met haar is gebeurd. Maar vooral, ik kan mezelf niet vergeven, dat ik haar die nacht nog heb horen schreeuwen, en dat ik gewoonweg niets gedaan heb. 'Het is allemaal mijn schuld', zei ik snikkend, bijna onhoorbaar door het stromende water. Tranen vermengden zich met het warme douchewater. Wat stond ik nu te huilen als een kleine baby? Komop Lea, maak het jezelf én je ouders nu niet nog moeilijker. Ik spoelde de laatste restjes shampoo uit m'n haar en stapte uit de cabine. Nadat ik me had afgedroogd en aangekleed keek ik naar mezelf in de spiegel en veegde de tranen van mijn wangen. Ik wou dat het al avond was, ik wou niet naar school. Maar, ik moest sterk zijn. Voor mama, voor papa, voor Kate.
Afwezig staarde ik naar buiten, naar de grote moestuin die omringd was door een beukenhaag, naar de kakelende kippen in het ren, en probeerde me te herinneren hoe Kate en ik vroeger oma helpten in het groententuintje, of hoe we de belachelijkste namen verzonnen voor de kippen. Een glimlach sierde mijn lippen, tot mijn ogen weer op de cursus op het bureau vielen. 'Komaan, Lea, even je hoofd erbij houden. Je hebt morgen een grote test van Geschiedenis en zoals je eindresultaat er nu uitziet zal je echt je best moeten doen, want een herexamen kan je nu echt missen. Maar me concentreren kon ik niet. Mijn gedachten dwaalden steeds af naar Kate en alles wat die nacht gebeurd was. Na een tijdje besloot ik dat het toch geen zin meer had, en klapte de groengekafte boek dicht. De oude stoel piepte venijnig toen ik hem achteruitschoof. Ik stond recht en liet me neerzakken op bed. Een tijdlang keek ik naar het gebloemde behangpapier tegen de muur en liet regelmatig een zucht ontsnappen. Ik had me vaak voorgesteld hoe het zou zijn als ik géen zusje had die constant alle aandacht kreeg, die soms aan m'n haar trok en dan ging zeggen tegen mama dat ik haar had pijn gedaan. Wat kon Kate toch een kreng zijn zeg. Ik kon soms haar nek wel omwringen. Maar nu ze er niet meer was, miste ik haar enorm. Het is dus echt waar wat ze zeggen, dacht ik bij mezelf. Je weet pas hoeveel iets voor je betekent als je het kwijtbent.
Ik draaide mijn hoofd en probeerde de lichtgevende letters van mijn radiowekker te ontcijferen. exact zeven uur. Kate was nu al 6 dagen en 4 uur vermist. We werden op de hoogte gehouden door de politie, maar nu hadden ze nog niet echt iets bruikbaar. 'We volgen nu verschillende sporen', had agent Vermasse, die tevens ook het onderzoek leidde ben ik te weten gekomen, gisteren gezegd. Ik kon ook niet klagen. Ze deden echt hun best. De zaak was die week al verschillende keren op TV gekomen en ze hebben ookal een paar tips gekregen, maar toch had ik het gevoel dat het allemaal niet goed genoeg was. De psychologe zei dat dat heel normaal is, dat je altijd maar beter en meer wilt als je zoiets overkomt. Ondertussen kreeg ik steeds meer te verduren. Kinderen op school kwamen naar me toe en stelden me allemaal vragen over m'n zusje, omdat ze het op TV hadden gezien. Laatst wou een eerstejaars zelfs met mij op de foto omdat ik de zus van het vermiste meisje was. Ik leek wel een kermisattractie en dat was ik zo beu. Ookal was het zaterdag, toen de wekker op 07.01 sprong, stak ik mijn voeten in de roze, donzige pantoffels en liep naar beneden. Mama was al de hele week thuis en zat elke morgen afwezig aan de ontbijttafel, en dat was vandaag niet anders. Enkel papa was gaan werken. Het geld moet uiteraard blijven stromen, anders zijn we straks dakloos. Ik drukte een zoen op haar hoofd en schoof aan tafel. 'Hoi Lea, heb je zin in een eitje?' Haar ogen waren gezwollen, waarschijnlijk van de tranen en aan haar toon te horen had ze eigenlijk helemaal geen zin om een eitje voor me te maken, daarom besloot ik het haar niet moeilijker te maken. 'Bedankt mam, maar ik ga meteen naar Amy toe. We gaan posters van Kate maken en die in heel de stad ophangen', verklaarde ik. Ze gaf me een knuffel. 'Oh Lea, ik ben zo trots dat je zoveel moeite doet om Kate te vinden, dat appreciëer ik echt.' Ik keek recht in haar moedeloze ogen 'Maak je maar geen zorgen, mam. We vinden haar wel'.
Tot zover heb ik vandaag geschreven